zaterdag 9 februari 2019

Kapitteltoespraak bij het inkleding en toelating tot Noviciaat

Iedere religieuze roeping is wonderbaar.
We kunnen het lezen in de roepingsverhalen van Abraham, Mozes, koning David, Sint Jan de Doper, de Apostelen en van die lange rij van mannen en vrouwen die Christus zijn gevolgd.
Iedere religieuze roeping is wonderbaar.
We kunnen het lezen in uw leven en in het onze.
Het besef geroepen te worden kan ons overrompelen, ons verbazen, ons verblijden maar ook  twijfel en verzet in ons oproepen of ons nerveus en zelfs droevig maken omdat we weten wat God wil en ons afvragen of wij dat wel kunnen.
Iedere roeping is wonderbaar omdat zij ons binnenleidt in het mysterie van God.
Roepingen komen van God, moeten van God komen. God roept wie Hij wil, roeping is een geschenk van Hem. Roepingen gaan rechtstreeks vanuit het Hart van God naar het hart van de mensen. Desondanks, opdat de roeping het hart van de mensen bereikt, is ook onze ontvankelijkheid, onze medewerking nodig.
Wat is een religieuze roeping anders dan een uitnodiging om God van meer nabij te zoeken, Hem te vinden, te kennen en ons aan Hem over te geven. Dit is nooit een afgesloten proces maar vraagt een voortdurend nieuw antwoord: de Heer te zoeken en Hem te vinden, tot zijn glorie en ons geluk.
U heeft de roepstem van God edelmoedig beantwoord, maar dit zette wel uw leven op zijn kop!

Nu staat U vóór het begin van uw noviciaat en hebt U gezegd met Gods genade uw  leven te willen toewijden aan de Heer en aan zijn Kerk en derhalve te worden opgenomen in deze gemeenschap.
U heeft U voorbereid, U heeft gebeden en velen voor U en met U.
Niet alleen Christus heeft U gegijzeld, maar U heeft U zelf gegijzeld, zo heeft U mij verschillende keren gezegd. 
Maar Hij is het die zich heeft bekleed met de mens, 
die heeft geleden voor wie leed, 
die is gebonden voor wie vastzat, 
veroordeeld voor wie veroordeeld was,
begraven voor wie lagen begraven
verrezen is om ons te verlossen.
Hij is de Alpha en de Omega,
Het begin en het einde, 
Koning van vrede en Lam van God door Johannes aangewezen.
Een dezer dagen zei U dat Uw toewijding aan de Heer aldus is samen te vatten: 
Door Hem, met Hem en in Hem.
Dat is de weg om gelijkvormig aan het Beeld van Christus te worden en dat is ook de weg om in de Liturgie van de Canonieke Uren de Vader intens lof toe te zingen, hier op de Kerkberg. 
Met U danken we Onze Lieve Heer; wij  zijn blij met U en hopelijk U met ons.
Zoek dan Zijn Aanschijn (Ps 26 [27],8)  en U zult leven (Am 5,7).
Hij laat zich vinden (Jer 29, 13; Dt 4,29) en Hij is goed voor wie Hem zoekt (Lam 3, 25).
Wij wensen U met groot vertrouwen een goed noviciaat toe en een vreugdevolle opgang naar de professie.

Noviciaat Zuster M. Johanna (5)

Noviciaat Zuster M. Johanna (4)

Noviciaat Zuster M. Johanna (3)

Noviciaat Zuster M. Johanna (2)

Noviciaat Zuster M. Johanna (1)



Deze serie filmpjes is gemaakt door Mieke & Dimphy - met dank!

Gregorian chants are a hit at this seminary! And in Priory Thabor!



Gregoriaanse zang is een oude vorm van gebed, die komt vanuit ons hart - en naar wij denken- direct aankomt bij het Heilig Hart van God! Daarom zingen we alle onderdelen van het getijdengebed en de H, Mis met Gregoriaanse zang - volgens de Novus Ordo, de vernieuwde liturgie na het Tweede Vaticaans Concilie.

donderdag 7 februari 2019

Rede bij mijn toelating tot het noviciaat op 1 februari 2019, gehouden op 2 februari "Soms is de Kerkberg hoger dan de Himalaja"


Van harte dank ik U dat U vandaag bent gekomen.

(deel weggelaten met persoonlijke passages over de aanwezigen)

Ik heb veel goede vrienden en daar dank ik God voor. Ik heb ook altijd een goede vriend willen zijn. De advocaat Cicero schreef een beschouwing over vriendschap dat ik zeker 30 jaar in mijn boekenkast had en dat nu in het klooster in een boekenkast staat. Cicero schrijft: “Wat ik wel kan doen, is jullie aansporen om vriendschap te stellen boven al het andere in het leven; niets raakt zo nauw het wezen van de mens, niets zo diep betrokken bij voor- en tegenspoed. Op vriendschap kun je altijd rekenen, waar je de aandacht ook op richt; vriendschap kent geen beperking van plaats, komt nooit ongelegen, nooit is zij tot last. Het idee dat de rekening van inkomsten en uitgaven in balans hoort te zijn reduceert de basis van vriendschap wel tot een heel schrale en nietige aangelegenheid in de sfeer van het telraam. Naar mijn idee is ware vriendschap heel wat royaler, eerder onuitputtelijk, zonder precies na te gaan of zij soms meer gaf dan ontving”. Einde citaat

Er liggen vandaag bloemen op het graf van mijn ouders; zij hebben mij niet alleen het geloof voorgeleefd maar mij ook in persoon laten zien wat deugdzaamheid inhoudt. Dat deden ook mijn dierbare vrienden Pastoor Stam en Pastoor Grondhuis. Op hun graven ligt ook bloemen. Pastoor Grondhuis besloot direct hier te willen worden begraven met zijn familie, nadat ik hem had verteld over mijn roeping. Er liggen ook bloemen bij het graf van de Moeder Matthea en daarmee is niet alleen Moeder Matthea geëerd maar alle zusters die op de Kerkberg hebben geleefd en daar dus ook heel veel hebben gebeden om God te loven, te aanbidden, te smeken en te danken. Had Jan van Abroek een bekend graf gehad dan lagen ze daar ook. Een van mijn projecten is uitzoeken waar de resten zijn en die naar de Kerkberg over te brengen, zodat hij hier kan worden geëerd. De Orde van het Heilig Graf is geen orde van heiligen, niet omdat die er niet waren maar omdat het geen prioriteit heeft daar Romeins stempeltjes op te vragen. Het kan toevallig is een keer zo uitkomen maar streefdoel is het niet. De martelaren van Gorinchem (overwegend Franciscanen) werden heilig verklaard, de even heilige martelaren van Roermond uit dezelfde tijd niet – dat waren namelijk Kartuizers.

Dat ik hier vandaag tot het noviciaat ben toegelaten is een handeling in een continuüm van gebed op de Kerkberg door de Kanunniken en Kanunnikessen van de Orde van het Heilig Graf. Ik hoop en bid dat dit nog lang mag doorgaan. Tot mijn genoegen kan ik in dit kader melden melden dat de volgende postulant zich recent heeft gemeld.

Er zijn mensen die mij hebben gevraagd, of het begin van een noviciaat reden is voor een bijeenkomst zoals deze. Wie dat vraagt, heeft nog niet begrepen dat de beklimming van de Himalaja – zo hoog kan de Kerkberg zijn- een reden tot diepe vreugde en dankbaarheid is. Ik wist vanaf mijn intreden dat dit experiment moest slagen – maar ik wist van tevoren niet hoe moeilijk dat zou zijn. De transformatie van juridische commando in een metropool naar koorzuster in clausuur een Limburgs dorp is geen kleinigheid, vraagt kracht en vooral heel veel genade. Alleen had ik dit niet gekund. Dat kan alleen met Gods genade.

Sommigen van U hebben zich misschien afgevraagd waarom ze het afgelopen jaar weinig van mij hebben gehoord. Dat was omdat een enkele welzijnsmeting het gevaar had dat de meter dan wel erg zou zijn uitgeslagen. Ik las van de week over een 89-jarige die voor het eerst de marathon had gelopen. Dat komt wel in de buurt bij mijn huidige gesteldheid. Na intreden werd ik pijnlijk met de gevolgen geconfronteerd van mijn gebrek aan conditie. De Sacramentsprocessie die gedurende vijf kwartier door het dorp trekt was een probleem, dat ik al lang zag aankomen en dat steeds dichterbij. Ik zou dus een deel meegaan  - omdat dat mijn eer te na was, heb ik op 3 juni de processie uitgelopen, uitgewankeld is voor het laatste deel een betere omschrijving, waarbij de finish ook nog eens  boven op de Kerkberg ligt in de Basiliek– Moeder Priorin moet zich hebben gevoeld als Koningin Beatrix toen Willem Alexander de Elf-stedentocht uitreed. In dit licht is passend dat ik binnenkort een interview heb voor het tijdschrift van de KABO – de Katholieke Bond voor ouderen over mensen die op latere leeftijd hun leven een andere wending geven. Het was wel even slikken om "oudere" te zijn!

Ook moest ik wennen aan het leven in een gemeenschap die aanzienlijk groter was dan bij ons thuis, en met veel meer regels dan bij ons thuis. Van sociologie kende ik het begrip totale institutie van Goffmann die vaak gevangenissen en psychiatrische inrichtingen als voorbeeld gebruikt. Bij organisatiesociologie kreeg ik college van Prof. Jacques van Doorn – die in zijn artikel over de KMA het seminatie als voorbeeld roemt van een goede opleiding. Als ik vroeger teksten van dit genre las, werden mijn meeste rebelse impulsen geactiveerd. Dat was zeker in den beginne hier niet anders. Effect van leven in gemeenschap is in ieder geval dat je wordt geconfronteerd met je beperkingen en rare trekjes.

Maar er zijn ook pluskanten en dat zijn er vele.
- Eerste het belangrijkste: Ik heb het afgelopen jaar heel veel gebeden en heel veel kunnen leren in theorie en praktijk over geloof en Kerk, leven als kloosterling, Gregoriaanse zang, kerkgeschiedenis ook van deze unieke plaats minimaal waar vanaf de achtste eeuw de macrogeschiedenis van de Kerk op hoog niveau zijn weerslag had (zie de bladen 3 en 4 van het misboekje van vanadaag), en de Heilige Liturgie van de Kerk (twee hoofdletters). Ik heb altijd gehouden van de liturgie van de Kerk maar er nooit dagdagelijks midden in geleefd zoals nu. Voor mij is het nooit meer Pasen geweest dan in 2018.
- Het  kloosterleven heeft een hoog niveau van beschaving: wat er herdacht en gevierd kan worden gebeurt. Ook Dodenherdenking, de Bevrijding, Koningsdag en de Derde Dinsdag in september worden in ere gehouden.
- Omdat alles goed geregeld is en  meestal al eens gebeurd, is voor alles een protocol. Dat scheelt tijd.
- Er is ook een eigen kloostercultuur die inmiddels ook door mij met toewijding in ere wordt gehouden. Ik klap niet uit de school, maar een ding wil ik wel zeggen: ook 28 december Onnozele Kinderen waarbij de jongst aangekomen de baas is, wordt in ere gehouden. Ik had nog nooit toneel gespeeld maar hier wel.
- En ... er is een communiteit, dat wil zeggen een geheel dat meer is dan de optelsom van de delen. Zij / Wij mag ik nu zeggen- hebben elkaar niet uitgekozen maar hebben het belangrijkste gemeen want zwe willen leven voor God.
Velen van U weten dat de Eerste Wereldoorlog al heel lang mijn bijzonder belangstelling heeft (naast de maffia maar dit terzijde). In interviews met voormalige soldaten, waarvan mijn favoriete museum, het Imperial War Museum in Londen er tienduizenden heeft opgenomen, komt steevast naar voren, dat deze oorlog de mooiste tijd van hun leven was – waarin ze echt hadden geleefd, dat wil zeggen: kruipend door de modder, maandenlang nauwelijks gewassen onder de luizen in de loopgraven, waar de ratten rondkropen en velen sneuvelden met soms lange dagmarsen waarin onvoorstelbare afstanden werden afgelegd. Ze hadden elkaar niet uitgezocht maar deelden een gemeenschappelijke trouw aan het Vaderland – waarin je doet wat je moet doen. Ze deelden wat ze hadden en ze deden hun plicht: “You have to do your bit”. Als dit ergens geldt, dan is dat in een klooster, in ieder geval in dit klooster. De Regel van Sint Augustinus is op dit principe van de eerste christentijden zoals beschreven in de Handelingen gebaseerd. Inmiddels durf ik zeggen dat ik niet alleen van het klooster houd -dat was liefde op het eerste gezicht in 1993, maar ook van de communiteit en iedere zuster.

Dat kan een mens niet op eigen kracht, dat kan alleen met Gods genade. Mijn ouders zeiden daar altijd bij – met die genade moet je wel meewerken.  Ik heb mijn best gedaan en dat lukte soms wel en soms niet, maar  in ieder geval voldoende om nu het habijt en de kloosternaam te aanvaarden. Er liggen vast op de route nog meer Himalaja’s maar deze top is nu bereikt en daarom vieren wij vandaag feest en vragen Gods zegen.

Leven met door Hem, met Hem en in Hem, dat wil ik hier doen, in dit klooster van het Heilig Graf, op de Kerkberg in Sint Odiliënberg, met zijn onschatbare betekenis voor de Kerk van de Nederlanden en de Orde van het Heilig Graf. Op de Kerkberg woonden de heiligen Wiro, Plechelmus en Otgerus, nam het Utrechts kapittel in de negende eeuw zijn toevlucht, floreerde het Utrechtse kapittel (van de Friezen temidden van de Franken), nam de Orde van het Heilig graf met Jan van Abroek een hoge vlucht, en had vervolgens ook het eerbiedwaardige bisdom Roermond een bruggehoofd. Het bisdom Roermond, de parochie en de Orde van het H. Graf waken over de Kerkberg tot op de dag vandaag. Daarvoor prijs ik de Heer.

Dan tenslotte de kloosternaam. Waren we in het Verenigd Koninkrijk dan hadden wedkantoren allang laten wedden op de naam. Van meet af aan hebben mensen mij gevraagd naar de kloosternaam en dat is een goede vraag. Ik heb daarop steeds geantwoord: dat beslist mijn overste en zo is het ook. Wat ik niet heb verteld is dat aan die beslissing een lange periode vooraf gaat waarin daarover gepraat wordt.

Van meet af aan heb ik aangegeven dat ik graag Johanna zou willen heten. Waarom? Om Mgr. Gijsen zo heette en heet. Mgr. Gijsen heb ik nooit ontmoet of zelfs maar gesproken, maar hij was de held van mijn jeugd die ongeacht de consequenties het geloof verkondigde in woord maar ook in daad, een seminarie stichtte waarin geloof en Traditie in ere werden gehouden, hetgeen zich vertaalde in de schare van priesters die wij bij de wijding van Mgr. Smeets (ook familie van dit klooster, want Ridder van het Heilig Graf) in de kathedraal voorbij zagen trekken. Er gingen in ook dingen mis – want het blijft mensenwerk, maar er kwam in ieder geval een clerge uit voort die inmiddels op een na alle bisschoppen heeft geleverd.

De naam van Mgr. Gijsen is zeer geschaad door twee uitspraken van de Commissie Seksueel Misbruik waarin klachten gegrond werden verklaard. Die klachtencommissie had een werkwijze die te schandelijk voor woorden was, waarbij klagers a priori werden geloofd en verdedigende priesters en vooral dode priesters werden veroordeeld. Alle klagers hadden online volop gelegenheid om de klokken gelijk te zetten- en dan wekt het voor een zinnig mens geen verwondering als verhalen op elkaar lijken. Van meet af aan heb ik ook op dit weblog gewaarschuwd voor de juridisch ondermaatse beslissingen op de klachtbehandeling door deze commissie.

Ik ben heel blij dat de ook Rechtbank Gelderland afgelopen jaar in een vonnis van 18 april 2018 gehakt heeft gemaakt van de werkwijze van de Commissie. Ik citeer: Het was geen eerlijke procedure in de zin van het Verdrag van de Rechten van de Mens: fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden, in het bijzonder die van de rechtszekerheid, hoor en wederhoor en een toereikende motivering/bewijsconstructie.

De uitspraken tegen Mgr. Gijsen waren met andere woorden in de visie van de grote mensenrechter een schande. Hoger beroep werd niet ingesteld, zogenaamd om de slachtoffers te sparen, maar mijn taxatie is dat de Stichting donders goed wist dat in hoger beroep dit vonnis zou worden bevestigd en dat daarmee de gehele productie van de klachtenindustrie verder ter discussie kwam. In mijn visie was de postume (!) uitspraak tegen mgr. Gijsen de laatste afrekening van degenen buiten en vooral binnen de Kerk die moeite hebben met hetgeen waar Mgr. Gijsen pal voor stond: Waarheid, Geloof en Traditie. Dit klooster had met hem een uitstekende verstandhouding. Ook hier heb ik hem trouwens nooit ontmoet. Dat had ik niet nodig om te weten hoeveel ik, en beter hoeveel de Kerk aan hem verplicht was.

Ik ben er trots op naar Mgr. Gijsen te heten en daarmee naar Sint Jan de Doper. Wapenspreuk van Mgr, Gijsen was Parate viam Domini (= Bereid de weg des Heren. Dat heeft Mgr. Gijsen zeker gedaan en naar vermogen wil ik daar het mijne aan bijdragen vanuit het klooster en biddend in het koor met de andere zusters.

Ik dank Moeder Priorin, de zusters, de Pastoor en onnoemelijk veel anderen die ik met deze viering veel extra werk heb bezorgd. Die dank wordt verzilverd door mijn toewijding als kanunnikes aan de Orde van het H. Graf en het historisch erfgoed van de Kerkberg.

Ten allerslotte: alle verwijzingen naar de Klassieker die in het concept stonden, heb ik geschrapt. Dat past niet in een vroom verhaal en het zou bovendien voor de verliezers te pijnlijk zijn, als ze daaraan vandaag opnieuw werden herinnerd!

U allen, dank, heel veel dank

Ik heb gezegd!





woensdag 6 februari 2019

J.S. Bach - Triosonate 5 - I. Allegro (BWV 529) Maarten Wilmink



Maarten Wilmink doet volgende maand toelatingsexamen tot het Conservatorium.  Dat alleen al is geen geringe prestatie - wij wensen Maarten daarmee geluk, evenals zijn ouders, broer, zussen en andere dierbaren, onder wie in ieder geval oom Rene! Wij bidden voor je!

maandag 4 februari 2019

Octavie Wolters over 2 februari - De vlinder in de Kerk

Door de sneeuwregen was ik de heuvel opgeklommen. De velden in de verte waren wit, het water in de rivier stond hoog en stroomde snel. In de kerk zat een vlinder. Hij vloog rond de kroonluchter boven me en ik zag steeds als zijn vleugel langs de lamp kwam het licht even flakkeren. Ik bedacht dat hij zijn hele leven binnen de oude muren van de basiliek zou gaan doorbrengen en ik vond dat een mooie gedachte.
De organist begon te spelen, het koor zong Gregoriaans, de mis begon. Een hoogmis, ter ere van de intreding van de nieuwe zuster tot het slotklooster. Ik zag haar, ze stond achter het altaar, ineens droeg ze een kap en luisterde ze naar haar nieuwe naam, daar moest ik aan wennen. Ik keek naar de ceremonie en ik twijfelde of ik toeschouwer was bij het tafereel of deelnemer.
Het liefste wilde ik deelnemer zijn.
Bij de receptie na afloop gaf ik haar drie kussen, geïmponeerd door het gesteven wit om haar gezicht.
'Wat fijn dat je er bent, Octavie,' zei de nieuwe zuster, en ze hield mijn hand vast.
'We horen bij elkaar.'
Dat was wonderlijk, want ik voelde dat ook maar dat zijn geen woorden die ik eenvoudig vind om uit te spreken.
In de kloostereetzaal waren er twee redes die het samenzijn intiem maakten, ik keek naar het rode kruis van Jeruzalem dat op de servetring was gedrukt, de hulpbisschop en de pastoors aan de tafel naast de mijne, onder mijn bord het placemat met daarop een foto van de basiliek die in mijn leven gegroefd is. De parochiepastoor sprak het tafelgebed uit. Ik bad het Onze Vader samen met de kleine kring die om de nieuwe zuster heen stond en voelde de warmte.
Ik was de deelnemer die ik wilde zijn.


Impressie 2 februari 2019 van Maaike Hoogesteijn

Zuster Maria Johanna Erica Schruer is begonnen aan haar noviciaat met mooie pontificale Hoogmis met mgr. Jan Hendriks. Gratulationes!

Homilie en journalistiek verslag van Mgr. Dr.. J.W.M. Hendriks van 2 februari 2019

Rotterdamse advocate nu Kanunnikes van het H. Graf

Dag van Godgewijde leven (Maria Lichtmis)

overweging_preek - gepubliceerd: zaterdag, 2 februari 2019
Met de kersverse zuster Johanna
Met de kersverse zuster Johanna
Met moeder priorin
De priorij
De priorij
Van vrijdag 1 op zaterdag 2 februari was ik in priorij Thagor van de Kanunnikessen van het heilig Graf in Sint Odiliënberg, waar mw. mr. Erica Schruer werd ingekleed en haar noviciaat begon. Na de inkleding, die in het slot gebeurt, vierden we de Latijnse Vespers in de kapel van de zusters en de dag erop was de Hoogmis van het feest van de Opdracht van de Heer in de tempel (Maria Lichtmis).
Bij de inkleding kreeg Erica Schruer haar kloosternaam: Zuster M. Johanna.

Vespers in de basiliek

De pontificale hoogmis vond plaats in de basiliek die aan het klooster grenst en waar de zusters iedere zondag om 17.00 uur de Latijnse Vespers zingen (van mei tot oktober zelfs iedere dag, door de week om 17.45 uur). Op zondag is er een kwartier voor de Vespers een catechetisch-liturgische toelichting voorzien.

Gasten in de priorij

Voor deze bijzondere dag waren heel wat mensen gekomen die de nieuwe zuster voor het eerst in habijt weleens wilden aanschouwen en haar alle zegen wilden toewensen voor het noviciaat. Ook was er een zevental priesters om te concelebreren: pastoor Jos L'Ortye en mgr. Paul Vismans uit Schiedam, oud-deken en rector mgr. Theo Willems, deken Jos Spee, deken René Wilmink, pastoor Rik Achten en em. pastoor Ed van Delden, allen priesters met bijzondere banden met de priorij. Uit Rotterdam was er een viertal acolieten uit de oude parochie van mw. Schruer. Ook de burge­mees­ter van Roerdalen was bij de viering aanwezig.

Van advocaat naar stille kluis

Na de feestelijke Eucha­ris­tie, opge­luis­terd door de Gregoriaanse schola, was er een geanimeerde ontmoeting in de zaal van het klooster en een lunch voor genodigden.
Van harte wensen we de nieuwe zuster alle zegen toe voor het noviciaat. Onbekend is het leven in de priorij haar niet meer, want zij heeft al een jaar postulaat gedaan en is overigens al lang met de priorij bekend. Maar toch, het is een grote overgang om van advocaat met een drukke praktijk met grote klanten in een wereldstad over te schakelen naar een stille kluis in een Limburgs dorp. Het is een mooie plaats, met een rijke historie die terug gaat tot het begin van de achtste eeuw en een oord dat al bijna zes eeuwen canonicaal leven kent!

Nog een

Er was meer verheugend nieuws: er is nog een kandidate voor het kloosterleven aangenomen die de priorij al goed kent en het postulaat gaat beginnen.
(op de foto's onderaan dit bericht met de burge­mees­ter van Roerdalen, mw. M.D. (Monique) de Boer-Beerta en met mgr. Paul Vismans, tevens een blik in de basiliek en in de kloosterkapel)

Homilie

Vreugdevolle dag

Beste zusters, zuster Johanna,
beste familie, vrienden, medebroeders en u allen,
Wat een vreugdevolle dag 
die we vandaag mogen vieren,
vanwege het liturgische feest
en de feestelijke gelegenheid
van de inkleding van een nieuwe zuster
voor uw gemeen­schap: zuster Johanna.
Vaak ervaren we onze zwakheid, 
onze broosheid en breekbaarheid,
maar juist dan zijn we des te meer 
in de genadevolle positie
om Gods barmhartige zorg en liefde 
voor ons, voor de Kerk,
voor de gemeen­schap van de kanunnikessen 
te ervaren.
Al zijn we zwak en klein,
alles heeft een plaats
in het plan van Zijn Voorzienigheid.

Opdracht van de Heer

De beide bekende namen die deze feestelijke dag 
draagt en gedragen heeft 
in de geschiedenis van de kerk, 
zijn goed en toepasselijk: 
de naam “opdracht van de Heer in de tempel” 
stelt de bijbelse betekenis van dit gebeuren, 
daar in de tempel van Jeruzalem, 
in het licht: 
Maria en Jozef vervullen de verplichting van de Joodse wet 
om de eerstgeborene aan God op te dragen. 
Die uitdrukking ‘eerstgeborene’ wil dus niet zeggen 
dat er nog meer kinderen zijn gekomen dan die eerste, 
maar die verwijst naar de speciale betekenis en status 
van al wat de moederschoot opent. 
De ouders brengen daarbij het offer van de armen.

"Icoon" van het religieuze leven

De geestelijke betekenis van dit gebeuren 
wordt op een bijzondere manier onderstreept 
doordat sinds 1997 op deze dag 
de Werelddag van het God gewijde leven 
plaats vindt. 
Waarom op deze dag? 
De heilige Paus Johannes Paulus II verwees daarvoor 
naar de titel van dit feest: 
de opdracht van de Heer, 
een naam die een toe­wijding aan God de Vader uitdrukt;
dat is een mooi beeld
- een “icoon” noemde deze paus het - 
voor de bijzondere toe­wijding aan God 
die plaatsvindt in de professie van de evangelische raden, 
die de kern is van het gewijde leven.

Offer van de armen

Ook de God gewijde brengt daarbij 
het offer van de armen, 
omdat zij of hij zich ervan bewust is, 
dat het niet uit eigen middelen en eigen krachten komen kan. 
Wij staan voor God als een arme, 
hoe rijk we ook mogen zijn 
naar materiële, menselijke maatstaven. 
Wie de weg van het God gewijde leven gaat, 
weet dat zij of hij geen stap kan zetten 
zonder Gods genade. 
Het moet echt van Hem komen.

Overgave vraagt vertrouwen

Dat is voor zuster Johanna die gisteren­avond is ingekleed, 
tegelijk een realiteit en een troost. 
De uitdaging is dat de religieus 
bij alles wat zich voordoet 
op deze weg van navolging van de Heer, 
zich als het ware in de armen 
van de hemelse bruidegom moet laten vallen 
in de erkenning het zelf niet te kunnen, 
maar tegelijk in de vaste hoop 
alles van Hem te mogen verwachten. 
Als dit van Hem komt, 
zal Hij in moeilijkheden misschien wel ver weg lijken, 
toch is Hij daar 
en Hij leidt de religieuze ook door duisternis heen. 
Die duisternis hoort erbij.
Want er wordt van iedere religieuze 
een soort blind vertrouwen gevraagd, 
dat uitdrukking is van die totale overgave, 
die toe­wijding van het eigen leven aan God.

Maria Lichtmis

De tweede bekende naam van dit feest 
- Maria Lichtmis of zuivering van de Maagd Maria -
verwijst naar Maria 
en naar de bijdrage die de oude Simeon gaf 
toen het Kind in de tempel werd opgedragen. 
Hij sprak over het kind als een licht 
dat voor de heidenen straalt.
wat wij tot uitdrukking hebben gebracht 
door brandende kaarsen te dragen. 
En hij sprak tot Maria en voorspelde haar 
veel leed en pijn: 
een zwaard zal uw ziel doorboren. 
Dat bepaalt ons er vandaag bij dat Maria, 
die beeld is van het God gewijde leven, 
veel heeft moeten doorstaan omwille van Jezus. 
Hoe is zij daarmee omgegaan? 
Anders dan bijna alle apostelen 
is zij niet weg gelopen, 
maar is zij onder het kruis blijven staan. 
Haar lijden werd zo 
mede-lijden met Jezus 
en vruchtbaar voor heel de kerk.

Bij het kruis gaan staan

Ook dat is een kenmerk van het religieuze leven: 
waak bij het graf,
wachtend op de verrijzenis;
de offers die U brengt, 
het lijden dat u draagt, 
vormen een weinig gekende, verborgen 
maar uiterst waardevolle schat. 
Het ware leven van de Kerk bevindt zich op dat niveau, 
niet op dat van de uiterlijke manifestaties, 
van het koffie drinken na de Mis 
en de gezellige sfeer onder elkaar. 
Ik wil daar helemaal niets negatiefs van zeggen, 
van veel van deze zaken geldt 
dat het best goed is dat ze er zijn, 
maar het is niet het ware en eigenlijke leven van de kerk. 
Het leven van de Kerk gaat over verlossing, 
verworven door het lijden van Jezus Christus, 
waaraan al die God gewijde mensen
- vrouwen en mannen - bijdragen 
die zich daarmee verenigen. 
In die vereniging met dit offer 
dat Onze Heer Jezus Christus 
voor onze verlossing heeft gebracht, 
ligt de kern van iedere menselijke vrucht­baar­heid 
en de kern van ieder apostolaat. 
Uw leven is vruchtbaar in de mate 
dat U zich met dit verlossend lijden 
en met heel het paasmysterie verenigt.

Hypapantè, ontmoeting

Er is nog een andere naam voor dit feest, 
een naam die vooral in de Oosterse kerken wordt gebruikt: 
hypapantè, wat ontmoeting betekent. 
Maria en Jozef met het Kind 
ontmoeten hier twee oude mensen 
die hun leven aan God hebben toegewijd. 
De eigenlijke ontmoeting die hier plaats vindt 
is natuurlijk die tussen hen en Jezus Christus: 
“Mijn ogen hebben uw heil aanschouwd”, 
zingt Simeon. 
In feite ligt in dit begrip 
van het feest dat we vandaag mogen vieren, 
eveneens een kern en basis 
van het God gewijde leven: 
U hebt de Heer ontmoet! 
U bent hier - dat geldt voor de nieuw ingeklede zuster en voor U allen - 
omdat u de Heer hebt ontmoet, 
omdat Hij u heeft aangeraakt met Zijn genade 
en U in deze richting heeft getrokken. 
Deze genadevolle ontmoeting of ontmoetingen 
moet u nooit vergeten, 
ze zijn een bron van vreugde en van kracht: 
Hij heeft u hierheen geleid.

Gedenk de ontmoeting(en)!

Beste zusters, beste nieuw ingeklede zuster Johanna, 
van harte wens ik U toe 
dat die ontmoeting met de Heer 
die de basis vormt van iedere roeping 
voor U steeds een bron van vreugde en kracht mag zijn 
en U mag sterken om U met Jezus 
aan de Vader op te dragen. 
Dat is iedere dag weer een uitdaging, 
want het gaat niet om iets abstracts en algemeens, 
maar om iets wat zich uitdrukt in allerlei dagelijkse dingen.
Het is een keuze waar u voortdurend voor staat: 
in dit of dat, geef ik mij aan God of niet? 
Dat blijft een worsteling voor ons mensen,
in zekere zin tot aan het einde van onze dagen hier op aarde.
Moge Maria, die zelf totaal aan God was toegewijd, 
daarbij uw en ons aller voorspreekster zijn, 
Amen

Fotoserie

Klik op een foto voor een uitvergroting.
(IMG_1856) (IMG_1857) (IMG_1872)(IMG_1879) (IMG_1881)

zondag 3 februari 2019

Processie Maria Lichtmis gisteren in de Basiliek op de Kerkberg

What's in name? Bij de toekenning van mijn kloosternaam


Dan tenslotte de kloosternaam. Waren we in het Verenigd Koninkrijk dan hadden wedkantoren allang laten wedden op de naam. Van meet af aan hebben mensen mij gevraagd naar de kloosternaam en dat is een goede vraag. Ik heb daarop steeds geantwoord: dat beslist mijn overste en zo is het ook. Wat ik niet heb verteld is dat aan die beslissing een lange periode vooraf gaat waarin daarover gepraat wordt.

Van meet af aan heb ik aangegeven dat ik graag Johanna zou willen heten. Waarom? Om Mgr. Gijsen zo heette en heet. Mgr. Gijsen heb ik nooit ontmoet of zelfs maar gesproken, maar hij was de held van mijn jeugd die ongeacht de consequenties het geloof verkondigde in woord maar ook in daad, een seminarie stichtte waarin geloof en Traditie in ere werden gehouden, hetgeen zich vertaalde in de schare van priesters die wij bij de wijding van Mgr. Smeets (ook familie van dit klooster, want Ridder van het Heilig Graf) in de kathedraal voorbij zagen trekken. Er gingen in ook dingen mis – want het blijft mensenwerk, maar er kwam in ieder geval een clerge uit voort die inmiddels op een na alle bisschoppen heeft geleverd.

De naam van Mgr. Gijsen is zeer geschaad door twee uitspraken van de Commissie Seksueel Misbruik waarin klachten gegrond werden verklaard. Die klachtencommissie had een werkwijze die te schandelijk voor woorden was, waarbij klagers a priori werden geloofd en verdedigende priesters en vooral dode priesters werden veroordeeld. Alle klagers hadden online volop gelegenheid om de klokken gelijk te zetten- en dan wekt het voor een zinnig mens geen verwondering als verhalen op elkaar lijken. Van meet af aan heb ik ook op dit weblog gewaarschuwd voor de juridisch ondermaatse beslissingen op de klachtbehandeling door deze commissie.

Ik ben heel blij dat de ook Rechtbank Gelderland afgelopen jaar in een vonnis van 18 april 2018 gehakt heeft gemaakt van de werkwijze van de Commissie. Ik citeer: Het was geen eerlijke procedure in de zin van het Verdrag van de Rechten van de Mens: fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden, in het bijzonder die van de rechtszekerheid, hoor en wederhoor en een toereikende motivering/bewijsconstructie.

De uitspraken tegen Mgr. Gijsen waren met andere woorden in de visie van de grote mensenrechter een schande. Hoger beroep werd niet ingesteld, zogenaamd om de slachtoffers te sparen, maar mijn taxatie is dat de Stichting donders goed wist dat in hoger beroep dit vonnis zou worden bevestigd en dat daarmee de gehele productie van de klachtenindustrie verder ter discussie kwam. In mijn visie was de postume (!) uitspraak tegen mgr. Gijsen de laatste afrekening van degenen buiten en vooral binnen de Kerk die moeite hebben met hetgeen waar Mgr. Gijsen pal voor stond: Waarheid, Geloof en Traditie. Dit klooster had met hem een uitstekende verstandhouding. Ook hier heb ik hem trouwens nooit ontmoet. Dat had ik niet nodig om te weten hoeveel ik, en beter hoeveel de Kerk aan hem verplicht was.

Ik ben er trots op naar Mgr. Gijsen te heten en daarmee naar Sint Jan de Doper. Wapenspreuk van Mgr, Gijsen was Parate viam Domini (= Bereid de weg des Heren. Dat heeft Mgr. Gijsen zeker gedaan en naar vermogen wil ik daar het mijne aan bijdragen vanuit het klooster en biddend in het koor met de andere zusters.

Dag 0

zondag 16 december 2018

Kerstliturgie in Priorij Thabor 2018



Maandag 24 december
17.00u Ie Vespers van Kerstmis (kloosterkapel)
               Genealogie van O. H. Jezus Christus volgens het Evangelie van Mattheus
               Gregoriaans gezongen
23.00u  Metten van Kerstmis / Lezingenofficie (kloosterkapel)
24.00u Nachtmis (kloosterkapel)

Dinsdag 25 december
HOOGFEEST VAN KERSTMIS / 1E KERSTDAG
09.30u Conventsmis (kloosterkapel)
17.00u IIe Vespers van Kerstmis met Uitstelling
               Zegen met het Allerheiligste

Woensdag 26 december
2e Kerstdag
09.30u Deelname aan de Hoogmis in de basiliek

Prorij Thabor
Aan de Berg 3 (rechts achter de Basiliek op de Kerkberg)
6077 AC Sint Odilienberg
tel. 0475 53 20 74
e-mail inlichtingen@priorijthabor.nl