#shv28

Op 11 april 2017 is in Utrecht het 28ste actualiteitencongres schuldhulpverlening

dinsdag 31 augustus 2010

Meer pressie op debiteur als gevolg van consumentenbescherming?

"De Nederlandse wetgeving op het gebied van consumentenkrediet wordt op korte termijn aangepast om te voldoen aan de Europese richtlijn inzake Kredietovereenkomsten voor Consumenten uit april 2008 (de "Richtlijn"). De nieuwe wetgeving heeft mogelijk tot gevolg dat het aangaan van betalingsregelingen met consumenten onder de Wet op het financieel toezicht ("Wft") komt te vallen.

Dit zou onder meer betekenen dat een vergunning van de AFM vereist is, BKR getoetst moet worden en maxima aan rentevergoedingen worden gesteld. In deze bijdrage zal alleen aandacht worden besteed aan de mogelijke toepasselijkheid van Wft bepalingen, eventueel toepasselijke (nieuwe) bepalingen in het Burgerlijk Wetboek of de Wet op het Consumentenkrediet zullen onbesproken blijven.

Onder de Richtlijn worden afspraken met consumenten waarbij uitstel van betaling (van een bestaande schuld) wordt verleend, mede als consumentenkrediet aangemerkt. Alhoewel de strekking en betekenis van het voorgaande niet volledig duidelijk is, zou dit kunnen inhouden dat bedrijven die betalingsregelingen aangaan met consumenten, consumentenkrediet aanbieden".

Zie helder artikel Creditexpo

Als deze interpretatie van de richtlijn juist is zal dat de druk op debiteuren vergroten aangezien minder vaak betalingsregelingen zullen worden getroffen. De Richtlijn lijkt mij hiermee het risico van een contrair effect in zich te dragen: consumentenbescherming leidt tot meer incassodruk.

Kogelbrief voor deurwaarder

De deurwaarder krijgt toenemend dezelfde behandeling als inmiddels bij ambulancepersoneel, politie en buschauffeurs steeds vaker voorkomt. Een boze debiteur stuurde een kogelbrief aan een deurwaarder in Emmen nadat zij bericht had ontvangen dat loonbeslag voor nog te betalen boetes zou worden gelegd. Zie link

De debiteur klaagt over onvoldoende contact met de deurwaarder. Of dat nu juist is of niet, toch is het goed voor incassospecialisten binnen de grenzen van het redelijke ook aan de bejegening van de debiteur aandacht te besteden, al was het maar om de kans op incidenten als onderhavige te beperken.

Ook de schuldhulpverlening moet alert zijn op agressieve uitingen van debiteuren over crediteuren en hun incasso-specialisten en de dialoog daarover aangaan, al was het maar om de kans op nieuwe schulden en gevangenisstraf te beperken. Hoe gaan schuldhulpverleners hiermee om? Ik hoor het graag in de Linkedin Groep.

maandag 30 augustus 2010

Wachttijden verzoeken Wsnp lopen op

Diverse lezers melden mij dat de wachttijden voor de behandeling van verzoeken om tot de Wsnp te worden toegelaten oplopen en in sommige arrondissementen inmiddels zes maanden bedragen. Willen lezers mij melden wat in hun arrondissement nu de wachttijd is voor de behandeling van een verzoek?

Uw reactie kunt U zenden via dit e-mailadres. Informatie wordt alleen anoniem verwerkt.

vrijdag 27 augustus 2010

Breaking: DSB moet tachtig procent restschuld klanten betalen

"Alkmaar, 25 augustus 2010 - De rechtbank in Alkmaar heeft geoordeeld dat DSB tachtig procent van de restschuld van aandelenovereenkomsten van haar klanten voor rekening moet nemen. Klanten sloten in 1999 een aandelenoverkomst met DSB via tussenpersoon Crefinass. Deze klanten kwamen naar de tussenpersoon om een lening over te sluiten onder gunstige condities. Tijdens het gesprek haalde Crefinass de klanten over om een aandelenovereenkomst te sluiten.


In de Dexia-zaken heeft het gerechtshof Amsterdam eind 2009 geoordeeld dat de verkoper van effectenleaseovereenkomsten een onderzoeksplicht heeft naar de financiële situatie van de klant. Met andere woorden, de bank moet nagaan of de klant wel draagkrachtig genoeg is om de aandelenovereenkomst te sluiten. De verkopende instantie moet de klant ook nadrukkelijk wijzen op het risico dat de klant aan het einde van de overeenkomst een restschuld kan overhouden.


In de zaak die vandaag door de Alkmaarse rechtbank is beslecht, is vast komen te staan dat aan één van beide voorwaarden die door het hof in Amsterdam destijds in het vonnis zijn weergegeven, niet is voldaan door DSB. In de Dexia-zaken kwam 2/3 van restschuld van de klant voor rekening van deze bank. Klanten hadden in die zaken zelf belangstelling getoond in de effectenleaseregeling. Omdat de tussenpersoon van DSB de klanten overhaalde om een aandelenovereenkomst te sluiten, oordeelt de Alkmaarse rechtbank dat DSB tachtig procent van de restschuld van haar klanten moet betalen".

Zie link

Het eerste schaap is over de dam, nu nog de hypotheken, de persoonlijke leningen en de woekerprovisies verzekeringen.

Met dank aan @jeadvocaat!

Voordracht COMO G4: schuldhulp vanuit clientenperspectief

Gisteren hield ik in Den Haag een voordracht voor de plenaire vergadering van COMO G4 over schuldhulp vanuit clientenperspectief. COMO G4 staat voor: Cliënten Organisaties Maatschappelijke Opvang van de G4 (COMO-G4). De sheets vindt U onder deze link.

Jenny de Jeu schreef een verslag onder de kop "Schuldhulp: geen stenen voor brood verkopen"', dat ik van graag bij lezers aanbeveel, uiteraard in alle nederigheid.

De ervaringen van deelnemers met schuldhulp en met crediteuren waren hier en daar schokkend:
- sommatie per aangetekende brief en aanzegging van ontruiming bij een huurachterstand van EURO 4,--
- schuldhulp die wordt geweigerd omdat iemand een beroep op een advocaat doet
- schuldhulp die een klant al 7 jaar (niet) helpt
- schuldhulp die de OV chipkaart van een klant uitleest en hem om die reden niet helpt omdat blijkt dat hij recent twee keer van Rotterdam naar Delft is geweest. Hoezo privacy!

Het wordt tijd dat de client zich in schuldhulpland meer roert en zich tot een volwaardig speler in het veld ontwikkelt die meespreekt op  beleidsmatig niveau en (rechts)middelen inzet op  dossierniveau om te verzekeren dat hij de hulp krijgt waarop hij niet alleen recht heeft maar die hij ook en vooral nodig heeft om "te worden  wie hij is" en ervan af gehouden wordt alle hoop te laten varen en bijvoorbeeld te gaan leven (en slapen) in en naast de goot.

donderdag 26 augustus 2010

Uit de lijst van vragen en antwoorden uitvoering WWB

Hoe kijkt u aan tegen de argumenten – van onder andere de wethouder van Rotterdam- om te gaan korten op de budgetten van de schuldhulpverlening?

Met betrekking tot schuldhulpverlening is in het bestuurlijk akkoord tussen VNG en SZW de ambitie vastgelegd dat SZW en VNG een extra impuls zullen geven aan het terugdringen van het aantal huishoudens met problematische schulden. SZW heeft naar aanleiding daarvan via het Gemeentefonds extra middelen beschikbaar gesteld. In het kader van de crisis wordt bovendien extra budget via een specifieke uitkering voor schuldhulpverlening aan gemeenten beschikbaar gesteld. Ik ga er vanuit dat gemeentelijke bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen voor de afspraken die zijn gemaakt en dat zij met effectief beleid en uitvoering kansen zullen benutten en creëren om mensen te activeren nu de conjuncturele ontwikkelingen gunstiger zijn dan vorig jaar verwacht.

Daarbij merk ik op dat voor het opvangen van eventuele tekorten de mogelijkheden over de breedte van de gemeentelijke begroting kunnen worden bezien. In dit verband wil ik er tevens op wijzen dat sinds de introductie van de WWB in 2004 het macrobudget forse overschotten heeft laten zien die ten goede zijn gekomen aan de gemeentelijke begroting.

Zie vindplaats officiele bekendmakingen.nl

woensdag 25 augustus 2010

"Toename wettelijke schuldsaneringen zet door"

Het aantal uitgesproken schuldsaneringen volgens de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen was in de eerste helft van dit jaar 20 procent hoger dan in de eerste helft van 2009. In het tweede halfjaar van 2009 lag het aantal uitspraken al 14 procent hoger dan een jaar ervoor. Dit zijn de hoogste stijgingspercentages sinds eind 2004. Het aantal uitspraken ligt echter nog altijd ver onder de periode van voor de wetswijziging van 1 januari 2008.

Doorgaans heeft ongeveer een op de vijf schuldsaneringen betrekking op (ex-)ondernemers. In deze groep was de stijging in het eerste halfjaar van 2010 naar verhouding veel groter dan bij particulieren. Het aantal uitspraken met betrekking tot (ex-)ondernemers was 32 procent hoger dan een jaar eerder. Bij particulieren was dat 18 procent. 

Tussen de provincies liepen de ontwikkelingen sterk uiteen. In Flevoland en Groningen werden in de eerste helft van 2010 relatief de meeste schuldsaneringen verleend. In Groningen groeide het aantal met 55 procent. Verreweg de sterkste stijging vond echter plaats in Zeeland: hier is het aantal uitspraken in de eerste helft van 2010 meer dan verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder. Toen werden relatief zeer weinig zaken uitgesproken doordat het aantal aanvragen laag was. Nu ligt daar het aantal op 31 per 100 duizend inwoners, gelijk aan het landelijke cijfer. Ook in Utrecht vond een forse stijging plaats, van 48 procent, maar nog steeds was dat de provincie met het laagste aantal schuldsaneringen per 100 duizend inwoners.

Het aantal schuldsaneringen in Den Haag en Rotterdam is in het eerste halfjaar van 2010 sterk gestegen: 41 procent ten opzichte van voorgaand jaar. In Amsterdam was sprake van een kleine toename, terwijl in Utrecht het aantal licht daalde.

Het relatieve aantal uitspraken was in het eerste halfjaar van 2010 het hoogst in Amsterdam (44 per 100 duizend inwoners). In Den Haag zijn 36 van de 100 duizend inwoners in de wettelijke schuldsanering terecht gekomen en in Rotterdam 20. Utrecht heeft naar verhouding de minste schuldsaneringen met 11 per 100 duizend inwoners.

zie persbericht CBS (met grafieken)

Debiteuren houden niet van "liefdesbrieven"

"Wanneer het over schulden gaat, ontstaat er discussie over hoe je dat aan moet pakken. "Je kunt je hoofd in het zand steken, maar daarmee los je je schuldproblemen niet op", legt Both uit. Hij adviseert een brief van een deurwaarder gewoon aan te pakken en waarschuwt dat de problemen anders alleen maar groter en groter worden. De mensen morren: 'We willen die post helemaal niet ontvangen' en 'van een kale kip kun je toch niet plukken'. Wanneer het over het betalen van huur gaat, zegt een vrouw van middelbare leeftijd: "Dit kunnen we overslaan, ik heb helemaal geen huis, dus ook geen huurproblemen."

Zie De Stentor

Meer schulden door legalisatie poker on line

De Adviescommissie Kansspelen meent dat het spelen van poker via internet gelegaliseerd zou moeten worden. ,,Het verslavingsrisico bij poker is lager dan bij andere casinospelen" laat de commissie weten.

Het is mij niet duidelijk op welk onderzoek deze constatering is gebaseerd. De Stichting Anonieme Gokkers Omgeving Gokkers Nederland (AGOG) betwist de stelling: ,,Juist het gebruik van internet kan het spel erg verslavend maken, omdat de spelers geen 'last' hebben van sociale controle. Ook is het internetcasino altijd bereikbaar, desnoods via een mobiele telefoon, en kunnen mensen eindeloos doorspelen.'' Zie ND

Aangezien kredietverstrekking bij poker op internet niet aan de orde zal zijn, ontstaan de schulden elders bijvoorbeeld bij de verhuurder, de bank, of de energieleverancier. Legalisering lijkt mij in dit opzicht in ieder geval geen goed idee. Aan eventuele legalisering zou wel de voorwaarde verbonden moeten worden dat personen zich kunnen aanmelden niet te worden toegelaten, zoals bijvoorbeeld in casino's ook gebeurt, zie link

dinsdag 24 augustus 2010

Preventief spreekuur Amersfoort voor startende werklozen

"Gemeente Amersfoort, UWV WERKbedrijf en Stadsring51, de organisatie voor schuldhulpverlening in Amersfoort, slaan de handen ineen om inwoners die onverwacht geconfronteerd worden met een terugval in inkomen van advies te dienen. Het project 'Financiën op orde na ontslag' is erop gericht deze mensen meer inzicht te geven in hun uitgavenpatroon en mogelijke besparingen daarbinnen. Met deze preventieve aanpak die appelleert aan het zelforganiserend vermogen van huishoudens richten partijen zich op een voor hen nieuwe doelgroep. Een aanpak die aanslaat, zo wijzen de eerste gesprekken uit".

Zie De Stad Amersfoort

maandag 23 augustus 2010

13 oktober: Vaste kamercommissie SZW

Tijd: 14:00 -17:00 uur
Plaats: Suze Groenewegzaal
Soort: Algemeen overleg
Armoedebeleid en schuldhulpverlening

Zie link

vrijdag 20 augustus 2010

Niet slechts twee kopjes thee

De NMA heeft gisteren het volgende persbericht gepubliceerd over de vraag of hypotheekrente in Nederland tot stand komt op basis van marktwerking.

"De afgelopen periode is er veel publiciteit geweest over de hoogte van de rentetarieven in Nederland die hypotheekverstrekkers rekenen. De Vereniging Eigen Huis en verschillende politieke partijen roepen op tot een onderzoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Hieronder volgt een reactie van de NMa op dit onderwerp.

De NMa monitort de financiële sector continu via haar Monitor Financiële Sector (MFS). In dat kader onderzoekt de NMa regelmatig verschillende rentetarieven, waaronder de rekening-couranttarieven voor het MKB en de hypotheekmarktrente. Over de tarieven voor rekening-courant heeft de NMa in maart 2009 haar bevindingen gepubliceerd.

De NMa onderzoekt momenteel de Nederlandse hypotheekmarkt op twee manieren. Allereerst voert de NMa een bondige quick scan uit naar de hoogte van de hypotheekrentes, de ontwikkeling van de marges in de hypotheekmarkt en eventuele verschillen met de ontwikkelingen in vergelijkbare landen. In de quick scan kijkt de NMa ook naar mogelijke verklaringen voor deze ontwikkelingen in Nederland en voor eventuele verschillen met andere landen. De quick scan zal naar verwachting in oktober gereed zijn.

De quick scan dient als basis voor een tweede, meer diepgaand, onderzoek naar de mate van concurrentie op de hypotheekmarkt. Hierin onderzoekt de NMa onder meer wat de marktstructuur is, in hoeverre de markt concurrerend is, welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden en wat de achtergronden daarvoor zijn. De NMa hoopt het tweede onderzoek binnen een half jaar af te ronden.

Elke concrete aanwijzing die wijst op onderlinge afstemming van gedragingen van banken, ontvangt de NMA graag".

Bij de NMA werken veel mensen die afkomstig zijn van het OM en dat is een geruststellend idee. De kans dat er na twee kopjes thee een formele verklaring wordt afgegeven dat er niets aan de hand is en over vijf jaar blijkt dat de markt van top tot teen is gemanipuleerd neemt daardoor af.

De DNB kan maar beter voorlopig helemaal niets meer zeggen want door het rapport Scheltema weten wat de uitspraken  van DNB waard zijn. Overigens ben ik van mening dat tegen Dirk Scheringa een strafrechtelijk  onderzoek wegens oplichting, woeker, stelselmatig schending van de zorgplicht,  en fraude zou moeten worden ingesteld waarbij ik mij niet kan onttrekken aan de gedachte dat de kans daarop kleiner zou kunnen zijn, omdat in de financiele branche nog veel meer (en machtiger) partijen zich aan deze praktijken hebben schuldig gemaakt en schuldig maken.

Zie ook dit interessante artikel in De Telegraaf, waarin dieper is gegraven in enkele aspecten van deze problematiek en onder meer aan de orde c.q. kaak is gesteld dat bankenn zijn gered met leningen tegen een laag tarief betaald door de belastingbetaler terwijl vervolgens het rentevoordeel in dank is aanvaard en anders dan in andere landen niet doorwerkt in de tarieven die consumenten betalen voor de hypotheek op hun woning.

donderdag 19 augustus 2010

"Wetenschap: de Praktijk roept je"

Nadja Jungmann schreef weer een column  voor sociaaltotaal over het belang van onderzoek voor de praktijk van de schuldhulpverlening:

"De komende periode staan de meeste afdelingshoofden voor de vraag hoe ze met gelijke of minder middelen meer mensen helpen en wat dit betekent voor hun werkwijze en mix van diensten en producten. In de afgelopen periode heb ik veel gemeenten begeleid hun werkprocessen te optimaliseren en nog eens kritisch te kijken of alle activiteiten, diensten en producten nou echt bijdragen aan de beoogde doelen. Bijna overal is er geld te bezuinigingen door de verspilling van tijd en geld die in elk proces sluipt weg te snijden. Maar in de huidige tijd is dat niet altijd genoeg. En dan komt de vraag op tafel: wat zijn onze verdere opties en welke effecten hebben die? Het antwoord zal op zijn best een educated guess zijn. We weten het vaak niet precies. Het ontbreekt ons in de schuldhulpverlening immers op alle fronten aan onderzoek dat uitwijst wat werkt. Wat voegt budgetbeheer nou precies toe? Met welke opzet van de intake verzamel je de meeste en meest betrouwbare informatie? Hoe kan je beoordelen of iemand de benodigde papieren zelf kan verzamelen en ordenen?

Ook ik heb groot vertrouwen in de inzichten en overtuigingen van ervaren afdelingshoofden, schuldhulpverleners en crediteuren. Bij wijzigingen in de uitvoering moeten we samen nadenken, wikken, wegen en besluiten. Maar in aanvulling daarop hoop ik dat de schuldhulpverlening in navolging van andere terreinen zoals de reclassering en jeugdzorg ook echt de keuze durft te maken voor investeringen in evidence based aanpakken. Dan hoeven we niet uit te leggen wat we denken te bereiken met wijzigingen maar kunnen we aantonen dat de voorgestelde andere aanpakken beter gaan werken dan de huidige aanpakken. We hoeven niet meer te zoeken naar verschillen en overeenkomsten in aanpak van succesvollere gemeenten om op basis van de 'zoek de verschillen-aanpak' veranderingen door te voeren.

Ervaring helpt ons aan beelden en categorieën die ons in staat stellen ons werk zo goed mogelijk te doen. Dat is heel waardevol, maar een gezonde combinatie van ervaring, gezond verstand en onderzochte aanpakken zal ons verder helpen. Onderzoek naar frauderisicoprofielen wees een tijdje geleden weer eens heel mooi uit dat ook de meest ervaren medewerkers eigen beelden van de 'gemiddelde' fraudeur hadden die op belangrijke onderdelen niet klopten met de werkelijkheid. Kortom, onderbouwde beelden van de toegevoegde waarde van aanpakken, diensten en producten zijn wat we ook in de schuldhulpverlening de komende periode nodig hebben. Met name hogescholen zijn steeds actiever op het terrein van de schuldhulpverlening. Zij hebben onderzoeksruimte en vooral behoefte aan voeding uit de praktijk. Laten we komend najaar uitwerken welke onderbouwde inzichten we nodig hebben zodat er onderzoek komt en ook de schuldhulpverlening over een jaar of drie niet alleen overtuigid is het goede te doen, maar dat ook aantoont. Dat is belangrijk voor mensen als Petra en Farida maar ook voor de afdelingshoofden van de afdelingen die hen met succes aan een schuldenvrije toekomst hielpen. Want gezien de grote bezuinigingen in gemeenteland, zal er de komende tijd zeker een strijd ontstaan om de schaarse middelen. En die strijd win je het makkelijkst als je aan kan tonen dat de investeringen ruim op wegen tegen de maatschappelijke baten!"

dinsdag 17 augustus 2010

"Als er twee schaapjes over de dam zijn, moeten er meer volgen"

Vandaag verscheen het Tijdschrift SchuldSanering met deze column van mijn hand:.

"Als er twee schaapjes over de dam zijn, moeten er meer volgen.

Voor velen, onder wie schrijver dezes is het een voortdurende doorn in het oog, dat rechtbanken schuldeisers die tot het laatst toe weigeren een deugdelijk aanbod tot schuldregeling te aanvaarden en in een procedure ex artikel 287a Fw tot medewerking moeten worden gedwongen niet in kosten gemoeid met het voeren van de procedure veroordelen.

In de eerste gepubliceerde procedure van de Rechtbank Rotterdam op 22 februari 2008 (wsnp.rvr.org kenmerk 2008-669) werd een kostenveroordeling toegekend ad EURO 452,00 (naar ik aanneem op basis van het zogenaamde Liquidatietarief voor Rechtbanken en Hoven), maar in dat geval werd de rechtsbijstand verleend door een advocaat. Daarna werd een standaardoverweging bij hulpverlening door het minnelijk traject: “veroordeelt de weigeraar in de kosten van de procedure tot op heden begroot op nihil”.

Recent echter veroordeelde de Rechtbank Maastricht in een uitspraak van 21 juni 2010, LJN BM 9283 de weigeraar (een deurwaarderskantoor) in een gedeelte van de kosten van de schuldhulpverlening in het minnelijk traject (Centraal Loket Schuldhulpverlening Heerlen). De deurwaarder verscheen niet op de zitting en had ook verder slecht gereageerd op de brieven van de schuldhulpverlening. Op de zitting verschenen de debiteuren, een vertegenwoordiger van de schuldhulpverlening en van het jongerenproject “Nu of Nooit”.

Omtrent de kosten overwoog de Rechtbank het volgende: “Bij de begroting van voormelde kosten zal de rechtbank aansluiten bij het bepaalde in artikel 238 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank zal de reiskosten van verzoeker bepalen op EURO 9,00 en diens verletkosten op nihil. De reiskosten van de vertegenwoordiging van het CLSH en het project “Nu of nooit” zal de rechtbank bepalen op EURO 18,00 en de toe te kennen noodzakelijke verletkosten van de vertegenwoordiger van het CLSH en de vertegenwoordiger van het project “Nu of nooit”op EURO 139,22 respectievelijk EURO 158,54”. Artikel 238 Rv geeft een regeling voor partijen die in persoon procederen en winnen die voorziet in toekenning van reis- & verletkosten.

Toen ik van deze uitspraak melding had gemaakt op mijn weblog kreeg ik van Zuidweg & Partners een nog niet gepubliceerde uitspraak ex artikel 287a Fw van de Rechtbank Zwolle-Lelystad toegezonden van 29 april 2010, waarbij de weigeraar (SNS-bank) was veroordeeld in de niet betwiste kosten van de procedure ad EURO 1.200,--, zijnde de kosten van Zuidweg & Partners “een onafhankelijke en deskundige partij”, gemoeid met “de voorbereiding en toetsing van het accoord” die de gemeente terzake aan de debiteur in rekening had gebracht.

In artikel 287 lid 6 Fw is expliciet de mogelijkheid van een de kostenveroordeling opgenomen. De memorie van toelichting bij wo 29942 merkt hierover expliciet op: “Als een in de minnelijke fase voorbereide maar niet tot stand gekomen schuldregeling alsnog met behulp van de rechter wordt aangenomen of vastgesteld, worden de schuldeisers die de regeling in de minnelijke fase hebben afgewezen, veroordeeld in de kosten (zoals de griffierechten) van de anvraagprocedure. De rechter heeft immers vastgesteld dat die weigering onterecht was. Deze kostenveroordeling moet een stimulans zijn om in het minnelijk traject tot een schuldregeling te komen”.

De rechterlijke macht heeft zonder enige noodzaak als regel artikel 287a lid 6 Fw tot een dode letter gemaakt, terwijl het voor schuldhulpverlenende instellingen heel veel extra werk is om een artikel 287a Fw-zaak tot in de puntjes voor te bereiden. Het is te hopen dat er in de toekomst vaker wordt gekozen de weigerachtige crediteur te laten betalen voor zijn onterechte tot op het gaatje volgehouden weigering. Een zwaluw maakt nog geen zomer, maar er zijn nu al twee schaapjes over de dam en hopelijk volgen er nog veel meer (en dan liefst zonder het juridisch kunst- en vliegwerk dat nu is ingezet). Ik kom hierop terug in een uitgebreider artikel in dit tijdschrift".

Maatschappelijke opvang dak- en thuislozen verbeterd

Op 11 augustus 2010 stuurde de minister van VWS een brief aan de Tweede Kamer over de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen. Er is in de G4 sprake van verbetering van de toestand na het Plan van aanpak Rijk/G4.

In de brief staan enkele passage over problematische schulden en schuldhulpverlening:

"Adequate schuldhulpverlening draagt bij aan het beperken van de instroom in de maatschappelijke opvang. Het kabinet heeft in 2009 maatregelen getroffen die de schuldhulpverlening in het algemeen aangaan, maar die naar verwachting ook ten goede zullen komen aan de aanpak van problematische schulden bij daklozen.

De eerste maatregel betreft de verbetering van de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Daartoe is in 2009 gewerkt aan de voorbereiding van het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit wetsvoorstel is op 21 januari 2010 ingediend bij de Tweede Kamer. Kern van dit wetsvoorstel is dat de gemeenteraad de taak krijgt plannen vast te stellen die richting geven aan de beslissingen die de gemeenteraad en het college van B&W nemen over het integrale karakter van de minnelijke schuldhulpverlening en de regierol van de gemeente daarbij. De hulpverlening moet daarbij toegesneden zijn op de individuele cliënt (maatwerk). Dit houdt in dat de schuldhulpverlening ook adequaat moet zijn voor groepen als bijvoorbeeld dak- en thuislozen, ex-gedetineerden en (licht) verstandelijk gehandicapten.

Een essentieel onderdeel van het wetsvoorstel is dat gemeenten integraal beleid moeten voeren. Schulden komen bijna nooit alleen. Vaak is er sprake van meerdere problemen die tegelijkertijd optreden. De schuldhulpverlening kan alleen dan effectief worden als tezamen met het oplossen van de schulden ook die achterliggende problemen worden aangepakt. Het gaat hier om bijvoorbeeld werkloosheid, verslavingen of een slechte gezondheid. De integrale schuldhulpverlening moet ook bestaan uit op preventie gerichte activiteiten. Hierbij gaat het onder meer om samenwerking met schuldeisers als woningcorporaties, die gericht is op het voorkómen van huisuitzettingen.

Als tweede hier te noemen maatregel heeft het kabinet voor de jaren 2009–2011 € 130 mln extra uitgetrokken voor schuldhulpverlening in verband met de economische crisis. Het bevat een aantal intensiveringen voor dit beleidsterrein rondom de schuldenproblematiek. Het betreft een bijdrage aan het UWV voor goede voorlichting en actieve verwijzing op de Werkpleinen voor mensen die werkloos zijn of dreigen te worden en het opvangen van het extra beroep op schuldhulpverlening die naar verwachting als gevolg van de crisis ontstaat door gemeenten daarvoor middelen beschikbaar te stellen. Daarnaast was een deel van de middelen bestemd voor het verbeteren van de effectiviteit van de schuldhulpverlening. Deze maatregel is erop gericht om vooruitlopend op de inwerkingtreding van het bovengenoemde wetsvoorstel gemeenten te ondersteunen bij het implementeren van onderdelen daarvan. Bij deze implementatie zal het kabinet gemeenten vragen in het bijzonder aandacht te besteden aan bijzondere doelgroepen, waaronder daklozen.

Huisuitzetting als gevolg van een opgebouwde huurschuld is een van de oorzaken van dakloosheid. Het voorkomen dat mensen een grote huurachterstand opbouwen en vervolgens uit hun huis worden gezet kan het beroep op maatschappelijke opvang doen afnemen. Uit onderzoek van Aedes blijkt dat het aantal huishoudens met een huurachterstand in 2008 (het meest recente jaar waarover gegevens beschikbaar zijn) is gedaald ten opzichte van 2007, maar dat het schuldbedrag is toegenomen. Dit onderzoek betreft alleen de huurders van bijna 2,4 miljoen corporatiewoningen. Eind 2007 hadden 237 000 huishoudens een huurachterstand. Eind 2008 waren dat er 213 000. Dit is een daling van 10%. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek ook een lichte toename van de totale huurachterstand. Dat duidt erop dat de corporaties er met een streng incassobeleid wel in slagen om het aantal huishoudens met achterstand terug te dringen, maar dat zij geen oplossing kunnen bieden voor de toename van de problematische schulden.

Wel leiden die schulden minder vaak tot een huisuitzetting. Het aantal huisuitzettingen bij woningcorporaties door huurachterstand (80% van het totale aantal huisuitzettingen) is in 2008 met ruim 12% gedaald ten opzichte van 2007 (van 6 705 naar 5 865). Die daling is te danken aan de verhoogde inzet van corporaties en hun lokale partners. Corporaties hadden in voorgaande jaren hun incassobeleid al aangescherpt zodat voorkomen werd dat schulden onnodig hoog opliepen. De laatste jaren is er ook steeds meer aandacht voor een gerichte benadering van mensen die toch schulden opbouwen, de «Er op af-aanpak». De ontwikkeling van het aantal huisuitzettingen sluit aan bij de trend die eerder al bij de G4 was ingezet".

vrijdag 13 augustus 2010

Insolventie-gen ontdekt: ik heb een gat in mijn hand maar dat kan ik niet helpen!

Volgens recent onderzoek is het Monoamino-oxidase A-gen oftewel MAOA mede bepalend voor de vraag of de drager een problematische schuldsituatie zal ontwikkelen.

Uit eerdere onderzoeken was al gebleken dat de mens twee MAOA-genen heeft en die kunnen ook nog eens van elkaar verschillen. Zo is het mogelijk dat het ene gen meer of minder MAOA laat aanmaken dan het andere. Uit dat eerdere onderzoek was ook reeds gebleken dat de genen die wat luier zijn en dus minder MAOA voortbrengen, leiden tot impulsief gedrag.Uit het nieuwe onderzoek blijkt dat mensen die een effectief en lui MAOA-gen hebben gemiddeld 7.8 procent vaker een schuld hebben dan mensen met twee effectieve MAOA-genen. Mensen met twee luie MAOA-genen hadden zelfs 15.9 procent meer schulden.

Zie Scientias.nl en Born into Debt: Gene Linked to Credit-Card Balances

"Hoewel de resultaten verbazingwekkend zijn, is het volgens de onderzoekers onmogelijk om op basis van de genen te achterhalen of iemand schulden heeft of niet. Het gen is namelijk niet de enige factor die meespeelt".

De Nederlandse wetgever noemt "verkwisting" als een van de gronden voor curatele in artikel 1:378 BW:

Een curandus schreef hierover een gedicht met de titel "Onder curatele", waaruit ik citeer:
"Toch, zie ik wel in, dat ik er goed aan gedaan
Heb, om hem te nemen.
Want, anders heb ik een gat in mijn hand,
En bij alle aanbiedingen per telefoon
Of aan de deur, zou ik verkocht zijn.
Nu kan dat niet.
Dat doet me geen verdriet.
Dus, ik wil meegeven, aan mensen
Die moeilijk met geld om kunnen gaan!
Mensen, denk erover na!
Voor, je helemaal zonder geld door het leven ga!"

Maar als je het gen niet hebt en toch in een problematische schuldsituatie komt, ben je dan eerder te kwader trouw?

donderdag 12 augustus 2010

Geen bijzondere bijstand voor advocaatkosten aanvraag Wsnp

De Centrale Raad van Beroep publiceerde vandaag een uitspraak  van 10 augustus 2010 waarin geen bijzondere bijstand werd toegekend voor de advocaatkosten bij aanvraag toelating Wsmp, zie LJN BN3897 .

Terecht! "Naar het oordeel van de Raad moet een aanvraag om toepassing van een schuldsaneringsregeling als bedoeld in de WSNP worden bestempeld als het treffen van een afbetalingsregeling in de zin van artikel 7 van het Brt. Dit betekent dat op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wrb en artikel 7 van het Brt vergoeding van de kosten van een aanvraag voor schuldsanering ingevolge de WSNP binnen de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk is aangemerkt. De Raad heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat gemeenten - en namens hen de gemeentelijke kredietbanken - op grond van de WSNP bij het doen van een aanvraag hulp dienen te verlenen".

VEH verzoekt NMA om onderzoek rentetarief hypotheken

Het FD meldt dat de Vereniging Eigen Huis de NMA heeft gevraagd een onderzoek in te stellen naar de tariefsvorming van de hypotheekrente.

Ook voor de problematische schuldsituaties is dit onderzoek van belang. Is de marktrente lager dan is er meer mogelijkheid tot herfinanciering van oude hypotheekschulden en dan stijgen vermoedelijk ook de marktprijzen van woningen, waarbij de overwaarde zou kunnen worden gebruikt voor financiering van een saneringskrediet.

dinsdag 10 augustus 2010

Geautomatiseerde kwijtschelding waterschapsbelasting op komst

Dankzij Martijn Schut die sinds gisteren gelukkig weer terug is aan het front, weet ik dat het voornemen bestaat om te komen tot geautomatiseerde kwijtschelding waterschapsbelasting die zelfs zou kunnen worden gekoppeld aan de kwijtschelding gemeentelijke belastingen.

Zie persbericht SZW

Zo zou het ook moeten in het kader van schuldhulpverlening in de relatie met alle crediteuren op voorwaarde dat het aanbod en de schuldhulp aan daaraan te stellen kwaliteitseisen voldoet. Hiermee is goud te verdienen voor crediteuren en debiteuren!

maandag 9 augustus 2010

Beun de schuldhulp verlenende Haas houdt vrij spel

"Het lukt niet een door alle partijen geaccepteerd systeem van certificering van de grond te krijgen.

Voor de schulphulpverlening is wel een officiële NEN-norm vastgesteld, maar er is voortdurend discussie over de inhoud daarvan. Intussen waagt bijna niemand zich aan een examen. Onlangs trok één van de twee bedrijven waar schuldhulpverleners een certificaat kunnen behalen zich terug van de markt. Het betreffende bedrijf, DNV, stopt met het afnemen van examens voor individuele schuldhulpverleners. Alleen organisaties kunnen zich er nog laten certificeren.

DNV (de letters staan voor Det Norske Veritas, een wereldwijd opererende dienstverlener op het gebied van risicomanagement) vindt dat de NEN-normen waar hun examenkandidaten aan moeten voldoen te weinig met de dagelijkse praktijk van schuldhulpverleners te maken hebben".

Sandra Olsthoorn schreef voor Binnenlands Bestuur een mooie column met de titel "Gediplomeerde schuldhulp ver weg",

Minister Donner schreef op 4 juni jl nog een optimistische brief over dit onderwerp aan de Tweede Kamer, zie link.

Op 20 juli 2010 schreef ik over de intrekking van de persoonscertificering door de NEN. Zie link
Zie ook mijn TvS column: "Ik ween om bloemen in de knop gebroken" (met volledige tekst column).     

Kwijtschelding wederrechtelijk voordeel wegens onvoldoende draagkracht

"Verzoeker heeft aangevoerd dat hij grote schulden heeft. Verzoeker heeft met verschillende bescheiden aangetoond dat hij onder meer een schuld van € 42.507,56 bij de gemeente Helmond heeft en dat hij een schuld van € 11.395,25 bij AGC gerechtsdeurwaarders & incasso heeft. Voorts heeft verzoeker aangevoerd dat hij een AOW-uitkering ontvangt. Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om vermindering of kwijtschelding van het nog openstaande bedrag van € 59.425,- omdat hij gelet op zijn schulden en zijn beperkte inkomen niet in staat is het openstaande bedrag te betalen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij thans en in de toekomst niet in staat is om aan zijn betalingsverplichting te voldoen omdat hij over onvoldoende draagkracht beschikt. Na oplegging van de maatregel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht bleek de gemeente Helmond een vordering op verzoeker te hebben. Thans bedraagt die vordering € 42.507,56. Voorts heeft verzoeker bij AGC gerechtsdeurwaarders & incasso een schuld opgebouwd van € 11.395,25. Verzoeker ontvangt een AOW-uitkering en is 70 jaar oud waardoor geen sprake meer is van verdiencapaciteit. Nu de rechtbank derhalve het niet waarschijnlijk acht dat verzoeker op de lange termijn wel over enige financiële draagkracht zal beschikken, ziet de rechtbank aanleiding het bedrag van de ontnemingsmaatregel en de bevolen vervangende hechtenis kwijt te schelden".

Rechtbank 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010, LJN BN3069

Deze uitspraak is te meer interessant beschouwd tegen de achtergrond van de discussie die SP-kamerlid Karbulut momenteel met de Minister van Justitie voert over CJIB-vorderingen betreffende schadevergoeding, zie link.

Zonder minnelijk traject en 285-verklaring niet in de Wsnp

""Het minnelijk traject is niet gestart. Er is geen verklaring als bedoeld in art. 285 lid 1 onder f Fw bijgevoegd. Zonder een verklaring dat de schuldenaar tevergeefs pogingen heeft ondernomen om met zijn schuldeisers tot een minnelijk vergelijk te komen kan de regeling evenwel niet van toepassing worden verklaard (Kamerstukken 11, vergaderjaar 1997/1998, 25672, nr.3 ). Het verzoek kan daarom niet in behandeling worden genomen, nu het niet aan de wettelijke eisen voldoet.

Wat betreft de door verzoekers aangevoerde redenen om het minnelijk traject niet te starten, overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt allereerst vast dat zij geen advies heeft gegeven over het aanvragen van toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De verwijzing van verzoekers naar hun persoonlijke omstandigheden vormt voorts onvoldoende reden om het minnelijk traject, met als doel het bereiken van een buitengerechtelijke schuldregeling, in het geheel niet te starten. Niet valt in te zien waarom verzoekers - al dan niet onder begeleiding van hulpverleners - niet een aanbod aan hun schuldeisers zouden kunnen doen om tot een akkoord te komen. Uit de bij de aanvraag gevoegde stukken blijkt immers dat verzoekers zeer welwillend zijn om uit de schulden te geraken en in staat zijn om gemaakt afspraken correct na te komen".

Zie Rb 's-Gravenhage 2 augustus 2010, LJN BN3248

Kamerlid Karabulut vraagt door over CJIB

Verleden week schreef ik over de antwoorden van Minister Hirsch Ballin op vragen van mevrouw Karabulut (SP) over vervangende hechtenis, zie link.

Mevrouw Karabulut geeft het niet op en vraagt door, zie link. Hulde!

Ik citeer enkele nadere vragen:

"Vraag 2 Waarom benadrukt u in uw antwoorden dat de vervangende hechtenis bij niet volledige betaling voortvloeit uit het arrest van het hof te Den Haag van 19 november 2009, terwijl dit geen bevoegdheid van de rechter is maar direct voortvloeit uit de wet?2 Ligt hieraan niet de gedachte ten grondslag dat iemand die niet bereid is te betalen, terwijl diegene daar wel toe in staat is, gedwongen moet worden te betalen? Wat heeft het dwangmiddel voor zin wanneer iemand wel wil, maar niet kan betalen? Bent u bereid de wet hierop aan te passen?"

" Vraag 6 Wanneer is er sprake van een «schrijnend geval», waarbij het CJIB af mag wijken van de termijn van 36 maanden? Wanneer het uitgangspunt is «dat de openstaande schuld daadwerkelijk moet worden voldaan», wat draagt hechtenis hier dan aan bij?"

"Vraag 6 Wanneer is er sprake van een «schrijnend geval», waarbij het CJIB af mag wijken van de termijn van 36 maanden? Wanneer het uitgangspunt is «dat de openstaande schuld daadwerkelijk moet worden voldaan», wat draagt hechtenis hier dan aan bij?"

vrijdag 6 augustus 2010

Regeling betalingsregelingen CJIB per 1 juli 2010

BIJLAGE 3. BETALINGSREGELINGEN

1. Indien uit het vonnis, het arrest of de strafbeschikking blijkt dat op grond van artikel 24a Sr aan veroordeelde/bestrafte een betalingsregeling is toegestaan, voert het CJIB die uit na de overdracht ter executie.

2. Na overdracht van vonnissen, arresten en strafbeschikkingen aan het CJIB behandelt het CJIB een van een veroordeelde/bestrafte of diens vertegenwoordiger afkomstig verzoek tot het treffen van een betalingsregeling. Een verzoek van een veroordeelde aan het (lokale) OM wordt dan ook niet door het (lokale) OM in behandeling genomen, maar onverwijld doorgezonden naar het CJIB. Alleen het CJIB is in opdracht van het OM bevoegd tot het treffen van een betalingsregeling voor vonnissen, arresten en strafbeschikkingen na de overdracht aan het CJIB.

3.Het CJIB treft in beginsel geen betalingsregelingen. Alleen op grond van bijzondere omstandigheden kan een verzoek gehonoreerd worden.

4.Een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling wordt in beginsel niet in behandeling genomen:
- als in een eerdere zaak (meer dan een jaar geleden) een betalingsregeling verwijtbaar niet is nagekomen;
- voor vorderingen waarvoor een kennisgeving van verhaal of een dwangbevel is uitgevaardigd; wanneer een dwangbevel is uitgevaardigd wordt verzoeker verwezen naar de behandelende deurwaarder die binnen de grenzen van de opdrachtverhouding met het CJIB een eigenstandige bevoegdheid heeft betalingsregelingen te treffen;
-voor vorderingen waarvoor een arrestatiebevel is uitgevaardigd of waarvoor de veroordeelde de vervangende hechtenis reeds ondergaat (of ingeval van cumulatie met Mulderzaken indien een dwangmiddel wordt toegepast)

5. Indien een verzoek, gelet op de onder punt 4 gestelde voorwaarden, wel in behandeling kan worden genomen, worden nog de navolgende randvoorwaarden gesteld:
- het verzoek wordt schriftelijk gedaan;
- alle voor de beoordeling relevante stukken zoals salarisstrook, inkomstenverklaring e.d. (in kopie) worden overgelegd;
- het totale openstaande bedrag van de vordering(en) moet hoger zijn dan € 225,-;

6. Bij beoordeling van het verzoek wordt uitgegaan van uiteindelijke betaling van 100 % van de vordering. Percentagevoorstellen tegen finale kwijting komen, gelet op de executieplicht van het Openbaar Ministerie, in beginsel niet voor honorering in aanmerking. Dit geldt eveneens voor voorstellen die in een minnelijke fase van een schuldsanering door of namens veroordeelde worden gedaan.

7. Ingeval van honorering zijn de volgende vormen van betalingsregeling mogelijk:
- termijnbetalingsregeling
- uitstel van betaling

8. Een termijnbetalingsregeling bestaat zoveel mogelijk uit gelijke maandelijkse termijnen.

9. De termijn waarbinnen volledige betaling moet zijn gerealiseerd is in beginsel maximaal 12 maanden. In bijzondere gevallen kan de termijn worden verlengd tot maximaal 36 maanden. Dit is echter alleen mogelijk indien binnen de afgesproken termijn betaling van de gehele vordering aannemelijk is. Slechts in uitzonderingsgevallen, waarbij sprake is van een schrijnende situatie, kan van de termijn van maximaal 36 maanden worden afgeweken. In dat geval wordt maatwerk toegepast in het individuele geval. Bij het vaststellen van de maandelijkse termijnbedragen wordt rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde/bestrafte.

10. Een uitstel van betaling wordt slechts over een zo kort mogelijke periode verleend. Uitstel van betaling wordt in beginsel alleen verleend wanneer binnen afzienbare tijd zicht is op (deel)betaling. Uitstel van betaling voor onbepaalde duur wordt niet verleend. Detentie is op zichzelf geen reden om uitstel van betaling te verlenen.

11. Het niet stipt nakomen van de voorwaarden van een betalingsregeling heeft tot gevolg dat deze vervalt en dat het nog openstaande bedrag onmiddellijk in zijn geheel opeisbaar wordt.

12. Voor zaken die onder het toepassingsbereik vallen van het convenant tussen het CJIB en de NVVK (dan wel overige schuldhulpverlenende instanties welke onder de reikwijdte van het convenant vallen) kan worden afgeweken van bovenstaande bepalingen. De gedragscode Schuldregeling van de NVVK is van toepassing. Na het sluiten van een overeenkomst tot schuldregeling met een gemeentelijke kredietbank, publieke of private instelling voor schuldregeling die bij de NVVK is aangesloten geldt dat na reguliere beëindiging van de schuldregelingsovereenkomst de restantvordering aan het CJIB opeisbaar wordt. Ten aanzien van de restantvordering geldt dat deze, mits aan de voorwaarden is voldaan, via een betalingsregeling met het CJIB kan worden betaald".
 
Opmerking: zie ook deze link

Minister van Justitie antwoord op kamervragen Karabulut betreffende vervangende hechtenis

"De taak van het CJIB is om uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechter. Daarbij kan het CJIB een betalingstermijn van 36 maanden voorstellen, en in schrijnende gevallen kan deze nog verder worden verlengd.Uitgangspunt hierbij is wel dat de openstaande schuld daadwerkelijk moet worden voldaan.

Als het CJIB zou instemmen met dermate lange betalingstermijnen dat betaling van de schuld onmogelijk of zeer onzeker wordt dan komt dit er in feite op neer dat het CJIB een deel van de schuld kwijtscheldt. Een dergelijke beslissing is niet aan het CJIB, maar aan de rechter".

"Waar nodig moet er maatwerk worden geboden, maar een betalingsregeling moet wel passen binnen de uitspraak van de rechter en kan daarom niet zodanig soepel zijn dat er de facto van een gedeeltelijke kwijtscheldingsprake is. Blijkens een arrest van het Hof Den Haag van 21 augustus 2009 kan in bepaalde gevallen het onvermogen van de veroordeelde om een op te leggen schadevergoedingsmaatregel te betalen, leiden tot een matiging van deze maatregel. Het CJIB kan het bedrag van de schadevergoeding niet matigen.

Het nieuwe betalingsregelingenbeleid dat is opgenomen bij de Aanwijzing executie verruimt de mogelijkheden voor het CJIB om een passende betalingstermijn af te spreken. Afhankelijk van de draagkracht kan deze termijn tot 36 maanden worden verlengd, maar ook langer als dat in een schrijnend geval nodig is. In het geval van betrokkene bleek echter dat zelfs wanneer de volledige periode binnen de executieverjaringstermijn (die eindigt op 4 december 2025) zou worden benut, dit alsnog in een voor haar niet op te brengen maandbedrag zou resulteren".

Zie ‘Aanwijzing executie (vervangende) vrijheidsstraffen, taakstraffen van meerderjarigen, geldboetes, schadevergoedings- en ontnemingsmaatregelen, europese geldelijke sancties en toepassing voorwaardelijke
invrijheidsstelling’, Staatscourant 2010 nr. 9605, 23 juni 2010. Bijlage 3, ‘betalingsregelingen’, onder 9.

Voor antwoorden op Kamervragen, zie deze link