woensdag 31 december 2008

Schuldhulpverlening Zijpe naar intergemeentelijke sociale dienst

De gemeente Zijpe maakt vandaag bekend te hebben besloten de uitvoering van de schuldhulpverlening per 1 januari 2009 over te dragen aan de Intergemeentelijke Sociale Dienst Kop van Noord-Holland (ISD-KNH). De ISD-KNH gaat met ingang van 1 januari 2009 de regie voeren over de schuldhulpverlening. Zie persbericht

In de organisatie van de schuldhulpverlening zijn momenteel verschillende trends te signaleren. In dit geval is sprake van schaalvergroting naar het niveau van de gemeenschappelijke gemeentelijke regeling. In andere gevallen is sprake van openbare aanbesteding, waarbij doorgaans privaatrechtelijke rechtspersonen de opdracht tot uitvoering van de schuldhulpverlening krijgen. In weer andere gevallen is sprake van een gemeentelijke of intergemeentelijke kredietbank, welke banken ook wel plegen deel te nemen aan openbare aanbestedingen. De uiteenlopende structuren bemoeilijken de vergelijking van de kosten.

Het is een interessante en relevante vraag hoe transparant zou kunnen worden gemaakt wat de prijs per traject is (trouwens tegelijk met de duur van het traject en de effectiviteit van het traject (waarbij een stabilisatie niet wordt aangemerkt als definitieve oplossing!)).

In het nieuwe jaar zal aan deze aspecten zeker meer aandacht worden besteed zowel in het kader van de formulering van de wettelijke zorgplicht als in het door de rijksoverheid uit te oefenen toezicht op de uitvoering, die steeds meer geld heeft gekregen en krijgt en waarvan verwacht mag worden, dat er dan ook wordt gepresteerd op kwantitatief en kwalitatief aanvaardbaar niveau.

Ook wat de schuldhulpverlening betreft gaan wij in het nieuwe jaar weer interessante tijden tegemoet.

dinsdag 30 december 2008

Mededeling SZW Armoede en schulden 2009

Armoede en Schulden

In 2009 komt ruim € 66 miljoen beschikbaar voor armoedebestrijding en schuldhulpverlening van de € 350 miljoen in de hele kabinetsperiode.

De langdurigheidstoeslag wordt per 1 januari 2009 vanuit het Rijk overgeheveld naar de gemeenten. Gemeenten zijn voortaan zelf verantwoordelijk voor de invulling van de kerncriteria “langdurig” en “laag inkomen”, evenals voor de hoogte van de langdurigheidstoeslag. Zij kunnen zo nog beter een op re-integratie en bestrijding van armoede toegespitst beleid voeren.

Ook krijgen gemeenten ruimere mogelijkheden voor categoriale bijzondere bijstand bij gerichte ondersteuning van gezinnen met schoolgaande kinderen.

Het kabinet wil het aantal kinderen dat maatschappelijk niet mee kan doen als gevolg van de financiële omstandigheden van het gezin, deze kabinetsperiode met de helft terugbrengen. Met 202 gemeenten zijn daar inmiddels afspraken over gemaakt.

Voorkomen van schulden

Per 1 januari 2009 is wettelijk geregeld dat mensen automatisch hun gemeentelijke belastingen kwijtgescholden krijgen als te verwachten is dat ze daarvoor in aanmerking blijven komen.

In de loop van 2009 komt er een betere registratie van schulden en betalingsachterstanden bij het nieuwe landelijk informatiecentrum schulden (LIS). Doordat meer bekend is over de kredietwaardigheid van mensen kan worden voorkomen dat mensen te veel lenen.

Per 1 januari 2009 worden onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Financiën de regels voor kredietreclames aangescherpt. Reclames worden voorzien van een waarschuwing.

Vindplaats: website SZW

maandag 29 december 2008

Schuldhulpverlening Leidschendam-Voorburg gegund aan Conclusion

Op 16 december 2008 is gepubliceerd dat de Gemeente Leidschendam-Voorburg de schuldhulpverlening heeft vergund aan Conclusion B.V. te Utrecht.

Conclusion B.V. voert ook voor enkele andere gemeenten de schuldhulpverlening uit waaronder de gemeenten Hoorn en Maassluis.

Lezers die willen deelnemen aan openbare aanbestedingen schuldhulpverlening dienen de aankondigingen te volgen die worden geplaatst op aanbestedingskalender.nl met het zoekwoord schuldhulp.

Eerder deed Nadja Jungmann samen met Jan Telgen onderzoek naar de aanbesteding van schuldhulpverlening, waarover ook op deze website is gepubliceerd.

Convenant tegengaan ontruimingen gemeenten Werkendam en Woudrichem

Op dinsdag 6 januari 2009 om 15.00 uur wordt een convenant ondertekend in het gemeentehuis van Werkendam, gesloten door bemiddeling door het Meldpunt Schuldhulpverlening Werkendam-Woudrichem (MSW).

De bedoeling is te komen tot vroegtijdige signalering van schuldenproblematiek waarbij zoveel mogelijk het oplopen van de schulden (ook met rente en kosten) en ontruiming worden voorkomen. In het convenant is onder meer vastgelegd op welk moment de woningbouwcorporatie de huurder met betalingsachterstand naar het MSW verwijst.

MSW heeft contact gezocht met drie woningbouwcorporaties die in gemeenten actief zijn, te weten Woonlinie, Méander en Woonstichting Land van Altena, waarna deze met de twee gemeenten het convenant zijn aangegaan.

Zie persbericht Gemeente Werkendam

SP Amsterdam: ook hulpverlening bij schulden lager dan EURO 2000

De Gemeenteraad van Amsterdam heeft vrijwel unaniem een voorstel van SP-raadslid Boelhouwer aangenomen, dat schuldhulpverlening ook mogelijk moet zijn voor personen met een schuldenpakket lager dan EURO 2000,00.

Zie website SP Amsterdam:
“Uit de Armoedemonitor 2008 blijkt dat het percentage minima met schulden sinds 2002 fors gestegen is: van 12% in 2002 naar 22% in 2007. Boelhouwer. "De uitkeringen zijn de laatste jaren niet gestegen, en allerlei noodzakelijke vaste lasten als huur, ziektekosten en energie wel. Mensen met een uitkering kunnen zo makkelijk de schulden ingroeien. Om aanmaningskosten, incassokosten en proceskosten te voorkomen moeten deze mensen zo snel mogelijk uit de schulden geholpen worden. Anders worden schulden alleen maar gestapeld”.

Aannemend dat er middelen voor schuldhulpverlening beschikbaar zijn is het een goed idee zo snel mogelijk schuldhulpverlening in te schakelen om te voorkomen dat er schulden bijkomen en om te zorgen voor een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen over de diverse schuldeisers. Juist als de brand nog klein is, is de brandweer eerder klaar met blussen. Ook een schuld van “slechts” EURO 2000,00 kan door de debiteur niet op te lossen zijn, als een schuldeiser onredelijke / onmogelijk voorwaarden aan de terugbetaling verbindt.

Voorbeelden van dergelijke kleinere schulden kunnen zijn een onverwacht hoge jaar-afrekening van energiekosten. Daarbij is een pre pay-arrangement een goede mogelijkheid om het ontstaan van nieuwe energieschulden te voorkomen, hoewel deze optie nog wel onderhevig blijkt te zijn aan kinderziekten, zie ook het weblog “De gasmunt revisited”.

Discussiegroep schuldhulpverlening opgericht door Martijn Schut

Martijn Schut heeft met Nibud en Stimulansz het prijzenswaardig initiatief genomen tot oprichting van een discussiegroep over schuldhulpverlening genomen op het domein van LinkedIn.

Aanmelding (voor kennisname en / of actieve deelname) is mogelijk door deze link.

Wetsvoorstel wijziging GBA aangenomen door Eerste Kamer

Op 23 december 2008 heeft de Eerste Kamer zonder hoofdelijke stemming (als hamerstuk ) het wetsvoorstel 31.563 aangenomen tot Wijziging van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Met dit wetsvoorstel wordt een wettelijke basis gelegd voor het verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) aan bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen instellingen voor schulden- en kredietregistratie met als doelstelling het voorkomen van overkreditering dan wel problematische schuldsituaties bij natuurlijke personen.
De aanleiding voor dit voorstel is de groeiende schuldenproblematiek van burgers in Nederland. Dat de schuldenproblematiek de laatste jaren fors is toegenomen, blijkt onder andere uit de toename van het aantal mensen met schulden dat om hulp verzoekt. Ook de hoogte van de schuld en het aantal schuldeisers bij een schuldensituatie is toegenomen. Het schuldenprobleem is complex en urgent en de maatschappelijke kosten van onbetaalde schulden zijn hoog. Uitbreiding en verbetering van schulden- en kredietregistratie is één van de voorgestelde maatregelen om problematische schulden en overkreditering te voorkomen. Het initiatief van een aantal marktpartijen tot oprichting van een Landelijk Informatiesysteem Schulden (LIS), naast het reeds bestaande Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) dat is ondergebracht bij de Stichting Bureau Kredietregistratie (BKR), past in dit beleid. Zij mogen de gegevens uit de basisadministratie echter uitsluitend verwerken met het oog op de verificatie van de identiteit van de betrokkenen bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen of een traject van schuldhulpverlening.

Belastingdienst en NVB ontwikkelen nieuw instrument belastinginning

Deze maand verschenen ook berichten dat de belastingdienst met de NVB een overeenkomst heeft gesloten waarbij de belastingdienst maximaal drie keer EURO 1000,00 per maand van bankrekeningen mag halen

Ook hier geeft een woordvoerder van de belastingdienst aanvullende informatie. “Voordat de fiscus aan een bankrekening mag komen, moet de 'notoire wanbetaler' in kwestie eerst twee aanmaningen en daarop volgend een dwangbevel hebben gekregen. Daarna volgt nog een aankondigingsbrief met het bericht dat de fiscus geld van de rekening gaat halen. 'De wanbetaler krijgt ruim de tijd, het achterstallige bedrag alsnog te betalen”. Maar wat als de debiteur dat geld niet heeft en niet kan krijgen?

Ook hier doemen dus donkere wolken op voor debiteuren in problematische schuldsituaties. Krijgen we nu dat drie keer maandelijks de WWB-uitkering van de rekening wordt gehaald en daarna middels bijzondere bijstand de gemeente voor haar ingezetenen achterstallige belastingschulden aan de rijksoverheid voldoet? Te verwachten is dat debiteuren wier leefgeld van de rekening is gehaald in looppas naar de voedselbank moeten en mogelijk ook nog worden ontruimd aangezien bijzondere bijstand als regel niet direct beschikbaar is.

Als de proef slaagt (en dat gaat vast wel lukken!) zullen ook gemeenten en waterschappen dit nieuwe incasso-instrument gaan gebruiken.

Geconstateerd moet worden dat preferente crediteuren een inhaalslag maken om hun positie ten opzichte van de concurrentie schuldeisers te verbeteren. Dat gaat bijvoorbeeld ook gebeuren met de achterstand premie zorgverzekering, waarbij met boete en bronheffing op inkomen of uitkering een voorstandspositie wordt gecreëerd. Eerder ging ik al in op het verbod van kentekenregistratie voor debiteuren achterstanden wegenbelasting. 2009 wordt ook in debiteurenland een moeilijk jaar.

Tenslotte, de gedienstigheid van de NVB is ook opvallend. Nadere informatie lijkt geïndiceerd hoe een en ander exact juridisch is geregeld. Lpmt dit in de Leidraad Invordering? Misschien een reden voor Kamervragen –om te beginnen?

Met dank aan de heer Wim Deen, directeur van de Stadsbank Midden-Nederland, die mij op deze problematiek attendeerde. Suggesties en informatie worden steeds gaarne ingewacht.

zaterdag 27 december 2008

Geen nieuwe kentekenregistratie bij Wegenbelastingschuld

Gisteren meldde een aantal periodieken dat 8500 personen in Nederland geen kenteken meer op hun naam gesteld krijgen, totdat hun schuld terzake van de Wegenbelasting is betaald.

De Telegraaf heeft gesproken met een woordvoerder namens de belastingdienst: “Met het project kentekenblokkering is vorig jaar enkele maanden proefgedraaid in de belastingdienstregio's Oost, Rijnmond en Haaglanden. In juli van dit jaar werd het landelijk ingevoerd”.

Wanneer wordt dit middel ingezet? “"Uiteraard gaan we niet zomaar tot actie over. Dan moet iemand het wel erg bont hebben gemaakt", aldus de zegsvrouw van de Belastingdienst. "We geven mensen altijd ruimschoots de gelegenheid om te betalen. Zo sturen we ze onder meer betalingsherinneringen."

Vraag rijst hoe de regelgeving en de rechtsbescherming in elkaar zit?
- wanneer wordt de mogelijkheid van kentekenregistratie ontzegd?
- speelt daarbij een of de debiteur een beroep op (geregistreerde !) schuldhulpverlening heeft gedaan?
- zo ja, hoe wordt dan de betaling van de nieuwe schulden geregeld?

Als je het “al erg bont hebt gemaakt” door niet onmiddellijk op een betalingsherinnering te reageren (die meestal door crediteuren alleen nog bij gewone post worden verzonden, aangezien het instrument aangetekende brief voor sommaties inmiddels zo ongeveer is afgeschaft behoudens in de advocatuur) voorzie ik dat volgend jaar velen zullen worden uitgesloten van kentekenregistratie. Vraag die dan rijst is wat de wettelijke grondslag is van deze nieuwe sanctie. Komt dit in de Leidraad Invordering?

Ik voorzie dat ook in debiteurenland 2009 geen eenvoudig jaar wordt, waarover in de komende bijdragen meer.

woensdag 24 december 2008

Weblog gemeente.nu: Pas op voor wachtlijst-emigratie naar de stabilisatiefase!

Vandaag verschijnt op de website van Elsevier voor de overheid gemeente.nu een column van mijn hand over de gevaren, dat debiteuren in de schuldhulpverlening eerst verhuizen van de wachtlijst naar de stabilisatiefase en vervolgens te lang in de stabilisatiefase blijven hangen.

maandag 22 december 2008

HKZ-normen shv kennen geen looptijdbepaling

Martijn Schut heeft op zijn weblog het onderwerp certificering van schuldhulpverlening nog wat verder uitgewerkt op een wijze waarop ik ook lezers van dit weblog gaarne wil attenderen.

Het blijkt dat de HKZ-normen geen bepaling over de looptijd behelzen; zoals dat ook had mogen worden verwacht bij certificering die is bedoeld om de kwaliteit van de schuldhulphulpverlening te regelen en die niet de pretentie heeft van quasi-wetgeving in afwijking van de wet in formele zin (Faillissementswet).

De HKZ-normen worden daarmee vermoedelijk een goed alternatief voor de NEN-norm en verdienen in de vervolg-discussie die nu in andere geledingen dan de NEN-Commissie en de ledenvergadering van de NVVK gevoerd zal gaan worden, alle aandacht als reëel alternatief.

"Battle of Norms"?

De Stichting Harmonisatie Kwaliteitsbeoordeling in de Zorgsector (Stichting HKZ) gaat ook een norm schuldhulpverlening uitbrengen.

Het HKZ certificatieschema Maatschappelijke Hulp- en Dienstverlening wordt momenteel herzien, mede op basis van de aangescherpte richtlijnen van de normcommissie Schuldhulpverlening. In de vernieuwde versie, die begin 2009 beschikbaar komt, is schuldhulpverlening opgenomen als onderdeel van maatschappelijke hulp- en dienstverlening”.

“Organisaties kunnen kiezen uit één van beide keurmerken, maar ze zijn ook naast elkaar te gebruiken. Hierdoor worden de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de organisatie voor iedereen duidelijk”.

Misschien dat deze nieuwe norm de wettelijke regels over de looptijd wel respecteert, in welk geval het HKZ-keurmerk aan waarde zou winnen boven de NEN-norm. Het is beter een norm te bepalen aan de hand van kwaliteitscriteria dan op consensuele basis temidden van partijenstrijd.

Wij blijven de ontwikkelingen in het certificeringsveld met veel belangstellingen volgen en zullen daaraan onder meer op dit weblog ook een bijdrage blijven leveren .

Zie persbericht

donderdag 18 december 2008

Vlaamse suggestie voor gemeentelijke schuldhulpverlening

De Telegraaf meldt, dat de Oost-Vlaamse gemeente Herzele alle schulden van bewoners bij de sociale dienst heeft kwijtgescholden.

De Vereniging van Vlaamse Gemeente is hierover niet enthousiast, aangezien dit in de visie van de gemeente “een bonus inhoudt voor mensen die schulden maken”. Ook in de Belgische krant "De Morgen" staat hierover een zeer critische beschouwing met de titel “Kerstman van Herzele kocht verkeerd cadeau. De Standaard acht het niet juist “iedereen de status van slachtoffer te geven”.

Het is ietwat ongenuanceerd te stellen dat schulden door uitkeringsgerechtigden als regel niet worden betaald krachtens wilsbesluit. Wie actief is in schuldhulpverlening weten dat niet zelden mensen met een inkomen op bijstandsniveau wegzakken in een toenemende schuldenlast, waaruit zeker als schulden ook nog eens extra geld gaan kosten in de vorm van incassokosten en rente, geen ontsnapping meer mogelijk is.

In Nederland word ook de discussie gevoerd of het verschijnsel leenbijstand moet worden beperkt aangezien de debiteur als regel toch niet terugbetaling in staat is en de incasso ook weer tijd en kosten vraagt, waartegenover geen opbrengst staat. Staatssecretaris Aboutaleb heeft bij herhaling aangegeven dat het de voorkeur verdient geen leenbijstand te verstrekken, ook in verband met de uitvoeringskosten.

Hoe het in Herzele precies zit, weten we niet; in ieder geval is collectieve kwijtschelding soms een goed middel weer verder te kunnen en perspectief terug te krijgen, ook als het niet direct gepaard gaat met budgetbegeleiding, schuldpreventie en andere flankerende maatregelen. We moeten ergens beginnen en een niet-gratuit gebaar kan ook een positieve impuls betekenen om de debiteur de moed te geven in het nieuwe jaar opnieuw te gaan proberen zijn levensomstandigheden meer in eigen hand te nemen dan het voorafgaande jaar het geval is geweest. Hulpverleners zijn goed, maar gedragsverandering begint bij een vast wilsbesluit. Zo rond het Kerstfeest en de jaarwisseling is dat zeker niet zo’n slecht idee, voor niemand trouwens.

woensdag 17 december 2008

Geluiden uit gemeenteland over verlenging looptijd NEN-norm

Op het met de dag boeiender weblog van Martijn Schut is vandaag een interessante nadere beschouwing over de looptijd-problematiek geplaatst. Uit het commentaar van Martijn Schut:

Vooral vanuit gemeenteland worden er vraagtekens gezet bij het verlengen van de looptijd. Argumenten die ik o.a. per mail ontving:
- De nieuwe normering is vooral gericht op de belangen van schuldeisers en doet geen recht aan de complexiteit van schuldsituaties- Tegenover de verlengde looptijd van 3 naar 5 jaar (in 25 %) van de gevallen staat geen verplichting om in de overige 75% van de schuldregelingsvoorstellen akkoord te gaan.
- Uit onderzoek van o.a. het Nibud is meer dan eens gebleken dat mensen maximaal 3 jaar op het minimumniveau kunnen leven. Bij een langere periode komt het perspectief op verbetering te ver weg te liggen. De ruimte van 50 % die ontstaat na 3 jaar biedt hierin te weinig soelaas.
- De NEN gaat uit van het werken met een vast aflossingsbedrag: eenmaal vastgesteld kan dit niet meer worden gewijzigd. Dit wordt als een voordeel gebracht: Immers een verbetering van de inkomenspositie na het tot stand komen van de regeling vloeit zo terug naar de schuldenaar.Echter bij een nadelige inkomenswijziging betekent dit een verlenging van de aflossingstermijn omdat het vooraf afgesproken bedrag (op basis van 36 x de vastgestelde aflossing per maand) moet worden afgelost. Je kunt hierbij uitzondering wel van afwijken, mits schuldeisers hiermee akkoord gaan, maar dat is voor de totale groep geen oplossing en brengt onnodig veel werk met zich mee.
- De kosten voor gemeenten zullen toenemen: er moet langer een vorm van budgetbeheer plaatsvinden en de verwachting is ook dat er een groter beroep zal worden gedaan op armoede ondersteunende regelingen.

Alweer een doordacht geluid dat leidt tot bezorgdheid over de toekomstige situatie.

Reactie bureau WSNP Kerstbonus

Van het altijd pijlsnelle bureau WSNP begrijp ik, dat WSNP-bewindvoerders bij e-mailbericht van 10 december 2008 is medegedeeld, dat, wanneer de Kerstbonus via bijzondere bijstand wordt uitgekeerd, deze aan de schuldenaren moet worden gelaten. Er mag immers geen beslag gelegd worden op inkomsten waarvoor een beslagverbod geldt.

Zou dit in het minnelijk traject anders worden gedaan? Misschien staat er in de voor EURO 150,00 verkrijgbare NEN-norm wel dat dit bedrag op de saneringsrekening moet worden gestort? Wettelijke regelingen waren in de overwegingen van de commissie immers van minder belang dan het bereiken van consensus ....

Kamervragen SP over beslag op Kerstuitkering minima

Op 15 december 2008 heeft SP-Kamerlid mevrouw S. Karabulut vragen gesteld aan de Staatssecretaris van SZW over de status van de Kerst-uitkering ad EURO 50,-- voor personen met een minimum-inkomen, die kennelijk door sommige gemeenten niet aan de rechthebbende, maar aan de WSNP-bewindvoerder betaalbaar wordt gesteld.

De vragen luiden als volgt:

Wat is uw oordeel over het bericht dat in sommige gemeenten door de schuldsanering of Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) beslag wordt gelegd op de eindejaarsuitkering van 50 euro voor minima?1

Hebt u de gemeenten op de hoogte gesteld van het feit dat er wettelijk gezien geen beslag mag worden gelegd op de eindejaarsuitkering van € 50,00? Zo neen, waarom niet?


De zogenaamde Kerst-uitkering is bestemd voor huishoudens met een minimum inkomen tot 120% van het sociaal minimum.

De kamervragen zijn in het documentatiesysteem van de Tweede Kamer geregistreerd onder nummer 2080907770.

dinsdag 16 december 2008

Reactie NVVK-voorzitter Jaarsma looptijd NEN-norm

De NVB heeft geen voorwaarden gesteld om deel te nemen aan de commissie.
De normcommissie besluit over alle punten middels consensus. Het gaat niet om de meerderheid. Over het punt looptijd liepen de meningen erg uiteen. Niet alleen schuldeisers, maar ook schuldhulpverleners in de commissie waren voorstander van oprekken van de looptijd naar standaard vijf jaar. De NVVK heeft lang in de loopgraven gelegen om de 36 maanden vast te houden. Wij hebben het niet zomaar weggegeven, zoals jij suggereert op je weblog. Maar er moest een oplossing komen waarover consensus zou komen. Deze oplossing, waarbij de NVVK voor 75% van de klanten alsnog 36 maanden looptijd, en voor 25% 36 maanden 100% aflossing en maximaal 24 maanden 50% aflossing uit het vuur heeft gesleept, is dan een hele goede gezien het uitgangspunt van beide kampen. Het onderhandelingstraject heeft meer dan een jaar geduurd, het is dus niet op een achternamiddag "geregeld".

Of je het eindresultaat nu goed vind of niet, het is realiteit dat de NVVK niet vast kon blijven houden aan 36 maanden. Er moest geschoven worden voor consensus. Dan kun je uiteindelijk beter onderhandelen en een zo goed mogelijk resultaat er uit slepen, dan niets te doen. De NVVK heeft haar verantwoordelijkheid genomen en er voor gezorgd dat er een acceptabele looptijd in de norm staat. Hadden we dit niet gedaan was de looptijd niet beschreven geweest en had de looptijd open gelegen, met alle gevolgen voor de klanten van dien.

Ger Jaarsma

Rb Zuthpen: geen opheffing beslag bij VoVo

De Rechtbank Zutphen heeft een interessante uitspraak gewezen over de vraag of beslagen kunnen worden opgeheven in het kader van de zogenaamde minnelijke middelen, in dit geval de voorlopige voorziening ex artikel 285 lid 4 Fw. De uitspraak dateert van 8 oktober 2008 en is op 15 december 2008 gepubliceerd.

De zaak had betrekking op een werknemer van de belastingdienst bij wie inmiddels een aantal beslagen was gelegd en die opheffing van beslagen vorderde omdat gegeven het integriteitsbeleid van de belastingdienst samenloop van beslagen kan leiden tot ontslag. In de 285 Fw-verklaring gaf betrokkene aan verslaafd te zijn (geweest?) aan telefoon-seks. De debiteur vorderde opheffing van beslagen en verbod van voortzetting executie omdat hij zijn werk zou kunnen verliezen.

De Rechtbank weigert de beslagen op te heffen:

De voorlopige voorziening, waarbij een spoedeisend belang moet worden gesteld en zo nodig bewezen, staat dus in rechtstreeks verband met het toelatingsverzoek. Uit het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, kan voorts worden afgeleid dat het gaat om een voorlopige voorziening voor betrekkelijk korte tijd, namelijk ter overbrugging van de periode tussen het tijdstip van indiening van het toelatingsverzoek en de beslissing daarop. Dat de voorlopige voorziening als een noodvoorziening moet worden beschouwd, blijkt tevens uit de omstandigheid dat de wet niet voorschrijft dat verzoeker en belanghebbenden worden opgeroepen om op het verzoek tot het treffen van de voorlopige voorziening te worden gehoord. Niet voorstelbaar is dat een rechter een beslag kan opheffen zonder toepassing van hoor en wederhoor. 4.11. Opheffing van een beslag door de rechter doet een nieuwe rechtstoestand van het beslagen goed ontstaan. Zo een beslissing van constitutieve aard is uitdrukkelijk voorbehouden aan de bodemrechter en, bij wijze van uitzondering en onder zeer bijzondere omstandigheden, ook aan de voorzieningenrechter. Het systeem van de wet verzet zich ertegen dat bij de insolventierechter om opheffing van een beslag kan worden gevraagd. Artikel 287b Fw laat heel uitdrukkelijk de beslagen zelf ongemoeid. Slechts de tenuitvoerlegging kan worden geschorst dan wel verboden. In de wetsgeschiedenis is evenmin een aanknopingspunt te vinden voor de bevoegdheid van de insolventierechter om een beslag op te heffen. Dat betekent dat opheffing van een beslag bij wijze van voorlopige voorziening slechts in een regulier kort geding kan worden gevorderd, bij dagvaarding en slechts door tussenkomst van een advocaat.

De Rechtbank weigert ook de executie te schorsen, aangezien de spoedeisendheid niet is aangetoond en evenmin duidelijk is geworden dat schorsing van beslagen zou kunnen leiden tot wegnemen van de ontslagdreiging – aangezien die is gekoppeld aan het leggen van beslag, hetgeen nu eenmaal heeft plaats gevonden.

Voor de debiteur rest niets anders dan te verzoeken tot de WSNP te worden toegelaten, waarbij hij –naar ik vermoed- het zal moeten hebben van de uitzonderingsbepaling van artikel 288 lid 3 Fw waarbij op hem zware bewijslasten rusten met betrekking tot het onder controle zijn van zijn problematiek. Of toelating tot de WSNP mede reden gevend kan zijn voor ontslag door de belastingdienst aangezien alsdan opnieuw de inkomsten vallen onder het algemeen WSNP-beslag is vervolgens een interessante juridische vraag (doch pijnlijk voor de debiteur omdat dan de vraag rijst of hij door eigen toedoen zijn werk heeft verloren hetgeen een zelfstandige reden zou kunnen zijn om hem niet tot de Wsnp toe te laten).

maandag 15 december 2008

Aedes: meer ontruimingen in 2007

Op 12 december 2008 liet woningkoepel Aedes weten, dat het aantal huisuitzettingen bij woningcorporaties in 2007 met 14 procent toe nam tot ruim 8.500. Veruit de belangrijkste reden voor ontruiming is huurachterstand (78 procent). Eind 2007 hadden ruim 237.000 huishoudens een huurachterstand. In 2006 waren dat er nog 203.000. De groei van het aantal huishoudens met een huurachterstand bedraagt dus 17 procent ten opzichte van 2006

Het valt op dat de stijging van het aantal ontruimingen (14%) lager is dan de stijging van het aantal huishoudens met huurachterstand (17%). Het zou interessant zijn na te gaan hoe dit verschil moet worden verklaard en of betere voorlichting over schuldhulpverlening hierbij een rol speelt. Analyse van regionale verschillen kan mogelijk bijdragen aan het traceren van best practices zowel voor woningcorporaties als voor plaatselijke schuldhulpverlening.

Het is van belang aan de hand van objectieve kengetallen na te gaan wat de effectiviteit van schuldhulpverlening is. Verleden week kwam al aan de orde dat een adviescommissie in Amsterdam heeft aangegeven, dat het relevant is te inventariseren wat het volume van de kwijtgescholden schulden is, zie Rapport Commissie over schuldhulpverlening in Amsterdam.

Het slagen van een traject is niet te meten door kwantificering van het aantal personen dat in de stabilisatiefase is gebracht. Dat is namelijk geen eindtoestand. Kwantificering van het aantal personen in de stabilisatiefase en de ontwikkeling van dit aantal is wel relevant om te weten hoe de hulpverlening werkt, omdat inmiddels geluiden klinken dat dit stadium soms zou worden fungeren als verlegde wachtlijst. Ook hier is nader onderzoek en ontwikkeling van relevante kengetallen aan de orde. Deze kengetallen kunnen mogelijk worden ontwikkeld in relatie tot de gemeentelijke zorgplicht. De gemeentelijke zorgplicht moet immers zo concreet mogelijk worden ingevuld wil deze effectief zijn.

vrijdag 12 december 2008

Persbericht NEN over certificering

Op 10 december 2008 heeft de NEN een persbericht verspreid over de certificering:

Mensen met schulden worden nog te vaak slachtoffer van malafide of incompetente schuldhulpverleningsorganisaties. Hierdoor wordt de schuldenproblematiek van deze kwetsbare groep niet opgelost en in sommige gevallen verslechtert deze zelfs. Certificatie op basis van de nieuwe NEN-norm 8048 moet hier een eind aan maken. De norm en certificatie op basis van deze norm moeten leiden tot transparantie en verdere professionalisering van de schuldhulpverleningssector en de daarin werkzame personen. Ook moet certificatie op basis van deze norm leiden tot meer zekerheid over de kwaliteit en betrouwbaarheid van het schuldhulpverleningsproces, voor zowel de cliënt als de schuldeiser. NEN 8048 heeft betrekking op een groot aantal activiteiten dat onder de noemer schuldhulpverlening valt zoals: intake, schuldregeling, herfinanciering, budgetcoaching, budgetbeheer, nazorg en de relatie met andere organisaties die betrokken zijn bij de problematiek van de cliënt..

Leden normcommissie De volgende belanghebbende partijen hebben geparticipeerd in de NEN-normcommissie Schuldhulpverlening: Algemene Nederlandse Vereniging voor Schuldenproblematiek (ANVS), Coöperatieve Vereniging SVF Nederland, de vereniging voor leidinggevenden bij gemeentelijke organisaties op het terrein van Werk, Inkomen en Zorg (Divosa), MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening (MOgroep W&MD), Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), PLANgroep B.V., Raad voor Rechtsbijstand 's-Hertogenbosch, Stichting Modus Vivendi, Talenter Training B.V. en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Het initiatief werd ondersteund door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Omdat, naast de schuldhulpverleningsbranche zelf, ook opdrachtgevers van schuldhulpverlening, opleidingsinstellingen en schuldeisers hebben geparticipeerd, bestaat er een breed draagvlak voor de NEN-norm en certificatie op basis van de norm.

Opbouw van de norm NEN 8048 bestaat uit vier delen:
- NEN 8048-1:2008 Schuldhulpverlening - Deel 1: Eisen aan schuldhulpverleningsorganisaties: dit deel beschrijft de eisen die worden gesteld aan schuldhulpverleningsorganisaties.
- NEN 8048-2:2008 Schuldhulpverlening - Deel 2: Eisen aan schuldhulpverleners: dit deel beschrijft de eisen die worden gesteld aan personen die werkzaam zijn bij schuldhulpverleningsorganisaties.
- NEN 8048-3:2008 Schuldhulpverlening - Deel 3: Certificatieschema voor schuldhulpverleningsorganisaties: dit deel beschrijft hoe conformiteit met deel 1 door een certificatie-instelling moet worden getoetst.
- NEN 8048-4:2008 Schuldhulpverlening - Deel 4: Certificatieschema voor schuldhulpverleners: dit deel beschrijft hoe conformiteit met deel 2 door een certificatie-instelling moet worden getoetst.

Wat vermeldt het persbericht niet?

1.Wie de met overheidsgeld gefinancierde norm wil inzien, moet eerst afgerond EURO 150,00 betalen;

2. In de bijlagen van de norm is een afspraak tussen sommige participanten opgenomen die tot gevolg heeft dat iets meer verdienende debiteuren niet drie, maar vier jaar moeten betalen en daardoor beter direct een beroep op het wettelijk traject kunnen gaan doen met de motivering dat het minnelijk traject voor hen een prijskaartje heeft dat meer is dan voor het wettelijk traject bij wet is geregeld.

3. De sub 2 genoemde sigaar door de NVVK is weggegeven uit de doos van de betrokken debiteuren, waartegenover de NVVK zelf een sigaar heeft terug gekregen bestaande in reductie van administratieve lasten in geval van debiteuren met een laag inkomen.

Ik kan U verzekeren dat over deze kwestie het laatste woord niet is gesproken noch in de politiek, noch in het bestuur noch in de rechtszaal. Recofa zou kunnen overwegen de Richtlijn Wsnp aan te passen en personen die in deze categorie vallen, direct toe te laten tot de WSNP omdat zij alleen tegen een buitenwettelijke en onredelijke meerprijs in het minnelijk traject geholpen kunnen worden.

donderdag 11 december 2008

Reactie Nadja Jungmann: pleidooi voor platform gemeentelijke schuldhulpverlening

De verschillende bijdragen op dit weblog over de in te voeren certificering schuldhulpverlening en de reacties die mij hierover hebben bereikt, bevestigen het beeld dat bij mij de afgelopen weken al langzaam aan ontstond, namelijk dat deze niet onomstreden is en leidt tot intensieve discussie. Ik heb de beweging om te komen tot certificering altijd opgevat als inzet om meer eenduidigheid en kwaliteit in de uitvoering van schuldhulpverlening te realiseren (hetgeen zou moeten leiden tot grotere bereidheid bij crediteuren om mee te werken aan minnelijke schuldregelingen). Tegen deze achtergrond is het opmerkelijk, maar tegelijk heel begrijpelijk dat de discussie zich nu richt op de aangekondigde verlenging van de looptijd van minnelijke schuldregelingen. Want de looptijd van schuldregelingen is niet een kwaliteitskenmerk van de uitvoering maar een afspraak (en in dit geval een afspraak die bij veel mensen leidt tot allerlei emoties)

In de huidige situatie is een bilaterale partij-afspraak over verlenging van de looptijd, gevoegd bij een kwaliteitsnorm, een gegeven waar schuldenaren en schuldhulpverleners (die deelnemen aan de certificering) komend jaar mee te maken krijgen en hun positie zullen moeten bepalen. In de hitte van de huidige discussie dringt zich bij mij de vraag zich op of we al deze energie van mensen die nauw betrokken zijn bij de schuldhulpverlening en allemaal willen bijdragen aan een zo effectief mogelijk minnelijk traject niet kunnen omzetten in concrete acties waar de uitvoering uiteindelijk beter van wordt.

Het schijnt dat er is afgesproken dat de verlenging van de looptijd het komend jaar wordt geëvalueerd. Gezien alle commotie vraag ik me af of een breder onderzoek dat niet gericht is op (be)oordelen, maar op, indien nodig, op verdere verbetering van de afspraken en uitvoeringspraktijk, niet meer oplevert. Ik denk dan bijvoorbeeld aan onderzoek waarin we:
- niet alleen kijken naar de uitwerking van de verlengde looptijd (te weten, werken crediteuren vaker mee), maar daarbij ook de vraag betrekken of het huidige criterium dat inkomen leidend is voor de duur van een schuldregeling de meest wenselijke is
- nagaan of de certificering vanaf het begin af aan strikt wordt ingevoerd (want als niet vanaf het begin de meerwaarde voor crediteuren zonneklaar is, dan is het maar de vraag of zij voor crediteuren een impuls vormt om vaker mee te werken)
- nagaan of de kosten van de certificering voor deelnemende organisaties redelijk zijn en in verhouding staan tot de positie die deelnemende organisatie krijgen dankzij de certificering
- nagaan of de afspraken juridisch gezien passen binnen het kader van de Wsnp en het algemene insolventie- en verbintenissen recht
- nagaan of het in rekening brengen van bijna 150 euro voor normen die leidend moeten worden in een branche redelijk zijn

Het doel van een dergelijk onderzoek moet niet in de eerste plaats zijn om informatie te verzamelen zodat we weten wat er in de praktijk gebeurt. (En we die informatie daarna netjes ingebonden in de kast kunnen zetten). Wel moet het doel van het onderzoek zijn om een soort permanent gesprek te voeren tussen de partijen die betrokken zijn bij de uitvoering van schuldhulpverlening over de werking en resultaten van de gemeentelijke schuldhulpverlening. De aanleiding voor een dergelijk platform is in dit geval de discussie over de certificering. Op latere momenten kunnen ook andere actuele zaken zoals de in te voeren wettelijke zorgplicht in dit gremium onderwerp van gesprek worden. Vanuit een gedeeld belang dat de effectiviteit van de (minnelijke) schuldhulpverlening verbetert, moet het toch niet al te ingewikkeld zijn om op basis van objectief verzamelde informatie de energie en betrokkenheid in dit veld om te zetten in positieve acties waar uiteindelijk schuldenaren en crediteuren beter van worden.


Nadja Jungmann

Rapport Commissie over schuldhulpverlening in Amsterdam

In het Parool van vandaag wordt ingegaan op een rapport van de commissie Koopmans over het armoedebeleid van de gemeente Amsterdam.

De Commissie meent dat dit beleid te veel het karakter heeft van “pleisters plakken” en te weinig doet aan het zelfredzaam maken van mensen.

In het kader van het rapport komt ook de schuldhulpverlening aan de orde. “De schuldhulpverlening is te veel gericht op het wegwerken van schulden. Vaak is ook sprake van bijvoorbeeld analfabetisme of psychische of relationele problemen, die worden genegeerd”.

Het is de vraag of schuldhulpverlening tevens kan zij gericht op het verhelpen van analfabetisme of het verbeteren van interpersoonlijke relatie. In het kader van integrale schuldhulpverlening wordt de oorzaak van het probleem in kaart wordt gebracht en verwezen naar hulpverlening samenhangend met het probleem.

Opvallend is voorts dat de commissie de prestatie van de schuldhulpverlening wil meten naar het volume van de kwijtgescholden schuld. Ik ben een voorstander van het meten van de effectiviteit van schuldhulpverlening in de vorm van geslaagde trajecten, waarin het probleem voor het verleden en naar de toekomst is opgelost. Er dreigt momenteel een vertroebeling van dit debat doordat wordt gepoogd stabilisatietrajecten onder de noemer geslaagde trajecten te brengen. De wijze waarop de commissie dat wil voorkomen is een goede gedachte die verder zou moeten worden geëxploreerd, ook buiten Amsterdam.

woensdag 10 december 2008

Aan het einde van een virtueel zeer bewogen werkdag

Nadat nauwelijks het stof was neergedaald over het weerhuisjes-verschijnsel van de website van Pastoor Mennen (waarvan ik vermoed dat het zich voorlopig niet zal herhalen), leidde een bijdrage over de certificering van het minnelijk traject vandaag tot golven van belangstelling voor het weblog, en tot persoonlijke e-mail- en voicemailberichten.

Gepassioneerde voor- en tegenstanders dienden zich aan en legde mij doorgaans vertrouwelijk uit wat hun argumenten waren. Het zij herhaald; vertrouwelijkheid wordt altijd bewaard en ook vertrouwelijke informatie gewaardeerd, ook omdat de zichtbare werkelijkheid zich daardoor niet zelden beter laat begrijpen.

Wat is mijn voorlopige visie op de uitgangspunten van de certificering zoals die zich inmiddels hebben aangediend?

- de commissie is buiten haar opdracht gegaan die was zich te richten op de kwaliteit van de hulpverlening;
- de commissie heeft op oneigenlijke wijze gepoogd dat op te lossen door in een bijlage afspraken op te nemen over een radicale wijziging van de looptijd van het minnelijk traject, waarbij degenen die iets meer verdienen langer moeten betalen in ruil voor beperking van de administratieve lasten van de hulpverlening (in de vorm van het wegvallen van tussentijdse controles bij de meerderheid van de andere debiteuren); deze bijlage hoort niet thuis bij de certificering (sommigen hebben mij vandaag geschreven dat crediteuren hun medewerking aan de activiteiten van de commissie betreffende de certificering afhankelijk hebben gesteld van deze concessie, in welk geval de commissie zich zou hebben laten chanteren);
- over een jaar wordt dat geëvalueerd;
- onduidelijk is voor mij nog of alle NVVK leden verplicht zijn zich aan bijlage C te houden;
- onduidelijk is of hulpverlening in het minnelijk traject van plan is de certificering te gaan gebruiken aangezien deze te kostbaar is (het benieuwt mij of de commissie een financiële analyse heeft laten maken van die kosten);
- onduidelijk is welke crediteuren gebonden zijn aan bijlage C.

Zeker is dat wordt afgeweken van de looptijd zoals die tot heden was bepaald voor het minnelijk traject.

Zeker is dat zonder democratische besluitvorming binnen het kader van een door SZW gesubsidieerde commissie is besloten tot een wel heel merkwaardige toepassing van het uitgangspunt dat de sterkste schouders het meeste moeten dragen.

Zeker is dat het argument dat deze generieke lastenverzwaring een voorbeeld is van maatwerk niet opgaat, aangezien de verlenging uitsluitend afhankelijk is gesteld van de hoogte van het inkomen. Dat is geen maatwerk maar selectieve lastenverzwaring vergelijkbaar met een progressief belastingtarief.

Zeker is dat de certificering in de huidige vorm om zeer kritische, onpartijdige, deskundige en onafhankelijke evaluatie vraagt alvorens kan worden besloten of deze geschikt is om verplicht te worden gesteld voor hulpverlening.

Zeker is, dat crediteuren die in het minnelijk traject eisen dat de looptijd overeenkomstig bijlage C wordt bepaald, in een procedure ex artikel 287a FW snel tot de orde kunnen worden geroepen. (Vraag is dan weer of de hulpverlening in het minnelijk traject en/of de NVVK-leden in het bijzonder debiteuren erop mogen wijzen dat zij in het minnelijk traject met medewerking van de hulpverlening worden benadeeld ten opzichte van de door de wetgever democratisch vastgestelde regeling in het wettelijk traject of dat die NVVK-leden dan hun NVVK-verplichtingen schenden, die in dat geval kennelijk inhouden dat zij ten gunste van bepaalde schuldeisers in strijd met de wet handelen).

Er ligt een wereld aan juridische complicaties voor ons open. Had dat niet beter kunnen worden vermeden? Had de Commissie zich niet beter kunnen realiseren dat haar activiteiten zich afspeelden binnen het kader van de Nederlandse wetgeving?

Ik hoor tenslotte zeer graag wie van mijn auditorium aan derden heeft uitgedragen dat ik op een congres “zou hebben geroepen, dat leden van de NVVK massaal hun lidmaatschap hebben opgezegd”. Overigens, degenen die dat doen of gaan doen, ga ik langzamerhand wel steeds beter begrijpen.

Looptijdbepaling in Bijlage C van de NEN-norm

Inmiddels begrijp ik dat de afspraken over de looptijd vermeld zouden staan in Bijlage C van de NEN-norm en daarom geen onderdeel zouden uitmaken van de kwaliteitsnorm.

Plaatsing ook als bijlage bij de norm (in engere zin?) wekt de indruk dat de afspraak tussen NVVK en NVB c.s. daarvan onderdeel uitmaakt, hetgeen wordt versterkt wanneer rechtspersonen die bij totstandkoming van de NEN-norm betrokken zijn geweest uitdragen dat dit het geval is.

Weer anderen wijzen erop dat sowieso de NEN-norm niet uitvoerbaar is wegens de daarmee gemoeide kosten die meer zijn bedacht vanuit het belang van het certificeringsinstituut dan uit het belang van de hulpverlener, de crediteuren en de debiteuren.

Het lijkt mij dat de kennelijk als eindproduct bedoelde NEN-norm vraagt om critische objectieve deskundige beoordeling, waarbij iedereen gratis kennis kan nemen van wat er nu eigenlijk in staat. Ik in ieder geval ben niet van plan geld uit te geven om te mogen vernemen, hoe de NEN-norm exact luidt, nadat deze met publiek geld tot stand is gekomen.

Reactie bijdrage NEN-norm

Inmiddels bereiken mij vele reacties. Dit onderwerp leeft (en dit weblog ook).

Het compromis over de looptijd zou zijn bereikt in bi-lateraal overleg tussen NVB en NVVK en vervolgens overgenomen in de NEN-norm.

Naar ik begrijp staat (nog) niet vast, dat:
- banken verplicht zijn aanbiedingen op basis van de norm te aanvaarden;
- NVVK-leden verplicht zijn tot (zeer kostbare) certificering;
- banken als voorwaarde gaan stellen dat aanbiedingen worden gedaan op basis van de certificering.

Als de schuldhulpverlening in groten getale besluit niet volgens de normen te werken, dan wel andere aanbieders zich gaan richten op versnelde toelating tot de WSNP (hetgeen op zichzelf een maatschappelijk ongewenste ontwikkeling is) voorzie ik grote problemen voor de verhoudingen binnen het minnelijk traject en met de crediteuren. De NEN-norm wordt dan een bron van verdeeldheid, die de effectiviteit van de schuldhulpverlening kan/gaat schaden.

NEN-norm schuldhulpverlening a priori omstreden

De NOS besteedt aandacht aan de certificering schuldhulpverlening en stelt dat banken en gemeenten zouden hebben afgesproken dat voortaan schuldhulpverlening uitsluitend op basis van deze norm aanvaardbaar is, zie link.

Afschrikwekkende voorbeeld blijft de inmiddels gefailleerde stichting Schuldenvrij Leven die vele personen, die toch al in ernstige problemen waren, nog verder in de problemen heeft gebracht.

Afgaand op de geruchten uit de wereld van de schuldhulpverlening die op dit moment klinken, is thans sprake van grote verdeeldheid over de aanvaardbaarheid van de NEN met name op het punt van de looptijd; debiteuren die meer verdienen moeten langer betalen. Sommige leden van de NVVK zouden overwegen om die reden hun lidmaatschap op te zeggen, omdat zij niet op basis van de nieuwe NEN willen werken aangezien deze niet alleen gericht blijkt te zijn geweest op de kwaliteit van de schuldhulpverlening, maar is gecombineerd met onderhandelingen over de status van crediteuren waarbij in sommige gevallen voor de crediteuren een belangrijke verbetering van hun positie is gerealiseerd.

Aanvaarding van de certificering is daarmee een vorm van koppelverkoop geworden waarbij keuze voor kwaliteit van schuldhulpverlening en schuldhulpverleners tevens betekent dat sommige debiteuren meer moeten gaan betalen. Argumentatie is dat in de nieuwe regeling voor 75% van de debiteuren het traject automatisch (onder meer zonder hercontrole) zou verlopen. Vraag is of de commissie bevoegd was deze materie op deze wijze te regelen en daarbij de belangen van de meerverdiende schuldenaren op te offeren aan administratieve vereenvoudiging van de werkprocessen binnen de eigen organisatie.

Het is ook de vraag of de NEN-commissie hiermee heeft gedaan waarvoor het ministerie van SZW subsidie heeft verleend. Was het niet verstandiger geweest het debat te beperken tot de kwaliteit van de personen en organisaties en niet en passant al polderend wat hete hangijzers te regelen op een wijze die in ieder geval niet gelijk is aan de regels van het wettelijk traject. In feite hebben de gesprekspartners in de commissie zonder democratische waarborgen besloten tot een wijziging van de wet in formele zin. Het is zeer de vraag of met name de NVVK zich daarvoor had moeten lenen. Had de NVVK de poot stijf gehouden en de geschillenbeslechting op dit punt vervolgens overgelaten aan de landelijke overheid dan was de knoop hoogstwaarschijnlijk op andere wijze doorgehakt dan nu, al polderend, gebeurd is over de rug van de iets meer verdienende debiteuren. Deze zouden direct moeten verzoeken tot het wettelijk traject te worden toegelaten, omdat het minnelijk traject voor hen een vorm van opzettelijke benadeling zonder wettelijke grondslag is.

De schuldhulpverlening is in ieder geval niet gebaat met een norm, die al omstreden is voordat deze is gedrukt. Het lijkt mij tijd dat op het niveau van de landelijke overheid naar deze zaak gekeken wordt en zo nodig bijgestuurd. Het kan niet zo zijn dat een gemeente of andere schuldhulpverlenende instelling die goed opgeleide hulpverleners heeft en haar werkprocessen in ieder opzicht goed heeft geregeld, voor crediteuren niet aanvaardbaar is omdat zij weigert mee te werken aan de gedwongen koppelverkoop ter verbetering van de positie van crediteuren en gelijktijdige benadeling van sommige clienten.

Overigens blijft het mij zeer verbazen dat de op kosten van de overheid ontwikkelde norm alleen tegen forse betaling ad EURO 142,80 verkrijgbaar is en niet gratis downloadable op de website van de NEN. Ook ter zake lijken bijvoorbeeld kamervragen mij gepast.

dinsdag 9 december 2008

Toch in WSNP ondanks recente tussentijdse beëindiging

Op 5 december 2008 heeft de Rechtbank Haarlem een uitspraak gewezen en gelijk gepubliceerd waarbij gebruik is gemaakt van de wettelijke uitzondering op de imperatieve weigeringsgrond van artikel 288 lid 2 sub d FW (korter dan tien jaar geleden in de WSNP).

Wat was er aan de hand? Korter dan tien jaar geleden, namelijk in 2007, was de toelating van de aanvrager tot de WSNP tussentijds beëindig wegens toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de uit de WSNP voortvloeiende verplichtingen.

In 2008 verzoekt aanvrager niettemin te worden toegelaten omdat zij destijds samen met haar toenmalige echtgenoot tot de schuldsaneringsregeling was toegelaten. Haar echtgenoot had tijdens de schuldsaneringsregeling een drankprobleem. Dit heeft ondermeer tot bovenmatige schulden geleid. Verzoekster had niet de beschikking over het inkomen van haar toenmalige echtgenoot. Zij kon daardoor de vaste lasten niet betalen. Tevens is zij slachtoffer geworden van huiselijk geweld. Deze situatie is toen niet op de beëndigingzitting naar voren gekomen. Inmiddels is de situatie veranderd. Verzoekster is gescheiden. Zij maakt gebruik van budgetbeheer en heeft geen nieuwe schulden meer laten ontstaan.

De rechtbank is van oordeel dat de redenen die destijds bepalend zijn geweest voor het beëndigen van de schuldsaneringsregeling in hoofdzaak hun oorsprong hebben gehad in het gedrag van de ex-echtgenoot. De rechtbank acht aannemelijk dat verzoekster door de (gewelddadige) invloed van haar ex-echtgenoot niet bij machte was om desondanks aan de verplichtingen van de schuldsanering te voldoen. Naar het oordeel van de rechtbank is de regeling van artikel 288 lid 2 sub d Fw niet voor deze a-typische situatie bedoeld. De rechtbank acht dan ook toelating van verzoekster tot de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd.

maandag 8 december 2008

AFM wil strengere regels hypotheekverstrekking

De heer H. Hoogervorst, voorzitter van het bestuur van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft zich gisteren in het programma Buitenhof onder meer uitgelaten over hypotheekverstrekking in Nederland.

Aan de orde kwam de vraag van de aanscherping van regels: 'Er zijn heel veel mensen die een hypotheek nemen die hoger is dan de waarde van het huis. De helft van de leningen is ook nog eens aflossingsvrij tegenwoordig. Dat betekent dat je heel lang op je schuld blijft zitten. We moeten er dus echt naar kijken of die regels misschien niet wat aangescherpt moeten worden”.

Ook is de AFM bezig met een onderzoek naar de vraag of hypotheekverstrekkers zich houden aan de Gedragscode Hypotheken waarvan de uitkomsten begin 2009 worden verwacht.

Interessant zijn de kengetallen die in het interview werden genoemd: in Nederland kent één op de duizend hypotheken problemen met de aflossing, in de Verenigde Staten zeven op de duizend.

Met dank aan de trouwe lezer die mij attendeerde op dit artikel in het FD van vandaag. Signaleringen door lezers worden op prijs gesteld. Discretie verzekerd!

vrijdag 5 december 2008

Agenda G27 en schuldhulp

Martijn Schut wijst op zijn weblog op de armoede agenda die op 3 december 2008 is aangeboden aan staatssecretaris Aboutaleb (die het nog erg druk heeft in zijn laatste maand als staatssecretaris).

Drie punten van de armoede-agenda zijn erg interessant voor de praktijk van de schuldhulpverlening:

Agendapunt 8:
De steden willen verplichte nazorg bij schuldhulpverleningstrajecten.

Uit de monitor WSNP bleek eerder dat de recidive beperkt was, maar dat was een onderzoek uit het beginstadium. Uit grote steden klinken geluiden dat in het minnelijk traject de rcidive soms zeer hoog ligt. Nazorg kan hierbij een goed instrument zijn.

Initiatieven op rijksniveau:
• Er moet wettelijk geregeld worden dat financiële instellingen (en ook overheden) die overcrediteren en geen inkomenstoets doen, bij schuldsanering achtergesteld worden. Ook in geval van leenbijstand
• Er moet wettelijk geregeld worden dat de inspanning van de schuldeiser (met name woningcorporaties, zorgverzekeraars en gerechtsdeurwaarders) om betalingsachterstanden tijdig te signaleren bij sociale diensten en de schuldhulpverlening mede bepalend is voor de mate waarin schulden geïnd kunnen worden.


Eerder werd bij opmerkingen van dit type wel gesteld dat differentiatie naar verschillende rangen van schuldeisers niet gewenst was, omdat de Commissie Kortmann (die vanuit de invalshoek van curatoren in vette bedrijfsfaillissementen de gelegenheid heeft gekregen een voorontwerp voor een insolventiewet aan te leveren) daar tegen zou zijn. Zie mijn bijdrage “Schuld zonder boete”. De uitdelingslijst kost natuurlijk wel minder werk als de rang-differentiatie beperkt is. Maar is dat een legitiem doel in relatie tot recht en onrecht?

Op velerlei plaatsen heb ik aangegeven, dat de werkzaamheden van de Commissie Kortmann het best beperkt zouden kunnen blijven tot hun primaire belangstellingsgebied. Iedere affiniteit met de problematiek van natuurlijke personen in probematische schuldsituaties maar niettemin wordt en passant even een streep gezet door het bestaande, beproefde en verbeterde stelsel van schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject.

Laten de curatoren voorstellen doen op hun eigen terrein: boedels. Laat de schuldhulpverlening in minnelijk en wettelijk traject over aan de hulpverleners die weten waar het daar om gaat: mensen. Differentiatie van het uitkeringspercentage naar het gedrag van de specifieke crediteur is een goed idee en zou verder onderzocht moeten worden. Wat de Commissie Kortmann daarvan vindt is daarbij slechts een van de vele daarbij in aanmerking te nemen factoren.

"Armoe de baas"

De Sociale Alliantie, een samenwerkingsverband van instellingen en organisaties, die zich bezig houden met de bestrijding van armoede, heeft een boek uitgegeven over het verschijnsel voedselhulp met de titel “Armoe de baas”. Ongeveer 15.000 huishoudens maken thans gebruik van voedselbanken. De voedselbanken komen momenteel veel in het nieuws door de docu-soap “Effe geen cent te makken” waarbij het gezin Froger een maand leeft op bijstandsniveau. Effect van deze serie is volgens het AD onder meer een toeloop op de voedselbanken. Binnenkort zal een benefiet uitzending plaats vinden om de voedselbanken te steunen.

In het boek komen vragen aan de orde als:
- Wat zegt voedselhulp in Nederland over de gangbare hulp die mensen krijgen van officiële instanties?
- Zijn voedselbanken een nieuwe vorm van solidariteit van de samenleving voor mensen met financiële problemen?
- Wat leren de voedselbanken de samenleving over productie, distributie en consumptie van voedsel?

Het boek bestaat uit drie delen:
1. Stemmen van langszij: interviews met 20 deelnemers aan voedselbanken.
2. Lessen voor sociaal beleid van locale en landelijke overheid.
3. Twijfels: overwegingen over het perspectief van het verschijnsel voedselbanken.

Erg mooi vind ik de volgende slogan:
De gemeente werkt vanuit de vraag waar je recht op hebt.
De voedselbank kijkt naar wat iemand nodig heeft.

De politieke terughoudende reactie op het verschijnsel voedselbanken heb ik altijd ietwat verkrampt gevonden (en dat vind ik nog steeds). Wouter Bos heeft destijds als lijsttrekker ten onrechte als doelstelling verwoord, dat alle voedselbanken zouden moeten verdwijnen. Staatssecretaris Aboutaleb laat zich daar genuanceerder over uit, maar zit ook enigszins vast aan de partijdiscipline uit het verleden en benadrukt dan te zeer dat veel nood zou zijn veroorzaakt door onvoldoende beroep op inkomensondersteunende maatregelen. Wie drie jaar moet leven van het vrij te laten bedrag zoals dat wordt bepaald in het kader van de WSNP (en als het goed is ook in het kader van het minnelijk traject) heeft het niet breed en vindt enige verlichting bij hulp van een voedselbank.

Natuurlijk bestaat in het rijke westen materiële armoede in een andere gradatie dan in hongerend en dorstend Afirka. Dat hongerenden en dorstigen in Afrika ook geholpen moeten worden, neemt niet weg dat er in Nederland aan de onderkant van de samenleving ook nood is, die om leniging vraagt.

Voedselbanken zijn in Nederland in mijn visie niet meer weg te denken. Vanuit de positieve insteek mensen die dat nodig hebben, te helpen wordt tevens verspilling voorkomen. De politiek mag zich dan afvragen of zij heeft gefaald. Soms wel doordat drempels te hoog liggen voor personen met financiële problemen. Soms niet: er zullen echter altijd mensen blijven voor wie de samenleving in zijn actuele verschijningsvorm te complex is of wie psychische gesteldheid maakt dat hun probleemoplossend vermogen zeer gering is, waarbij een bezoek aan de voedselbank wel en het aanvragen en ondergaan van hulpverlening niet haalbaar is.

Het is goed dat wordt gestimuleerd, dat klanten van de voedselbank worden geattendeerd op inkomensondersteunende maatregelen en schuldhulpverlening. Soms worden mensen in de WSNP de gehele periode van drie jaar door de Voedselbank geholpen.

Het is een oer-christelijke opgave oog te hebben voor de noden van “de armen”. "Liefde -caritas- zal altijd nodig zijn, ook in de meest rechtvaardige samenleving. Er is geen rechtvaardige staatsvorm die de dienst van de liefde overbodig zou kunnen maken" (paus Benedictus XVI in de encycliek Deus Caritas est). De beoefening van naastenliefde kan niet exclusief worden gedelegeerd aan de staat maar evenmin aan de voedselbank; die opgave geldt voor ons allemaal.

In Trouw verscheen een pijlsnelle recensie van het boek met de titel “Voedselbank, horzel van de samenleving”. Zodra ik gelegenheid heb gehad om na aflevering het boek te lezen, zal ik op dit weblog daarop nader ingaan.

donderdag 4 december 2008

PAO-cursus “Actuele ontwikkelingen WSNP”

Op 11 december 2008 wordt door de Juridische PAO van de Universiteit Utrecht een cursus over actuele ontwikkelingen van de WSNP gehouden

Na een inleiding door prof. Jongbloed, wordt vanuit drie invalshoeken aandacht besteed aan de gevolgen van de wetswijziging van 1 januari 2008. Op welke manier werkt de wet thans, waar moet u in de praktijk rekening mee houden? Mw. mr. Schruer behandelt allereerst het toelatingsbeleid en de bewijslast na 1 januari 2008 en gaat daarna in op de ‘minnelijke middelen’. Wat zijn de regels met betrekking tot gedwongen medewerking, het moratorium en voorlopige voorzieningen?

Na dit onderdeel bespreekt mr. Lankhorst het Recofa-beleid naar aanleiding van de wetswijziging, het voorontwerp Insolventierecht van de commissie Kortmann, en gaat daarna in op de relatie tussen het beschermingsbewind en de WSNP bewindvoerdersperikelen. Het laatste gedeelte van de cursus is ingeruimd voor het formeel WSNP-recht. Mr. Van der Winkel gaat onder meer in op de toepassingsgronden, het dwangakkoord, de (tussentijdse) beëindiging met of zonder schone lei. Ook de gevolgen van de toepassing van de ‘schone lei’-regeling voor de “oude” executoriale titel tot ontruiming wegens huurachterstand en het eigen huis in een WSNP-regeling komen aan de orde.

Docenten
Prof. mr. A.W. Jongbloed, bijzonder hoogleraar executie- en beslagrecht Molengraaff Instituut, Universiteit Utrecht (cursusleider)
Mr. G.H. Lankhorst, beleidsadviseur, Ministerie van Justitie te Den Haag
Mw. Mr. H.D.L.M. Schruer, advocaat te Rotterdam
Mr. A.R. van der Winkel, president Rechtbank Almelo

Voor verdere inlichtingen, zie deze link.

woensdag 3 december 2008

Nieuw weblog over schuldhulpverlening

Martijn Schut heeft voortaan een weblog waar informatie over onder meer schuldhulpverlening te vinden is.

Heel interessant is het artikel over de looptijd van de schuldregeling volgens de door de NVVK geaccordeerde NEN-norm. In dit artikel is een link geplaatst naar de presentatie van NVVK-voorzitter Jaarsma op het congres van Elsevier van 5 november 2008. In deze presentatie is een schema opgenomen van de nieuwe regeling van de looptijd.

Op 10 november 2008 schreef ik hierover een bijdrage met de titel “Hoe lang duurt schuldregelen na invoeren certificering”?

Schut signaleert terecht dat hierdoor de uitvoeringskosten voor de gemeenten zullen toenemen.

Amice Martijn, veel succes!

Spreek vrijmoedig over mij, maar vermeld wel de bron

Op 1 december 2008 is op de website van de Tweede Kamer de tekst van de motie opgenomen die op 27 november 2008 is ingediend door Mevrouw Ortega met betrekking tot de BKR-registratie van alimentatieschulden.

Ik citeer enkele passages:

van mening, dat kinderalimentatie als concurrente schuld vermeld moet worden in het LIS, om te voorkomen dat ouders met alimentatieschulden nieuwe schulden kunnen maken;

van mening, dat er sprake moet zijn van een geobjectiveerde bepaling of er inderdaad sprake is van schuld;

verzoekt de regering het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen (LBIO) als meldautoriteit aan te wijzen voor registratie van kinderalimentatieschulden in het LIS,


In de motie is woordelijk een aantal passages overgenomen uit de bijdrage die ik daags voordien op 26 november 2008 schreef op mijn weblog, zie Christenunie wil BKR melding alimentatieschuld.

Het bevreemdt –op zijn minst - dat de Christenunie het niet nodig vond terzake de bron te vermelden of zelfs maar mij hierover te benaderen, terwijl ik kort na plaatsing van een trouwe lezer kreeg uitgelegd wat de goede bedoelingen van de Christenunie met de motie waren (terwijl de tekst van de motie na publicatie van mijn commentaar kennelijk toen nog niet aan het papier bleek te zijn toevertrouwd).

dinsdag 2 december 2008

Motie ingediend over bescherming saldi shv-rekening

De Kamerleden Ortega-Martijn en Spekman hebben op 27 november 2008 een motie ingediend bij de begroting van SZW met de volgende tekst:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat het als gevolg van strenger toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB) op beheer van derdengelden, binnen de schuldhulpverlening alleen nog maar mogelijk is om cliëntenrekeningen te openen die opgesteld zijn op naam van de cliënt en waarop de schuldhulpverlener gemachtigd is;

overwegende, dat de door DNB voorgeschreven methodiek, gespaarde gelden voor beslag niet vrijwaart;

overwegende, dat iedere deurwaarder in opdracht van schuldeisers op ieder conveniërend moment beslag kan laten leggen op beheerrekeningen van cliënten met schulden (SHV-rekening);

van mening, dat zowel voor de nakoming van de maandelijkse lopende verplichtingen als ingeval van akkoordaanbiedingen dit een risicovolle en ongewenste manier van werken is, doordat het schuldsaneringtraject wordt doorkruist, met als gevolg dat cliënten dieper in de problemen komen;

verzoekt de regering in overleg met DNB de mogelijkheden te onderzoeken om SHV-rekeningen een aparte status te geven, zoals die van een kwaliteitrekening, zodat deze rekeningen vrij van beslag zijn.

Het is de laatste tijd een weerkerend problemen dat er schuldeisers zijn die de brief waarin wordt meegedeeld dat een debiteur een beroep doet op schuldhulpverlening in het minnelijk traject, beschouwen als een aanwijzing om beslag te leggen onder de schuldhulpverlenende instelling. De schuldeiser probeert op die manier het voor alle schuldeisers verzamelde geld naar zich toe te schuiven.

De Rechtbank Rotterdam maakte recent op 18 september 2008 korte metten met een schuldeiser die dit kunstje meende te moeten toepassen in een geval, waarbij tegen deze schuldeiser tevens een verzoek ex artikel 287a Fw (bevel tot medewerking) was ingediend: “Voor wat betreft het door Eurofactor gelegde beslag op de rekening is de rechtbank van oordeel dat Eurofactor door (herhaalde) beslaglegging op de rekening de mogelijkheid voor verzoekers om een schuldregeling ex artikel 287a Fw te bereiken, frustreert zo niet hun die geheel ontneemt”.

Eurofactor is geen lid van de VFN. Debiteuren zouden wat wat betreft selectiever moeten zijn in de keuze van hun financier. De wijze waarop deze crediteur in de procedure zijn standpunt naar voren brengt gaat -op zijn zachtst gezegd- in tegen de manier waarop banken plegen om te gaan met debiteuren in moeilijkheden.

maandag 1 december 2008

Nog meer WSNP-nieuws op gemeente.nu

Ook Reed Business Elsevier plaatst bij gelegenheid van de verjaardag van de WSNP op gemeente.nu vier bijdragen over de wsnp:

door Nadja Jungmann:

10 jaar Wsnp: forse daling instroom

Huishoudens met achterstanden: statistieken vergeleken

en van mijn hand:

Wie komen er in de WSNP?

WSNP-bewindvoering en boek 1-bewind

Komt, leest het voort!

Nieuwsbrieven eerste decennium WSNP

Het bureau WSNP heeft een mooie editie van Update verzonden, waarin een doorwrocht artikel van de hand van Drs. J.H.M. von den Hoff, manager van het bureau WSNP. Zijn analyse onderschrijf ik: de afgelopen tien jaar is een "robuust stelsel" ontstaan dat schuldeiseres kans biedt op maximale genoegdoening en schuldenaren een even reëel perspectief biedt op een schuldenvrije toekomst.

Ook verscheen zojuist de december nieuwsbrief van Modus Vivendi waarin eveneens aandacht is voor het jubileum van de WSNP in de vorm met de heer Von den Hoff voornoemd en een verslag van het geslaagde symposium “Help. Ik heb een klant met schulden” van 20 november 2008, waaraan ook op dit weblog eerder een bijdrage werd gewijd.

In beide nieuwsbrieven komt aan de orde, dat er weinig vertrouwen bestaat in de opvattingen van de Commissie Kortmann over het voorontwerp insolventierecht. Op de website van het ministerie van Justitie is hieraan een lezenswaardige bloemlezing gewijd.

1998 - 1 december - 2008: tien jaar Wsnp

Vandaag wordt de WSNP tien jaar. Net als bij mensen waren die eerste tien jaren zeer bewogen. De wet ontwikkelde zich van een voorzichtige prototype om te komen tot een schone lei (met wel erg veel wetsartikelen) naar een genuanceerd instrument om te komen tot evenwichtige rechtsbedeling.

Vanaf het eerste moment is de Wsnp mede door toedoen van het bureau Wsnp, het Ministerie van Justitie, het WODC, de rechterlijke macht en andere ketenpartners goed gevolgd. Kinderziekten zijn snel in beeld gebracht en effectief bestreden met de wetswijziging per 1 januari 2008. Invoering van het bevel tot medewerking, het moratorium en de voorlopige voorziening hebben gemaakt dat in veel gevallen de rechterlijke interventie beperkt kan blijven tot het minimum. Mijn observatie is dat nu in den lande veel crediteuren al accoord gaan bij aankondiging van het voornemen een procedure ex artikel 287a Fw aan te spannen.

Uiteraard blijven er altijd wensen over, zoals de verbreding van het moratorium aan de poort van het minnelijk traject zoals ook recent door Nadja Jungmann is bepleit in de aanbevelingen van het rapport “Schulden. De gemeente helpt.

Een bedreiging wordt gevormd door het voorontwerp insolventiewet van de Commissie Kortmann, waartegen onder meer door de Raad voor de Rechtspraak en de Vereniging Fondsen in Nederland (FIN) is geprotesteerd.

De voorzitter van de NVVK zei onlangs in een interview in de nieuwsbrief van Modus Vivendi, dat de wsnp “de prullenbak in kan”. Met alle respect voor de heer Jaarsma ben ik het met die stelling niet eens: zonder de wsnp was het minnelijk traject nooit tot adequate structurering gekomen en in feite is het minnelijk traject thans bezig met een come back, die direct te relateren is aan een top down-ordening vanuit de WSNP. Het minnelijk traject had in het verleden niet zelden te veel het karakter van een vrije oefening, waarin voor crediteuren onvoldoende duidelijk werd, of de opbrengst in het minnelijk traject inderdaad hoger was dan in het wettelijk trajct. Als in 2009 de AMvB wordt ingevoerd waarbij de Wsnp-kosten eerst van de boedelopbrengst moeten worden afgetrokken, zal dat naar mijn taxatie een belangrijke extra-bijdrage leveren aan het slagingspercentage in het minnelijk traject.

Ik ben nog steeds van mening, dat de invoering en het bestaan van de Wsnp van eminent belang zijn voor de schuldhulpverlening in Nederland. Ik hoop dat de oorspronkelijke bedoeling dat de wet is bedoeld als “ een stok achter de deur” steeds beter tot zijn recht komt en dat het slagingspercentage in het minnelijk traject hoger wordt. Een stabilisatie dient daarbij niet te worden meegeteld als een geslaagd traject; geholpen worden is niet leren leven met de handicap van je schuldenlast.

vrijdag 28 november 2008

27% huishoudens loopt achter met betalen

Ruim 1,9 miljoen huishoudens hebben betalingsachterstanden: 27 procent van de Nederlandse huishoudens. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om betalingsregelingen, creditcardschulden, rood staan en achterstallige rekeningen. Hypotheken zijn niet meegerekend. Hoe vaak er sprake is van problematische schulden is niet bekend. Het gaat hier immers ook om mensen die rekeningen zijn vergeten, af en toe rood staan of een verantwoorde lening aan zijn gegaan.

Dat blijkt uit de monitor betalingsachterstanden die staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. Aboutaleb is van plan de monitor jaarlijks te laten herhalen om de resultaten te vergelijken. Bovendien wil hij in een verdiepend onderzoek laten vaststellen hoeveel mensen met betalingsachterstanden kampen met problematische schulden en hoe je dit snel kan signaleren. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek worden zo nodig aanvullende maatregelen genomen.

De monitor maakt zichtbaar dat sommige groepen vaker betalingsachterstanden hebben dan anderen. Zo hebben mensen die niet werken, alleenstaande ouders en allochtonen veel vaker schulden dan gemiddeld. In mindere mate blijken ook jongeren, laagopgeleiden en mensen met een inkomen onder de 2.000 euro per maand meer schulden te hebben. Overigens hebben mensen die minder dan 1.000 euro per maand verdienen net zo vaak betalingsachterstanden als mensen minder dan 2.000 euro krijgen. Mensen boven de 65 hebben nauwelijks schulden. De oude dag komt met gebreken maar schulden horen daar als regel (nog) niet bij.

donderdag 27 november 2008

Wettelijke zorgplicht schuldhulpverlening noodzakelijk

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 11 november 2008:

Verplicht schuldverlichting

door Nadja Jungmann en Erica Schruer

De laatste jaren steeg het aantal huishoudens met problematische schulden aanzienlijk. In september 2008 betrof het ruim 400.000 huishoudens. Gemeenten kunnen slechts een kwart van degenen die om hulp vragen, een oplossing bieden. Nu de kredietcrisis de reële economie raakt, kunnen we er vanuit gaan dat het aantal huishoudens dat behoefte heeft aan schuldhulpverlening, de komende jaren verder stijgt. Op 11 november aanstaande debatteert de Tweede Kamer over het voorstel van staatsecretaris Aboutaleb om de effectiviteit van de schuldhulpverlening te vergroten door invoering van een wettelijke zorgplicht voor gemeenten. Met dit artikel willen wij wijzen op het belang van de invoering daarvan en geven we aan hoe de zorgplicht het beste ingevuld kan worden.

Binnen de groeiende groep huishoudens die om schuldhulpverlening vragen, kunnen we de komende jaren grofweg twee groepen onderscheiden. Aan de ene kant de consumenten die te lang boven hun stand hebben geleefd. Hun schuldencarrières begonnen begon met achterstanden op persoonlijke leningen en postorderbedrijven en eindigden met onoverkomelijke huur- en energieschulden. Aan de andere kant zullen ook burgers zonder schuldverleden de komende periode om hulp gaan vragen. Zij zagen de energierekening en zorgpremie de afgelopen jaren harder stijgen dan hun inkomen, maar betaalden al hun verplichtingen niettemin altijd op tijd. Na ontslagrondes en faillissementen komt een deel van hen in onoverkomelijke financiële problemen die ze zonder schuldhulp niet kunnen oplossen. Beide groepen schuldenaren hebben de komende jaren niet alleen behoefte aan effectieve schuldhulpverlening, maar daar volgens ons ook recht op.

De zorgplicht moet leiden tot een grotere effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Door onder meer eisen te stellen aan de duur van wacht- en doorlooptijden en de kwaliteit van de producten die gemeenten aanbieden, moet de zorgplicht leiden tot een grotere bereidheid bij crediteuren om mee te werken aan gemeentelijke oplossingen. Ook moet de zorgplicht ertoe leiden dat gemeenten hun hulpverlening zo inrichten dat die toegankelijk is voor alle inwoners die hulp nodig hebben.

Hoe de zorgplicht er precies uit komt te zien is nog niet bekend. Een zorgplicht schuldhulpverlening werkt alleen als de minimale eisen aan gemeenten heel duidelijk zijn uitgewerkt. De eisen moeten niet gericht zijn op het (interne) werk van de gemeente, maar op de daadwerkelijke resultaten voor de schuldenaar. Of, in meer juridische termen, de deelnormen van de zorgplicht moeten cliënt-georiënteerd zijn. Dit uitgangspunt betekent ook dat gedetailleerde regels niet noodzakelijk en niet gewenst zijn. Het is belangrijk dat gemeenten ruimte houden om schuldhulpverlening in te bedden in hun lokale sociale beleid. Voorbeelden van deelnormen die volgens ons noodzakelijk zijn om te voorkomen dat een zorgplicht schuldhulpverlening verwordt tot een papieren tijger zijn:
· schuldenaren die hulp zoeken, hebben binnen twee weken na aanmelding een gesprek waarin hun individuele situatie wordt geanalyseerd en eventuele noodmaatregelen worden genomen (zoals het voorkomen van een huisuitzetting);
· binnen vier weken na het eerste gesprek is de situatie van de schuldenaar beheersbaar: inkomsten en uitgaven zijn in balans, er is inzicht in de omvang van de schuldenlast en er ligt een individueel plan hoe de schuldsituatie wordt opgelost;
· als de bovengenoemde balans niet is te realiseren omdat een schuldenaar geen gebruik maakt van inkomensondersteunende maatregelen waar hij wel recht op heeft, dan krijgt de schuldenaar actieve hulp bij het aanvragen daarvan en indien nodig leenbijstand zolang de inkomensondersteuning nog niet beschikbaar is;
· de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening voldoet aan kwaliteitseisen die actief gecontroleerd worden (Nen-norm) en de resultaten worden gevolgd door een systeem van benchmarking tussen gemeenten die is gebaseerd op prestatieafspraken over een minimaal wenselijk slagingspercentage en een maximaal aanvaardbaar percentage uitvallers en recidivisten.

De zorgplicht is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening te vergroten. De rijksoverheid moet gemeenten ook faciliteren met een aantal randvoorwaarden. De belangrijkste randvoorwaarde is een breed moratorium. Dit is een juridische maatregel die voorkomt dat schuldeisers met individuele invorderingmaatregelen zoals loonbeslag of gedwongen verkoop van goederen een gemeentelijke oplossing frustreren. Daarnaast moet er een goed werkend beschermingssysteem zijn voor individuele schuldenaren die niet zelfstandig hun inkomsten en uitgaven in balans kunnen houden. Hiervoor is het in de eerste plaats noodzakelijk dat er voldoende plaatsen zijn voor vrijwillig (en langdurig) budgetbeheer. Ook is aanpassing van de regels rondom bewindvoering nodig zodat het maken van nieuwe schulden onder dit regime onmogelijk wordt.

De kredietcrisis hangt samen met onstilbare honger naar meer materiële welvaart. Het streven van topbankiers naar hoge, onverantwoorde bonussen verschilt niet wezenlijk van de behoefte van consumenten om persoonlijke leningen af te sluiten boven hun stand. Betrokkenen dachten onvoldoende na over de consequenties of kregen te maken met onvoorziene tegenvallers. Het is niet meer dan rechtvaardig bij het terugdringen van de uitwassen van het consumentisme niet alleen de mede-veroorzakende banken, maar ook de individuele consumenten te helpen. Wat ons betreft leidt het daarbij geen twijfel dat de hulp juist ook beschikbaar moet zijn voor al die mensen die tot op heden hun verplichtingen na kwamen maar de komende tijd door de crisis in de problemen komen.

Over de auteurs: Mevrouw dr. N. Jungmann werkt als adviseur bij Hiemstra & de Vries en is verbonden aan de vakgroep rechtssociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij promoveerde in 2006 op een proefschrift over gemeentelijke schuldhulpverlening.
Mevrouw mr. H.D.L.M. Schruer werkt als advocaat in Rotterdam. Zij is sinds 1985 betrokken bij schuldhulpverlening als adviseur en publiceert hierover regelmatig.

woensdag 26 november 2008

Amendement Spekman ondersteuning buurt-shv

Het PvdA-kamerlid Spekman heeft een amendement (31700 XV nr. 16) ingediend bij de SZW begroting met het voorstel EURO 4 miljoen uit te trekken voor pilots met buurtdiensten en hulpverleners in wijken die het vertrouwen hebben van burgers en die in samenwerking met professionele instanties kunnen helpen bij het bestrijden van schulden ondersteuning te verlenen.

De gedachte dat in de eigen omgeving van de debiteur wordt bijgedragen aan een bewust zijn zo snel mogelijk een beroep te doen op schuldhulpverlening is nuttig. Ook de bijstand op korte afstand van “maatschappelijke ondersteuners” die bijvoorbeeld als budgetbuddies een debiteur helpen de eindjes aan elkaar te knopen helpt.

Ook kerkelijke caritasinstellingen zouden hierbij een rol kunnen / moeten spelen.

Ook CBS constateert: beroep op de Wsnp is afgenomen

Wat insiders al wisten uit de cijfers op de website van het bureau Wsnp is nu bevestigd in een rapportage van het CBS. Het beroep op de Wsnp is sterk afgenomen. In de eerste drie kwartalen van 2008 zijn 7,1 duizend schuldsaneringen uitgesproken. Dit is 37 procent minder dan in dezelfde periode van 2007. Het aantal schuldsaneringen daalt al sinds het eerste kwartaal van 2008 fors ten opzichte van het voorgaande jaar. De daling zette sindsdien versterkt door. De wijziging van de Wet Schuldsaneringen Natuurlijke Personen (WSNP) , waarbij onder andere de criteria voor toelating tot de schuldsanering zijn verscherpt, is een van de verklaringen voor de daling.

Het aantal schuldsaneringen is in de eerste negen maanden van 2008 in vrijwel alle provincies afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. De sterkste dalingen vonden plaats in Utrecht (52 procent) en Groningen (50 procent). Alleen in Limburg, Friesland en Flevoland was sprake van een toename met enkele procenten. Dit kan samenhangen met het beleid van of achterstanden bij de rechtbanken in die provincies. Daarnaast is het mogelijk dat de instanties voor schuldhulpverlening hier vaker aanvragen doen voor een toelating tot de wettelijke schuldsanering dan elders.

Christen Unie wil BKR-melding alimentatieschuld

De website van Modus Vivendi geeft twee vindplaatsen en een begeleidend artikel over de opvatting van mevrouw Ortega, dat alimentatie zou moeten worden opgenomen in de BKR-registratie teneinde te voorkomen dat debiteuren van alimentatieschulden nieuwe schulden kunnen maken. Mevrouw Ortega maakte deze opmerking deze week bij de behandeling van de SZW-begroting. Op de website van de Tweede Kamer heb ik de exacte tekst van haar inbreng nog niet kunnen vinden.

Het lijkt zo te zijn, dat mevrouw Ortega vermelding in de BKR-registratie (die is bedoeld voor al dan niet onroerende zaak-gebonden kredietschulden) heeft verward met de LIS-melding (landelijk informatiesysteem schulden). Het LIS wordt, naar verwachting, medio 2009 in gebruik genomen. Recent wijdde de corporatiekoepel Aedes hieraan een artikel naar aanleiding van een recent door het BKR georganiseerd symposium.

Alimentatie is als concurrente schuld in beginsel zeker vermeldenswaardig in het LIS. Gegeven de niet zelden gespannen verhoudingen tussen ex-echtelieden dient daarbij wel sprake te zijn van een geobjectiveerde bepaling of inderdaad sprake is van een schuld, hetgeen voor de kinderalimentatie zou kunnen via het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen).

Op de website van het Ministerie van Justitie werd op 27 augustus 2008 een persbericht geplaatst over het voornemen de mogelijkheid te openen het LBIO ook in te schakelen voor de incasso van partneralimentatie. In dat geval zou aanwijzing van het LBIO als meld-autoriteit ook wat dat betreft een mogelijkheid zijn. Het hierop betrekking hebbende ontwerp (31.575) tot wijziging van boek 1 BW werd op 11 september 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en is inmiddels op 30 oktober 2008 besproken in de Vaste Kamercommissie van Justitie.

Een alimentatieplichtige kan de rechter vragen te beoordelen of gewijzigde omstandigheden reden zijn tot verlaging van de periodieke alimentatieverplichting en de alimentatie-achterstand. Vrijwillige werkloosheid kan daarvoor een reden zijn.

Over het LIS stond gisteren trouwens een interessant artikel op mijngeld.blog.nl, waarbij met name de bijzonderheidscode intrigeert :“NB” = niet benaderbaar. Dat zou iedere debiteur wel willen!

Nu ik toch over alimentatie schrijf, meld ik tenslotte ook maar even, dat gisteren bekend werd dat de wettelijke indexering per 1 januari 2009 3,9% zal bedragen.

maandag 24 november 2008

“Twenty things I didn’t know before I worked as a debt counsellor”

In de Financial Times van 21 november 2008 schrijft een Britse schuldhulpverlener genaamd David Gaffney (“Debt counsellor”) over zijn ervaringen. Gaffney heeft daarover ook een comische thriller geschreven, genaamd “Never, never”.

Geconstateerd moet worden dat die praktijk af en toe nogal ver van de onze afstaat (naar ik mag hopen!). Ik geef U enkele citaten:

5 The principles of debt counselling are that there are no principles
The debt counselling method is to maximise income, sort out emergencies like disconnection and eviction, then contact non-priority creditors – the credit cards, catalogues and door-to-door loan companies. Non-priority creditors don’t like debt counsellors.


Herkenbaar zijn de optimalisering van inkomensondersteunende maatregelen en crisisinterventie. In de omgang met concurrente crediteuren, rijst de vraag, of wij hier terug zijn bij schuldhulpverlening oude stijl waarbij eigen inzichten van de schuldhulpverlener een rol spelen voor het antwoord op de vraag wie wat (wanneer) krijgt.

3. It is legally permissible to laugh at bailiffs and drop milk bottles on their heads from upstairs
There’s case law to prove this. Bailiff law is like vampire lore. Bailiffs can come into the house only if invited over the threshold. Once inside they take an inventory of goods that they can return to remove

In Nederland zal een debiteur die een deurwaarder onbehoorlijk bejegent –als het goed is – te maken krijgen met de strafrechter.

Enigszins herkenbaar is wel de tip over de omgang met rechters:

11 County court judges like debtors more than they like solicitors from the bank
The average county court judge hates solicitors but loves normal members of the public like you. This is because he used to be a solicitor but he’s never been a normal member of the public, so to him you are exotic. And it is usually a he. A judge will find every way he can to humiliate the solicitor. Take advantage of this by pointing out grammatical errors in the solicitor’s papers. Never wear a suit to court – the judge will ask you with a friendly smirk whether it was from Next Directory, which is one of your debts (Next Directory is always one of your debts).


Wie even wil lachen temidden van de schuldhulpverleningspraktijk, vindt in dit artikel een goed vertrekpunt.

zaterdag 22 november 2008

Enkele "faits divers" over schuldenproblematiek van de afgelopen dagen

In Almere is de wachtlijst schuldhulpverlening eerder dan verwacht opgelost. De invoering van nieuwe werkprocessen en een nieuw registratiesysteem moeten de vorming van een wachtlijst in de toekomst voorkomen. Een speciaal team heeft sinds september 2008 235 wachtenden geholpen. De gemeente wijst mij erop dat het persbericht ten onrechte 35 in plaats 235 wachtenden worden vermeld. Onderzoek van Deloitte naar het ontstaan van de wachtlijst wees uit dat medewerkers van het Budget Bureau Almere teveel hooi op hun vork namen door op de stoel van de hulpverlening te gaan zitten. Inmiddels beperken de medewerkers zich weer tot hun regietaak. Daarnaast is er een management informatiesysteem ontwikkeld waardoor het zichtbaar is hoe het bureau presteert en of er bijgestuurd moet worden. Eerder schreef ik over Almere mijn bijdrage “Schuldhulpverlening in Almere onder de maat”. Inmiddels is sprake van verbetering.

In Oosterhout zal als wapen in de strijd tegen schulden een cursus “Leren omgaan met geld” worden aangeboden. De gemeente signaleert dat de schuldenproblematiek groeit en wil daar iets aan doen. In Oosterhout bestaat al langer een samenwerking met onder meer de Stadsbank, die er op is gericht huurachterstanden snel op te sporen zodat mensen met een betalingsachterstand in een vroeg stadium hulp kunnen krijgen.

De gemeenten Ermelo en Harderwijk gaan huis-aan-huis een krant verspreiden met voorlichting over schulden. Er komt meer aandacht voor schuldpreventie. De gemeente gaat zelf de schuldhulpverlening uitvoeren en heeft het contract met de kredietbank opgezegd. In Harderwijk deden 59 mensen in 2006 een berope op schuldhulpverlening. In 2007 waren dat er 84. Ermelo telde 27 aanvragen in 2006 en 33 in 2007. “Het aantal aanvragen voor budgethulp en tips om rond te komen, is in twee jaar tijd gestegen met 630 procent”.

Hulpverleningsinstelling “De Kern”, die actief in de regio Zwolle, signaleert dat de kredietcrisis leidt tot stijging van de hulpvraag: "We merken nu al steeds vaker dat mensen bij ons aankloppen met relatieproblemen in combinatie met schulden, of opvoedproblemen met schulden".

In de gemeente Ridderkerk “lopen 100 schuldhulpverleningsdossiers”, waarvoor volgens het bericht vier personen worden ingezet, hetgeen nogal aan de ruime kant lijkt, tenzij deze aanzienlijk minder dan vijf dagen per week worden ingezet.

In de Volkskrant van vandaag wordt ingegaan op de problematiek van zwerfjongeren die werkelijk enorme schuldpakketten blijken te kunnen hebben. “Vier jaar geleden schrok Appie Bles, interventiemedewerker jongeren van (opvangorganisatie) Zienn, nog van 10 duizend euro. ‘Nu ligt de gemiddelde schuld rond de 35 duizend euro. Ik ken ook jongeren die op hun twintigste meer dan 100 duizend euro schuld hebben”.

Het AD ging deze week in op de problematiek van de tienermoeders in Rotterdam, van wie het aantal afneemt maar de schuldenproblematiek soms aanzienlijk is: “Sandra kampt met een schuld van 20.000 tot 30.000 euro. Ze belandde diep in het rood doordat ze op haar naam telefoonabonnementen afsloot voor anderen, bij wie ze inwoonde”.

Kinderen voor kinderen

De GKB Drenthe en leerlingen van het Drenthe College zullen gezamenlijk een preventiecampagne voor jongeren gaan ontwikkelen om hen ervan te weerhouden schulden te maken.

De GKB Drenthe ziet dat steeds meer jongeren (tot 25 jaar) in Assen een beroep doen op de schuldhulpverlening. Een schuldenpakket van meer dan 10.000 euro komt regelmatig voor.

Mevrouw Kraakman, ict-manager van de school merkt hierover op: ‘Ook bij ons op school lenen jongeren steeds makkelijker van elkaar. Het is dus belangrijk om vroegtijdig aandacht te besteden aan deze problematiek om later erger te voorkomen’.

Dat schuldproblemen bij jongeren (voornamelijk?) schulden van jongeren aan elkaar betreffen is een nieuw gegeven (maar misschien zo niet gezegd en/of bedoeld). Veel vorkomende crediteuren zijn mobiele telefoonproviders en banken met roodstanden.

Interessant is het initiatief in ieder geval. Misschien horen we meer bij de publicatie van de evaluatie.

vrijdag 21 november 2008

Nieuwe portefeuillehouder schuldhulpverlening

Mevrouw J. Klijnsma zal de heer A. Aboutaleb opvolgen als staatssecretaris van SZW en daarmee ook de portefeuille schuldhulpverlening overnemen. Zij wordt op 18 december 2008 beedigd.

Het is te hopen, dat zij dat met evenveel verve, kennis en ervaring zal doen als de heer Aboutaleb. Deze heeft de schuldhulpverlening hoog op de politieke agenda gezet en op die plaats zal -naar moet worden gevreesd- dit onderwerp voorlopig moeten blijven staan.

Ook belastingdienst heeft voor faillissementsaanvraag advocaat nodig

Zowel in Rotterdam als in ’s-Gravenhage heeft de Rechtbank de belastingdienst niet beloond voor de nieuwe strategie te pogen zonder advocaat faillissementen aan te vragen, nadat per 1 september 2008 het procuraat is afgeschaft (maar niet de verplichting tot bijstand door een advocaat).

Argumentatie van de belastingdienst was in beide gevallen, “dat in de praktijk is gebleken dat de procesvertegenwoordiging door een advocaat geen tot weinig toegevoegde waarde heeft”.

De Rechtbanken waren daar snel mee klaar:

’s-Gravenhage (17 november 2008 – BG4441):
Zoals verzoeker terecht stelt, vloeit het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging niet expliciet voort uit de Faillissementswet en aanverwante regelgeving. Naar heersende rechtsopvatting strekt het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging er echter onder meer toe de rechter in staat te stellen zijn taak op adequate wijze uit te oefenen, door te verzekeren dat de zaak wordt behandeld en gepresenteerd door gekwalificeerde raadslieden, die in staat zijn een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting te geven van het standpunt van de procespartij voor wie zij optreden. Deze strekking brengt mee dat artikel 5 lid 1 van de Faillissementswet aldus moet worden opgevat dat daarin mede de eis wordt gesteld dat de zaak ter zitting wordt behandeld door een advocaat. Het voeren van een faillissementsprocedure vereist specifieke kennis en vaardigheden, waardoor het belang van goede voorlichting ten overstaan van de rechter en de handhaving van de kwaliteit van de procedure slechts afdoende zijn gewaarborgd indien de belangen van een verzoeker ter faillissementszitting worden vertegenwoordigd door een advocaat. Daarbij komt dat de faillissementszitting tevens een rolzitting is en dat het de voorkeur verdient procesrechtelijke kwesties, zoals aanhouding en het uitbrengen van een exploit door verzoeker, ter zitting te bespreken met de advocaat van verzoeker.

Rotterdam (19 november 2008 – BG4767):
Met de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer is weliswaar het instituut van het procuraat afgeschaft, maar niet de verplichte procesvertegenwoordiging. Die verplichte procesvertegenwoordiging (bij de sector civiel recht van de rechtbank) is niet beperkt tot (slechts) de eis dat het procesinleidend stuk door een advocaat moet zijn ondertekend. Ook de daarop volgende proceshandelingen, zoals bijvoorbeeld persisteren, aanhouding verzoeken en intrekken, dienen door een advocaat te geschieden. Het is onwenselijk daarvan voor een bepaalde categorie verzoekers een uitzondering te maken, zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.

"VTLB voldoende voor noodzakelijke bestaanskosten"

De Staatssecretaris van SZW heeft aan Mevrouw Ortega van de Christenunie een voorspelbaar (en oppervlakkig) antwoord gegeven op haar vraag of sanieten voldoende geld krijgen om van te leven. Eerder sprak ik dat vermoeden al uit na kennisname van de vraag en de keuze van de adressaat van de vraag.

Vraag:

Heeft de toename ook te maken met een verhoogd aantal mensen dat in een schuldhulpverleningstraject zit? Zo ja, in hoeverre staat de maandelijkse minimumnorm die
overblijft na een schuldsanering in verhouding tot de mogelijkheid om in de eerste levensbehoeften te voorzien?

Antwoord:

Voor mensen met schulden die in een schuldsaneringstraject zitten, wordt volgens de zogenaamde «Recofanorm» een «vrij te laten bedrag» vastgesteld. Bij de vaststelling van dit bedrag wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de schuldenaar.
Op deze wijze wordt geborgd dat het vrij te laten bedrag in principe voldoende is voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Het is dus van groot belang dat mensen met problematische schulden zich melden voor schuldhulpverlening.

Aanhangel van de Handelingen vergaderjaar 2008/2009 nr. 550.

Kamervragen uitzending Zembla "De bewindvoerdersbende"

Inmiddels hebben deze week tot heden maar liefst drie politieke partijen Kamervragen gesteld naar aanleiding van de uitzending van Zembla met de titel “De bewindvoerdersbende”. Uit de Kamervragen blijkt dat niet alle kamerleden bekend zijn met het verschil tussen de boek 1-bewindvoerder en de WSNP-bewindvoerder.

Kamerlid Anker (Christenunie) vraagt naar het belang van opleiding en kwaliteitsbevordering en relateert de problematiek ten onrechte aan het voorontwerp insolventiewet.

De Kamerleden Karabulut en De Wit (SP) kennen wel het verschil en gaan onder meer in op de vraag, hoe het toezicht beter kan worden geregeld, wanneer de Kantonrechter daarin voor zichzelf een zeer beperkte taak ziet weggelegd.

De Kamerleden Heerts en Wolberts (PvdA) stellen vragen over de mogelijkheid malafide bewindvoerders te ontslaan en de wettelijke te stellen eisen aan bewindvoerders en bewindvoerderskantoren en de taak van de overheid “om demente personen, psychiatrische patiënten, verstandelijk gehandicapten en andere kwetsbare groepen te beschermen tegen misbruik van volmachten en bewindvoering” (hear, hear!).

"Help! Bescherm mijn klant met schulden"

Gisteren kwam in Rotterdam op het congres van Modus Vivendi en Schruer Advocaten “Help, ik heb een klant met schulden” de problematiek van het boek 1 bewind, waarover ook recent op dit weblog een en ander is opgemerkt aan de orde.

Dr. I.P. van Rossen opperde als vorm van borging van de kwaliteit van de professionele boek 1-bewindvoering een te ontwikkelen systeem vergelijkbaar met de WSNP-bewindvoering, waarbij opleidingseisen worden ontwikkeld voor personen en periodiek auditing van de organisatie plaats vindt door het bureau WSNP, dat kennis van en ervaring met de bewindvoerdersproblematiek heeft.

Dr. N. Jungmann wees op de noodzaak een regime te ontwikkelen tussen curatele en boek 1-bewindvoering waarbij een beschermwaardige geen althans zo min mogelijk nieuwe schulden kan maken bijvoorbeeld door introductie van een register analoog aan het curatele-register dat marktpartijen moeten raadplegen alvorens rechtsgeldig een overeenkomst te kunnen aangaan

Mevrouw P.J.M.G. Blanksma-Van den Heuvel (Tweede Kamerlid CDA) waarschuwde dat alleen in uiterste geval personen levenslang moeten worden beschermd en geholpen met hun financieel beheer. Clienten moet zoveel mogelijk worden geholpen naar zelfstandigheid. Zij zal binnenkort een initiatief wetsvoorstel indienen teneinde te komen tot beperking van televisiereclame voor geldleningen.

Mr. H. Karstel, bestuurssecretaris Stichting Pameijer te Rotterdam, wees op de noodzaak van samenwerking tussen ketenpartners op het terrein van de hulpverlening teneinde te komen tot verbetering van de levenskwaliteit van de cliënt, waarbij financiële problemen doorgaans samenhangen met andere problemen zoals sociale uitsluiting en gezondheidsproblemen, die ook moeten worden opgelost. Intramurale hulpverlening zou minder gericht moeten zijn op “kamers-vullen”, maar op integrale verbetering van levenskwaliteit in alle facetten.

In de vorm van een rollenspel werden twee zittingen gehouden voor verzoek boek 1-bewind en moratorium in geval van ontruiming waarbij Mr. L.Th.A. Boender de advocaat en de heer G. van Rossen de client speelden. Ondergetekende ging in op de betekenis die de drie nieuwe middelen in de WSNP in de dagelijkse praktijk van de hulpverlening kunnen hebben.

De website zorgwelzijn.nl meldde gisteren een onderzoek van het Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling in Groningen waaruit blijkt dat het regelmatig voorkomt dat ouderen het slachtoffer worden van vormen van mishandeling gepleegd door mantelzorger. Een van deze vormen van “mishandeling” is het knoeien met de bankrekening van de oudere door familieleden. Zij maken misbruik van de situatie door bijvoorbeeld ten onrechte geld op te nemen. Ook dit onderzoek onderstreept het belang van goede maatregelen om daarvoor in aanmerking komende personen te beschermen tegen financiële benadeling zowel door degenen die hen helpen als door schuldeisers.