vrijdag 30 november 2007

Lenen schaadt Uw gezondheid en die van anderen

Op 27 november 2007 heeft de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een persbericht uitgegeven, inhoudend dat advertenties van aanbieders van krediet in kranten en tijdschriften in de meeste gevallen voldoen aan de eisen en slechts in een enkel geval niet voldoen. Het betrof 63 gedrukte kredietadvertenties van aanbieders van krediet, voornamelijk banken.

De AFM schrijft “zeer verheugd te zijn met” (dergelijk exclamaties horen wij zelden van toezichthouders) het feit dat aanbieders van krediet zich bij het reclame maken aan de geldende reclame-eisen houden. Zo nemen bijna alle aanbieders de belangrijkste kenmerken van het aan te bieden krediet op in een tabel, wanneer zij in de advertentie een rentepercentage of een maandlast noemen. De consument wordt door het opnemen van deze tabel, in staat gesteld aanbiedingen van verschillende aanbieders met elkaar te vergelijken. De AFM geeft verder aan de reclames voor krediet nauwlettend te blijven volgen. Daarbij zal voornamelijk aandacht zijn voor goederenkrediet (kopen op afbetaling) en banner-reclames op internet.

Zou de AFM er wel eens van hebben gehoord, dat de consument ook op de televisie wordt doodgegooid met reclames over consumptief krediet waarvan de boodschap is dat geen zinnig mens wacht tot hij het geld heeft verdiend alvorens het uit te geven. Is het geen idee reclames voor krediet van dezelfde waarschuwingen te voorzien als reclames voor roken? “Lenen schaadt de gezondheid en die van anderen”.

Waarom is er in het kader van brancheregulering geen bijzondere reclamecode voor consumptief krediet zoals die ook bestaan voor onder meer alcoholhoudende dranken, tabakswaren, zoetwaren, kansspelen, telefonische informatiediensten, en personenauto’s? Zou ook de kersverse Consumentenautoriteit zich hierover niet eens moeten roeren?

dinsdag 27 november 2007

(Schuldhulp)cliënten aan het woord

Op 19 november 2007 is door de Minister van SZW het uitvoerige rapport “Wet werk en bijstand. Cliënten aan het woord” aangeboden aan de Tweede Kamer. Het rapport is gebaseerd op een onderzoek van Regioplan in opdracht van het Ministerie naar de opvattingen van personen die een WWB-uitkering hadden aangevraagd (en soms wel en soms niet hadden gekregen).

Onderzoeksvragen zijn vooral gericht op de vraag, of de doelstelling “werk boven inkomen” wordt gerealiseerd. Aan de orde komt ook welke vormen van hulpverlening zijn geboden. Schuldhulpverlening is een regelmatig aangeboden hulpverleningsvariant. Schuldhulpverlening kent in relatie tot de WWB verschillende varianten:
- als verplichte voorwaarde voor bijstandsuitkering;
- budgetbeheer;
- bijstand in natura;
- bijzondere bijstand ter aflossing van schulden al dan niet in de vorm van een geldlening.
(Deze maand werd ook bekend dat bijstandsgerechtigden totaal een schuld van EURO 1,3 miljard aan gemeenten hebben, waarvan echter het grootste gedeelte is ontstaan door bijstandfraude en de daaruit voortvloeiende verplichting onterechte genoten uitkeringen terug te betalen).

10% van de respondenten maakt gebruik van budgetbeheer. Andere vormen van schuldhulpverlening kwamen onder de respondenten niet voor (of de vraagstelling was onvoldoende scherp om dat te diagnosteren).

Bij budgetbeheer worden vaste lasten (gas, huur, licht, water en premie zorgverzekering) ingehouden en door de gemeente voldaan aan de crediteur. Budgetbeheer wordt zeer gewaardeerd, omdat “het overzicht en rust geeft en in ieder geval de vaste lasten worden betaald”. 81% van de respondenten in het cliëntenonderzoeker is het eens met de stelling dat een groot gedeelte van de uitkering kan worden ingehouden om de vaste lasten te betalen.

In het verleden bestond er met name onder hulpverleners nogal eens verzet tegen budgethulp, omdat deze betuttelend zou zijn. Vraag rijst echter, of betutteling in sommige gevallen niet het aangewezen middel is om een debiteur (en zijn gezin), bij wie het financieel beheer uit de hand is gelopen, weer op de rails terug te zetten en hem tegelijk zodanig toe te rusten, dat hij op termijn de trein weer zelf kan besturen. Budgetbeheer is bij schuldhulpverlening een curatief instrument, waarbij de cliënt blijkens het onderzoek van Regioplan ook zelf inziet, dat hij daardoor “overzicht en rust” terugkrijgt. Wie zou dat niet willen?

maandag 26 november 2007

Debiteurenatlas Duitsland 2007 verschenen

In november 2007 is door Wirtschaftauskunftei Creditreform de jaarlijkse Schuldneratlas uitgegeven.

Ongeveer 7,3 miljoen Duitsers verkeren volgens deze atlas in een toestand van “Ueberschuldung”, dat wil in dit geval zeggen dat zij niet aan hun opeisbare betalingsverplichtingen kunnen voldoen en geen mogelijkheden hebben om aanvullend een kredietfaciliteit te treffen om weer liquide te worden.

Dit aantal betekent dat de zogenaamde Schuldnerquote –het percentage van de bevolking dat in een problematische schuldsituatie verkeert- is gestegen van 10,7 naar 10.9% van de bevolking: afgerond 1:10 en daarmee aanzienlijk meer dan de schattingen die thans over de Nederlandse situatie bestaan.

Volgens het rapport is werkloosheid een belangrijke oorzaak van de betalingsproblemen, gevolgd door echtscheiding en overfinanciering door consumptief krediet,waar in Duitsland –net als in Nederland ook na de reclame beperkende maatregelen- veelvuldig wordt geadverteerd in combinatie met het propageren van “eine buergerliche Kultur”, waarin reclame wordt gemaakt voor de nieuwste mobiele telefoon (in het Duits: “Handy”!). kleding, woonstijl en (lease-)auto’s (usw, usw), die wordt gefinancierd met consumptief krediet. Reclame is gericht op snelle consumptie.

Zorgwekkend is dat het aantal jonge personen met schulden toeneemt. Soms zijn jongeren al op de leeftijd van 20 jaar in problemen terecht gekomen. Wie schulden heeft, ziet schulden toenemen, omdat de niet zelden aanzienlijke incassokosten erbij komen. Deze kosten bedragen soms een veelvoud van de hoofdsom.

Kreditreform concludeert tenslotte, dat veel nieuwe arbeidsplaatsen een laag loonniveau hebben, waarbij wel de werkloosheidscijfers dalen door de tewerkstelling maar geen sprake is van een substantiële inkomensverbetering. Salarissen zijn de laatste jaren in Duitsland minder gestegen dan de inflatie.

zondag 25 november 2007

Met internet-buddies uit de problematische schuldsituatie!

In het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft Experian, een internationale, ook in Nederland actieve onderneming, die zich voornamelijk richt op het verzamelen en verstrekken van informatie betreffende krediet en verhaal, op 11 oktober 2007 een rechtspersoon opgericht in de vorm van een stichting genaamd, de Stichting Verantwoord. De stichting heeft zich op 19 november 2007 gepresenteerd in de vorm van een persbericht.

De stichting zal zich gaan richten:
- onderzoek;
- voorlichting aan en begeleiding van vooral kinderen en jong volwassenen tussen de 11 en 27 jaar, waartoe al contacten bestaan met enkele scholen, waarvoor lesmodules zijn ontwikkeld;
- de ontwikkeling van interactieve programma’s die erop zijn gericht de eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bij de huishoudelijke bestedingen te stimuleren en waarbij tevens buddies als coach worden ingezet die via internet contacten onderhouden met hulpvragers en hen begeleiden;
- het verstrekken van microkredieten (een goede reden om prinses Maxima eens voor een lezing uit te nodigen!).
Voorzitter van de stichting is Mevrouw Jet Creemers, zakenvrouw van het jaar 1994, die in het verleden met de Stichting Planprakijk veel pionierswerk heeft verricht op het terrein van de schuldhulpverlening en daar haar sporen heeft verdiend. De stichting heeft een website (in opbouw): http://www.stichtingverantwoord.com/

Voorlichting op scholen als onderdeel van preventie heeft op dit moment zeer de aandacht. Op dit vlak is veel te winnen, omdat niet alleen de scholieren maar en passant ook hun ouders nog eens horen over de manier waarop met geld zodanig kan worden omgegaan, dat er geen gevaar ontstaat voor familiedrama’s en andere persoonlijke rampen, vergelijk:
http://observatrix.blogspot.com/2007/11/een-schuld-te-veel.html
In de gemeente Rotterdam worden voor scholieren initiatieven ontwikkeld op middelbare en inmiddels ook basisscholen, vergelijk:
http://observatrix.blogspot.com/2007/11/scholieren-en-hun-ouders-moeten-leren.html

Boeiend is het voornemen van de Stichting Verantwoord om, naar ik aanneem, curatieve schuldhulpverlening te gaan verrichten door inzet van buddies op internet. Hiermee is om te beginnen weer extra –naar verondersteld mag worden: deskundige en integere- hulpaanbod beschikbaar op een terrein dat steeds meer de trekken begint aan te nemen van een sociaal rampgebied, zowel in Nederland als daarbuiten. Bovendien, ervaring met andere vormen van hulpverlening via internet onder meer bij de behandeling van depressiviteit heeft uitgewezen dat die beter kunnen helpen dan “individuele counseling” (onderzoek Houston e.a. American Journal of Psychiatrie 2006, dissertatie Mevrouw V. Spek Universiteit van Tilburg 2007, die op 30 november 2007 zal gaan promoveren).

Interessant is hiermee verbonden de vraag, of deze vorm van internet-schuldhulpverlening ook als modaliteit gaat worden benoemd en omschreven in de normen die op dit moment in ontwikkeling zijn voor de certificering van de schuldhulpverlening. Hiermee is de NEN-normcommissie schuldhulpverlening,waarin een aantal instellingen participeren, die actief zijn op het terrein van de schuldhulpverlening, op dit moment druk doende. De publicatie van de ontwerp-normen wordt in februari 2008 verwacht. Eerder bracht het NEN een verkennende rapportage uit, waarin de ontwikkeling van dergelijke normen haalbaar werd geacht.

zaterdag 24 november 2007

Promotie schuldsanering en goede trouw

Op woensdag 21 november 2007 is Mr. Arnoud Noordam, advocaat te Amsterdam, aan de Vrije Universiteit Amsterdam gepromoveerd op het proefschrift Schuldsanering en goede trouw. Promotor was prof. mr. B. Wessels

De onderzoeksvragen zijn:
- welke betekenis en welke rol heeft de goede-trouwtoets in de Wsnp
- is een dergelijke subjectieve toets bij de beoordeling van verzoeken tot toepassing van een wettelijke schuldsaneringsregeling wenselijk.

In de tweede helft van de twintigste eeuw is de kredietverlening aan particulieren in de VS en in Europa enorm toegenomen, parallel aan de welvaartsgroei na de Tweede Wereldoorlog. Uit diverse onderzoeken blijkt niet onomstotelijk dat de toename van de kredietverlening een oorzaak is van de toename van insolventie, aannemelijk is dat causale verband wel. De door de OESO verwachte rentestijging vormt niet alleen een bedreiging voor schuldenaren met consumptief krediet, maar ook voor hypotheekgevers. Schuldenaren onderschatten vaak hun schuldenproblemen en nemen te makkelijk verplichtingen op zich (bounded willpower). Wetgeving die de consument beoogt te beschermen tegen overmatige kredietverlening kan niet voorkomen dat steeds meer schuldenaren een beroep (moeten) doen op schuldhulp. De Wet op het financieel toezicht, in deze opvolger van de Wet financiële dienstverlening, zal volgens Arnoud Noordam evenmin kunnen voorkomen dat vele consumenten in problematische schuldensituaties terechtkomen die zij niet zelfstandig kunnen oplossen.

Schuldhulpverleners zijn ook niet altijd in staat problematische schuldensituaties op te lossen. Schuldeisers blijken vaak niet bereid een buitengerechtelijke akkoord (of schuldregeling) in het ‘minnelijke (schuldsanerings)traject' te aanvaarden. De Wet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen is in werking getreden op 1 december 1998 en fungeert als een laatste redmiddel voor natuurlijke personen die in een problematische schuldensituatie verkeren. De Wsnp biedt de schuldenaar uitzicht op een schone lei indien hij zich tijdens de sanering (in beginsel drie jaar) aan zijn verplichtingen houdt.

De Wsnp is een medicijn maar werkt niet preventief: de wet kan niet verhelpen dat steeds meer natuurlijke personen in een problematische schuldensituatie komen te verkeren. In het jaar 1999 werd ten aanzien van één op de tweeduizend Nederlanders de Wsnp van toepassing verklaard dan wel een faillissement uitgesproken, anno 2005 was dat aantal verdubbeld. De sanering van schulden via de Wsnp is bovendien niet iedereen vergund. De rechter kan namelijk een verzoek van de schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (een Wsnpverzoek) afwijzen, indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.


Noordam is geen voorstander van handhaving van de op het verleden gerichte "goede trouw"-toets (hoe is het gekomen?), maar van een toetsing op "gegronde vrees" (kan het nu goed komen?). In het wetsontwerp WSNP, dat per 1 januari 2008 in werking treedt is in de visie van Mr. Noordam onvoldoende transparantie hoe de rechter zal moeten toetsen bij de beoordeling over de toelating van een debiteur tot de WSNP.

Eerder, in een artikel in het Tijdschrift voor Insolventierecht onder de titel ’’De toegangspoort tot de wettelijke schuldsanering in nevelen gehuld’’ heeft mr. A.J. Noordam een aantal vraagpunten met betrekking tot de voorgenomen wetswijziging opgeworpen, waarvan de belangrijkste was dat door de introductie (bij amendement) van artikel 288 lid 3 Fw (inhoudend dat de aanvrager ondanks de strengere toelatingseisen, toch kan worden toegelaten tot de regeling het indien voldoende aannemelijk is dat de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbepaald laten van de schulden onder controle zijn) weinig overbleef van de intentie strenger aan de poort te zijn. De Minister heeft, toen dit aspect door een VVD-kamerlid (Broekers-Knol) tijdens de parlementaire behandeling onder de aandacht werd gebracht, geantwoord dat artikel 288 lid 3 Fw een codificatie was van de Recofarichtlijnen op dit punt, waarmee onbelicht bleef of de nieuwe wet dan op dit punt al dan niet een afwijking van de Recofa-richtlijnen beoogde. Was de Tweede Kamer beducht dat er te weinig mensen nog voor toelating in aanmerking kwamen, de Eerste Kamer was meer bevreesd dat het er te veel zouden worden. Dat nam niet weg dat het wetsontwerp uiteindelijk zonder hoofdelijke stemming de finish haalde.

Nader bericht over het proefschrift volgt, zodra dit beschikbaar is.

donderdag 22 november 2007

Voedselbanken blijven open!

Op 19 november 2007 heeft de Staatssecretaris van SZW de vragen beantwoord van het Tweede Kamer-lid Van Gent (Groen Links) over de explosieve groei van de voedselbanken, zie mijn artikel Kamervragen Groen Links over wachtlijsten schuldhulpverlening
http://observatrix.blogspot.com/2007/11/op-1-november-2007-heeft-het-lid-tweede.

De Staatssecretaris ziet in voedselbanken een vindplaats voor de overheid om mensen die geholpen worden door de voedselbank, te wijzen op andere vormen van hulpverlening, waaronder schuldhulpverlening. “Mensen met schulden bv. zijn niet geholpen met een voedselpakket maar door adequate schuldhulpverlening in combinatie met armoedebestrijding en een baan”. “Nederland heeft een uitgebreid systeem van sociale voorzieningen. Toch zullen er altijd mensen zijn die gebruik maken van liefdadigheid. Bijvoorbeeld omdat de overheid ze niet kan helpen (illegalen) of omdat ze niet door de overheid geholpen willen worden. Van oudsher zijn er organisaties die deze mensen helpen zoals het Leger des Heils en de kerken”. (Dat ook het Leger des Heils naar Nederlands recht een kerkgenootschap is, is het departement kennelijk even ontschoten).

De Staatssecretaris verwijst naar een onderzoek van Regioplan in 2006, waarin de kenmerken van de klanten van voedselbanken zijn geanalyseerd. Met betrekking tot de schuldenproblematiek zijn in dat onderzoek interessante gegevens te vinden:
- aangegeven wordt dat schulden bij 83% van de respondenten een probleem zijn;
- problemen in de inkomensvoorziening ontstaan, doordat respondenten betalingsregelingen treffen met doorgaans commerciële schuldeisers en daarbij zoveel van hun inkomen afstaan, dat zij minder dan het bestaansminimum overhouden;
- tweederde van de respondenten geeft aan meer dan EURO 5.000,00 schuld te hebben;
- 36% geeft aan een beroep te doen op schuldhulpverlening.

Wat dat laatste betreft zou een nader onderzoek interessant zijn om na te gaan, welke vormen van schuldhulpverlening worden bedoeld en hoe effectief die hulpverlening voor betrokkenen is. Er bestaat een vermoeden dat onvoldoende gebruik wordt gemaakt van voorliggende voorzieningen (zoals bijzondere bijstand, zorgtoeslag en huurtoeslag). Schuldhulpverlening kan een debiteur ook wat dat opzicht op een hoger bestedingsniveau brengen.

Op de vraag naar de ontwikkeling van de wachtlijsten van de schuldhulpverlening antwoordt de Staatssecretaris zoals ik al had voorspeld. Het antwoord namelijk is niet te geven bij gebrek aan monitoring van de relevante gegevens. De staatssecretaris geeft aan dat daartoe in 2008 als uitwerking van het participatiedeel van het bestuursaccoord een nulmeting zal worden gedaan.

dinsdag 20 november 2007

Een schuld te veel.

Een totale schuldpositie van afgerond EURO 100.000,00 (buiten de hypotheek) was voor de ouders van twee zonen (van acht en elf jaar oud) in Hengelo (Gelderland) reden te besluiten om hun zonen en daarna zichzelf van het leven te beroven. Ook de hond werd om het leven gebracht. De vader overleefde het uiteindelijk tot zijn eigen verbazing en hoorde vandaag door het Openbaar Ministerie in de strafzaak ten overstaan van de Rechtbank Zutphen een gevangenisstraf van 20 jaar eisen. Psychisch was er volgens de deskundigen bij de man geen sprake van een stoornis. Wel stond hij sterk onder invloed van zijn echtgenote. Het gezin had volgens het AD EURO 90,00 per maand te besteden. Met behulp van een credit card was een nieuwe auto gekocht. Druppel die de emmer deed overlopen was de ontvangst van een dagvaarding voor een nieuwe vordering van EURO 15.000,00 en de gedachte nu nog minder te besteden te hebben en ook het eigen huis te moeten verkopen. Het mocht de kinderen aan niets ontbreken. De ouders schaamden zich voor hun omgeving en achtten de mo0rd gelegitimeerd, nu zij na de dood toch met hun kinderen (van wie zij volgens de vader veel hielden) herenigd zouden worden.

De casus (een zogenaamd “familiedrama”) roept vragen op die het beantwoorden waard zijn, al was het maar om daardoor te proberen herhaling te voorkomen:
- hoe zijn de schulden ontstaan;
- lag er beslag op het inkomen of op de inboedel? Zo ja, heeft de deurwaarder dan nog geprobeerd de debiteuren naar adequate hulpverlening te loodsen?
- was er enige vorm van schuldhulpverlening en wat hield die dan in? Kon er worden gebeld voor overleg na ontvangst van de dagvaarding, toen de paniek toesloeg? Waarom was er niet eerder indringend gesproken over de noodzaak de woning onderhands te verkopen?
- heeft het bedrijfsmaatschappelijk werk van het ziekenhuis na beslaglegging actie ondernomen? Hadden (para)medici met wie de moeder samenwerkte, niet eerder in de gaten dat in psychisch opzicht het water over de dijk was?
- hoe is in Hengelo (Gelderland) de toegang tot de schuldhulpverlening geregeld?
- Is er een beroep op de WSNP gedaan? Wat is er toen precies gebeurd?
- Hebben de zonen op school ooit aangegeven, dat sprake was van een moeilijke situatie. Waren er problemen met de betaling van het schoolfonds? Was het schoolmaatschappelijk werk toen “outreaching” genoeg?
- Hoe waren de familierelaties? Was er een religieuze binding? Waren er andere sociale bindingen? Is er enige vorm van mantelzorg geweest?
Het is niet aannemelijk, dat er geen signalen zijn geweest, ook omdat problemen van dit type zich langzaam in de tijd plegen te ontwikkelen.

Volgens artikelen in kranten werkte de vader bij een meubelfabriek en was de moeder verpleegster, werkzaam in een ziekenhuis. Kortom, twee inkomensbronnen en dus –van buiten af bezien- alle mogelijkheden om een saneringsaanbod te doen en dan na op zijn beste drie en op zijn slechtst zo’n jaar of vijf van de schulden af te zijn al dan niet in een andere woning. De jongste zoon was dan 13 geweest en de oudste 16 jaar; met een heel leven voor zich en de wetenschap dat hun ouders in moeilijke tijden het hoofd koel hadden gehouden en met ere een groot probleem hadden opgelost. Het mocht niet zo zijn.

De nagedachtenis van de kinderen rechtvaardigt een evaluatie hoe in de toekomst de signalen eerder kunnen worden opgevangen, waarna desnoods met zekere bemoeizorg hulp kan worden verleend om omwille van het leven (en het levensgeluk) van minderjarige kinderen –die zichzelf niet kunnen beschermen- de ouders te dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen en adequate hulp te zoeken, ook bij de oplossing van de financiële problemen die zij zelf hebben laten ontstaan en die onder geen enkel beding een legitimering kunnen vormen om kinderen van het leven te beroven. Als je al meent beslissingen tot levensbeeindiging te kunnen nemen, dan neem je die voor eigen rekening en risico en niet ten laste van het leven van je minderjarige kinderen.

maandag 19 november 2007

Gedwongen executie woningen leidt tot kapitaalvernietiging ten nadele van de hypotheekdebiteur

Uit een steekproef van woningmarktcijfers.nl is gebleken dat bij gedwongen verkoop van onroerend goed woning gemiddeld EURO 33.000 onder de marktprijs worden verkocht. Binnen tien maanden echter zijn door de opkopers de meeste woningen weer verkocht voor een bedrag dat gemiddeld EURO 25.000,00 hoger ligt.

Per jaar worden in Nederland ongeveer 2000 woningen gedwongen in een veilig verkocht, waarvan een aanzienlijk gedeelte door het Vendu notarishuis Rotterdam (www.notarishuis.nl). In Rotterdam zullen vanaf nu tot het einde van het jaar nog zo’n 80 woningen worden geveild, voor het merendeel gelegen in Rotterdam-Zuid, niet zelden in wijken die volgens minister Vogelaar prachtwijken moeten worden.

Als de waarde die uit de steekproef naar voren komt, algemeen geldt betekent die een kapitaalsverlies van EURO 50 miljoen, dat terecht komt bij de eigenaar, die niet zelden eindigt met een zogenaamde excedentschuld aan zijn hypothecaire geldschieter. Dit voordeel komt terecht bij de opkopers die de marktfrictie benutten, die ontstaat door de tijdsdruk wanneer eenmaal de veiling is aangezegd.

Excedentschulden uit hypotheken komen regelmatig voor in problematische schuldsituaties. De laatste tien jaar is in verband met de waardestijging van huizen niet zelden de meerwaarde financieel vertaalt in een tweede en soms zelfs derde hypotheek, waarvan de opbrengst is benut voor consumptieve bestedingen.

In sommige gevallen is voor de hypotheek een zogenaamde nationale hypotheek garantie (NHG) afgegeven, vroeger genaamd gemeentegarantie, door het Waarborgfonds eigen woningen. Het is mij vaker opgevallen dat de hypothecaire geldschieter die gedekt is door het Waarborgfonds, zijn eigen pad lijkt te trekken in de executie en daarmee haast heeft om zo snel mogelijk de restrekening bij het Waarborgfonds te kunnen indienen. Volgens berichten in BN De Stem en de Stentor is het Waarborgfonds voornemens zelf meer uit veilingen te kopen teneinde te bevorderen dat het verschil niet bij opkopers maar bij de hypothecaire geldgevers (en de eigenaar) terecht komt. Dit is zeer te wensen, omdat het ontstaan van een wig tussen de marktwaarde en de executie-opbrengst, samenhangend met de tijdsdruk van een veiling, bijdraagt aan het ontstaan van problematische schuldsituaties, die vervolgens met inzet ten laste van het publiek domein weer moeten worden opgelost – het leed van de debiteuren nog daargelaten.

zondag 18 november 2007

Schuldhulp verlenen in het Verenigd Koninkrijk

Onderstaand een op debiteuren gerichte beschrijving van de zogenaamde IVA-regeling, die enigszins afwijkt van de Nederlandse regeling en nadere studie behoeft.

What is an Individual Voluntary Arrangement?

An Individual Voluntary Arrangement is more commonly known as an IVA.

An IVA is a formal arrangement with all the unsecured creditors you owe money to.

The agreement made between you and your creditors could result in you not paying back the full amount, you could write off up to 100% of the debts you cannot afford to pay. The alternative to an IVA could be bankruptcy.

An IVA usually lasts for five years and over this period you would be expected to contribute a monthly payment into the IVA scheme fund. The level of this contribution is decided by you in conjunction with the Insolvency Practitioner appointed by you. This amount must be affordable by you and agreed by your creditors. These funds are then paid out to your creditors on a periodic basis throughout the term of your IVA.

An IVA is also a way forward for sole traders and business partnerships, where short term cash flow problems have been encountered but the business remains viable and profitable.

The benefits of an accepted IVA are:

your home would be protected from any action by unsecured creditors; your debt would be repaid in affordable monthly repayments; your current debts cannot increase;

all interest and charges will be frozen - your current debts can not increase;

bailiffs will be prevented from calling;

it will prevent bankruptcy proceedings on existing debts; and

you would be seen to be repaying your creditors.


Voor een uitgebreide folder:
http://www.r3.org.uk/uploads/documents/Is%20an%20IVA%20right%20for%20me.pdf

zaterdag 17 november 2007

Zeg neen tegen de creditcard!

In Canada heeft iedere bewoner gemiddeld een krediet gelijk aan 123,4% van zijn netto jaarinkomen. Daartegen wordt dit jaar door de “Associations de consommateurs du Québec” voor de vierde keer een actie gevoerd in de aanloop naar het bij velen meer schulden dan diepere vreugde genererende hoogfeest van Kerstmis. Dit jaar is een onderzoek aangeboden aan de overheid, waaruit blijkt dat consumenten niet per telefoon en op papier bestookt willen worden met reclame voor credit cards. In interviews is door de organisatoren uitgedragen, dat kredietverstrekkers handelen in dromen en dat door de bestedingen met de credit card de echte (overwegend) sociale problemen worden verstopt. Zie: http://www.hebdos.net/lsc/edition472007/articles.asp?article_id=190888
In het protest worden de volgende slogans gebruikt: “Évitez d’être dans la marge jusqu’au cou” en “Choisissez la tranquillité d’esprit! Dites non à l’illusion du crédit” – dat laatste rijmt nog ook.

In Nederland bestaat geen specifieke beweging van verontruste burgers, die zich ten doel stelt mensen te wijzen op de ongewenstheid en de risico’s van lenen. De Consumentenbond ziet meer in prijsvergelijking van dure consumptiegoederen, waarvan de aankoop met krediet wordt gefinancierd.

In de negentiende eeuw werden in Nederland zogenaamde prijsverhandelingen geschreven om de bevolking tot beter gedrag te brengen. Bekend was de actie tegen alcoholisme: “Ach vaderlief, toe drink niet meer!”. Nu hebben wij wel publiekscampagnes van de overheid tegen roken, drinken, overgewicht en ook …. de financiële coach Bud bij de actie “Blijf positief”.

Het veld ligt in Nederland open voor instellingen en bewegingen die zich bezig gaan houden met de morele herbewapening van burgers in de strijd tegen de verschulding. “Geld maakt niet gelukkig” is een evidente slogan, waarbij echter kanttekeningen te plaatsen zijn aangezien “geen geld” wel degelijk ongelukkig maakt. Beter zou misschien zijn: “Insolventie maakt ongelukkig”, maar dat is te moeilijk. “Leef van je inkomen nu en niet van dat van morgen, overmorgen en de tien jaar erna” is te lang maar wel duidelijk of in een variant op Canada: “Kies voor rust van het gemoed . Heb geen schuld maar een tegoed” -dat in een rap prima inpasbaar zou zijn, wellicht iets voor Ali B of minister Donner (die in zijn justitietijd een rap uitbracht: "Hier spreekt Donner van Justitie, ik doe het samen met de politie")?

vrijdag 16 november 2007

Wanbetaler zorgpremie krijgt na 1 januari 2009 vadertje Staat achter zich aan.

Op 12 november 2007 heeft Minister Klink (VWS) in een brief met kenmerk ZF-2807424 aan de Tweede Kamer aangeven, wat zijn gedachten zijn over de verdere structurering van het incassotraject voor achterstanden zorgpremie.

Zorgverzekeraars dragen het risico voor de eerste zes maanden premie-achterstand en dienen daarop een krachtig geprotocolleerd incassobeleid in te zetten (ook zie mijn bijdrage van 10 november 2007).

De achterstand over een periode van meer dan zes maanden komt voor risico van de Staat meer specifiek het Zorgverzekeringsfonds, dat aan de zorgverzekeraar de meer-achterstand vergoedt op voorwaarde dat de wanbetaler in de (basis)verzekering blijft en de zorgverzekeraar de incasso-activiteit vervolgt. Gegeven de wijze van financiering van het Zorgverzekeringsfonds werkt het overnemen van de premie-achterstand weer door in de hoogte van de te betalen premie.

Er zijn nieuwe afspraken gemaakt tussen gemeenten en zorgverzekeraars, waarbij vanaf 19 november 2007 geregistreerd zal worden, welke verzekerden niet hebben gereageerd op de tweede aanmaning tot betaling. Met de zorgverzekeraars zijn afspraken gemaakt over de incasso-inspanning, het niet royeren van verzekerden met premie-achterstand en de compensatie van de premiederving bij meer dan zes maanden premie-achterstand./

Ter versterking van de incasso-mogelijkheden is de Minister voornemens in de Zorgverzekeringswet op te nemen, dat verplichting tot betaling van de nominale premie voor de nieuwe verplichting wordt omgezet in een bestuursrechtelijke verplichting om te betalen aan een daartoe aangewezen uitvoeringsorgaan, zodra de premie-achterstand meer dan zes maanden bedraagt, waarbij de bestuursrechtelijke premie meer bedraagt dan de nominale premie. Hiervoor wordt gedacht aan 130%. Het bestuursorgaan wordt bevoegd de bestuursrechtelijke premie direct in te doen houden met het broninkomen van de debiteur en te verrekenen met de zorgtoeslag. De wanbetaler kan zich uit het regime van de bestuursrechtelijke premiebetaling vrij kopen, door aan de zorgverzekeraar de achterstand over de eerste zes maanden, de incassokosten en de rente te voldoen. Het aangewezen uitvoeringsorgaan stort geïncasseerde premie af in het Zorgverzekeringsfonds.

De Zorgverzekeringswet wordt gewijzigd waarbij onder meer de verzekerde met een betalingsachterstand onmogelijk wordt gemaakt de verzekering op te zeggen. Het incassoprotocol van de zorgverzekeraars zal binnenkort ook worden aangepast. De geldende regeling is te vinden op de website van Zorgverzekeraars Nederland. Verder zullen procedures en taken worden uitgewerkt in lagere regelgeving. Het voornemen bestaat hiertoe medio 2008 een wetsontwerp aan de Tweede Kamer aan te bieden, waarna de wetswijziging op 1 januari 2009 kan worden ingevoerd.

De vraag rijst of mede door de hoogte van de sanctie van 30% en de uitbreiding van de mogelijkheid van verhaal niet sprake lijkt te zijn van enige overkill in relatie tot andere crediteuren. In ieder geval zal ook in dit geval rekening gehouden moeten worden met problematische schuldsituaties en de gevolgen voor de incasso, wanneer een debiteur een beroep doet op schuldhulpverlening. De Minister neemt ruim zes maanden om over het ontwerp na te denken. De schuldhulpverleningsbranche en het Ministerie van Justitie doen er goed aan zich in dit denkproces reeds nu te mengen teneinde te voorkomen dat er maatregelen komen, die een verstorend effect hebben op de hulpverlening. Van belang is ook, of de bestuursrechtelijke strafpremie preferent wordt (liever niet!). Hoe deurwaarders in de eerste zes maanden incassomaatregelen nemen zal goed en adequaat moeten worden aangestuurd door hun opdrachtgevers, de zorgverzekaars en de op deurwaarders toezicht houdende organen, waarbij beslag op vitrage en het koffiezetapparaat zoveel mogelijk dient te worden vermeden.

woensdag 14 november 2007

Sparen om te lenen en lenen om te sparen?

Nobelprijswinnaar voor de Vrede 2006, Muhammed Yunus, uitvinder van het microkrediet, hield de zogenaamde Raiffeissen-lezing, georganiseerd door de Rabobank en FD Intelligence te Amsterdam op 12 november 2006(uiteraard in aanwezigheid van prinses Maxima): “Onze klanten in Bangladesh willen sparen’, zegt hij. ‘Dat lukt ze bij commerciële banken niet. Daarom bieden wij spaarrekeningen aan tegen 8 procent rente. Wij eisen dat alle 7,5 miljoen klanten die bij ons een bedrijfskrediet opnemen, privé geld opzijzetten voor een pensioen of voor tegenvallers. Sparen voor je pensioen is in het Westen heel normaal, maar in landen als Bangladesh nog niet”.

Het is maar de vraag, hoe normaal sparen in het algemeen en sparen voor je pensioen in het westen inmiddels nog normaal zijn. Uit een onderzoek van de DNB, gepubliceerd in juli 2007, blijkt, dat sinds 2003 Nederlanders liever lenen dan sparen. Per saldo geeft de Nederlander daardoor ieder jaar meer uit dan hij netto verdiend.

Het CBS becijferde, dat Nederlandse huishoudens in 2006 640 miljard euro aan leningen hadden uitstaan.Het hiermee gemoeide bedrag steeg van 499 miljard in 2005 naar 544 miljard EURO in 2006. Ondanks een inkomensstijging van gemiddeld 4% gaven huishoudens 6 miljard euro meer uit dan ze ontvingen.

Vraag rijst of het al dan niet in aandelen belegde spaargeld van China en andere landen in ontwikkeling niet mede de basis is voor de onverantwoorde consumptiecultuur van het westen (en wat er mondiaal gebeurt, wanneer als gevolg van een door overspending gegenereerde crisis spaarders daar hun geld verliezen door déconfiture van banken hier). Ik citeer uit NRC Next van 11 november 2007: “De spaartegoeden van de Chinese bevolking worden na jaren van enorme economische groei geschat op 1.500 miljard euro. Er wordt ook op grote schaal gespeculeerd met geleend geld. Het aantal Chinezen dat belegt wordt geschat op 50 miljoen en het aantal beleggersrekeningen op 100 miljoen”. “Wie jong is en geld heeft, belegt in China op de beurs. Waarschuwingen over een financiële zeepbel worden genegeerd”.

dinsdag 13 november 2007

Financier met Uw (gedoneerde) nier?

De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft aan minister Klink het voorstel gedaan, dat wie bij leven een nier doneert, de rest van zijn leven geen ziektekostenpremie meer behoeft te betalen. De maatregel is bedoeld om het aantal donoren te vergroten. Jaarlijks sterven enkele honderden mensen, omdat er niet op tijd een nier voor hen beschikbaar is. Anderen lijden een door medische zorg zeer belast leven, waarbij de met die zorg verbonden kosten hoog zijn.

De Raad meent dat vrijstelling van betaling van premie van de zorgverzekering meer aanvaardbaar is dan betaling van een bedrag ineens. In het rapport wordt daaraan de volgende passage gewijd: “Voordeel van met name een vrijstelling van de ziektekostenpremie is verder dat het minder waarschijnlijk is dat mensen in armoede of met grote schulden voor levende donatie zullen kiezen”. Bron: p.43 rapport http://www.rvz.net/data/download/Microsoft_Word_-_Orgaandonatie_huisstijl.pdf

Ik ben bepaald niet overtuigd van de juistheid van deze stelling in het geval sprake is van een problematische schuldsituatie. De nominale premie kost per maand ongeveer EURO 100,00, waarvan in geval van een bijstanduitkering van een alleenstaande afgerond EURO 35,00 aan zorgtoeslag wordt gefinancierd. Vraagt rijst allereerst of vrijstelling van premiebetaling ook verval van het recht op zorgtoeslag zou inhouden. Het rapport gaat hierop niet in.

Volgens de Recofa-richtlijnen, versie juli 2007, geldt, dat de beslagvrije voet wordt verhoogd met alle door de schuldenaar betaalde ziektekostenpremies, ook de premies voor aanvullende ziektekostenverzekeringen. Op de zorgtoeslag ligt een beslagverbod, waardoor dit bedrag buiten de boedel valt. Om te voorkomen dat de schuldenaar volledig voor de ziektekosten wordt gecorrigeerd én daar bovenop de zorgtoeslag ontvangt, zal artikel 475 d Rv worden aangepast. Deze wetswijziging is inmiddels door de Tweede Kamer aanvaard. Recofa heeft besloten op deze wetswijziging te anticiperen. Dit houdt in dat de beslagvrije voet wordt verhoogd met de verschuldigde premie minus de inkomensafhankelijke normpremie op bijstandsniveau en de ontvangen zorgtoeslag. Besparing op zorgpremie valt dus in de WSNP- boedel. Aangezien de Recofa-richtlijnen ook maatgevend zijn voor de berekening van het vrij te laten bedrag, zou door premiebesparing na orgaandonatie meer geld beschikbaar komen voor de schuldeisers.

Op 24 november 2006 (LJNL AZ1111) besliste dat Hoge Raad, dat een aanspraak op smartengeld in de WSNP boedel valt, indien deze is geconcretiseerd in een vordering in rechte of een overeenkomst. Eerder op 22 november 2002 was dit al uitgemaakt voor het faillissement. “De tussen faillissement en schuldsanering bestaande verschillen rechtvaardigen niet in het kader van een schuldsanering anders te oordelen dan in faillissement”.

Aangezien na orgaandonatie een uitkering in termijnen bestaande in besparing op premie zorgverzekering een aanspraak betreft die door de donor is geconcretiseerd in een vaststellingsovereenkomst, valt de uitkering in de WSNP-boedel.

Voor wie (nog) geen beroep op schuldhulpverlening heeft gedaan, zou de kans op een levenslange inkomensondersteunende maatregel in de vorm van premiebesparing niettemin een verleiding kunnen inhouden, die anders dan de Raad aanneemt wel degelijk maakt, dat mensen die “in armoede leven of met grote schulden” uit financiële overwegingen voor orgaandonatie bij leven kiezen. Hoewel de kans op kidney-snatching niet zo groot lijkt, is het toch zeer de vraag, of deze maatregel zo'n goed idee is.

zaterdag 10 november 2007

Kamervragen Groen Links over wachtlijsten schuldhulpverlening

Op 1 november 2007 heeft het lid Tweede Kamerlid Van Gent (GroenLinks) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vragen gesteld over de explosieve groei van het aantal personen, dat een beroep doet op de voedselbanken. De vragen zijn blijkens de voetnoot gesteld na kennisname van een artikel in Spits niet zoals het Tweede Kamerlid vermeldt van 30 oktober 2007, maar van 29 oktober 2007 (er lag misschien een oud exemplaar in de trein?). Dit artikel is te lezen op:http://www.spitsnet.nl/nieuws.php/1/7166/online/Voedselbanken_zien_klantenbestand_verder_groeien.html

De vragen hebben betrekking op de groei van het aantal Voedselbank-klanten en de wijze waarop koopkrachtverbetering en informatie over inkomensondersteunende maatregelen kan worden verstrekt. De zevende en laatste vraag luidt:
“Kunt u toelichten hoe de wachtlijsten voor de schuldhulpverlening zich ontwikkelen? Erkent u dat de gebrekkige preventie en sanering van problematische schulden eraan hebben bijgedragen dat steeds meer mensen afhankelijk zijn van de voedselbank?”.

Het zou mij benieuwen, of op de vraag over de omvang van de wachtlijsten van schuldhulpverlening een zinnig antwoord te geven is, aangezien daarvan bij mijn weten geen landelijke registratie wordt bijgehouden. In ieder geval moet worden geconstateerd, dat met het toenemen van de prolematiek meer capaciteit voor hulpverlening noodzakelijk wordt, terwijl er tegelijkertijd een proces gaande is van intensievere en steeds verder geprotocolleerde schuldhulpverlening in de aanloop naar de certificering. Het zou nuttig zijn, als de vraag een impuls is om tot een dergelijke landelijke registratie te komen en in noodgebieden vliegende brigades werden ingezet (zoals bijvoorbeeld de rechterlijke macht dat een aantal jaren geleden ook heeft gedaan om achterstanden weg te werken). Vraag die dan weer rijst, is wie de daarmee gemoeide kosten betaalt, maar daarvoor is mogelijk in het verruimde budget van SZW een oplossing te bedenken.

Op Kamervragen pleegt na drie tot zes weken antwoord te worden gegeven.

vrijdag 9 november 2007

De geestelijke zonen van Dreverhaven zijn weer bezig

Een deurwaarder kondigt aan voor een vordering van afgerond EURO 200,00 beslag roerend goed te willen leggen onder een debiteur, die inmiddels een beroep op een schuldhulpverlenende instelling heeft gedaan.

De deurwaarder handelt daarmee in strijd met de intentieverklaring op 10 oktober 2006 gesloten tussen de Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarders, de NVI en de NVVK, zie http://www.kbvg.nl/fileadmin/Nieuws/604-1011_Persbericht_Intentieverklaring.PDF

De deurwaarder handelt ook in strijd met zijn beroepsregels door een beslag te leggen dat meer kost dan opbrengt, waarbij er ook nog sprake is van een wanverhouding tussen de beslagkosten en de vordering. Effect van een dergelijke beslag is bovendien schade voor alle andere schuldeisers, aangezien de huisraad moet worden vervangen uit het resterend vermogen van de debiteur, eventueel in de vorm van leenbijstand.

Prof. Dr. A.W. Jongbloed, bijzonder hoogleraar Executie- en beslagrecht, ingesteld door de Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarders, schrijft in de WODC-publicatie “Beroepsethiek en marktwerking”:

“Ethische overwegen beletten de meeste deurwaarders om als reeds derdenbeslag is gelegd op het loon of de uitkering van de schuldenaar en na toepassing van de beslagvrije voet ex art. 475d Rv maandelijks slechts tien of vijftien euro’s kunnen worden geïncasseerd, ook nog eens beslag op roerende zaken van deze schuldenaar te leggen. Dit laatste is een extra kostenpost en levert in de regel te weinig op omdat de in beslag te nemen zaken in de regel tamelijk oud en versleten zullen zijn. Andere gerechtsdeurwaarders leggen een beslag roerende zaken echter wel als extra pressiemiddel in de wetenschap, dat dat sommige schuldenaren van vrienden en bekenden geld krijgen om de beslaglegger tevreden te stellen”

Prof. Mr. A.W. Jongbloed. “De gerechtsdeurwaarder; zakenman of functionaris?” in “Beroepsethiek en marktwerking”. Justitiële verkenningen WODC p. 72.

Het wordt tijd dat het ethisch zintuig van sommige deurwaarders wat meer tot ontwikkeling komt dan wel wordt gebracht!

Wordt vervolgd!

donderdag 8 november 2007

Schuldenproblematiek in Duitsland neemt toe

Het Statistisches Bundesamt für Statistik (Duitse pendant van het CBS heeft gisteren een persbericht uitgegeven over de insolventiecijfers in augustus 2007 in Duitsland, zie
http://www.destatis.de/jetspeed/portal/cms/Sites/destatis/Internet/DE/Presse/pm/2007/11/PD07__441__52411,templateId=renderPrint.psml

In augustus 2007 deden 9041 natuurlijke personen / consumenten een beroep op de insolventieregeling en dat is een stijging van 6,3% ten opzichte van augustus 2007. In totaal deden in 2007 tot en met augustus 70.695 personen een beroep op de regeling en dat is een stijging met 16,8% ten opzichte van 2006.

De insolventies van ondernemers namen zowel in augustus 2007 als in de periode januari tot en met augustus 2007 af met ongeveer 13%. Totaal deden 19020 ondernemingen een beroep op de insolventieregeling.

Sinds 1999 is in Duitsland het insolventierecht gewijzigd zodanig dat natuurlijke personen na verloop van een periode van goed gedrag in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding (“nach einer Wohlverhaltensphase Restschuldbefreiung“!) Sedertdien deden afgerond 400.000 personen een beroep op de regeling. De stijging in 2007 is met andere woorden zeer hoog.

De insolventieregeling natuurlijke personen wordt uitgevoerd door ongeveer 1000 Beratungsstellen, die zijn opgericht door gemeenten en door instellingen van een bijzondere achtergrond (bijvoorbeeld kerkgenootschappen). Deze instellingen houden zich ook bezig met andere vormen van maatschappelijke hulpverlening en kennen een zeer uiteenlopende omvang en specialisatiegraad.

Sinds 2007 wordt door 250 Beratungsstellen gewerkt aan statistisch onderzoek naar de aantallen en achtergrond van personen die in de toestand van Ueberschuldung terecht zijn gekomen, mogelijk enigszins vergelijkbaar met de benschmark SHV. De monitor SHV gaat verder aangezien deze beoogt geen deelverzameling maar de volledige problematiek in beeld te brengen, waaraan te koppelen een early warning systeem (recent bekrachtig in een convenant onder meer te raadplegen op de website van de koninklijke beroepsvereniging van gerechtsdeurwaarders), dat deurwaarders en andere incassobedrijven ervan af zou moeten houden nodeloze incassokosten te maken. Zolang er echter nog deurwaarders zijn, die beslag leggen op de vitrage en het koffiezetapparaat valt er wat dat betreft nog veel te verbeteren; het huis van de schuldhulpverlening is voortdurend in verbouwing en dat zal in 2008 eerder meer dan minder worden.

Goedemorgen Nederland! De NVVK viert vandaag haar verjaardag.

Vanochtend was in het ontbijtprogramma “Goedemorgen Nederland” een interview met de heer G. Jaarsma, voorzitter van de NVVK (Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet) bij gelegenheid van het jubileumcongres van de NVVK vandaag in ’s-Gravenhage. Sprekers zullen onder meer zijn prinses Maxima, staatssecretaris SZW Aboutaleb en oud-minister van Financiën Zalm. De NVVK bestaat 75 haar.

Jaarsma gaf aan dat na een aanvankelijke daling sedert het derde kwartaal van 2007 de schuldenproblematiek weer toeneemt en weet dat onder meer door aan afnemend consumentenvertrouwen. Wie minder vertrouwen heeft in zijn toekomstige koopkracht-ontwikkeling besluit eerder voor de bestaande problematiek een beroep op hulpverlening te doen.

In 75% van de gevallen van de problematische schuldsituaties hebben de debiteuren een uitkering en een netto inkomen tussen 800 en 1200 EURO netto, waarbij sprake is van een wankel evenwicht. Als er iets misgaat wordt de balans verstoord en is er geen compensatie vermogen.

In een aantal gevallen worden onvoldoende een beroep gedaan op voorliggende voorzieningen als toeslagen (woontoeslag en zorgtoeslag), onder meer omdat de debiteur niet in staat is de aanvraagformulieren in te vullen. Jaarsma ziet terecht voor de fiscus (die toch al bijna alles weet) een taak om actief op zoek te gaan naar rechthebbenden en formulieren zoveel mogelijk in te vullen. Een ander instrument ter beperking van schulden bij uitkeringsgerechtigden is de afschaffen van leenbijstand gelijk door staatssecretaris Aboutaleb na zijn aantreden bij vele gelegenheden betoogd.

Jaarsma verwacht op basis van de ontwikkelingen in Friesland, waar hij directeur is van de Kredietbank, dat in Nederland het vierde kwartaal een stijging van de schuldenproblematiek te zien zal geven.

woensdag 7 november 2007

Scholieren (en hun ouders) moeten leren op hun centjes te passen.

Schuldproblemen van scholieren van hbo-opleidingen zijn soms zeer groot. Als sprake is van een roodstand kan een scholier aan het begin van het schooljaar al in de problemen raken, doordat inschrijfgeld en boeken niet kunnen worden betaald. De verleidingen voor studenten zijn groot; bestellingen bij postorderbedrijven, creditcards, en mobiele telefoonkosten, maar ook noodzakelijke kosten als huur en niet te vergeten: de studiekosten. Aan de verleidingen was dit jaar ook de Szw-campagne “hoe diep kun je gaan” gewijd, waarin een student alles op krediet koopt en schulden aangaat voor wilde feesten om te eindigen in een toestand van totale ellende, waarbij de op krediet gekochte wand van flatscreentv’s weer is weggehaald en de brieven van de deurwaarders niet meer worden opengemaakt, waardoor kosten verder oplopen zeker wanneer de geestelijke zonen van Dreverhaven (uit het boek Karakter van Bordewijk) tot incasso opdracht hebben gekregen en menen beslag te moeten leggen op de vitrage en het koffiezetapparaat, zoals ik recent in mijn praktijk mocht meemaken. Uit het NIBUD onderzoek Financieel gedrag van werkende jongeren 2005 (leeftijd 18-25 jaar) blijkt dat bijna 40% van de werkende jongeren onder de 25 jaar een schuld heeft van gemiddeld 900 euro. Van de jongeren die nog bij hun ouders wonen, heeft één op de drie een schuld van 750 euro. Maar als ze daarna alleen gaan wonen, is dit aantal verdubbeld en heeft maar liefst twee op de drie jongeren een schuld van gemiddeld 1750 euro. Verder blijkt dat bijna 30% van de jongeren tussen 18 en 25 geld leent. Gemiddeld wordt er 700 euro geleend. De werkende jongeren lenen voornamelijk bij hun ouders (70%) en vrienden (34%). Zodra de mogelijkheid bestaat elders te lenen blijkt die mogelijkheid ook te worden benut.

Studenten die bang worden voor de post en zich zorgen maken over hun schulden, kunnen hun hoofd niet bij de studie houden en haken vroegtijdig af. 40% van de scholieren in Rotterdam heeft schulden. Een aantal van hen meldt zich bij het schoolmaatschappelijk werk; zij weten niet meer hoe te kiezen uit lopende betalingen van energie, zorgverzekering, huur, bestaande schulden, en af en toe ook de kosten van kinderopvang. Vaak zijn ook de ouders niet in een positie om hun kinderen uit deze financiële problemen te helpen.

In Rotterdam wordt vanaf mei 2007 onder het devies “Bedenk goed wat je met je euro doet” zelfs al op basisscholen les gegeven om scholieren te leren goed met hun geld om te gaan. De Kredietbank Rotterdam gaf reeds scholieren op het middelbaar beroepsonderwijs voorlichting over budgetteren en schulden. Daarnaast helpt een speciaal jongerenteam jongeren met budgetbeheer. Veel jongeren blijken echter dan al een aanzienlijke schuld te hebben opgebouwd. Om die reden is besloten de preventieve activiteiten uit te breiden naar de basisschool. Het is de bedoeling, dat op alle basisscholen deze cursus wordt gegeven, dus ook die in betere wijken als Kralingen en Hillegersberg (waar schuldenproblematiek voor OSM (=ons soort mensen) niet zelden onbespreekbaar is en daardoor steeds verder toeneemt).

In een reeks van vier bijeenkomsten wordt leerlingen van basisscholen uitgelegd hoe geld ‘werkt’ en wat zij hun ouders kosten. De eerste les gaat over inkomsten zoals zakgeld en kleedgeld en uitgaven. Als huiswerk wordt een interview met de ouders afgenomen over waar zij – toen zij jong waren – geld aan uit gaven. De tweede les gaat over reclame en verleiding, de derde over schulden met medewerking van een ervaringsdeskundige (die in een problematische schuldsituatie heeft verkeerd) en tot slot een les over budgetteren. Aan het eind van de lessenserie ontvangen de leerlingen een certificaat.

In november 2007 zal het onderwijs op de basisscholen van de Kredietbank Rotterdam een nieuwe fase in gaan, waarbij niet alleen aan de kinderen maar ook aan hun ouders wordt geleerd hoe met geld om te gaan. Basisschool De Willaert in Rotterdam Beverwaard zal als eerste in Rotterdam ouders uitnodigen voor een gesprek over het zakgeld dat zij hun kinderen geven, de verleidingen van mobiele telefoontjes, waarbij tevens aan de orde kan worden gesteld, welke mogelijkheden er bestaan voor personen in problematische schulden.

Interessante discussie zijn mogelijk over de vraag, hoe ver een gemeente kan gaan om kinderen en hun ouders op te voeden tot verantwoorde burgers, die ook financieel hun zaken onder controle houden. Gegeven de omvang van de schuldenproblematiek in Rotterdam (en elders) en de expansie van de problematiek is het echter beter te voorkomen dan te genezen en vast te houden aan het principe geen woorden, maar daden. Uit VNG-onderzoek blijkt dat een zesde van de cliënten op het terrein van de schuldhulpverlening jonger is dan 25 jaar. Hier moet iets aan gebeuren!

dinsdag 6 november 2007

Zorg voor generatie van de wederopbouw!

Steeds meer mensen boven 65 jaar komen in aanraking met het strafrecht en worden zelfs veroordeeld tot gevangenisstraf. Het tv-programma Zembla ging daar op 4 november 2007 op in. In 2007 wordt verwacht dat in ongeveer 4000 zaken de verdachte ouder dan 65 jaar is. Gevangenissen en huizen van bewaring zijn niet ingericht op gedetineerden met een rollator en een gehoorapparaat. Een echtpaar van 65 jaar kreeg uitgebreid de gelegenheid te vertellen, hoe zij aan huis een coffeeshop hadden geëxploiteerd, niet alleen voor de revenuen maar ook ter bestrijding van eenzaamheid en verveling (“om de kick”). Daarnaast spelen soms al dan niet leeftijdgerelateerde psychiatrische aandoeningen een rol, waardoor de toerekeningsvatbaarheid erodeert. Het wetenschappelijk bureau van het OM zal hiernaar onderzoek gaan verrichten om hierop meer zicht te krijgen. 20% van de delicten heeft te maken met het verkrijgen van illegale inkomsten ter aanvulling van het pensioen. Volgens een winkelier had diefstal soms te maken met het feit, dat mensen niet rond kunnen komen van hun AOW.

Uit de tweede monitor WSNP blijkt, dat het aantal ouderen (personen boven 65 jaar) die een beroep doen op de WSNP is toegenomen in de periode 1999 tot 2005 van 1,2% naar 2,1%. Afgerond zijn dit 330 personen. Het NIBUD bracht in september 2006 het rapport “Bestedingen van ouderen”, dat ingaat op de sterk toenemende schuldenproblematiek van ouderen (http://www.nibud.nl/docs/bestedingen.ouderen.pdf ), waarin onder meer de volgende constatering: “De NVVK (NVVK, maart 2006) meldt dat het percentage ouderen met financiële problemen is gestegen van 11,9% in 2004 naar 14,6% in 2005. Incassobureaus melden een stijging van 65-plussers die moeite hebben met het betalen van huur en energierekeningen (Intrum Justitia, sep. 2004)”. Het NIBUD concludeert, dat de zogenaamde overlevingsschulden onder 65-ers tussen 2000 en 2006 zijn toegenomen, terwijl het risico op zogenaamde overbestedingschulden niet is gegroeid.

Het FNV liet samen in 2007 met onder meer de ANBO (Algemene Bond voor Ouderen) een onderzoek verrichten naar de financiële situatie van ouderen. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport Verborgen Armoede (
http://www.fnv.nl/binary/rapport%20Verborgen%20Armoede_tcm7-11080.pdf ).

Bekend zijn ook de ouderen die geen volledig AOW-recht hebben (bijvoorbeeld omdat de 40 premiejaren niet volledig zijn) en die geen aanvullende bijstand aanvragen, waardoor hun inkomen structureel lager is dan de bijstandsnorm. De SP heeft voor deze situatie wel de kwalificatie "AOW-gat" gebruikt (als variant op het al jaren bekend WAO-gat bij werknemers dat bestaat tussen de WAO-uitkering en de WAO-vervolguitkering, waarvoor aparte verzekeringen kunnen worden gesloten).

Sommige senioren vragen geen aanvullende uitkering uit onbekendheid, anderen weigeren uit principe een beroep op een bijstandsvoorziening te doen. Voor weer anderen is het invullen van de daarvoor vereiste formulieren een belemmering. Er zijn gemeenten waar zogenaamde formulierenbrigades ouderen bezoeken om hen behulpzaam te zijn bij het invullen van de formulieren om aanvullende bijstand aan te vragen. Andere gemeenten kiezen voor de constructie, dat ouderen tezamen met de AOW bij de Sociale Verzekeringsbank de aanvullende bijstandsuitkering kunnen aanvragen.

Wij zijn aan de generatie van de wederopbouw verplicht, dat dier financiële positie tenminste zodanig is, dat deze generatie de noodzakelijke kosten van het bestaan gedekt zien en de levensavond niet behoeft door te brengen met tobben, hoe de eindjes aan elkaar te knopen. Voor hun kinderen, de babyboom-generatie, is goed gezorgd, de babyboomers hebben nog beter voor zichzelf gezorgd en het is nu tijd voor deze generatie (en de verwende apen die na hen komen) om goed voor hun (groot-)ouders te zorgen. Zij kunnen deze opvatting trouwens ook maar beter weer aan hun eigen kinderen overdragen, aangezien anders nog meer valt te betwijfelen, of de beroepsbevolking anno 2025 en nadien uit solidariteit bereid is voor hen nog enige vorm van AOW op te brengen.

zaterdag 3 november 2007

Hoe pakt de insolventie-storm in Nederland uit?

Gisteren heeft de Insolvency Service in het Verenigd Koninkrijk de cijfers van het derde kwartaal 2007 bekend gemaakt, waaruit blijkt dat sprake is van een lichte daling van het aantal aanvragen en uitspraken met ongeveer 5% (ten opzichte van het voorafgaande kwartaal).

Het aantal insolentiegevallen is in de eerste negen maanden van 2007 met 13% gestegen ten opzichte van de eerste negen maanden van 2006. Totaal 111.359 deden in 2007 een beroep op een insolventieregime.

Analisten in het VK voorzien dat deze lichte daling een stilte voor de storm is, aangezien wordt verwacht dat als gevolg van wereldwijde over-kreditering onder meer samen hangend met sub prime-leningen in de USA (zogenaamde ninja-lening no income no job or assets). “There is a dam waiting to burst and the cracks are starting to appear", zie http://news.independent.co.uk/business/news/article3124372.ece

Volgens de Guardian van 2 november 2007 is voorts sprake van ernstige discussie over de zogenaamde IVA – Individual Voluntary Arrangement (IVA), tussen de banken en de hulpverlenende organisaties in verband met de door hulpverlening in rekening gebrachte kosten en de vraag, welke consumenten geschikt zijn voor een dergelijke regeling. Dit vraagt om nadere studie teneinde daar mogelijk lessen aan te ontlenen voor de beleidsontwikkeling in Nederland.

The Guardian meldt ook dat een op de vijf IVA’s door crediteuren van de hand wordt gewezen. In Nederland zouden wij de vlag uitsteken, indien na wetswijziging in het minnelijk traject in 80% van de gevallen een oplossing wordt bereikt.

De “Council of Mortgage Lenders” heeft de verwachting uitgesproken, dat volgend jaar het aantal gedwongen verkopen stijgt met 50% in verband met rente-stijgingen op hypotheken die zijn gestart op een kortdurende lage rente en die met de marktrente mee inmiddels een aantal malen zijn verhoogd.

In Nederland komen dit type hypotheken minder voor, terwijl bovendien de Gedragscode Hypothecaire Financieringen aangescherpt per 1 januari 2007, zie http://www.nvb.nl/scrivo/asset.php?id=37996 Zogenaamde “non conforming” hypothecaire leningen komen in Nederland wel voor, maar niet frequent (schatting Ministerie van Financiën 1-1,5% van de markt). Het aantal wanbetalers in Nederland is aanzienlijk lager dan in de Verenigde Staten, ook in de non-conforming markt.

Mijn prognose is dat in Nederland de schuldenproblematiek meer toeneemt door overcreditering in het consumptieve vlak dan door problemen met hypotheken met de aantekening dat soms consumptief krediet de gedaante aanneemt van een tweede hypotheek en dan weer wel eerder gevolgen kan hebben voor de woning van de debiteur. Duurt de schaarste op de kapitaalmarkt als gevolg van het onderling wantrouwen van de banken voort in combinatie met meer inflatie onder meer door stijging van de olieprijs, dan is er weer wel een effect op de consumptieve schulden met flexibele rente.

Na 1 januari 2008 bevat de WSNP overigens in artikel 358 lid 5 Fw een regeling, waardoor het eenvoudig wordt om tijdens de WSNP in de eigen woning te blijven en de hypothecaire lasten tijdens de regeling te blijven voldoen. De hypothecaire lening valt niet meer onder de schone lei.

vrijdag 2 november 2007

Grote onduidelijkheid over veranderingen in schuldhulpverlening na 1 januari 2008

Op 3o oktober 2007 vond in Leiden een congres plaats over de wijziging van de wet saneringsregeling natuurlijke personen per 1 januari 2007.

Hoewel insiders de aanpassing van de wet veel eerder een "codificatie" (wettelijke vastlegging van in de praktijk ontwikkelde regels) dan een "modificatie" (inhoudelijke verandering) achten, zullen de wijzigingen ingrijpende gevolgen hebben voor de praktijk van de schuldhulpverlening in het minnelijk en in het wettelijk traject.

De voordrachten op het congres van Mr. Dr. G. Lankhorst (Ministerie van Justitie), Mevrouw I. von Burg (bureau WSNP), de heer G. Benedictus, Mr. B. Engbers (voorzitter Recofa) en Mr. A. Noordam (die in november 2007 zal promoveren aan de VU op samengevat de criteria voor toelating tot de WSNP) en de daaropvolgende gedachtenwisseling maakten in ieder geval duidelijk, dat er nog het nodige niet duidelijk is:

- hoe zal bijvoorbeeld de insolventierechter omgaan met het nieuwe artikel 287a Fw (gedwongen medewerking weigerachtige schuldeiser);

- welk effect zal de afroming van de boedel (doordat de subsidie zoveel mogelijk uit de boedel moet worden gefinancierd) hebben op de bereidheid van schuldeisers mee te werken aan een regeling in het minnelijk traject en welk overgangsrecht zal hierbij gelden;

- hoe zullen hulpverleners en schuldeisers inspelen op de beperking van de toelating tot de WSNP en omgaan met de outcasts, die niet tot het WSNP-paradijs worden toegelaten?

- welke betekenis gaat het nieuwe moratorium van artikel 288a Fw (in het minnelijk traject) krijgen?

- welke betekenis krijgt de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw die haaks staat op de in de memorie van toelichting neergelegde intentie de toelating tot het wettelijk traject te beperken.

Gisteren is inmiddels ook aan de Minister van Justitie het lang verbeide voorontwerp voor een nieuwe insolventiewet aangeboden door de Commissie Kortmann, die daar vanaf 2003 mee doende is geweest. Het voorontwerp gaat uit van een algemene procedure (waarmee veel doublures en schakelbepalingen zullen kunnen worden vermeden) en de mogelijkheid van benoeming van een zogenaamde “stille bewindvoerder” voorafgaand aan toepassing van het wettelijk traject. Voor de fijnproevers kan de tekst van het voorontwerp met toelichting reeds on line worden geraadpleegd: http://www.justitie.nl/images/VoorontwerpInsolventiewet_tcm34-87549.pdf

Het is zeker dat integrale wijziging van de Faillissementswet naar Insolventiewet ook weer gevolgen zal hebben voor de WSNP. Het zal echter nog wel jaren duren voordat het voorontwerp na een uitgebreide inspraakprocedure is geworden tot wet. Voorlopig zullen wij dus het kunnen doen met de thans voorliggende wetswijziging en dat is implementatietechnisch al interessant genoeg.

Als de opzet slaagt het aantal WSNP-gevallen te beperken, heeft dit gevolgen voor het aantal en de personele omvang van de bewindvoerdersorganisaties, aangezien te verwachten is, dat rechtbanken bij beperking van de vraag naar bewindvoerders nog critischer zullen kijken naar het inmiddels ruime aanbod. Voor bewindvoerders wordt in 2008 ook een stelsel van permanente beroepsopleiding ingevoerd, vergelijkbaar met dat van advocaten, waarbij jaarlijks een minimum aantal opleidingspunten (12) moet worden behaald.

Het wachten voor de uitvoering is ook op de nieuwe beleidsregels van Recofa (de vereniging van rechters-commissarissen in faillissementen), waaraan hard wordt gewerkt en die pas kort voor 1 januari aanstaande worden verwacht. Daarbij is nog de vraag te beantwoorden, hoe de RC aanwijzingen aan de saniet kan geven buiten de toelatingsbeschikking. Onder het oude regime gebeurde dat wel in het saneringsplan, maar dat wordt afgeschaft.

Aangezien uitgangspunt van het overgangsrecht directe werking is zal in lopende WSNP-gevallen de schone lei minder schoon zijn dan in de oude situatie, nu CJIB-boetes en strafrecht gerelateerde vergoedingen voortaan blijven bestaan, ook na regulier einde van de regeling.
Gaat de saniet tijdens de WSNP dood (hetgeen geregeld voorkomt en vermoedelijk mede wordt veroorzaakt door de stress waaraan een debiteur niet zelden jarenlang heeft blootgestaan), dan geldt na 1 januari 2008 dat er geen schone lei wordt verleend en de boedel wordt vereffend, waarna erfgenamen en legatarissen kunnen beslissen te aanvaarden of te verwerpen.
Vindt de saniet de WSNP te beklemmend althans beklemmender dan hij bij toelating dacht, dan kan op zijn verzoek de regeling worden beeindigd, maar geldt daarna wel een wachttijd van als regel tien jaar voordat toelating weer mogelijk is.
Bij tussentijds einde van de WSNP vindt omzetting naar faillissement alleen plaats als er voldoende saldo is, waarbij het minimumbedrag, dat in de boedel aanwezig moet zijn, in de Recofarichtlijnen zal worden aangegeven.

Net als bij de inwerkingtreding van de WSNP per 1 december 1998 is te verwachten, dat in de praktijk mede op geleide van de jurisprudentie de verhoudingen zich opnieuw zullen gaan zetten. Voor crediteuren zal het evident verhoogde kostenkaartje voor stuwing naar de WSNP zeker maken dat zij minder snel inzetten op het wettelijk traject, nu vader Staat voornemens is de daarmee gemoeide kosten te localiseren waar deze (macro-)economisch horen namelijk bij de boedel; de eerste EURO 3.000,00 boedelopbrengst gaat hier aan op. Rechtvaardig is dat niet langer de bewindvoerder risico-drager is van onvoldoende middelen in de boedel; aan het einde van de regeling wordt de balans opgemaakt en subsidie verstrekt tot aan het bedrag van de boedelkosten (als gezegd EURO 3.000,00).

De hulpverlening in het minnelijk traject dient in staat van verhoogde waakzaamheid de ontwikkelingen niet alleen te volgen maar bij voorkeur ook te sturen, waarbij regionale voorlichting aan crediteuren in bestaande overlegstructuren zeer aan te bevelen is.