zaterdag 24 maart 2018

Over werken van barmhartigheid, kapotprotocolleren en de opdracht van de Kerk anno nu


Het zou mij niet verbazen, als de modale millennial (MM) niet weet wat “barmhartigheid” is.

Was dat alleen een formele kwestie -kent de inhoud wel maar het woord niet- dan is er nog mee te leven- zij het node. Ik sluit echter niet uit dat de MM ook niet weet wat de inhoud van het begrip is. Het is mijns inziens daarom hoogst nodig dat om te beginnen de inhoud en vervolgens ook de bewoording van het begrip barmhartigheid wordt gekend. “Ut cognoscant te solum verum Deum et quem misisti Iesum Christum” – Dat zij U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus die Gij gezonden hebt[1].

De kern van het geloof – mijn geloof – is de liefde. Die liefde wordt verkondigd, gevierd (liturgie), maar ook bewezen door daden (“werken). “Fides sine operibus mortua est” – het geloof zonder werken is dood[2]. “De dienst van de liefde is voor de Kerk niet een soort welzijnswerk dat men ook aan anderen kan overlaten, maar hoort tot haar wezen en is een onmisbare uitdrukking van haar wezen", schrijft paus Benedictus XVI in zijn sociale encycliek “Deus Caritas est”[3].

Christenen hebben zich vanaf de eerste christentijden toegelegd op de beoefening van werken van barmhartigheid[4]: hongerigen spijzigen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, de zieken verzorgen, de gevangenen bezoeken, doden begraven. De barmhartige Samaritaan ontfermde zich over een man die op weg van Jeruzalem naar Jericho in handen was gevallen van rovers, terwijl de Leviet doorliep om zijn handen schoon te houden [5].

Weeshuizen, ziekenhuizen, armenhuizen, scholen en maatschappelijk waren eeuwenlang daarvan de zichtbare tekenen, totdat de overheid haar positie zo verstevigde dat zij deze klassieke taken overnam van de Kerken overnam en in een samenstel van regelingen de verzorgingsstaat componeerde. De door mij zeer gewaardeerde socioloog Prof. J.A.A. van Doorn, bij wie ik organisatiesociologie heb gevolgd, schreef in 1982 over de verzorgingsstaat: “Nu …. lijkt het bouwwerk (de verzorgingsstaat) vrijwel voltooid. Op onderdelen is nog verbetering mogelijk, maar de omtrekken staan vast”[6].

Prof. Van Doorn hoewel geniaal, had het hier mis. De economische crisis vanaf 2008 en twee kabinetten Rutte waren genoeg om de grondslagen van de verzorgingsstaat te ondermijnen (bijvoorbeeld WMO, Jeugdzorg en Participatiewet) en daarmee ook de overheidsinstellingen die zich eerder hadden verdrongen de klassieke christelijke taken over te nemen. Zij deden dat onder de paraplu van de verzorgingsstaat in nieuwe instellingen de afgelopen tien jaar op een wijze waarin niet zelden “de werken” kapot werden geprotocolleerd.

Daar werden bijvoorbeeld zelfs cursussen in gegeven bij invoering van de Wet op de gemeentelijke schuldhulp ín 2012: hoe maak ik het beleidsplan zodanig dat ik zo min mogelijk mensen help (en wezen dan een (schuld)hulpvraag bijvoorkeur af zonder beschikking zodat de justitiabele niet wist van zijn rechtsmiddelen).

Vanaf 1984 zag ik in Nederland de schuldhulp perverteren tot een vehikel dat zijn oorspronkelijke doel had verschoven van hulp naar zelfbehoud en dat de doelgroep, de mens in nood leek te zijn vergeten. Gemeenten maakt eerst de schuldhulp ontoegankelijk en waren vervolgens verbaasd dat de nood bleef en de vorm van de hulpverlening verschoof naar het beschermingsbewind. Effectief zien we nu verder de Wsnp langzaam maar zeker buiten beeld raken. In een steeds langer wordende reeks artikelen in De Correspondent constateert Jesse Frederik hoe groot de schuldennood is en hoe weinig daaraan gebeurt.

Tempora mutantur en nos mutamur in illis – de tijden veranderen en wij veranderen in de tijd. “De Kerk stemt zich in elke tijd opnieuw af op wat haar te doen staat”, schrijft het bisdom Rotterdam op haar website[7] . Een Kerk die zich in deze tijd “afstemt op hetgeen haar te doen staat” zou tot een structureel antwoord moeten komen op de hulpvraag die haar vanuit het veld van de schuldenproblematiek wordt toegeschreeuwd. 

En zo zouden millennials door daden kunnen leren wat christelijke barmhartigheid inhoudt.

Deze column is verschenen in het Tijdschrift voor Beschermingsbewind



[1] Joh. 17, 2 Neovulgaat en Statenvertaling omdat deze dicht bij het Latijn blijft.
[2] 2 Jac.26. Neovulgaat, eigen vertaling.
[3] Paus Benedictus XVI, Deus Caritas est, paragraaf nummer 25, zie www.rkdocumenten.nl
[4] Matteus 25, 35-36
[5]Lucas 10: 25 - 37
[6] J.A.A. van Doorn & C.J.M. Schuyt, De stagnerende verzorgingsstaat. Boom, Meppel / Amsterdam, 1982, p. 8.
[7] https://www.bisdomrotterdam.nl/bisdom-rotterdam/wat-geloven-wij/missie-en-visie