zondag 9 augustus 2015

Gebruikt de BPBI ten onrechte het zieligheidsargument in de discussie over bankkosten?

Beschikking RECHTBANK OOST-BRABANT 
Kanton 's-Hertogenbosch ECLI:NL:RBOBR:2015:3226, gepubliceerd op 4 juni 2015:

"Zowel uit de service level beschrijving, als uit hetgeen de bank ter zitting heeft verklaard, blijkt dat het bedrag van € 60,-- dat per beheerrekening in rekening wordt gebracht aan de bewindvoerder in rekening worden gebracht voor de aan hem verleende service. Het zijn daarmee onkosten van de bewindvoerder, die vallen binnen het door hem in rekening te brengen tarief. Hij kan deze kosten niet nogmaals aan rechthebbenden in rekening brengen. Dat de bewindvoerder dit kennelijk in het verleden wel heeft gedaan, doet daaraan niet af".

Daarna las ik dit bericht van 27 juli 2015 waarbij de BPBI met steun van de NVVK de trom roert over tarifering van banken:
"Hiermee worden de meest kwetsbare burgers gestraft voor het feit dat zij een beschermende maatregel nodig hebben", zegt BPBI-voorzitter Jan Mastwijk. "Zij worden zwaarder belast inzake bankkosten dan andere burgers."

Het zal toch niet zo zijn dat de BPBI met een beroep op de zieligheid van de onder bewindgestelden probeert kosten te drukken die volgens de rechter voor rekening van de professionele bewindvoerder komen en die samenhangen met de inrichting van de administratie van de professionele bewindvoerder?

Het lijkt me nuttig dat het Ministerie van V&J dit uitzoekt voordat we gaan meedeinen op golven van verontwaardiging