vrijdag 12 december 2014

Bidprentje Pastoor Mr. C. Stam


In dankbare herinnering aan

Pastoor Mr. Cornelis Stam
priester van het bisdom Rotterdam

geboren te Amsterdam op 8 juli 1935
overleden te Rotterdam op 5 december 2014
begraven op het R.K. Kerkhof Sint Laurentius te Rotterdam op 16 december 2014

De kwalificatie “heilige priester” is bij uitstek van toepassing op pastoor Stam, niet omdat hij in alles volmaakt was, maar wel omdat hij er steeds naar streefde de volmaaktheid te beoefenen, tot eer van God en heil van mensen. Hij werd op 8 november 1986 voor het bisdom Rotterdam priester gewijd op de leeftijd van 51 jaar.

“Ik had geen late roeping, maar ik heb laat geantwoord”, zei hij wanneer dit onderwerp aan de orde kwam. Nadat hij in 1951 het aartsdiocesaan kleinseminarie in Apeldoorn had verlaten, maakte hij het gymnasium af aan het Sint Ignatius College in Amsterdam. Hij studeerde vervolgens notarieel recht aan de Universiteit van Amsterdam, waar zijn vriendschap ontstond met de vermaarde hoogleraar burgerlijk recht, Prof. Mr. A. Pitlo.  Na zijn werk bij de Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap koos hij ondanks de aandrang van Prof. Pitlo niet voor de wetenschap, maar ging hij in de praktijk als kandidaat-notaris aan de slag, in Krommenie, Amsterdam en laatstelijk Den Haag. Wonend aan het strand in Scheveningen realiseerde hij zich, in nachtelijke wandelingen biddend langs de zee, dat het onontkoombaar was dat hij alsnog zijn priesterroeping zou gaan volgen, en ging hij daarover het gesprek aan met kardinaal Simonis, waarna hij langs de weg van het grootseminarie Rolduc in 1986  priester werd gewijd.

Na zijn eerste benoeming tot pastoor van de H. Bartholomeusparochie in Schoonhoven in 1987, werd hij op 15 januari 1989 geïnstalleerd als pastoor van de HH. Michaël en Clemensparochie in Rotterdam, waar hij tot het einde van zijn actieve leven in 2010 zou blijven en praktisch dag en nacht zou werken voor al degenen die aan zijn pastorale zorgen waren toevertrouwd. Hij doopte geschat 1.500 kinderen en volwassenen, had honderden Eerste Communicanten en Vormelingen, en een druk bezochte biechtstoel op zaterdagmiddag; hij sprak duizenden parochianen en anderen ook in hun existentiële noden; hij  sprak met personen die zelfmoord overwogen, tienermoeders en mensen, diep in de schulden, en reisde ook ’s-nachts naar zo ongeveer alle zieken- en verpleeghuizen in de stad om stervenden te bedienen. Met grote moeite slaagde hij erin de pastorie voor de parochie te behouden en de zelfstandigheid van de parochie te bewaren. Hij had een grote Mariadevotie en maakte graag bedevaarten naar Lourdes, Fatima, Kevelaer en Parijs (Rue du Bac). Wekelijks hield hij een Aanbiddingsuur met de bijzondere intentie voor roepingen tot het Priesterschap en het religieuze leven. Hij kwam tenminste wekelijks bij de Zusters van Moeder Teresa, voor de H. Mis en om Biecht te horen. Voor hen  gaf hij ook maandelijks een conferentie (in het Engels). Hij sprak daarnaast Spaans, Portugees, Italiaans, Frans en Duits hetgeen hem ook in zijn contacten in de wereldstad Rotterdam goed van pas kwam.

Als priester heeft pastoor Stam zeer velen de weg naar Christus mogen wijzen, niet alleen door hetgeen hij zei, maar ook door hetgeen hij voorleefde. De relatie met Christus, beleefd in en vanuit de Heilige Liturgie en het persoonlijk gebed, was voor hem alles bepalend. Hij hield van de schoonheid van de liturgie in het Latijn en bad ook de getijden bij voorkeur in het Latijn. Hij genoot ervan de getijden in het Latijn (Novus Ordo) te bidden met de Zusters Kanunnikessen van het Heilig Graf in de Priorij Thabor in  Sint Odiliënberg. Met vreugde begroette hij in 2007 het Motu proprio Summorum Pontificum, van paus Benedictus XVI, waarna hij in gewaardeerde samenwerking met de priesters van de Petrus Broederschap van tijd tot tijd de buitengewone ritus in de zondagse parochieviering terugbracht.

Pastoor Stam kende het Kruis niet alleen in theorie, maar ook uit eigen bittere ervaring: niet zelden werd hij bij de realisering van Gods bedoeling door velen (ook andersdenkenden binnen de Kerk) in de steek gelaten en tegengewerkt. Hij droeg zijn lijden in vereniging met Christus.

Pastoor Stam was zeer dankbaar dat hij in Mgr. Dr. J.H.J. Van den Hende voor het eerst in zijn priesterleven een meelevende, zorgzame en vaderlijke bisschop vond die hem veelvuldig heeft bezocht en getroost, en met hem heeft gebeden, ook tijdens zijn laatste, slopende ziekte. Ook die ziekte heeft hij waardig gedragen, waardoor velen werden gesticht, ook degenen die voordien niet bekend waren met Christus en de Kerk.

Wij danken God voor deze priester, die waarlijk een alter Christus en een man Gods was: “en of de wereld lacht of spot, gij zijt en blijft een man van God” (Guido Gezelle).

Bidden wij voor zijn zielerust met het gebed van de Rozenkrans dat hij tijdens zijn leven tot en met de laatste fase ontelbare malen heeft gebeden, tot hij stierf met het kruis van de Rozenkrans, omklemd in zijn handen: Wees gegroet, Maria, vol van genade. De Heer is met U. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is Jezus de vrucht van Uw schoot. Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Ook namens Pastoor Stam dank ik U voor alle blijken van medeleven en gebeden, die tijdens zijn ziekte en overlijden geuit zijn.             

                                                                                                                                                                                                                                Erica Schruer, executeur-testamentair