maandag 20 oktober 2014

Opdracht aan een deurwaarder is geen plundervergunning! Hoog tijd voor incasso-ethiek!

De incassowereld staat op zijn kop door een artikel in het AD van vandaag waaruit  blijkt dat zogenaamde bulk-crediteuren zoals CAK en CJIB veel minder betalen dan de wettelijke vastgestelde tarieven voor ambtelijke verrichtingen van deurwaarders.

De voorwaarden van openbare aanbestedingen worden vaak alleen onder uiterste geheimhouding verstrekt en wie weet wat er in staat begint dat te begrijpen; er lekt nu naar buiten waarover eerder met bezorgdheid werd gefluisterd.

Uit het AD van vandaag blijkt dat op een aanbesteding van het CJIB  deurwaarders zich momenteel inschrijven  voor slechts 87 eurocent per vordering. Dat is het bodembedrag maar een deurwaarder die hoger inschrijft kan de opdracht wel vergeten.

Het AD schrijft verder: "Dit jaar ging het Centraal Administratie Kantoor (CAK) nog een stap verder. Het stelde voor om geld te vrágen in plaats van te betalen voor zijn vorderingen. In een aanbesteding mochten deurwaarders aangeven hoeveel ze over hadden om de opdracht binnen te slepen". De KBvG vond dat te dol en greep in.

Waarom schrijven deurwaarders in voor deze dumptarieven? Omdat de incasso-opdracht een vergunning inhoudt om de debiteur te gaan mangelen en dan het ambtelijk tarief te kunnen incasseren en in eigen zak te mogen steken, een plundervergunning zogezegd. Normaal maakt de crediteur een zakelijke afweging of hij een deurwaarder een opdracht geeft waarbij uitgangspunt is dat de debiteur in staat moet zijn om de incassokosten te voldoen; een redelijk handelend opdrachtgever begint er anders niet aan.

Doordat opdrachtgevers nu zeer weinig betalen en de deurwaarder vervolgens maar moet zien dat hij de kosten voldaan krijgt, ontstaat er een hoogst onwenselijke dynamiek. Die zou op te lossen zijn door een regeling waarbij iedere opdrachtgever wordt verplicht het ambtelijk tarief aan de deurwaarder te betalen. Hier ligt een taak voor de wetgever die ironisch genoeg in het geval van het CJIB het ministerie van Justitie is. De reactie is op Paritas Passe hebben geleerd dat de overheid niet zo gretig is eigen incassogedrag onder de loep te nemen.  Zou het hier anders zijn?

Daarnaast speelt de vraag of het wettelijk tarief ambtelijke verrichtingen niet te hoog is, hetgeen zeer wel mogelijk is omdat daar voor het laatst in 2001 naar is gekeken en daarop indexering is toegepast; inmiddels is de automatisering verder voortgeschreden. Instelling van een nieuwe adviescommissie ligt voor de hand. Hier zal het Ministerie van Justitie vermoedelijk minder moeite mee hebben omdat de overheid daarmee niet in het eigen vlees snijdt.

Het probleem van de effectieve kosten speelt ook bij de incassokosten volgens de Wet Incassokosten: een tarief van EURO 40 voor een door de computer uitgespuwde niet zelden ook nog digitaal verzonden aanmaning is excessief; door de WIK zijn incassokosten tot een verdienmodel  gemaakt in plaats van een vergoeding van schade in de zin van artikel 6:96 BW", te weten de redelijke kosten tot voldoening van een schuld buiten rechte.

Nederland heeft dringend behoefte aan ontwikkeling van een incasso-ethiek waarin het uitgangspunt moet worden bevestigd dat incassokosten strekkend tot vergoeding van schade en niet als verdienmodel waarbij de schuldeiser er belang bij krijgt dat de debiteur pas na aanmaning, vermeerderd met kosten betaalt.

Ik zal op dit onderwerp zeker ingaan in mijn voordracht op het 23ste actualiteitencongres schuldhulpverlening op 11 november aanstaande.