woensdag 12 juni 2013

Reactie op kabinetstandpunt Paritas Passe van de auteurs van het rapport




Het bestaansminimum, het bedrag dat bij beslaglegging op inkomen niet onder het beslag valt, wordt nog steeds niet gegarandeerd door de standpunten van het kabinet, terwijl duidelijk is, en ook door het kabinet wordt onderschreven, dat inbreuk op de omvang van het bestaansminimum onherroepelijk leidt tot het ontstaan van nieuwe schulden.
In het kabinetsstandpunt wordt weinig aandacht besteed aan het eigen handelen van de overheid bij incasso en de gevolgen daarvan voor andere schuldeisers en schuldenaren. De verdringingseffecten voor schuldeisers, zoals het MKB, worden niet genoemd, noch de (on)mogelijkheden van een groep problematische schuldenaren om uit de schulden te komen.
Gevolg van het kabinetsstandpunt is dat nog steeds schuldenaren moeten leven van een bedrag dat lager is dan het bestaansminimum waarbij niet zelden door verdringing ook nog nieuwe schulden ontstaan.
Wij pleiten ervoor dat het kabinet zijn standpunt herziet ten aanzien van de niet overgenomen aanbevelingen uit het rapport Paritas Passé, zodanig dat in het vervolg ook voor schuldenaren in een problematische schuldsituatie de beslagvrije voet duurzaam wordt gewaarborgd. Dat leidt tot
besparing van nodeloze incassokosten, tot besparing van kosten gemoeid met de inzet van hulpverleners om de beslagvrije voet te repareren en een evenwichtiger verdeling van de voor crediteuren beschikbare middelen.