maandag 10 juni 2013

“Paritas Passé” non-accepté - meer verkeersregels voor het erf van de buren!

Enkele passages uit mijn column voor het volgende nummer van TvS:


"Het is een goede gewoonte in een recensie eerst iets aardigs te zeggen, alvorens in te gaan op hetgeen minder wordt geapprecieerd. Gevoelig voor traditie als ik ben, zal ik mij in deze column aan deze conventie houden:  het is zeer prijzenswaardig, dat het kabinet bij brief van 8 april 2013 heeft gereageerd op het rapport Paritas Passé van maart 2012, en daarbij enkele aanbevelingen van het rapport heeft overgenomen. Zo komt er een Centraal Digitaal Beslagregister en wordt de wettelijke regeling van het beslag roerende zaken herzien". 

"Komen we echter bij de aanbevelingen waarbij Vadertje Staat wordt genoopt de hand in eigen boezem te steken waar het de incasso-activiteit betreft, dan wordt de ontvankelijkheid van het kabinet voor de aanbevelingen allengs, wat zeg ik: met rasse schreden, minder:
1.     Door de overheidsvordering kan de overheid voordelig en efficiënt incasseren waarbij het vanwege de massaliteit van de processen bij de belastingdienst onmogelijk is om “belastingschuldigen stuk voor stuk” te kwalificeren”.
2.      De overheidsvordering gaat in het kader van een pilot door  de Belastingdienst breder worden ingezet.
3.      Gemeenten en waterschappen zetten in het kader van een  pilot de overheidsvordering in.
4.      Het bestuursrechtelijk premieregime van de Wet structurele maatregelen wanbetalers (130% en bronheffing) blijft ongewijzigd.
5.      Er komt geen beslagverbod op toeslagen aangezien betalingsrisico een bedrijfsrisico is voor zorgverzekeraars, verhuurders en kinderopvanginstellingen. Directe uitkering van de zorgtoeslag aan de aardcrediteur (zorgtoeslag direct naar de actuele zorgverkeraar) wordt niet gewenst geacht".

"Met andere woorden: het kabinet is wel geneigd de verkeersregels ter bescherming van de beslagvrije voet aan te scherpen op het erf van de buren, zijnde de particuliere  crediteuren, maar houdt graag de handen vrij als zij zelf als crediteur in het spel is om de debiteuren de middelen uit handen te slaan om in zijn elementaire bestaansbehoeften (bed, bad, brood) te voorzien. Van geval tot geval, bij wege van gunst, zal door de overheid worden bekeken of al dan niet  wordt bijgestuurd".

"Met spijt moet worden geconstateerd dat het kabinet vooralsnog wel oog heeft voor de splinters in het oog van de particuliere schuldeiser, maar de bundel balken in eigen oog ongemoeid laat. Dat is erg jammer, niet alleen voor de debiteuren die daardoor worden getroffen, maar ook vanuit rechtsstatelijk oogpunt voor de overheid zelf die zichzelf als eerste aan tafel bedient, ook van de schotels die voor het gewone volk verboden zijn. Het kabinet laat daarmee -en dat niet voor de eerste keer!- een kans liggen om haar klassieke taak te vervullen, te weten: unicuique suum tribuere – ieder het zijne geven, niet minder maar zeker ook niet meer".