donderdag 14 februari 2013

Zojuist geschreven brief aan een deurwaarder die uit zijn ambt zou moeten worden gezet

Af en toe komt er een zaak waarvoor je even alles laat vallen en er keihard bovenop timmert -en dat haast ook nog wel letterlijk zou willen doen. Ik publiceer de tekst opdat schuldhulpverleners die in voorkomende gevallen kunnen gebruiken als een model om onbehoorlijk handelende deurwaarder tot de orde te roepen.

"Geachte dames en heren,

Mevrouw X, wonende te Y , heeft zich tot mij gewend met het verzoek haar als advocaat terzijde te staan. Cliënte heeft een studieschuld aan IBG inclusief kosten ad afgerond EURO 1.800,00, die inmiddels volgens Uw opgave is teruggelopen tot € 1.353,94.

Cliënte ontvangt een WWB-uitkering van afgerond € 990,00 netto per maand. Zij is een alleenstaande moeder en moet vrijwilligerswerk doen om haar uitkering te behouden. Haar dochter krijgt om die reden tussenschoolse opvang. De daarmee gemoeide kosten zijn € 60,-- per maand. De huur bedraagt € 380,00 per maand. Cliënte ontvangt geen toeslagen omdat er een belastingschuld is van € 6.000,00 die in het verleden is ontstaan door onterecht toegekende toeslagen. Op de WWB-uitkering lag beslag dat is vervangen door een maandelijkse betaling van € 50,00. De kosten van energie en warmte bedragen € 180,00  per maand. De nominale premie ZKV is € 120,00. Er is momenteel als gevolg van Uw actie in december 2012 een huurachterstand van twee maanden die vermeerderd met kosten is opgelopen tot € 1.500,00. Cliënte loopt het risico te worden ontruimd zodra de achterstand zou oplopen naar drie maanden. Daarnaast wordt cliënte door haar verhuurder nog aangesproken voor een huurschuld van haar overleden moeder ten bedrage van € 7.000,00.

Na het leggen van beslag roerende zaken in april 2011 hebt U cliënte bestookt met bezoeken en iedere keer gezegd dat haar inboedel openbaar zou worden verkocht als zij niet tenminste iets zou afbetalen. Bij het leggen van beslag hebt U bij de ingang van het flatgebouw waar zij woont de executoriale aankoop aangeplakt, waarna iedereen die passeerde inclusief haar buren konden lezen dat er een executoriale verkoop op haar inboedel zou plaatsvinden.

Cliënte heeft U als gevolg van de door U op haar uitgeoefende pressie in december 2012 nog een bedrag ad  € 400,00 voldaan waardoor zij de huur die maand niet heeft kunnen betalen.

Op 31 januari 2013 hebt U aan cliënte een aanzegging betekend dat op 15 februari aanstaande, dus morgen, haar inboedel executoriaal wordt verkocht opnieuw onder het aanplakken bij de ingang van de flat dat alsdan een executoriale verkoop is bepaald. Daarna hebt U haar bestookt met telefonische contacten en bezoeken. Ook vanochtend heeft een medewerker van Uw kantoor mijn cliënte weer bezocht en  gezegd dat de openbare verkoop morgen echt doorgaat tenzij zij tenminste € 150,00  per maand  betaald. De inboedel is basaal en karig. Cliënte is als gevolg van de door U  uitgeoefende pressie hypernerveus hetgeen zijn weerslag heeft in de gezondheid van haar dochtertje.

Het is U bekend dat cliënte sinds januari 2013 wordt bijgestaan door Humanitas Inkomensbeheer en beschermingsbewind en dat door Humanitas namens cliënte een verzoek is ingediend bij de Rechtbank teneinde te komen tot boek 1-beschermingsbewind. Op  dit verzoek is nog niet beslist. In januari 2013 heeft cliënte U hierover een e-mailbericht gezonden met opgave van haar financiele situatie. 

Ook na ontvangst van dit e-mailbericht bent U gewoon doorgegaan met cliënte onder druk te zetten teneinde haar ertoe te bewegen tenminste € 150,00 per maand te betalen. Alleen in dat geval was U bereid de executoriale verkoop nog even aan te houden. Dit deed U terwijl U volledige inzage had in haar financiële situatie.

Uw handelen verdraagt zich niet met hetgeen van een behoorlijk deurwaarder mag worden verlangd. U weet dat de inboedel minder waard is dan de kosten van het beslag, U weet dat er in het inkomen geen ruimte meer zit voor aflossing en U weet dat inmiddels een beroep is gedaan op budgethulp.

U en Uw opdrachtgever, de Staat der Nederlanden (IBG), aan wie Uw handelen kan worden toegerekend handelen jegens mijn cliënte persisterend onrechtmatig door te pogen haar met een onterecht beslag roerende zaken geld afhandig te maken terwijl haar inkomen nauwelijks toereikend is voor de noodzakelijke bestaanskosten.

Ik neem aan dat U bekend bent met HR 11 februari 2001, RvdW 2011, 26 en het Pre-advies van de KBvG Herziening van het beslagverbod roerende zaken 2012, p. 190 en 191. Het staat U niet vrij onder deze omstandigheden executoriale maatregelen door te zetten.

Ik sommeer U hierbij mij morgen vòòr 10.00 uur te laten weten dat de executoriale verkoop niet doorgaat, bij gebreke waarvan ik U dezelfde dag op een door de Voorzieningrechter te bepalen tijdstip in kort geding betrek.

Ik sommeer U binnen dezelfde termijn aan cliënte het bedrag ad EURO 400,-- dat U haar in december 2012 op onrechtmatige wijze afhandig hebt gemaakt, terug te betalen, bij gebreke waarvan ik daartoe een procedure zal entameren jegens U en tegen de  Staat der Nederlanden.

Indien ik niet morgen vòòr 10.00 uur van U heb  vernomen, is wat mij betreft de buitengerechtelijke discussie voltooid en wordt morgen het debat voortgezet bij de civiele rechter en de tuchtrechter.

Een copie van deze brief gaat direct ter kennisname aan het bestuur van de KBvG met de vraag ambtshalve al dan niet door Bureau BFT een onderzoek in te (doen) stellen naar de wijze waarop Uw kantoor het beslag roerende zaken inzet als incasso-instrument waarbij tegelijk aan de orde kan komen of Uw opdrachtgever de daarmee gemoeide kosten draagt en of Uw opdrachtgever wel weet op welke wijze U het beslag roerende zaken hanteert.  

Hoogachtend.

H.D.L.M. Schruer".