#shv28

Op 11 april 2017 is in Utrecht het 28ste actualiteitencongres schuldhulpverlening

donderdag 28 februari 2013

Alweer een brief aan een deurwaarder die water uit een steen wil persen

Mevrouw Y, wonende te X, heeft zich tot mij gewend met het verzoek haar als advocaat terzijde te staan.  

Cliënte ontvangt een Wajong-uitkering van afgerond € 910,00 netto per maand waarop beslag ligt van het Waterschap. Zij is een alleenstaande moeder van een autistische zoon van 8  jaar. De huur bedraagt € 425,00 per maand. De kosten van energie en water bedragen € 80,00  per maand. De nominale premie ZKV is € 160,00 (met verhoging). Daarbij wordt ook nog EURO 120,00 per maand betaald wegens achterstand premie zorgverzekering. Er zijn verder geen schulden. De aanvraag schuldhulp is afgewezen omdat het schuldbedrag te laag is en cliënte is geadviseerd zelf maar afspraken te maken met crediteuren. Dat heeft zij dan ook geprobeerd te doen. 
 
U hebt vorderingen in handen van CVZ en de Gemeente X ad oorspronkelijk totaal in hoofdsom EURO 350,00 waarop cliënte in de periode september 2012 tot heden inmiddels EURO 900,00 heeft betaald. Dit is ten koste gegaan van haar leefgeld want zij heeft verder geen vrij besteedbare ruimte.

U hebt in september 2012 beslag roerende zaken gelegd en sindsdien hebt U cliënte bestookt met brieven en telefoontjes en daarbij iedere keer gezegd dat haar inboedel openbaar zou worden verkocht als zij niet tenminste iets zou afbetalen. De roerende zaken waarop beslag ligt zijn overwegend afkomstig uit de kringloopwinkel, grof vuil of afdankertjes van relaties. Het is uitgesloten dat deze zaken meer opbrengen dan de executiekosten.

Bij het leggen van beslag hebt U voorts bij de ingang van het flatgebouw waar zij woont de executoriale aankoop aangeplakt, waarna iedereen die passeerde inclusief haar buren konden lezen dat er een executoriale verkoop op haar inboedel zou plaatsvinden. Cliënte heeft U gezegd dat zij op advies van de politie een geheim adres heeft uit veiligheidsoverwegingen. Dat was voor U geen punt van aandacht. Cliënte voelt zich door Uw manier van optreden zeer geïntimideerd en is bang haar huisraad te verliezen. 

Inmiddels hebt U cliënte laten weten dat morgen, haar inboedel executoriaal wordt verkocht opnieuw onder het aanplakken bij de ingang van de flat dat alsdan een executoriale verkoop is bepaald. Cliënte heeft nu geen geld om U iets te betalen en heeft U dat ook gezegd. Zij heeft deze maand al EURO 100,00 betaald en is bereid dat volgende maand weer te doen, ook al heeft zij dan opnieuw onvoldoende leefgeld. U hebt verklaard dat deze betaling voor U niet genoeg is en haar zojuist per e-mail laten weten dat zij deze maand nog minimaal EURO 140,00  per maand moet voldoen in verband met expiratie van het dwangbevel van CVZ. Uit de specificatie is mij niet duidelijk op welke wijze U door cliënte betaalde bedragen hebt afgeboekt en U hebt daarover aan cliënte niet eerder mededelingen gedaan. Gevolg van Uw handelen is dat  cliënte letterlijk het brood uit de mond is gestoten waarbij U voor vorderingen die in hoofdsom totaal EURO 350,00 bedroegen in ieder geval EURO 500,00 aan zinloze executiekosten hebt gemaakt.

Uw handelen verdraagt zich niet met hetgeen van een behoorlijk deurwaarder mag worden verlangd. U weet dat de inboedel minder waard is dan de kosten van het beslag, U weet dat er in het inkomen geen ruimte meer zit voor aflossing. U gaat niettemin door met water uit een steen persen ongeacht de gevolgen voor de debiteur. Ik neem aan dat U bekend bent met HR11 februari 2001, RvdW 2011, 26 en het Pre-advies van de KBvG Herziening van het beslagverbod roerende zaken 2012, p. 190 en 191. Het staat U niet vrij onder deze omstandigheden executoriale maatregelen te vervolgen.

Ik sommeer U hierbij mij morgen vòòr 10.00 uur te laten weten dat de executoriale verkoop niet doorgaat en dat U verdere executoriale maatregelen zulk staken, bij gebreke waarvan ik U dezelfde dag op een door de Voorzieningrechter te bepalen tijdstip in kort geding betrek.

Een copie van deze brief gaat direct ter kennisname aan het bestuur van de KBvG en Uw opdrachtgevers waarbij aan de orde kan komen of Uw opdrachtgever wel weet op welke wijze U het beslag roerende zaken hanteert als middel om van debiteuren gelden te incasseren die zijn bestemd voor de noodzakelijke kosten van het bestaan.  

Cliënte zelf is voornemens Uw handelen voor te leggen aan de Nationale Ombudsman waarbij niet alleen de door U gevolgde wijze van incasso aan de orde kan komen maar ook de manier waarop haar persoonlijke veiligheid door U in gevaar is gebracht in het kader van handelingen die executie-technisch objectief  geen zin hadden maar die uitsluitend waren bedoeld om haar te intimideren.