vrijdag 30 november 2012

Broddelbewindvoerder de laan uitgestuurd ondanks intrekking royement BPBI

Kantonrechter Alkmaar 15 november 2012, LJN BY3484:

"XX] is een professionele bewindvoerder met ongeveer 130 dossiers. Van professionele bewindvoerders – zeker bewindvoerders die al jaren als zodanig aan het werk zijn - mag verwacht worden, dat zij de inhoud van de toepasselijke wetsartikelen en de aanbevelingen van het LOVCK kennen. Ook mag van hen worden verwacht dat stukken tijdig en volledig worden ingediend bij de rechtbank. Minder zichtbaar en controleerbaar voor de kantonrechter is hoe het beheer in individuele zaken door een bewindvoerder wordt uitgevoerd. Door klachten van rechthebbenden, instellingen en personen in de omgeving van rechthebbende kan de kantonrechter informatie krijgen over hoe de bewindvoerder functioneert. Ook een auditrapport in opdracht van een brancheorganisatie kan de benodigde informatie verschaffen.

Het is overduidelijk dat [XX] vanaf haar oprichting steeds is bijgestuurd door de kantonrechter. Er zijn talloze klachten binnengekomen en veel klachten zijn gegrond verklaard. De kantonrechter heeft keer op keer [XX] kansen gegeven de zaken op orde te brengen. Geconstateerd moet worden dat dit [XX] tot op heden niet is gelukt.

Ondanks veelvuldig rappelleren, het opschorten van nieuwe benoemingen en gesprekken is [XX] er telkens niet in geslaagd op tijd rekening en verantwoording te doen. Daarmee wordt een adequaat toezicht door de kantonrechter bemoeilijkt.

Basale wetskennis ontbreekt. [XX] wordt al meer dan zes jaar benoemd als bewindvoerder en blijkt dan nog niet te weten dat de beschikking moet worden ingeschreven in het kadaster bij een onroerend goed. Voor zover [XX] dit (inmiddels) wel weet heeft inschrijving nog niet plaatsgevonden omdat dit volgens [XX] via een notaris moet en € 255 kost, hetgeen onjuist is (de kosten bedragen thans € 51).

Het aanvragen van uitstel bij de belastingdienst in 48 (!) zaken getuigt evenmin van goed bewindvoerderschap. Het behoort tot de taken van een bewindvoerder jaarlijks (eenvoudige) belastingaangifte te doen. Hiervoor krijgt de bewindvoerder ook betaald. Door het veelvuldig aanvragen van uitstel is er geen juist en actueel beeld van de vermogenspositie en int de bewindvoerder bovendien maandelijks loon voor een taak die nog niet is verricht. Indien een dossier aan een nieuwe bewindvoerder (bij ontslag van [XX]) of aan rechthebbende bij het einde van een bewind, wordt overgedragen kan de opvolgend bewindvoerder dan wel rechthebbende alsnog die taak gaan uitvoeren.

Mw [Y] heeft er tevens blijk van gegeven niet goed op de hoogte te zijn van de berekeningswijze van de beslagvrije voet. Er kan immers niet gesteld worden dat deze bestaat uit een vast bedrag voor een alleenstaande; de hoogte daarvan wordt mede ingegeven door de bestaande (woon)lasten.

Voldoende gebleken is van het meer dan eens, gedurende langere tijd niet (tijdig) betalen van rekeningen van cliƫnten waaronder verplichte verzekeringen. Dit heeft er in een aantal gevallen toe geleid dat cliƫnten zijn geroyeerd. [XX] heeft hiertegenover gesteld dat er onvoldoende inkomsten waren. Het is de taak van de bewindvoerder ervoor te zorgen dat de inkomsten waarop rechthebbende aanspraak kan maken ook worden gerealiseerd (inclusief toeslagen e.d.) en voorts dat de beslagvrije voet wordt bewaakt en dat bij het doen van betalingen de juiste prioriteiten worden gesteld. Zeker aan het begin van een nieuw bewind kan de situatie zich voordoen dat niet alle vaste lasten betaald kunnen worden omdat er nog gestabiliseerd moet worden. Bij de klachten over [XX] betreft dit echter over het algemeen langer lopende dossiers. [XX] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat genoemde royementen door haar redelijkerwijs niet te voorkomen zijn geweest.

[XX] maakte geen gebruik van een budgetplan en ook niet van een plan van aanpak. Dat de kantonrechter de bewindvoerder erop moet wijzen dat het een goed idee is om per dossier een plan van aanpak te maken, terwijl [XX] al zes jaar bewindvoerder is, geeft blijkt van onkunde of op zijn minst onvoldoende opleiding.

Door – nadat de ontheffing was ingetrokken en ondanks de gemaakte afspraak met de BPBI en de brief van De Nederlandsche Bank – de derdengeldenrekening aan te houden en te gebruiken heeft [XX] onaanvaardbare risico’s genomen met het vermogen van rechthebbenden. Dit is op zichzelf genomen reeds voldoende om [XX] als bewindvoerder te ontslaan. Het verweer van [XX], dat men in bezwaar en beroep is gegaan, gaat niet op. Bezwaar en beroep hebben immers geen opschortende werking.

Daar komt bij dat de verleende ontheffing slechts van kracht was tot 15 september 2011, zodat - bij gebreke van een verlenging - per die datum het aanhouden en gebruik van de derdengeldenrekening hoe dan ook niet meer was toegestaan. [XX] heeft als verweer aangevoerd dat het niet zo snel lukte om alle gelden over te boeken naar eigen beheer rekeningen. Nog daargelaten dat deze omstandigheid voor rekening en risico van [XX] dient te komen, vermag de kantonrechter niet in te zien waarom het na het intrekken van de ontheffing nog tot het najaar van 2012 moet duren eer er voor alle betrokken rechthebbenden beheerrekeningen zijn geopend. [XX] heeft er indertijd, tegen het advies van de kantonrechter in, zelf voor gekozen om, met ontheffing van De Nederlandsche Bank, een derdengeldenrekening in het leven geroepen. Het is aan [XX] om bij intrekking van de ontheffing een en ander correct (en dus ook voortvarend) af te wikkelen.

Mede gelet op de kwetsbaarheid van rechthebbenden, die immers in belangrijke mate afhankelijk zijn van de bewindvoerder, en de toch beperkte controlemogelijkheden die de kantonrechter tot zijn beschikking heeft, is het noodzakelijk dat er voldoende vertrouwen bestaat in de professionele bewindvoerder. Dit vertrouwen is, gezien de hierboven geschetste geschiedenis, niet meer aanwezig. Door in het verleden herhaaldelijk toezeggingen tot verbetering te doen en die dan vervolgens niet of maar half na te komen, heeft [XX] zelf ampel bewijs geleverd dat op een verzekering dat de bedrijfsvoering zal worden verbeterd niet kan worden vertrouwd.

De kantonrechter komt tot de conclusie dat [XX], wegens gewichtige redenen, moet worden ontslagen in alle zaken die onder het toezicht vallen van de kantonrechter te Alkmaar, Hoorn en Den Helder".

Interessant is ook de volgende passage: "Via [XX] heeft de kantonrechter vernomen dat de BPBI het besluit tot royement heeft ingetrokken en aan [XX] nogmaals een termijn heeft gegund om te voldoen aan de kwaliteitseisen". Uit een uitspraak van de Kantonrechter Maastricht van 12 oktober 2011, zie link, bleek ook al dat de rechter weinig betekenis hechtte aan de merkwaardige standpunten van BPBI bij broddelbewindvoerders.