vrijdag 20 januari 2012

Antwoorden Kamervragen relatie CJIB - deurwaarders

Vragen van het lid Gesthuizen (SP) aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de nieuwe werkwijze van het Centraal Justitieel Incassobureau en de overeenkomsten met gerechtsdeurwaarders (ingezonden 7 december 2011). Antwoord van staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 27 december 2011).

Vraag 1 en 2 Is het waar dat het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de contracten met gerechtsdeurwaarders openbreekt en dat deurwaarders per 1 januari 2012 de keuze hebben uit het niet langer werken voor het CJIB en het werken op no-cure-no-pay-basis?

Wat is de reden van deze nieuwe werkwijze? Waarom wil het CJIB voortaan niet meer betalen voor diensten die voor het CJIB zijn verricht, indien de invordering niet heeft geleid tot betaling?

Antwoord 1 en 2 Het CJIB beziet thans wat de mogelijkheden zijn om meer kosten-efficient te werken. Daarbij is het uitgangspunt dat de huidige relatie met de gerechtsdeurwaarders de komende jaren wordt voortgezet. Het CJIB heeft in eerste instantie no cure no pay als oplossingsrichting in aanmerking genomen, maar beziet ook andere varianten. In welke vorm resultaatafhankelijke beloning deel uit gaat maken van de nieuwe afspraken staat dan ook nog niet vast.

Vraag 3 Is het in dergelijke gevallen altijd de schuld van de gerechtsdeurwaarder dat er door de schuldenaar niet betaald is? Zo nee, waarom kan er dan niet gewoon een eerlijke prijs betaald worden voor deze dienstverlening? Wat is de rechtvaardiging voor het werken op no-cure-no-pay-basis?

Antwoord 3 Het is doorgaans niet de schuld van de gerechtsdeurwaarder als er door de schuldenaar niet betaald wordt. Zie verder mijn antwoord op vragen 1 en 2.

Vraag 4 en 6 Deelt u de mening dat deze nieuwe werkwijze risico’s met zich mee kan brengen, zoals het eerder inzetten van zwaardere dwangmiddelen, het afwentelen van de misgelopen inkomsten op overige producten van deurwaarders of dat er meer commerciĆ«le activiteiten (zoals incasso’s) zullen worden verricht door gerechtsdeurwaarderskantoren? Kunt u uw antwoord toelichten?

Bent u bereid ervoor te zorgen dat, alvorens deze nieuwe werkwijze zal worden ingevoerd, eerst mogelijke risico’s in kaart worden gebracht en dat er goed overleg plaatsvindt tussen het ministerie, het CJIB en de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4 en 6 De doelstelling van een aangepaste werkwijze is dat sneller een beslissing wordt genomen door de gerechtsdeurwaarder over de incasseerbaarheid van de vordering. De precieze werkwijze moet nog nader worden ontwikkeld. Daarbij zal ook de KBvG worden betrokken. Mocht de gerechtsdeurwaarder de zaak retourneren aan het CJIB, dan zal het CJIB overgaan tot het inzetten van andere wettelijke middelen.

Vraag 5 Welke besparing is beoogd met deze nieuwe werkwijze? Is deze besparing reeds opgenomen in de begroting?

Antwoord 5 De gewenste besparing ten opzichte van 2011 wordt begroot op circa 2 miljoen euro. De begroting van het CJIB voor 2012 is nog niet vastgesteld.

Vraag 7 Bent u bereid deze vragen ruim voor het kerstreces, uiterlijk 20 december 2011, te beantwoorden?

Antwoord 7 Dit is helaas niet gelukt.

Naschrift: Kortom, het CJIB krijgt de vrije hand om deurwaarders verder in het nauw te drijven die het toch al moeilijk hebben door de manier waarop grote crediteuren hen uitroken. Ethiek bij incasso wordt niet genoemd. En ondertussen heeft het CJIB geen begroting. Zou die pas na 2012 worden opgesteld? Het lijkt me tijd voor nadere vragen.
Wat zou trouwens de KBvG hiervan vinden?