28 november 2013 Actualiteitencongres Schuldhulpverlening, zie deze link

maandag 12 december 2011

Deurwaarderskantoor Tijhuis in de bocht als incassogemachtigde van Essent

Rechtbank Leeuwarden 22 november 2011:

"3.1. Het moet de kantonrechter van het hart, dat de wijze van procederen door (de gemachtigde van) Essent bepaald niet de schoonheidsprijs verdient. Allereerst had deze gemachtigde zich er van moeten vergewissen of zij in de dagvaarding wel de juiste gegevens had vermeld, alvorens die dagvaarding aan gedaagde te betekenen. Door daarin een onjuist leveringsadres te vermelden heeft zij gedaagde geheel op het verkeerde been gezet, als gevolg waarvan gedaagde, indien geen tweede "schriftelijke ronde" had plaatsgehad, zeker in zijn verweersmogelijkheden was benadeeld. Daarnaast had Essent (althans haar gemachtigde) dienen op te merken – dat had zij kunnen opmerken indien zij de bij de conclusie van antwoord overgelegde producties had gelezen – dat de ex-partner van gedaagde in ieder geval niet X is genaamd, zoals gedaagde bij dupliek terecht heeft opgemerkt, maar dat dit de nieuwe bewoonster van het adres [adres A] is. Voorts heeft (de gemachtigde van) Essent bij repliek gesteld, dat zij de eindafrekening aan het adres [adres A] heeft toegezonden en dat haar geen ander adres bekend was. Op de door haar overgelegde eindafrekening prijkt echter het adres [adres B]. De gemachtigde van Essent heeft ook dit kennelijk niet opgemerkt. Enige nauwkeurigheid bij de gemachtigde van Essent bij het opstellen van haar processtukken was op zijn plaats geweest. 

3.2. Dat gedaagde de eindafrekening betreffende het adres [adres A] niet heeft ontvangen, zoals gedaagde stelt, komt de kantonrechter, zeker als dat wordt bezien tegen de achtergrond van hetgeen hiervóór is overwogen, begrijpelijk en geloofwaardig over. Essent heeft wel aangegeven dat haar "immers" geen ander adres bekend was, maar zij heeft de betreffende eindafrekening, zoals hierboven al gezegd, niet naar [adres A], maar naar [adres B] verzonden. De door (de gemachtigde van) Essent gebezigde uitdrukking "immers" is in dat licht bezien daarom wel wat merkwaardig te noemen. 

3.3. Deze perikelen kunnen echter niet tot gevolg hebben, dat voor gedaagde de verplichting niet (meer) zou bestaan tot voldoening van het bedrag van de eindafrekening. Immers, gedaagde heeft niet betwist dat hij destijds de leveringsovereenkomst met Essent heeft gesloten, terwijl uit de gedingstukken niet kan worden afgeleid dat hij die vervolgens weer heeft opgezegd. De mededeling van gedaagde aan Essent die er op neerkomt dat facturen betreffende [adres A] in het vervolg naar zijn ex-echtgenote moesten worden gezonden – waarmee gedaagde kennelijk bedoelt, dat deze op naam van zijn ex-echtgenote als contractsoverneemster moesten worden gesteld – kan, naar het oordeel van de kantonrechter, niet als opzegging van de overeenkomst worden aangemerkt. Immers, voor contractsovername is de toestemming van Essent noodzakelijk. Gesteld noch gebleken is dat Essent heeft ingestemd met contractsovername door de ex-partner van gedaagde. Overigens kan uit hetgeen gedaagde heeft gesteld niet met zoveel woorden worden afgeleid, dat hij Essent op de hoogte heeft gesteld van zijn nieuwe adres aan de [adres C]. Van het niet ontvangen van de eindafrekening kan gedaagde, die blijkens zijn stellingen toen al op dit adres verbleef, daarom wel een verwijt worden gemaakt. 

3.4. Nu gedaagde de juistheid van de eindafrekening [adres A] niet heeft betwist, kan het door Essent aan hoofdsom gevorderde bedrag ad €459.41 worden toegewezen. Dit te meer, nu gedaagde wel heeft gesteld, maar niet met (betalings)bewijzen heeft aangetoond dat zijn ex-echtgenote het bedrag van de eindafrekening heeft voldaan. Indien gedaagde van mening is dat zijn ex-echtgenote gehouden is het bedrag van de eindafrekening te voldoen, dan dient hij deze daarop aan te spreken. Het gaat daarbij echter om een kwestie tussen gedaagde en zijn ex-echtgenote, die in deze procedure niet van belang is omdat zij Essent niet raakt. 

3.5. Het in de laatste alinea van overweging 3.3 bedoelde, aan gedaagde te maken verwijt moet er tevens toe leiden, dat de nevenvordering tot vergoeding van rente eveneens kan worden toegewezen, te meer nu gedaagde de verschuldigdheid van rente niet heeft betwist. 

3.6. De kantonrechter is echter wel van oordeel, dat het in de gegeven omstandigheden – waaraan niet in de laatste plaats de door (de gemachtigde van) Essent gehanteerde wijze van procederen debet is – niet redelijk is te noemen om gedaagde te belasten met buitengerechtelijke kosten. De op die kosten ziende nevenvordering wordt daarom afgewezen. 

3.7. In meerbedoelde wijze van procederen èn in de uitslag van dit geding ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren. De kantonrechter merkt daarbij op, dat die compensatie van de proceskosten mede tot gevolg heeft dat de door gedaagde bedoelde kosten voor diens rekening moeten blijven".

Het lijkt mij voor Essent tijd voor enige kritische evaluatie in de keuze van haar deurwaarders! Bij mij rijst ook de vraag wat de kwaliteit van de zaken behandeld door Tijhuis waarin de gedaagde verstek laat gaan. Het is in ieder geval geen reclame voor een beroepsgroep die zorgvuldigheid hoog in het vaandel heeft.