Bijgaand position paper heb ik ingediend voor de hoorzitting van de Vaste Kamercommissie SZW op 14 september 2011:
"Hoog tijd voor een publiek centraal systeem van schuldenregistratie!
Het is hoog tijd dat er een publiek centraal systeem komt waarin schulden worden geregistreerd. Daarmee kan worden voorkomen dat mensen in een problematische schuldsituatie terecht komen maar ook dat een reeds bestaande situatie verergert. Dat is niet alleen in het belang van de debiteur, die tegen zichzelf wordt beschermd, maar ook in het belang van alle schuldeisers en van de Nederlandse samenleving in het algemeen, omdat daarmee de kapitaalsvernietiging en de maatschappelijke kosten worden voorkomen die eigen zijn aan problematische schuldsituaties (niet alleen direct (schuldhulpverlening) maar ook indirect (bijzondere bijstand bijvoorbeeld na ontruiming)). De immateriĆ«le schade (“lijden en verdriet”) laat ik dan nog buiten beschouwing.
Op dit moment ontstaat wildgroei op het terrein van de registratie van schulden doordat specifieke (groepen) crediteuren eigen systemen opzetten. Zo is er Preventel voor de providers op het terrein van telecommunicatie en het register Wanbetalers Kinderopvang. Het ontstaan van deze registratiesystemen bevestigt enerzijds de behoefte aan dergelijke informatie en anderzijds het risico wanneer die informatie wordt beheerd door private partijen. Er zijn geen signalen dat het CBP hiernaar onderzoek instelt.
Door uitbreiding van geregistreerde typen schulden kan de kredietwaardigheidstoets van consumenten wordt versterkt en daarmee kan overkreditering worden tegengegaan. Onderzoek in Nederland en Belgiƫ heeft uitgewezen dat telecomschulden daarbij kunnen functioneren als de kanariepiet die door mijnwerkers werd meegenomen onder de grond voor vroege signalering van (explosief) mijngas.
Het CBP heeft inmiddels een aantal malen de plannen van het LIS voor een schuldenregistratiesysteem afgeschoten, omdat de plannen in de visie van het CBP niet voldoen aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). In mijn visie heeft het CBP de neiging het toevertrouwde deelbelang van de privacy te verabsoluteren en dreigen daarbij andere betrokken deelbelangen uit het oog te worden verloren.
Er is dringende behoefte aan een bij wet ingesteld integraal en transparant schuldenregistratiesysteem (dus geen verkeerslicht!), dat eigendom is en wordt beheerd door de overheid en wordt gefinancierd door alle crediteuren die daarvan gebruik (moeten) maken. Wettelijke verankering van het integrale register lijkt in het licht van artikel 8 EVRM het meest voor de hand te liggen. Daarbij kan gedacht worden aan het vastleggen van een publieke taak die wordt toevertrouwd aan een al dan niet zelfstandig bestuursorgaan. Met een wet in formele zin kan de wetgever zelf, mede op grond van een CBP-advies, een afweging maken tussen het belang van het tegengaan van overkreditering versus privacy- en andere belangen. Particuliere (deel)registers dienen bij wetsduiding te worden verboden. Schending van dit verbod moet worden aangemerkt als een economisch delict.
Crediteuren die ondanks een negatieve indicatie in het wettelijk systeem toch schulden laten ontstaan, zullen moeten bewijzen dat zij daarvoor een rechtens aanvaardbare reden hebben gehad. Kunnen zij dat niet, dan dient een dergelijke crediteur bij uitdeling in rang te worden verlaagd bijvoorbeeld van concurrent naar achtergesteld met half percentage.
Debiteuren moeten de mogelijkheid hebben tot snelle en volledige inzage waarbij vals positieve meldingen snel kunnen worden gecorrigeerd. Op crediteuren moet de met boetes gesanctioneerde verplichting rusten snel en juist opgave te doen van relevante mutaties. Het past in onze no-nonsense tijd dat de wetgevende macht “snel en voordelig”een dergelijke regeling tot stand brengt. Daar worden we per saldo allemaal beter van".
donderdag 8 september 2011
Position paper Erica Schruer hoorzitting schuldenregistratie Tweede Kamer 14-09-2011
Categorie:
schuldenproblematiek