zondag 3 april 2011

Verbeterpunten LOSR voor wetsvoorstel maximering incassokosten

Commentaar LOSR op schuldinfo - Andre Moerman:

Het wetsvoorstel Maximering incassokosten zal volgens de planning op 5, 6 en 7 april in de Tweede Kamer behandeld worden. De Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) is blij met het wetsvoorstel, maar wil wel aandacht voor enkele verbeterpunten. De LOSR schreef in 2008 het rapport ‘Incassokosten, een bron van ergernis!’, en toonde aan dat een wettelijke maximering noodzakelijk is. Het is mooi dat het wetsvoorstel hierin voorziet. De LOSR vraagt aandacht voor de volgende verbeterpunten:

1. Nadelig bij termijnbetalingen
Het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, is nadelig bij termijnbetalingen. Voorbeeld: als de burger een aantal maandelijkse termijnen niet betaald heeft, mag de schuldeiser voor elke maand het minimumbedrag ad. €40 aan incassokosten berekenen. Dat is een verslechtering t.o.v. de huidige jurisprudentie waarbij dossiers moeten worden samengevoegd en de kosten over de totale hoofdsom berekend moeten worden.

Verbetering: de volgende wijziging kan deze verslechtering tegengaan:
Schrap het voorgestelde art. 6:96 lid 6 BW. Daarin staan nu:
“Indien een aanmaning als bedoeld in lid 5 betrekking heeft op meer dan een vordering, worden de hoofdsommen van deze vorderingen voor de berekening van de vergoeding bij elkaar opgeteld.”
Samenvoeging hangt hier ten onrechte af van de keuze van de schuldeiser: wel of niet op één aanmaning. Samenvoeging moet, althans voor de berekening van de hoogte van de kosten, altijd gebeuren.

Pas het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten als volgt aan:
In art. 2 lid 2 van het Besluit staat nu:
“De in het eerste lid bedoelde vergoeding bedraagt ten minste € 40.”
Dit kan worden gewijzigd in:
“De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt berekend over het totaalbedrag aan openstaande vorderingen op dezelfde schuldenaar en bedraagt ten minste € 40.”

2. Onnodig begrensd tot hoofdsom €25.000
Het voorgestelde Besluit regelt de maximum incassokosten tot een hoofdsom van
€ 25.000. Bij een hogere hoofdsom geldt geen maximumtarief. Oorspronkelijk was dit zo geregeld vanuit de gedachte dat hiermee tegemoet gekomen wordt aan de wens om transacties tussen bedrijven niet aan maximumtarieven te binden. Inmiddels is het wetsvoorstel aangepast en mag er voor zakelijke transacties van de wet worden afgeweken. Verbeterpunt: nu dit argument niet meer geldt, komt het de rechtszekerheid ten goede om ook voor een hogere hoofdsom een maximumtarief vast te stellen.

3. Goed voorbeeld doet volgen
Het wetsvoorstel kent verschillende maximumpercentages afhankelijk van de hoogte van de hoofdsom: Over de eerste € 2500 mag 15%, over de volgende € 2500 mag 10% berekend worden, etc.
Voor de overheid als schuldeiser geldt het Besluit buitengerechtelijke kosten van 25 juni 2009 (Stb. 2009, nr. 268). Daarin staat één percentage, namelijk 15%.
Verbeterpunt: de LOSR vindt dat voor de overheid dezelfde regels moeten gelden. Dit kan door in het Besluit buitengerechtelijke kosten dezelfde percentages op te nemen.