28 november 2013 Actualiteitencongres Schuldhulpverlening, zie deze link

dinsdag 14 september 2010

Wsnp-bewindvoerder betreedt het minnelijk traject

De onvolprezen nieuwsbrief van Modus Vivendi heeft onder meer een interview met de heer G. Lankhorst van het Ministerie van Justitie, waarin deze ingaat op de positie van de Wsnp-bewindvoerder als toe te voegen actor in het minnelijk traject bijvoorbeeld bij de afgifte van 285 Fw-verklaringen maar ook en meer algemeen als schuldbemiddelaar tegen betaling, nu de doorstroom vanuit het minnelijk traject stagneert, waarover ik wel een aparte bijdrage zou willen schrijven, maar daar nu geen tijd voor heb. Ik citeer een gedeelte maar beveel aan alles te lezen.

"In zijn begeleidende brief, waar de minister refereert aan schuldbemiddelingsactiviteiten van de bewindvoerder WSNP, refereert hij feitelijk aan art. 48 WCK. In dat artikel worden een aantal vrijstellingen omschreven van het algemene verbod op schuldbemiddeling. De bekendste zijn natuurlijk de advocaten, curatoren, notarissen, accountants en gerechtsdeurwaarders. Vanaf het eerste begin van de wet heeft daarin ook de bewindvoerder ingevolge de faillissementswet aangesteld, vermeld gestaan. Weliswaar bestonden de bewindvoerders WSNP nog niet toen dit artikel werd opgesteld en zag het artikel met name op bewindvoerders in surseance maar strikt juridisch geredeneerd: als de wetgever het anders bedoeld zou hebben dan had zij de bewindvoerders in de schuldsanering uitgesloten van die vrijstelling toen die wet in 1998 in werking trad. Dat is niet gebeurd. Daarnaast is de uitzonderingsbepaling in art. 48 heel algemeen geformuleerd: “ingevolge de faillissementswet aangesteld”. Het is dan niettemin goed, ook voor de rechtszekerheid, om zwart op wit bevestigd te zien dat dat dus mag. De markt ging daar inmiddels ook min of meer van uit, op basis van ambtelijke mededelingen. Het ligt ook voor de hand, want we moeten niet vergeten dat bewindvoerders WSNP bij uitstek de deskundigen zijn in de schuldenproblematiek. Als zij het niet zouden mogen wie dan wel? In die zin was deze mededeling van de minister een heel natuurlijke lijn en goed om te laten blijken dat de minister geen bezwaar heeft tegen schuldbemiddeling door bewindvoerders WSNP. Met andere woorden: “Voor schuldbemiddeling tegen betaling is geen enkel wettelijk beletsel!”.

 De Wsnp-bewindvoerder heeft als beroepsgroep ook bepaalde waarborgen die maken dat de werkzaamheden bij hem of haar aan het goede adres zijn. “De bewindvoerder WSNP is een sterk merk”. Hij is speciaal opgeleid, geauditeerd, geregistreerd, heeft een verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering en een afgezonderde derdenrekening, en heeft in de afgelopen jaren inmiddels een vertrouwen opgebouwd bij de rechterlijke macht. Dat allemaal tezamen rechtvaardigt ook deze expliciete mededeling. 

Naast de schuldbemiddeling ligt het voor de hand dat bewindvoerders WSNP ook een gefundeerde opinie kunnen afgeven over de vraag of escalatie geboden is vanuit het minnelijk naar het wettelijk traject. Dat zou kunnen betekenen dat ook zij model-verklaringen gaan afgeven; dat wordt nu onderwerp van onderzoek in de Quickscan die in deze brief is aangekondigd. Daarmee zou het mes aan twee kanten snijden: enerzijds bedient een bewindvoerder WSNP, als schulddeskundige bij uitstek, een klant van aanvang schuldbemiddeling tot het portaal van de WSNP (en voorbij), anderzijds ontlasten zij gemeenten in het kunnen wegwerken van achterstanden, wachtlijsten en hun enorme werkvoorraad die, blijkens de jaarverslagen van de NVVK, ieder jaar groeit. Met de komst van de wet gemeentelijke schuldhulp is het voor gemeenten immers zaak om aan de wachtlijsten te gaan werken. De doorstroming wordt daardoor bevorderd en de toegang tot de rechter blijft gewaarborgd. Dit kan natuurlijk uitstekend bestaan naást de afgifte-route van model-verklaringen via de gemeenten, het is niet de bedoeling om de afgifte weg te halen uit de gemeentelijke sfeer. Zie het als een helpende hand van Justitie aan het minnelijke traject! Sterk punt daarbij is de hele digitale keten van de WSNP waarin zonder al teveel moeite de afgifte van verklaringen door de bewindvoerder WSNP kan plaatsvinden, al dan niet gemandateerd door of via de Raad voor Rechtsbijstand. Als bijvoorbeeld bewindvoerder X de modelverklaring opstelt, dan is het niet de bedoeling dat die bewindvoerder ook weer benoemd wordt in het wettelijk traject. Daar is het toezicht van de rechter natuurlijk voor, nog daargelaten dat de Raad voor Rechtsbijstand daar ook uitstekend een rol bij kan spelen.

Het ligt voor de hand, aldus de minister in de brief over de 6e monitor Wsnp, dat de beroepsgroep WSNP-bewindvoerders haar werkveld zal kunnen uitbreiden, zoals met de alsmaar groeiende markt van het beschermingsbewind. Het ligt qua werkproces toch dicht bij het WSNP-werk. Voor veel bewindvoerders WSNP is dat zeer waardevol en maatschappelijk belangrijk werk waarbij je natuurlijk iets meer hulpverlener bent dan in je hoedanigheid van bewindvoerder WSNP. Bij werkbezoeken heb ik dat ook met eigen ogen gezien. Daarnaast ligt het ook zeker voor de hand dat de bewindvoerder WSNP wat meer eenvoudige faillissementen gaat proberen uit te voeren. Je bent natuurlijk afhankelijk van de rechtbanken en hun benoemingenbeleid. Maar als de bewindvoerder WSNP zijn expertise vergroot door bijvoorbeeld cursussen bij Insolad zal een rechtbank daar wellicht open voor staan. Daarnaast biedt de al eerder genoemde schuldbemiddeling een belangrijke mogelijkheid voor de bewindvoerder en is ook het aantal benoemingen weer aan het stijgen; blijkens recente cijfers van het bureau WSNP bijna 20% meer dan dezelfde periode vorig jaar!

Belangrijk daarbij blijft dat de beroepsgroep of de bewindvoerder het ontwikkelen van al die activiteiten wel zélf moet doen; er is niemand die ze aan het handje neemt en zegt wat en hoe ze het moeten doen. Het blijft belangrijk vanuit je eigen kracht te redeneren. Met haar unieke positie op het snijvlak van juridisch en sociaal, vergelijkbaar met bijvoorbeeld de gerechtsdeurwaarder, heeft de bewindvoerder WSNP een mooi beroepsveld voor zich liggen. Naast de traditionele juridisch technische beroepen en de grote hoeveelheid sociale expertise ligt er, denk ik, toch ook een uitdaging om die twee te combineren. Met het “merk” bewindvoerder kan toch veel meer aan de weg getimmerd worden dan nu gebeurt. De branchevereniging kan daar een heel belangrijke rol in spelen. Daar is dan natuurlijk wel daadkrachtig optreden nodig vanuit de branche-vereniging zelf; de KbvG en haar huidige voorzitter, kan daarin wellicht de branchevereniging als voorbeeld dienen. Positief, stevig en met een duidelijke visie op de ontwikkeling van de beroepsgroep mét een zicht op een breder belang dan uítsluitend de beroepsgroep. Het is belangrijk dat je niet alleen jouw boodschap van eigen belang de wereld “intoetert” maar ook omgaat met hoe de buitenwereld tegen het beroep aankijkt. Een mooie uitdaging voor de branche!"