#shv28

Op 11 april 2017 is in Utrecht het 28ste actualiteitencongres schuldhulpverlening

vrijdag 30 juli 2010

Breaking: Bij beslag op huurtoeslag geen bijtelling beslagvrije voet

Vindplaats: Andre Moerman - schuldinfo.nl

"De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) en de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden (LOSR) zijn met elkaar in discussie geraakt over de vraag welke regels gelden, wanneer naast beslag op inkomen ook beslag op de huur- of zorgtoeslag is gelegd. Voor beslag op inkomen geldt een beslagvrije voet. Moet de deurwaarder de beslagvrije voet aanpassen wanneer er ook beslag op de toeslag is gelegd en deze dus door betrokkene niet wordt ontvangen?

Afgesproken is om via een proefprocedure duidelijkheid te krijgen. Als middel hiervoor is het deurwaardersrenvooi gekozen. Deze procedure is bedoeld voor de situatie dat de deurwaarder bij de ten uitvoerlegging van een vonnis op een bezwaar stuit (art. 438 lid 4 Rv). Eigenlijk zegt de deurwaarder tegen de rechter: ‘Ik weet niet wat ik moet doen.’

De deurwaarder moet bij deze procedure de schuldeiser en schuldenaar dagvaarden. In de procedure vertegenwoordigt de schuldeiser het standpunt van de KBvG en de schuldenaar het standpunt van de LOSR. 

De officier van justitie en de woningcorporatie hebben beslag gelegd op de bijstandsuitkering. Daarnaast heeft de woningcorporatie beslag gelegd op de huurtoeslag.

Dit beslag op de huurtoeslag leidt op zichzelf al tot problemen. De huurtoeslag wordt dan immers aangewend voor een oude schuld, waardoor de lopende huur niet meer betaald kan worden. De Rechtbank Almelo heeft echter in een andere kwestie eerder geoordeeld dat dit is toegestaan. In onderhavige procedure komt dit niet aan de orde. Wel aan de orde is de vraag of de beslagvrije voet die geldt voor het beslag op het inkomen moet worden verhoogd, vanwege het niet ontvangen van de toeslag.

De beslagvrije voet moet worden verhoogd met de woonkosten en de premie ziektekostenverzekering, verminderd met de ontvangen huur- en zorgtoeslag. Het is dan de vraag wat onder ‘ontvangen’ moet worden verstaan. Gaat het hier om ontvangen in juridische zin (deel gaan uitmaken van het vermogen) of om ontvangen in feitelijke zin (er feitelijk over kunnen beschikken)? Bij beslag op de toeslag komt de toeslag wel in het vermogen van betrokkene. De schulden worden immers lager. Maar door het beslag kan betrokkene feitelijk niet over de toeslag beschikken.

De rechtbank Den Bosch neemt met een beroep op de parlementaire geschiedenis het standpunt van de LOSR over. Bij de beslagvrije voet gaat het er om dat betrokkene

"voor de lopende kosten van het bestaan nog juist genoeg in handen moet krijgen, ook al ligt er beslag op dit inkomen.

4.4. Het gaat er dus om dat de schuldenaar juist genoeg in handen krijgt om de lopende kosten van het bestaan te voldoen. Het meerdere is beschikbaar voor de aflossing van de schulden. Het voldoen van huurschulden, die reeds in het verleden zijn ontstaan, zijn niet te rekenen tot de lopende kosten van het bestaan. Het gaat dan alleen om de lopende huur, dat wil zeggen de huur die moet worden betaald voor de actuele maand waarop de periodieke uitkering betrekking heeft. Het is dan ook opvallend dat de geciteerde tekst uit de memorie van toelichting niet spreekt van "ontvangen" maar van "in handen krijgen". Het gaat dus niet (alleen) om ontvangen in juridische zin (toevoegen aan het vermogen) maar om ontvangen in meer praktische zin: voor (de kosten van) de lopende maand daadwerkelijk ter beschikking krijgen.

4.5. Een andere uitleg zou meebrengen dat de schuldenaar voor de betrokken maand over minder dan "juist genoeg" zou beschikken om de lopende kosten te voldoen. Hij zou dan van die "juist voldoende middelen" ook nog schulden aflossen, zoals - in het onderhavige geval - een de oude huurschuld. Aldus zou hij ofwel een beroep moeten doen op de bijstand ofwel noodzakelijkerwijs nieuwe schulden moeten maken (of erger). (…)

4.10. Het bovenstaande komt er op neer dat de verhuurder beslag mag leggen op de huurtoeslag voor huurschulden, en dat dit betekent dat de beslagvrije voet daardoor op een hoger bedrag wordt bepaald. Voor de overige schuldeisers/beslagleggers blijft er dusdoende minder verhaalsruimte over. Langs deze weg wordt er een zekere (feitelijke) preferentie geschapen voor de verhuurder ter zake huurschulden. Daartegen ziet de voorzieningenrechter geen bezwaren, te minder nu dit min of meer rechtsreeks uit de wet voortvloeit.”

Deze uitspraak zorgt er voor dat de beslagvrije voet die geldt voor het beslag op de bijstandsuitkering gecorrigeerd moet worden. Deze uitspraak is mooi en nodig, maar lost nog niet het hele probleem op. Voor het beslag op de huurtoeslag geldt geen beslagvrije voet. Dit betekent dat in deze casus € 180 per maand wordt aangewend voor de huurachterstand. Betrokkene heeft een bijstandsuitkering en kan zonder huurtoeslag nog steeds de lopende huur niet betalen.

De kantonrechter Zutphen heeft bij beslag op de zorgtoeslag op verzoek de beslagvrije voet toegepast. Het is echter niet mijn verwachting dat andere rechters deze uitspraak zullen overnemen (zie eerder bericht).

Door beslag op de toeslag ontstaan nieuwe schulden. Dat kan niet de bedoeling zijn. Toeslagen zijn bedoeld voor lopende betalingsverplichtingen. Een beslag op de toeslag mag dit niet doorkruisen. Daarom moet de wetgever een algeheel beslagverbod invoeren. Natuurlijk moet de huurtoeslag voor de huur gebruikt worden. Dit kan door de verhuurder bij betalingsachterstanden een zelfstandig recht te geven zelf de huurtoeslag te innen".

Het vonnis en andere uitspraken zijn te raadplegen op schuldinfo

woensdag 28 juli 2010

Alimentatie nihil bij minnelijk traject schuldhulpverlening

Het Hof Leeuwarden maakte in een uitspraak (arrest) van 24 juni 2010 (BN2034)) uit dat tijdens het minnelijk traject schuldhulpverlening de alimentatiedraagkracht nul is:

"Het hof overweegt dat in de situatie waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling op een onderhoudsplichtige van toepassing is verklaard, uitgangspunt is dat zijn betalingsverplichting op nihil wordt gesteld, tenzij in het vrij te laten bedrag rekening is gehouden met de alimentatieverplichtingen. Thans is geen sprake van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar van een vrijwillige schuldhulpverlening. Het hof ziet desondanks toch aanleiding om in de onderhavige zaak aansluiting te zoeken bij het hiervoor genoemde uitgangspunt. De schuldenlast van de man is thans zo zwaar dat hij slechts door middel van een schuldhulpverleningstraject - hetzij in een vrijwillig kader, hetzij in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling - de mogelijkheid heeft uit deze financiële situatie te komen. De man ontvangt leefgeld van € 85,-- per week. Niet is gebleken dat in dat vrij te laten bedrag rekening is gehouden met de alimentatieverplichting van de man. Nog daargelaten de vraag of de man - gelet op de mogelijkheid van een minnelijke regeling - überhaupt tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden toegelaten, kan naar het oordeel van het hof niet van de man worden gevergd dat hij een verzoek tot toelating tot die wettelijke regeling indient met als enige doel de mogelijkheid te creëren de rechter-commissaris te verzoeken in het vrij te laten bedrag rekening te houden met zijn alimentatieverplichting, terwijl het minder zware traject van de vrijwillige schuldhulpverlening ook tot aflossing van de schulden kan leiden. Bovendien wordt ook de vrijwillige schuldhulpverlening uitgevoerd door een instantie, zijnde in het onderhavige geval de afdeling Schuldhulpverlening van de gemeente Zwolle, zodat nakoming van de overeengekomen schuldregeling niet volledig aan de vrije wil van de man wordt overgelaten".

Opmerking: in de uitspraak komt niet tot uitdrukking dat de alimentatieplichtige geenvrije keuze heeft tussen minnelijk en wettelijk traject doch dat dat Wsnp-wetgever daarvoor strenge verkeersregels heeft vastgesteld waarvan het mislukken van het wettelijk traject onderdeel vormt.

Toelating Wsnp geweigerd door traagheid schuldhulp

De Rechtbank Den Haag heeft bij vonnis van 20 juli 2010 (BN2040) de debiteur afgerekend op de onvoldoende inspanning van de schuldhulpverlenende instelling:

"De rechtbank stelt vast dat er vanaf de datum dat verzoekster haar toelatingsverzoek heeft ingediend, te weten 1 december 2009, en de zitting van 29 juni 2010, 210 dagen zijn verstreken. Voor zover voor de rechtbank aan de hand van de stukken valt na te gaan, hebben in die periode met betrekking tot de minnelijke regeling twee activiteiten plaatsgevonden, te weten: (1) een verzoek om saldo-opgave op 23 maart 2010 en (2) een rappel aan de schuldeisers die nog niet hadden gereageerd op 22 juni 2010. Beide activiteiten hebben plaatsgevonden in een week waarin de rechtbank een zitting had gepland. De eerste zitting is aangehouden; op de tweede zitting is niemand verschenen, kennelijk omdat de schuldhulpverlenende instelling van mening was dat die datum 'kan worden verschoven naar een datum in de toekomst.'
De rechtbank is van oordeel dat uit het beschreven tijdsverloop, de in de verstreken periode ondernomen activiteiten en de tijdstippen waarop die activiteiten hebben plaatsgevonden, namelijk telkens in een week dat er een zitting gepland stond, volgt dat het verzoek thans moet worden afgewezen.

Het komt de rechtbank namelijk voor dat verzoekster, dan wel, ten behoeve van verzoekster, de schuldhulpverlenende instelling, zich onvoldoende heeft ingespannen om met alle schuldeisers tot een regeling van de schulden te komen en dat ook overigens de vraag gesteld kan worden in hoeverre verzoekster daadwerkelijk aanstuurt op een schuldregeling of dat het haar er in de omstandigheden van november/december 2009 slechts om te doen is geweest een voorlopige voorziening uit te lokken met het doel om de toen bestaande crisissituatie onder controle te brengen.

De rechtbank verwijst voor wat betreft de inspanningen die de schuldhulpverlenende instelling moet leveren naar de Gedragscode Schuldregeling van de NVVK (hierna: de gedragscode), welke voor de schuldhulpverlenende instelling blijkens artikel 11.1 van die Gedragscode bindend is. De gedragscode gaat er - blijkens de daarbij behorende toelichting - onder meer van uit dat binnen 120 dagen na ondertekening van de overeenkomst tot schuldregeling duidelijk moet worden of een schuldregeling voor de schuldenaar kan worden opgezet. Hoewel de stukken in de thans voorliggende zaak niet duidelijk maken op welke datum er sprake was van een ondertekende overeenkomst tot schuldregeling, houdt de rechtbank het er op basis van de beschikbare gegevens op dat deze op of omstreeks 3 december 2009 tot stand moet zijn gekomen. Voorts bevat artikel 5.4 van de gedragscode een regeling voor het geval een schuldeiser niet reageert op een verzoek tot saldo-opgave. Om te voorkomen dat de schuldhulpverlenende instelling nodeloos lang op de reactie van een schuldeiser moet wachten, zijn termijnen gesteld ten aanzien van de periode waarbinnen de schuldeiser dient te reageren. Reageert deze niet binnen de gestelde termijnen, dan wordt de vordering op basis van de gegevens van de schuldenaar geschat of geschrapt. In de nu voorliggende zaak lijkt aan deze bepalingen niet de hand te zijn gehouden. Nadat op 1 december 2009 het verzoek bij de rechtbank was ingediend en pas op 23 maart 2010 (meer dan drie maanden later) om saldo-opgave is verzocht, is immers niet eerder dan op 22 juni 2010 (dat wil zeggen wederom drie maanden later) voor de eerste keer gerappelleerd. De gehanteerde termijnen verhouden zich geenszins tot de in de gedragscode opgenomen 120-dagen-termijn en geven er ook overigens verder geen blijk van dat vorderingen ook geschat of geschrapt kunnen worden.

Zonder nadere toelichting van de kant van verzoekster dan wel de schuldhulpverlenende instelling, die niet is gegeven, is de rechtbank van oordeel dat het handelen dan wel nalaten van de schuldhulpverlenende instelling voor rekening en risico van verzoekster dient te blijven".

Geconstateerd kan worden dat de niet bij name genoemde schuldhulpverlenende instelling de Rechtbank weinig serieus heeft genomen en de debiteur te kort heeft gedaan. En dan zijn er nog schuldhulp verlenende instellingen die hun energie meer richten op beperking van de aansprakelijkheid dan het helpen van de debiteur. De debiteur kan opnieuw een aanvraag indienen maar het vervallen van de voorlopige voorziening heeft vermoedelijk wel gevolgen voor de debiteur.

woensdag 21 juli 2010

"Mijn leven draait om schulden"

Uitzending 22 juli aanstaande om 19.00 Nederland 3 (EO):

"Deze week in Jong draait alles om schulden. Presentator Manuel Venderbos beleeft met deurwaarder Marieke (Boon, kantoor Flanderijn) een spannende dag. Want er staat een uithuiszetting op de planning. Angèl, Jona en hun kindje Jente kunnen nooit op vakantie, en een dagje winkelen of een keer uit eten zit er ook niet in. Het jonge gezinnetje heeft grote schulden.

Doordat steeds meer mensen schulden hebben, krijgt de deurwaarder het drukker. Marieke (26) is deurwaarder en brenger van slecht nieuws. Manuel gaat met Marieke mee naar een uithuiszetting. Is het voor Marieke een kick om mensen op straat te zetten? En hebben volgens haar mensen die schulden hebben, dat aan zichzelf te danken?"

"Het minnelijk traject is voorbij haar houdbaarheidsdatum"

Onder deze prikkelende kop is in de altijd weer boeiende nieuwsbrief van Modus Vivendi een artikel verschenen over een symposium met de titel "De toekomst van de Wsnp; de Wsnp en de toekomst". Van de bijeenkomst is ook een film op youtube verschenen.

Wie het verslag leest heeft spijt de dag niet te hebben meegemaakt. Gezaghebbende sprekers gingen in op de situatie nu en hun verwachting voor de toekomst. Ik neem nu alleen de conclusie over:

"De toekomst die deze vier sprekers tezamen hebben geschetst kan niet anders dan als optimitisch en toch zeer spannend gezien worden. Het is duidelijk dat de toekomst van de WSNP niet los gezien kan worden van de toekomst van het minnelijk traject. Deze “lotsverbondenheid” maakt wel dat ontwikkelingen in het ene traject onlosmakelijk tot ontwikkelingen in het andere traject leiden en vice versa.

Samengevat kan de toekomst van de WSNP, en dus eigenlijk van het hele schuldenproblematische veld, gekenschetst worden als een branche waarin samenwerking en communicatie de boventoon zullen (moeten gaan) voeren, waarin een nieuwe beroepsgroep zal verrijzen en waarin het minnelijk traject, in ieder geval in haar huidige vorm, niet meer zal bestaan en onderdeel zijn van een speelveld waarin schuldhulp en incasso verschillende verschijningvormen van dezelfde doelstelling zullen (blijken) te zijn".

Het zou een goed idee zijn als ook vanuit het minnelijk traject en vanit de incassowereld (KBvG?) dergelijke strategische bijeenkomsten met even gezaghebbende (en wellicht deels dezelfde?) sprekers werden gehouden en vervolgens een gecombineerde bijeenkomst.
 
In het document "Met minder geld betere en meer schuldhulpverlening" is hiertoe al een voorzichtige aanzet gegeven.

Hulde voor Modus Vivendi en de heren Van Rossen. Dr. I.P. van Rossen publiceerde deze maand bij Kerckebosch ook een boek met diepte interviews over schuldhulpverlening. waarop ik terugkom als ik het uit heb. Als U het interview met schrijver dezes alvast wil lezen, zie deze link.

dinsdag 20 juli 2010

NEN trekt persoonscertificering schuldhulpverlening in

Op linkedin Groep NEN 4048 wordt een discussie gevoerd waarin wordt gesproken over een brief van certificeerder DNV die stopt met persoonscertificering van schuldhulpverleners. In de NEN 8048-1 en 8048-3 betreffende eisen en certificatieschema's voor schuldhulpverleningsorganisaties is namelijk door de NEN normencommissie het besluit genomen om de verplichting om uitsluitend met gecertificeerde schuldhulpverleners te werken in te trekken. Daarmee ontvalt volgens DNV de basis aan het certificeren van personen conform NEN 8048-2 en 8048-4.

"Ook is DNV van mening dat de onderdelen NEN 8048-2 en 8048-4 onvoldoende aansluiten bij de praktijk en ingrijpend veranderd moeten worden. Dus acht DNV het niet langer verantwoord om personscertificaten te blijven uitgeven. Het gehaalde certificaat verliest volgens hen echter niet zijn waarde. Mochten de randvoorwaarden voor persoonscertificering in de toekomst nog wijzigen dan sluit DNV niet uit dat ze alsnog weer willen gaan certificeren".

Terecht wijzen de schrijvers erop dat de NEN-normencommissie wel de mond vol heeft over hoe je moet communiceren maar dat zelf niet doet en zonder bekendmaking de norm wijzigt. Lezers van dit weblog weten dat ik nooit een hoge dunk van de commissie heb gehad die het presteerde om de bijlage waarin de verlenging van de looptijd was verstopt niet voorafgaand ter visie te leggen. Subsidiegeld van SZW en andere contribuanten is verspild aan een norm die van meet af aan niet door de branche is aanvaard, aangezien deze hypergedetailleerd is en als nevendoel heeft certificeerders te verrijken.

Als de NVVK wil bijdragen aan de kwaliteit van de schuldhulpverlening dan geef ik in overweging zelf een veel kortere en adequate norm op te stellen en die aan de leden voor te leggen.

Ik heb te doen met al degenen die zijn meegetrokken in het certificeringscircus en die hun goede geld hieraan hebben uitgegeven. Het lijkt mij ook tijd de mogelijkheden tot juridische maatregelen te onderzoeken om degenen die zich tot nu toe hebben verrijkt tenminste een gedeelte te laten terug betalen aan de benadeelden.

Misschien dat advocaten en andere juristen, die bekend zijn met de schuldhulpverlening, hierover met mij willen nadenken in een werkgroep waarna kan worden bezien of een collectieve actie kan worden ingezet.

maandag 19 juli 2010

Gedonder over commissie Deetman begint!

Het NRC publiceert zojuist een artikel waarin de onafhankelijkheid van commissielid Marit Monteiro in twijfel wordt getrokken gegeven haar betrokkenheid bij de KNR en specifieke orden en congregaties.

Ik heb op deze problematiek al gewezen op 10 mei 2010, zie "Aan de vooravond van een historische vergissing 12". Natuurlijk leest het NRC dit weblog niet, net als de Nederlandse bisschoppen en sommige bloggers die een lijst vindplaatsen jatten maar het niet nodig vinden de bron te melden.

Ik deel de opvatting dat mevrouw Monteiro niet in de commissie had moeten worden benoemd en zich daarin niet had moeten laten benoemen, maar om een andere reden; zij onderhoudt banden met instanties die zich al lang geleden buiten de Kerk hebben geplaatst.

Het is tekenend voor de arrogantie van Deetman en de bisschoppen om deze betrokkenheid te verzwijgen in het dictaat van Deetman. Ik breng nog maar even in herinnering, dat volgens Deetman de kandidaten eisten collectief te worden benoemd of anders niet beschikbaar zouden zijn. Het vrindenclubje zou onder elkaar wel uitmaken dat en hoe zij de R.K. Kerk de maat zouden nemen.

Er komen vast nog veel meer problemen met deze commissie en dat hadden de bisschoppen kunnen en moeten voorzien.

De bisschoppen met de voorzitter voorop denken iets heel slims te hebben bedacht om de zaak op de lange baan te schuiven, terwijl zij lichtvaardig een hoogst onverantwoord besluit hebben genomen, waarover de slachtoffers hun schouders ophalen en in het rapport vergeten is aandacht te besteden aan de civielrechtelijke component. Portefeuille-houder De Korte liet in de media al weten dat geld geen rol speelt en wie dat zegt betaalt daarvoor. Het worden interessante tijden.

Onderzoek nodig naar oorzaken verslechtering betalingsgedrag

Graydon meldt dat zowel consumenten als bedrijven steeds slechter betalen, zie Telegraaf.

In de helft  van de gevallen wordt niet binnen de termijn betaald. Verwacht wordt dat in de vakantieperiode nog slechter wordt betaald, hetgeen voor sommige bedrijven kan betekenen dat zij het hoofd niet boven water zullen kunnen houden en in betalingsmoeilijkheden raken.

Volgens de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) staat er inmiddels voor circa €5 mld open aan vorderingen. Een toename van 15% ten opzichte van vorig jaar. €3,7 mld betreft betalingsachterstanden van consumenten, €1,1 mld betreft het bedrijfsleven.

Deze bevindingen zijn zorgwekkend en vragen om onderzoek waarom met name consumenten steeds slechter gaan betalen en welke groepen van crediteuren slechter worden betaald. Heeft dit te maken met inkomensdaling bijvorbeeld als gevolg van werkloosheid, stijging van vaste kosten van levensonderhoud, afname van verleend krediet, of moraliteit. Macro stijgen de consumptieve bestedingen niet.

Voor de schuldhulpverlening zal zich dit gaan vertalen in (nog) meer werk. Het is van belang snel te weten waar de schoen wringt. De onderzoeksrapporten van Graydon en de NVI heb ik op internet (nog) niet kunnen vinden.

donderdag 8 juli 2010

"Nieuw stelsel griffierechten schiet doel voorbij"

Artikel FD heden:

"In de Eerste Kamer ligt momenteel een wetsvoorstel voor een nieuw griffierechtenstelsel. Dat nieuwe stelsel leidt tot een vereenvoudiging van de huidige tariefstructuur, maar heeft als ongewenst neveneffect dat schuldsituaties van natuurlijke personen eerder problematisch worden. Zeker in een tijd als de huidige waarin het aantal huishoudens met problematische schulden al rap toeneemt, kan dit niet de bedoeling zijn.

Bij de behandeling van de Wet schuldsanering natuurlijke personen liet de Eerste Kamer zien dat zij belang hecht aan een effectieve aanpak van de schuldenproblematiek.

Ongewenste uitwerking
De senaat is nu aan zet om de ongewenste uitwerking van het nieuwe griffierechtenstelsel op de schuldenproblematiek te voorkomen. De kern van het wetsvoorstel is dat de griffiekosten flink omhoog gaan. Om te voorkomen dat dit leidt tot een afname van de toegankelijkheid van ons rechtsstelsel, voorziet het nieuwe stelsel in een onderscheid in tarieven tussen natuurlijke personen en rechtspersonen.

Op afstand zijn de aanpassingen van het griffierechtenstelsel reëel en is het onderscheid sympathiek. Maar als wordt doordacht hoe het wetsvoorstel uitwerkt voor de groep huishoudens die kampt met grote schulden en achterstanden (ongeveer tien procent van alle huishoudens) verschieten de voorstellen van kleur.

Hogere invorderingskosten
Om het recht toegankelijk te houden voor natuurlijke personen, worden vooral de griffierechten voor rechtspersonen verhoogd. Maar de kosten die Bol.com, Wehkamp, Nuon of welke crediteur dan ook moet maken om een vordering te innen, worden bij achterstanden van natuurlijke personen uiteindelijk toch door Jan, Susan of Ahmed betaald. De rechter zal in het vonnis de invorderingskosten, waaronder het griffierecht, ten laste van de debiteur brengen.

Een groot deel van de schuldenaren heeft achterstanden bij meerdere crediteuren. Zij krijgen daardoor niet één keer, maar vier of misschien wel negen of tien keer te maken met hogere invorderingskosten. Zeker bij huishoudens met een lager inkomen gaan de hogere griffiekosten leiden tot meerkosten die zij eenvoudigweg niet naast elkaar kunnen betalen en die daardoor zullen bijdragen aan het ontstaan van meer problematische schuldsituaties.

Sociaal gemis
Als er eenmaal sprake is van een problematische schuldsituatie, dan zullen crediteuren door de hogere kosten die ze moeten maken om een vordering te innen, minder vaak meewerken aan een oplossing die gepaard gaat met een gedeeltelijke kwijtschelding. Dit is een (sociaal) gemis want een huishouden dat tot over de oren in de schulden zit, kan vaak niet alles afbetalen.

De weigering van kwijtschelding draagt eraan bij dat ze van de regen in de drup komen. Maatschappelijk werkers weten als geen ander hoeveel sociale problemen worden veroorzaakt door grote financiële zorgen: verslavingen, echtscheidingen, problemen bij het opvoeden van de kinderen et cetera. Een toename van deze problemen is niet alleen privaat leed, maar leidt ook tot publieke kosten.

Overheid schiet in eigen voet
De Tweede Kamer behandelt momenteel het wetsvoorstel gemeentelijke schuldhulpverlening. Met de invoering van deze nieuwe wet beoogt het kabinet ervoor te zorgen dat er in elke gemeente schuldhulpverlening van goede kwaliteit is en dat er door de inzet van preventie minder huishoudens in een problematische schuldsituatie komen. Deze doelstellingen verhouden zich lastig tot het nieuwe griffierechtenstelsel.

Dat zal er weliswaar toe leiden dat de overheidsinkomsten uit de heffing van griffierechten op peil blijven met de kosten van de rechtspraak. Maar doordat het stelsel ook bijdraagt aan een toename van het aantal problematische schuldsituaties en indirect leidt tot hogere uitgaven aan onder meer schuldhulpverlening en andere soorten hulpverlening is het maar de vraag hoe de extra inkomsten zich daartoe verhouden.

Kortom, door nu te kiezen voor een verhoging van de griffierechten schiet de overheid in eigen voet. De Haagse verkokering leidt bij Justitie tot een begroting die netjes op orde is maar andere departementen staan aan de lat om de ongewenste neveneffecten op te vangen. Van de Eerste Kamer als kamer van reflectie mag verwacht worden dat zij het hele speelveld overziet en deze voorzet affluit".

Dr. Nadja Jungmann is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werkt als organisatieadviseur op het terrein van schulden en invordering. Mr. Erica Schruer is advocaat in Rotterdam en expert op terrein van schuldhulpverlening.

woensdag 7 juli 2010

Moratorium verleend na mislukte Wsnp binnen tien jaars-termijn

Vonnis Rb Arnhem 17 mei 2010 LJN BM9514:

"Uit hetgeen ter zitting is verklaard blijkt dat de totale schuldenlast thans circa € 17.000,- bedraagt. Verzoekers hebben ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat de huidige schuldenlast te goeder trouw is ontstaan. Een deel van de schuldenlast betreft schulden die langer dan vijf jaar geleden voor het indienen van het verzoekschrift zijn ontstaan en een deel van de schulden houden verband met de ernstige psychische problemen waarmee het gezin reeds sinds lange tijd is geconfronteerd. Van het bestaan van (louter) zogenoemde “consumptieve schulden” is in ieder geval niet gebleken. Voorts is gebleken dat minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, op verzoekers de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. De rechtbank heeft ook kennis genomen van de geschiedenis van deze WSNP. Deels was sprake van onvoldoende bewindvoering waardoor de bewindvoering tot twee keer is overgenomen door een nieuwe bewindvoerder, deels was reeds toen sprake van psychische problematiek. Gezien artikel 288 lid 2 onder d van de Faillissementswet zijn verzoekers hoe dan ook derhalve aangewezen op een minnelijk traject via de schuldhulpverlening van de gemeente. Gezien de inkomenssituatie van verzoekers ten opzichte van de totale schuldenlast zou in een minnelijk traject aanzienlijk voor de schuldeisers gespaard kunnen worden waarbij de verwachting bestaat dat het (ruim voor de drie jaars-termijn) tot een volledige uitkering zou kunnen komen. De heer [X] van Plangroep [woonplaats] heeft telefonisch desgevraagd bevestigd dat verzoekers onmiddellijk in budgetbeheer worden opgenomen en dat in dat verband de tijdige betaling van de huurpenningen is gewaarborgd. Verzoekers hebben ter zitting verklaard dat zij de huur van de maand mei 2010 reeds hebben voldaan. Gelet op de psychische problematiek en de samenstelling van het gezin, ziet de rechtbank in bovenstaande aanleiding om de gevraagde voorziening toe te wijzen. 3.5. Indien verzoekers gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met de schuldeisers tot stand brengen, dienen zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsaneringsregeling in te trekken. Indien geen minnelijke regeling tot stand komt, dienen verzoekers dit eveneens onverwijld te melden. In dat geval zal terstond een datum voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift worden bepaald. Tot slot zullen zij indien zij het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet handhaven, de rechtbank daarvan eveneens op de hoogte moeten stellen".

Behandeling wetsontwerp verhoging griffierecht Eerste Kamer op 28 september 2010

Naar ik begrijp vindt op 28 september aanstaande in de Eerste Kamer de plenaire behandeling van het wetsontwerp verhoging griffierechten plaats en is het de bedoeling dat de wet vervolgens op 1 oktober 2010 in werking zou treden.

Eerder ging ik in op:
- het standpunt van de Raad voor de rechtspraak
- het standpunt van de KBvG
- het standpunt van LOSR/MO groep
- het standpunt van de NVVK

Nadja Jungmann en ik hebben hierover ook een kort artikel geschreven dat door de KBvG is aangeboden aan de fracties van de Eerste Kamer en dat -naar wij hebben begrepen- morgen zal verschijnen in het FD.

Daags na verschijning in het ND plaats ik de (onverkorte) tekst ook op dit weblog.

MO Groep: "Onderzoek SEO in opdracht van DAS Incasso twijfelachtig"

"Sociaal raadslieden blij met verordening onafhankelijkheid deurwaarders

Vanaf 1 juli 2010 geldt de ‘Verordening Onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder’. Die bepaalt dat opdrachtgevers en verzekeraars geen zeggenschap meer mogen hebben in deurwaarderskantoren. DAS Incasso dat een meerderheidsbelang heeft in een aantal deurwaarderskantoren, was daar bij voorbaat niet blij mee en heeft onderzoeksbureau SEO gevraagd de gevolgen in kaart laten brengen. SEO komt mede op basis van passages uit rapporten van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden, LOSR/MOgroep tot negatieve conclusies ten aanzien van de Verordening Onafhankelijkheid. De LOSR neemt bij deze afstand van deze conclusies. De LOSR staat juist positief tegenover de Verordening Onafhankelijkheid, en wil nog een stap verder gaan.

SEO stelt dat de ‘verordening onafhankelijkheid’ hoge kosten gaat opleveren en nadelig werkt voor schuldenaren, schuldeisers en de belastingbetalers. Om dit te onderbouwen gebruikte SEO diverse passages uit het rapport ‘Incassokosten, een bron van ergernis!’ van de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden, LOSR/ MOgroep. Maar de Sociaal raadslieden van de MOgroep staan niet achter de conclusies die SEO trekt. In tegendeel de Sociaal Raadslieden staan achter de invoering van de verordening Onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder. Sterker nog, de LOSR wil een stap verder gaan: minimumtarieven invoeren voor opdrachtgevers.

Inderdaad heeft de LOSR in diverse rapporten de problematiek van ‘dubbele-petten’ van deurwaarders aan de kaak gesteld. Deurwaarders zijn exclusief belast met het verrichten van ingrijpende maatregelen: het leggen van beslag en het doen van ontruimingen. Tegelijkertijd moeten deurwaarders in concurrentie met andere deurwaarders een onderneming drijven en mogen ze allerlei andere werkzaamheden verrichten, zoals incasso activiteiten en optreden als vertegenwoordiger van schuldeisers bij de rechtbank.

Het moge duidelijk zijn dat de onafhankelijkheid van deurwaarders hiermee onder druk komt te staan. Terwijl het juist vanwege die ingrijpende bevoegdheden van deurwaarders van belang is dat ze onafhankelijk tussen de partijen staan. De LOSR heeft in haar rapport ‘Mensen met schulden in de knel!’ in 2008 al gepleit voor een sterker regulerend optreden van de beroepsorganisatie gerechtsdeurwaarders, KBvG. Datzelfde geluid kwam van de kant van de Commissie Evaluatie Gerechtsdeurwaarders in haar zeer kritische rapport ‘Noblesse Oblige’ (2009)".

De LOSR juicht het toe dat de KBvG haar rol als publiekrechtelijke beroepsorganisatie serieus neemt en met meer regels voor deurwaarders komt. Het zou in tegenspraak hiermee zijn, als deurwaarderskantoren achter de schermen feitelijk in handen zijn van schuldeisers, incassobureaus of rechtsbijstandverzekeraars. De verordening die dit tegengaat is dan ook een noodzakelijke stap in de richting van meer onafhankelijkheid.

De LOSR wil nog een paar stappen verder gaan om de onafhankelijkheid van de deurwaarder te waarborgen. Zo moeten de deurwaarderstarieven niet alleen voor de schuldenaar vastliggen, maar ook voor de opdrachtgever, in de vorm van minimumtarieven. Nu zijn opdrachtgevers en deurwaarders vrij om zelf de hoogte van de tarieven af te spreken. Ook no-cure-no-pay- of no-cure-les-pay- afspraken zijn daardoor geoorloofd. Als het dus niet lukt een vordering te innen, hoeft de schuldeiser geen of slechts een beperkte rekening te betalen, terwijl de deurwaarder geen of minder inkomsten heeft. Dit mechanisme dwingt de deurwaarder bij wijze van spreken om beslag te leggen: anders heeft hij zelf geen inkomen. De schuldeiser zal niet aan de rem trekken en de deurwaarder krijgt teveel een eigen belang. Kortom: de LOSR staat achter een ‘verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder’ en wil verder gaan met een volgende stap: de invoering van minimumtarieven voor opdrachtgevers".

maandag 5 juli 2010

SEO laat zich onder het mom van wetenschappelijkheid voor karretje van DAS spannen

Gelukkig heeft de KBvG direct met een persbericht gereageerd:

"SEO SLAAT PLANK MIS MET ONDERZOEK

Het recente rapport ‘Publiek belang en de gerechtsdeurwaarder’ van SEO Economisch Onderzoek steunt op een aantal verkeerde aannames en stelt de gerechtsdeurwaarder in een verkeerd daglicht. Dat zegt de KBvG, de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders. Volgens de KBvG grijpen de onderzoekers een legitieme maatregel om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gerechtsdeurwaarder te waarborgen aan om een oneigenlijke discussie over kosten van incasso te starten. De beroepsgroep trekt de conclusies uit het rapport sterk in twijfel.

Op 1 juli 2010 is de Verordening onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder in werking getreden. Als gevolg daarvan mogen personen en externe aandeelhouders alleen een minderheidsbelang verwerven in een gerechtsdeurwaarderskantoor (‘maximeringsregel’) en mogen aandeelhouders niet langer direct of indirect betrokken zijn bij opdrachten aan het deurwaarderskantoor (‘opdrachtgeversregels’). Deze verordening is door de KBvG geïnitieerd om de onafhankelijkheid van de gerechtsdeurwaarder te waarborgen.

Volgens de beroepsgroep komt de onpartijdige status van openbaar ambtenaar in gevaar als externe aandeelhouders (lees: incassobureaus en rechtsbijstandsverzekeraars) te grote financiële belangen krijgen in een deurwaarderskantoor. Zij ziet de Verordening onafhankelijkheid als een legitieme en effectieve maatregel om die status veilig te stellen.

Volgens onderzoeksorganisatie SEO is de maatregel echter ‘disproportioneel’ en tast deze ‘de werking van de markt’ aan. De verordening zou leiden tot een oneigenlijke vergroting van de concurrentiepositie van de deurwaarder, omdat die het monopolie op het uitvoeren van gerechtelijke incasso’s heeft en daarmee de enige partij blijft die one stop shopping aan kan bieden. De onderzoekers vrezen een stijging van de kosten, omdat de deurwaarder een prikkel heeft om buitengerechtelijke incasso's gerechtelijk af te wikkelen.

Volgens de KBvG slaat de SEO met deze conclusies de plank mis. KBvG-directeur Karen Weisfelt: “De onderzoekers beweren dat de marges op gerechtelijke incasso's het hoogst zijn en dat deurwaarders om die redenen er een belang bij hebben het minnelijk traject maar min of meer over te slaan. De vergoeding voor de ambtelijke werkzaamheden van de deurwaarder is echter al sinds jaar en dag volledig gereguleerd in het Btag-besluit en liggen op kostprijsniveau. Elke deurwaarder weet dat afhandeling in het minnelijk traject zowel economisch als sociaal vaak verre te prefereren is en zet daar ook op in. Los daarvan wordt de beslissing om naar de rechter te stappen genomen door de opdrachtgever, niet door gerechtsdeurwaarder zelf. Die voert enkel uit.

De aanname dat de deurwaarders vanuit een ‘beschermde achtertuin’ met extreem lage tarieven de gewone incassobureaus zouden gaan beconcurreren is om die reden eveneens volledig uit de lucht gegrepen, aldus Weisfelt. “Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van rechtsbijstandverzekeraar DAS, zelf meerderheidsaandeelhouder in diverse deurwaarderskantoren. Wij begrijpen heel goed dat het vervelend is dat zij niet rechtstreeks zaken meer mogen doen met hun ‘eigen’ deurwaarderskantoren en dat zij hun belang daarin moeten terugbrengen tot maximaal 49%, maar als beroepsgroep hechten wij eraan dat de deurwaarder onpartijdig is en onafhankelijk blijft.

Volgens de KBvG leidt het SEO rapport tot een oneigenlijke discussie over incassokosten, daar waar deze in het geheel niet in het geding zijn. Weisfelt: “Deurwaarders staan onder streng toezicht en werken transparant. Deze verordening zal niet leiden tot een stijging van de incassokosten en niet tot een toename van het aantal gerechtelijke incasso’s.

Volgens SEO staat de verordening de ‘voorwaartse verticale integratie op de markt voor incassodiensten’ in de weg voor incassobureaus en rechtsbijstandverzekeraars. Weisfelt: “Ook dat is onzin. Wie een aandeel wil nemen in een deurwaarderskantoor kan dat nog steeds doen. Het mag alleen geen meerderheidsaandeel zijn, en het deurwaarderskantoor in kwestie valt weg als ‘preferred supplier’. Wie zich daartegen verzet zegt met zoveel woorden dat het wel degelijk te doen is om invloed op de wijze waarop een deurwaarderskantoor gerund wordt en dat bevestigt de juistheid van deze maatregel.

De beroepsgroep wil op korte termijn overleg met het Ministerie van Justitie naar aanleiding van de conclusies van het rapport. “Dit is een betaalde onderzoeksopdracht waarin de beroepsgroep ‘private belangenbehartiging’ en ‘aantasting van de toegang tot het recht’ in de schoenen wordt geschoven. Dat kunnen wij niet zomaar over onze kant laten gaan”, aldus Weisfelt".

Toename incassokosten verwacht?

Volgens economische onderzoeksbureau SEO, gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam zijn bedrijven en particulieren die hun rekening te laat betalen, straks duurder uit door nieuwe regels voor deurwaarders.

"De regels versterken de positie van deurwaarders op de incassomarkt. Dat pakt slecht uit voor wie traag betaalt, omdat deurwaarders volgens SEO een 'prikkel' hebben om het sneller te laten komen tot gerechtelijke procedures.

Procedures zijn lucratief voor de deurwaarder, maar duur voor het bedrijf of de particulier die wordt aangepakt. Incassobedrijven brengen zaken niet naar de rechter en hebben daarom meer belang bij het aangaan van een minnelijke schikking. Ook de schuldeiser kan soms meer belang hebben bij een schikking dan bij een procedure".

Zie FD

Deze opvatting lijkt mij nogal kort door de bocht. Ik ben dan ook benieuwd naar de reactie van de KBvG.

zaterdag 3 juli 2010

Gedwongen verkopen woningen met NHG-garantie verdubbeld

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW heeft bekend gemaakt dat het aantal gedwongen verkopen van woningen met een Nationale Hypotheekgarantie (NHG) in de afgelopen zes maanden bijna 600 beliep. Dat is bijna het dubbele van het eerste halfjaar van 2009.  Bijna de helft daarvan valt toe te schrijven aan echtscheiding. In ongeveer 10% van de gevallen is werkloosheid de oorzaak.

Ik vraag mij af of dit aantal niet wat is vertekend bijvoorbeeld doordat DSB in dit opzicht pas op de plaats maakt, hangende het onderzoek van curatoren waarbij na het rapport Scheltema dat afgelopen week verscheen inmiddels wel duidelijk is dat DSB de zorgplicht wel heel nonchalant interpreteerde.

"Het doel was uiteindelijk om een klant maximaal met krediet te belasten. DSB hanteerde daarbij hogere verhoudingen tussen schuld en inkomen (DTI) en, bij hypotheken, tussen schuld en executiewaarde van het onderpand (LTFV) dan in de markt gebruikelijk was. De klant kon daardoor niet naar een andere kredietaanbieder overstappen", zie deze link

donderdag 1 juli 2010

Lezersbrief: Weg met de eilandjescultuur!

Ingezonden brief n.a.v. ontruimingsdrama in Tiel:

"Weer een verkeerde kop!

Anders: 'Falende overheid, corporatie en hulpverlening zorgen bijna voor sterfgeval !'

De persoonlijke drama's en de (maatschappelijke) kosten, die met dit soort onzinnige en te vermijden huisuitzettingen gepaard gaan moeten nu toch eens de wereld uit! Wanneer gaan betrokken diensten, hulpverlening en corporaties, huiseigenaren, deurwaarders en schuldhulpverlening nu eens echt met elkaar 'samen werken' !?

Het levert aan alle kanten voordeel op, vermindert kosten, eventuele overlast, verbetert de kwaliteit van leven van individuen, gezinnen, buurten en wijken.

Weg met de eilandjes cultuur! Stel de (soms kwetsbare) burger nu eens centraal".

Edo Paardekooper Overman, 
voorzitter landelijke cliëntenraad Leger des Heils