Vragen van de Tweede Kamer-leden Spekman (PvdA) en Blanksma-van den Heuvel (CDA) aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het grote aantal huishoudens met problematische schulden. (Ingezonden 15 oktober 2009)
1 Heeft u kennisgenomen van het bericht «Eén op de tien huishoudens in financiële nood»?1
2 Is het waar dat één op de tien huishoudens kampt met problematische schulden?
3 Hoeveel euro schuld moet een huishouden hebben om te worden gerangschikt als problematisch?
4 Heeft u signalen ontvangen dat het aantal problematische schulden tijdens de economische crisis verder is toegenomen? Zijn hier aantallen over bekend?
5 Wat zijn de voornaamste oorzaken van het grote aantal problematische schulden?
6 Hoe kan de (landelijke en lokale) overheid ervoor zorgen dat het aantal huishoudens dat in de problematische schulden komt drastisch vermindert?
7 Deelt u de mening dat eerder moet worden ingegrepen om te voorkomen dat zoveel mensen in de problematische schulden komen?
8 Vindt u het aantal van bijna een miljoen mensen met problematische schulden net als de PvdA en CDA onacceptabel? Bent u bereid er doelgericht aan te werken dat aantal eerst te stabiliseren, en vervolgens fors naar beneden te brengen? Wat is daarvoor nodig?
9 Is de 130 miljoen euro die extra beschikbaar is voor schuldhulpverlening voldoende om het huidige grote aantal problematische schulden naar «normale» proporties terug te brengen?
10 Is het waar dat slechts een derde van de mensen met problematische schulden hulp zoekt? Wat is daar de verklaring voor? Wat kan er aan worden gedaan om dit aantal te vergroten?
11 Deelt u de mening dat er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat mensen met problematische schulden hun huis uit worden gezet en op straat belanden? Gebeurt dit voldoende in deze tijden van economische crisis?
12 Welke maatregelen neemt u om financiële ongeletterdheid te bestrijden?
13 Wat is globaal de samenstelling van de grote groep huishoudens met problematische schulden?
14 Kan gezien het hoge aantal mensen met problematische schulden en bijvoorbeeld het hoge aandeel alleenstaanden en werklozen daarin worden geconcludeerd dat het bijstandsniveau, of de laagste inkomens, onvoldoende zijn om financieel rond te komen? Waarom wel of waarom niet?
15 Heeft u bij de aanpak van problematische schulden aandacht voor specifieke groepen? Zo ja, welke, en op welke manier?
1 Zie Trouw, 6 oktober 2009.
Commentaar:
In deze vragenreeks komen vele facetten van de schuldenproblematiek aan de orde. Ik ben benieuwd welke aanvliegroute de staatssecretaris gaat kiezen in de beantwoording, smal of breed. Ik hoop het laatste.
Het is goed dat politieke partijen samenwerken op het terrein van de schuldhulpverlening. In het verleden heeft samenwerking van Pvda (mevrouw Noorman-Den Uijl), CDA (mevrouw Koomen) en CU (mevrouw Huizinga-Heringa) geleid tot grote verbeteringen in organisatie en financiering van de schuldhulpverlening in Nederland.
woensdag 28 oktober 2009
Kamervragen over hoge aantal huishoudens met problematische schulden
Categorie:
schuldenproblematiek