#shv28

Op 11 april 2017 is in Utrecht het 28ste actualiteitencongres schuldhulpverlening

vrijdag 28 november 2008

27% huishoudens loopt achter met betalen

Ruim 1,9 miljoen huishoudens hebben betalingsachterstanden: 27 procent van de Nederlandse huishoudens. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om betalingsregelingen, creditcardschulden, rood staan en achterstallige rekeningen. Hypotheken zijn niet meegerekend. Hoe vaak er sprake is van problematische schulden is niet bekend. Het gaat hier immers ook om mensen die rekeningen zijn vergeten, af en toe rood staan of een verantwoorde lening aan zijn gegaan.

Dat blijkt uit de monitor betalingsachterstanden die staatssecretaris Aboutaleb van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. Aboutaleb is van plan de monitor jaarlijks te laten herhalen om de resultaten te vergelijken. Bovendien wil hij in een verdiepend onderzoek laten vaststellen hoeveel mensen met betalingsachterstanden kampen met problematische schulden en hoe je dit snel kan signaleren. Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek worden zo nodig aanvullende maatregelen genomen.

De monitor maakt zichtbaar dat sommige groepen vaker betalingsachterstanden hebben dan anderen. Zo hebben mensen die niet werken, alleenstaande ouders en allochtonen veel vaker schulden dan gemiddeld. In mindere mate blijken ook jongeren, laagopgeleiden en mensen met een inkomen onder de 2.000 euro per maand meer schulden te hebben. Overigens hebben mensen die minder dan 1.000 euro per maand verdienen net zo vaak betalingsachterstanden als mensen minder dan 2.000 euro krijgen. Mensen boven de 65 hebben nauwelijks schulden. De oude dag komt met gebreken maar schulden horen daar als regel (nog) niet bij.

donderdag 27 november 2008

Wettelijke zorgplicht schuldhulpverlening noodzakelijk

Dit artikel verscheen eerder in de Volkskrant van 11 november 2008:

Verplicht schuldverlichting

door Nadja Jungmann en Erica Schruer

De laatste jaren steeg het aantal huishoudens met problematische schulden aanzienlijk. In september 2008 betrof het ruim 400.000 huishoudens. Gemeenten kunnen slechts een kwart van degenen die om hulp vragen, een oplossing bieden. Nu de kredietcrisis de reële economie raakt, kunnen we er vanuit gaan dat het aantal huishoudens dat behoefte heeft aan schuldhulpverlening, de komende jaren verder stijgt. Op 11 november aanstaande debatteert de Tweede Kamer over het voorstel van staatsecretaris Aboutaleb om de effectiviteit van de schuldhulpverlening te vergroten door invoering van een wettelijke zorgplicht voor gemeenten. Met dit artikel willen wij wijzen op het belang van de invoering daarvan en geven we aan hoe de zorgplicht het beste ingevuld kan worden.

Binnen de groeiende groep huishoudens die om schuldhulpverlening vragen, kunnen we de komende jaren grofweg twee groepen onderscheiden. Aan de ene kant de consumenten die te lang boven hun stand hebben geleefd. Hun schuldencarrières begonnen begon met achterstanden op persoonlijke leningen en postorderbedrijven en eindigden met onoverkomelijke huur- en energieschulden. Aan de andere kant zullen ook burgers zonder schuldverleden de komende periode om hulp gaan vragen. Zij zagen de energierekening en zorgpremie de afgelopen jaren harder stijgen dan hun inkomen, maar betaalden al hun verplichtingen niettemin altijd op tijd. Na ontslagrondes en faillissementen komt een deel van hen in onoverkomelijke financiële problemen die ze zonder schuldhulp niet kunnen oplossen. Beide groepen schuldenaren hebben de komende jaren niet alleen behoefte aan effectieve schuldhulpverlening, maar daar volgens ons ook recht op.

De zorgplicht moet leiden tot een grotere effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Door onder meer eisen te stellen aan de duur van wacht- en doorlooptijden en de kwaliteit van de producten die gemeenten aanbieden, moet de zorgplicht leiden tot een grotere bereidheid bij crediteuren om mee te werken aan gemeentelijke oplossingen. Ook moet de zorgplicht ertoe leiden dat gemeenten hun hulpverlening zo inrichten dat die toegankelijk is voor alle inwoners die hulp nodig hebben.

Hoe de zorgplicht er precies uit komt te zien is nog niet bekend. Een zorgplicht schuldhulpverlening werkt alleen als de minimale eisen aan gemeenten heel duidelijk zijn uitgewerkt. De eisen moeten niet gericht zijn op het (interne) werk van de gemeente, maar op de daadwerkelijke resultaten voor de schuldenaar. Of, in meer juridische termen, de deelnormen van de zorgplicht moeten cliënt-georiënteerd zijn. Dit uitgangspunt betekent ook dat gedetailleerde regels niet noodzakelijk en niet gewenst zijn. Het is belangrijk dat gemeenten ruimte houden om schuldhulpverlening in te bedden in hun lokale sociale beleid. Voorbeelden van deelnormen die volgens ons noodzakelijk zijn om te voorkomen dat een zorgplicht schuldhulpverlening verwordt tot een papieren tijger zijn:
· schuldenaren die hulp zoeken, hebben binnen twee weken na aanmelding een gesprek waarin hun individuele situatie wordt geanalyseerd en eventuele noodmaatregelen worden genomen (zoals het voorkomen van een huisuitzetting);
· binnen vier weken na het eerste gesprek is de situatie van de schuldenaar beheersbaar: inkomsten en uitgaven zijn in balans, er is inzicht in de omvang van de schuldenlast en er ligt een individueel plan hoe de schuldsituatie wordt opgelost;
· als de bovengenoemde balans niet is te realiseren omdat een schuldenaar geen gebruik maakt van inkomensondersteunende maatregelen waar hij wel recht op heeft, dan krijgt de schuldenaar actieve hulp bij het aanvragen daarvan en indien nodig leenbijstand zolang de inkomensondersteuning nog niet beschikbaar is;
· de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening voldoet aan kwaliteitseisen die actief gecontroleerd worden (Nen-norm) en de resultaten worden gevolgd door een systeem van benchmarking tussen gemeenten die is gebaseerd op prestatieafspraken over een minimaal wenselijk slagingspercentage en een maximaal aanvaardbaar percentage uitvallers en recidivisten.

De zorgplicht is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om de effectiviteit van de gemeentelijke schuldhulpverlening te vergroten. De rijksoverheid moet gemeenten ook faciliteren met een aantal randvoorwaarden. De belangrijkste randvoorwaarde is een breed moratorium. Dit is een juridische maatregel die voorkomt dat schuldeisers met individuele invorderingmaatregelen zoals loonbeslag of gedwongen verkoop van goederen een gemeentelijke oplossing frustreren. Daarnaast moet er een goed werkend beschermingssysteem zijn voor individuele schuldenaren die niet zelfstandig hun inkomsten en uitgaven in balans kunnen houden. Hiervoor is het in de eerste plaats noodzakelijk dat er voldoende plaatsen zijn voor vrijwillig (en langdurig) budgetbeheer. Ook is aanpassing van de regels rondom bewindvoering nodig zodat het maken van nieuwe schulden onder dit regime onmogelijk wordt.

De kredietcrisis hangt samen met onstilbare honger naar meer materiële welvaart. Het streven van topbankiers naar hoge, onverantwoorde bonussen verschilt niet wezenlijk van de behoefte van consumenten om persoonlijke leningen af te sluiten boven hun stand. Betrokkenen dachten onvoldoende na over de consequenties of kregen te maken met onvoorziene tegenvallers. Het is niet meer dan rechtvaardig bij het terugdringen van de uitwassen van het consumentisme niet alleen de mede-veroorzakende banken, maar ook de individuele consumenten te helpen. Wat ons betreft leidt het daarbij geen twijfel dat de hulp juist ook beschikbaar moet zijn voor al die mensen die tot op heden hun verplichtingen na kwamen maar de komende tijd door de crisis in de problemen komen.

Over de auteurs: Mevrouw dr. N. Jungmann werkt als adviseur bij Hiemstra & de Vries en is verbonden aan de vakgroep rechtssociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij promoveerde in 2006 op een proefschrift over gemeentelijke schuldhulpverlening.
Mevrouw mr. H.D.L.M. Schruer werkt als advocaat in Rotterdam. Zij is sinds 1985 betrokken bij schuldhulpverlening als adviseur en publiceert hierover regelmatig.

woensdag 26 november 2008

Amendement Spekman ondersteuning buurt-shv

Het PvdA-kamerlid Spekman heeft een amendement (31700 XV nr. 16) ingediend bij de SZW begroting met het voorstel EURO 4 miljoen uit te trekken voor pilots met buurtdiensten en hulpverleners in wijken die het vertrouwen hebben van burgers en die in samenwerking met professionele instanties kunnen helpen bij het bestrijden van schulden ondersteuning te verlenen.

De gedachte dat in de eigen omgeving van de debiteur wordt bijgedragen aan een bewust zijn zo snel mogelijk een beroep te doen op schuldhulpverlening is nuttig. Ook de bijstand op korte afstand van “maatschappelijke ondersteuners” die bijvoorbeeld als budgetbuddies een debiteur helpen de eindjes aan elkaar te knopen helpt.

Ook kerkelijke caritasinstellingen zouden hierbij een rol kunnen / moeten spelen.

Ook CBS constateert: beroep op de Wsnp is afgenomen

Wat insiders al wisten uit de cijfers op de website van het bureau Wsnp is nu bevestigd in een rapportage van het CBS. Het beroep op de Wsnp is sterk afgenomen. In de eerste drie kwartalen van 2008 zijn 7,1 duizend schuldsaneringen uitgesproken. Dit is 37 procent minder dan in dezelfde periode van 2007. Het aantal schuldsaneringen daalt al sinds het eerste kwartaal van 2008 fors ten opzichte van het voorgaande jaar. De daling zette sindsdien versterkt door. De wijziging van de Wet Schuldsaneringen Natuurlijke Personen (WSNP) , waarbij onder andere de criteria voor toelating tot de schuldsanering zijn verscherpt, is een van de verklaringen voor de daling.

Het aantal schuldsaneringen is in de eerste negen maanden van 2008 in vrijwel alle provincies afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. De sterkste dalingen vonden plaats in Utrecht (52 procent) en Groningen (50 procent). Alleen in Limburg, Friesland en Flevoland was sprake van een toename met enkele procenten. Dit kan samenhangen met het beleid van of achterstanden bij de rechtbanken in die provincies. Daarnaast is het mogelijk dat de instanties voor schuldhulpverlening hier vaker aanvragen doen voor een toelating tot de wettelijke schuldsanering dan elders.

Christen Unie wil BKR-melding alimentatieschuld

De website van Modus Vivendi geeft twee vindplaatsen en een begeleidend artikel over de opvatting van mevrouw Ortega, dat alimentatie zou moeten worden opgenomen in de BKR-registratie teneinde te voorkomen dat debiteuren van alimentatieschulden nieuwe schulden kunnen maken. Mevrouw Ortega maakte deze opmerking deze week bij de behandeling van de SZW-begroting. Op de website van de Tweede Kamer heb ik de exacte tekst van haar inbreng nog niet kunnen vinden.

Het lijkt zo te zijn, dat mevrouw Ortega vermelding in de BKR-registratie (die is bedoeld voor al dan niet onroerende zaak-gebonden kredietschulden) heeft verward met de LIS-melding (landelijk informatiesysteem schulden). Het LIS wordt, naar verwachting, medio 2009 in gebruik genomen. Recent wijdde de corporatiekoepel Aedes hieraan een artikel naar aanleiding van een recent door het BKR georganiseerd symposium.

Alimentatie is als concurrente schuld in beginsel zeker vermeldenswaardig in het LIS. Gegeven de niet zelden gespannen verhoudingen tussen ex-echtelieden dient daarbij wel sprake te zijn van een geobjectiveerde bepaling of inderdaad sprake is van een schuld, hetgeen voor de kinderalimentatie zou kunnen via het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen).

Op de website van het Ministerie van Justitie werd op 27 augustus 2008 een persbericht geplaatst over het voornemen de mogelijkheid te openen het LBIO ook in te schakelen voor de incasso van partneralimentatie. In dat geval zou aanwijzing van het LBIO als meld-autoriteit ook wat dat betreft een mogelijkheid zijn. Het hierop betrekking hebbende ontwerp (31.575) tot wijziging van boek 1 BW werd op 11 september 2008 bij de Tweede Kamer ingediend en is inmiddels op 30 oktober 2008 besproken in de Vaste Kamercommissie van Justitie.

Een alimentatieplichtige kan de rechter vragen te beoordelen of gewijzigde omstandigheden reden zijn tot verlaging van de periodieke alimentatieverplichting en de alimentatie-achterstand. Vrijwillige werkloosheid kan daarvoor een reden zijn.

Over het LIS stond gisteren trouwens een interessant artikel op mijngeld.blog.nl, waarbij met name de bijzonderheidscode intrigeert :“NB” = niet benaderbaar. Dat zou iedere debiteur wel willen!

Nu ik toch over alimentatie schrijf, meld ik tenslotte ook maar even, dat gisteren bekend werd dat de wettelijke indexering per 1 januari 2009 3,9% zal bedragen.

maandag 24 november 2008

“Twenty things I didn’t know before I worked as a debt counsellor”

In de Financial Times van 21 november 2008 schrijft een Britse schuldhulpverlener genaamd David Gaffney (“Debt counsellor”) over zijn ervaringen. Gaffney heeft daarover ook een comische thriller geschreven, genaamd “Never, never”.

Geconstateerd moet worden dat die praktijk af en toe nogal ver van de onze afstaat (naar ik mag hopen!). Ik geef U enkele citaten:

5 The principles of debt counselling are that there are no principles
The debt counselling method is to maximise income, sort out emergencies like disconnection and eviction, then contact non-priority creditors – the credit cards, catalogues and door-to-door loan companies. Non-priority creditors don’t like debt counsellors.


Herkenbaar zijn de optimalisering van inkomensondersteunende maatregelen en crisisinterventie. In de omgang met concurrente crediteuren, rijst de vraag, of wij hier terug zijn bij schuldhulpverlening oude stijl waarbij eigen inzichten van de schuldhulpverlener een rol spelen voor het antwoord op de vraag wie wat (wanneer) krijgt.

3. It is legally permissible to laugh at bailiffs and drop milk bottles on their heads from upstairs
There’s case law to prove this. Bailiff law is like vampire lore. Bailiffs can come into the house only if invited over the threshold. Once inside they take an inventory of goods that they can return to remove

In Nederland zal een debiteur die een deurwaarder onbehoorlijk bejegent –als het goed is – te maken krijgen met de strafrechter.

Enigszins herkenbaar is wel de tip over de omgang met rechters:

11 County court judges like debtors more than they like solicitors from the bank
The average county court judge hates solicitors but loves normal members of the public like you. This is because he used to be a solicitor but he’s never been a normal member of the public, so to him you are exotic. And it is usually a he. A judge will find every way he can to humiliate the solicitor. Take advantage of this by pointing out grammatical errors in the solicitor’s papers. Never wear a suit to court – the judge will ask you with a friendly smirk whether it was from Next Directory, which is one of your debts (Next Directory is always one of your debts).


Wie even wil lachen temidden van de schuldhulpverleningspraktijk, vindt in dit artikel een goed vertrekpunt.

zaterdag 22 november 2008

Enkele "faits divers" over schuldenproblematiek van de afgelopen dagen

In Almere is de wachtlijst schuldhulpverlening eerder dan verwacht opgelost. De invoering van nieuwe werkprocessen en een nieuw registratiesysteem moeten de vorming van een wachtlijst in de toekomst voorkomen. Een speciaal team heeft sinds september 2008 235 wachtenden geholpen. De gemeente wijst mij erop dat het persbericht ten onrechte 35 in plaats 235 wachtenden worden vermeld. Onderzoek van Deloitte naar het ontstaan van de wachtlijst wees uit dat medewerkers van het Budget Bureau Almere teveel hooi op hun vork namen door op de stoel van de hulpverlening te gaan zitten. Inmiddels beperken de medewerkers zich weer tot hun regietaak. Daarnaast is er een management informatiesysteem ontwikkeld waardoor het zichtbaar is hoe het bureau presteert en of er bijgestuurd moet worden. Eerder schreef ik over Almere mijn bijdrage “Schuldhulpverlening in Almere onder de maat”. Inmiddels is sprake van verbetering.

In Oosterhout zal als wapen in de strijd tegen schulden een cursus “Leren omgaan met geld” worden aangeboden. De gemeente signaleert dat de schuldenproblematiek groeit en wil daar iets aan doen. In Oosterhout bestaat al langer een samenwerking met onder meer de Stadsbank, die er op is gericht huurachterstanden snel op te sporen zodat mensen met een betalingsachterstand in een vroeg stadium hulp kunnen krijgen.

De gemeenten Ermelo en Harderwijk gaan huis-aan-huis een krant verspreiden met voorlichting over schulden. Er komt meer aandacht voor schuldpreventie. De gemeente gaat zelf de schuldhulpverlening uitvoeren en heeft het contract met de kredietbank opgezegd. In Harderwijk deden 59 mensen in 2006 een berope op schuldhulpverlening. In 2007 waren dat er 84. Ermelo telde 27 aanvragen in 2006 en 33 in 2007. “Het aantal aanvragen voor budgethulp en tips om rond te komen, is in twee jaar tijd gestegen met 630 procent”.

Hulpverleningsinstelling “De Kern”, die actief in de regio Zwolle, signaleert dat de kredietcrisis leidt tot stijging van de hulpvraag: "We merken nu al steeds vaker dat mensen bij ons aankloppen met relatieproblemen in combinatie met schulden, of opvoedproblemen met schulden".

In de gemeente Ridderkerk “lopen 100 schuldhulpverleningsdossiers”, waarvoor volgens het bericht vier personen worden ingezet, hetgeen nogal aan de ruime kant lijkt, tenzij deze aanzienlijk minder dan vijf dagen per week worden ingezet.

In de Volkskrant van vandaag wordt ingegaan op de problematiek van zwerfjongeren die werkelijk enorme schuldpakketten blijken te kunnen hebben. “Vier jaar geleden schrok Appie Bles, interventiemedewerker jongeren van (opvangorganisatie) Zienn, nog van 10 duizend euro. ‘Nu ligt de gemiddelde schuld rond de 35 duizend euro. Ik ken ook jongeren die op hun twintigste meer dan 100 duizend euro schuld hebben”.

Het AD ging deze week in op de problematiek van de tienermoeders in Rotterdam, van wie het aantal afneemt maar de schuldenproblematiek soms aanzienlijk is: “Sandra kampt met een schuld van 20.000 tot 30.000 euro. Ze belandde diep in het rood doordat ze op haar naam telefoonabonnementen afsloot voor anderen, bij wie ze inwoonde”.

Kinderen voor kinderen

De GKB Drenthe en leerlingen van het Drenthe College zullen gezamenlijk een preventiecampagne voor jongeren gaan ontwikkelen om hen ervan te weerhouden schulden te maken.

De GKB Drenthe ziet dat steeds meer jongeren (tot 25 jaar) in Assen een beroep doen op de schuldhulpverlening. Een schuldenpakket van meer dan 10.000 euro komt regelmatig voor.

Mevrouw Kraakman, ict-manager van de school merkt hierover op: ‘Ook bij ons op school lenen jongeren steeds makkelijker van elkaar. Het is dus belangrijk om vroegtijdig aandacht te besteden aan deze problematiek om later erger te voorkomen’.

Dat schuldproblemen bij jongeren (voornamelijk?) schulden van jongeren aan elkaar betreffen is een nieuw gegeven (maar misschien zo niet gezegd en/of bedoeld). Veel vorkomende crediteuren zijn mobiele telefoonproviders en banken met roodstanden.

Interessant is het initiatief in ieder geval. Misschien horen we meer bij de publicatie van de evaluatie.

vrijdag 21 november 2008

Nieuwe portefeuillehouder schuldhulpverlening

Mevrouw J. Klijnsma zal de heer A. Aboutaleb opvolgen als staatssecretaris van SZW en daarmee ook de portefeuille schuldhulpverlening overnemen. Zij wordt op 18 december 2008 beedigd.

Het is te hopen, dat zij dat met evenveel verve, kennis en ervaring zal doen als de heer Aboutaleb. Deze heeft de schuldhulpverlening hoog op de politieke agenda gezet en op die plaats zal -naar moet worden gevreesd- dit onderwerp voorlopig moeten blijven staan.

Ook belastingdienst heeft voor faillissementsaanvraag advocaat nodig

Zowel in Rotterdam als in ’s-Gravenhage heeft de Rechtbank de belastingdienst niet beloond voor de nieuwe strategie te pogen zonder advocaat faillissementen aan te vragen, nadat per 1 september 2008 het procuraat is afgeschaft (maar niet de verplichting tot bijstand door een advocaat).

Argumentatie van de belastingdienst was in beide gevallen, “dat in de praktijk is gebleken dat de procesvertegenwoordiging door een advocaat geen tot weinig toegevoegde waarde heeft”.

De Rechtbanken waren daar snel mee klaar:

’s-Gravenhage (17 november 2008 – BG4441):
Zoals verzoeker terecht stelt, vloeit het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging niet expliciet voort uit de Faillissementswet en aanverwante regelgeving. Naar heersende rechtsopvatting strekt het beginsel van verplichte procesvertegenwoordiging er echter onder meer toe de rechter in staat te stellen zijn taak op adequate wijze uit te oefenen, door te verzekeren dat de zaak wordt behandeld en gepresenteerd door gekwalificeerde raadslieden, die in staat zijn een duidelijke en rechtens relevante uiteenzetting te geven van het standpunt van de procespartij voor wie zij optreden. Deze strekking brengt mee dat artikel 5 lid 1 van de Faillissementswet aldus moet worden opgevat dat daarin mede de eis wordt gesteld dat de zaak ter zitting wordt behandeld door een advocaat. Het voeren van een faillissementsprocedure vereist specifieke kennis en vaardigheden, waardoor het belang van goede voorlichting ten overstaan van de rechter en de handhaving van de kwaliteit van de procedure slechts afdoende zijn gewaarborgd indien de belangen van een verzoeker ter faillissementszitting worden vertegenwoordigd door een advocaat. Daarbij komt dat de faillissementszitting tevens een rolzitting is en dat het de voorkeur verdient procesrechtelijke kwesties, zoals aanhouding en het uitbrengen van een exploit door verzoeker, ter zitting te bespreken met de advocaat van verzoeker.

Rotterdam (19 november 2008 – BG4767):
Met de Wet afschaffing procuraat en invoering elektronisch berichtenverkeer is weliswaar het instituut van het procuraat afgeschaft, maar niet de verplichte procesvertegenwoordiging. Die verplichte procesvertegenwoordiging (bij de sector civiel recht van de rechtbank) is niet beperkt tot (slechts) de eis dat het procesinleidend stuk door een advocaat moet zijn ondertekend. Ook de daarop volgende proceshandelingen, zoals bijvoorbeeld persisteren, aanhouding verzoeken en intrekken, dienen door een advocaat te geschieden. Het is onwenselijk daarvan voor een bepaalde categorie verzoekers een uitzondering te maken, zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.

"VTLB voldoende voor noodzakelijke bestaanskosten"

De Staatssecretaris van SZW heeft aan Mevrouw Ortega van de Christenunie een voorspelbaar (en oppervlakkig) antwoord gegeven op haar vraag of sanieten voldoende geld krijgen om van te leven. Eerder sprak ik dat vermoeden al uit na kennisname van de vraag en de keuze van de adressaat van de vraag.

Vraag:

Heeft de toename ook te maken met een verhoogd aantal mensen dat in een schuldhulpverleningstraject zit? Zo ja, in hoeverre staat de maandelijkse minimumnorm die
overblijft na een schuldsanering in verhouding tot de mogelijkheid om in de eerste levensbehoeften te voorzien?

Antwoord:

Voor mensen met schulden die in een schuldsaneringstraject zitten, wordt volgens de zogenaamde «Recofanorm» een «vrij te laten bedrag» vastgesteld. Bij de vaststelling van dit bedrag wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de schuldenaar.
Op deze wijze wordt geborgd dat het vrij te laten bedrag in principe voldoende is voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Het is dus van groot belang dat mensen met problematische schulden zich melden voor schuldhulpverlening.

Aanhangel van de Handelingen vergaderjaar 2008/2009 nr. 550.

Kamervragen uitzending Zembla "De bewindvoerdersbende"

Inmiddels hebben deze week tot heden maar liefst drie politieke partijen Kamervragen gesteld naar aanleiding van de uitzending van Zembla met de titel “De bewindvoerdersbende”. Uit de Kamervragen blijkt dat niet alle kamerleden bekend zijn met het verschil tussen de boek 1-bewindvoerder en de WSNP-bewindvoerder.

Kamerlid Anker (Christenunie) vraagt naar het belang van opleiding en kwaliteitsbevordering en relateert de problematiek ten onrechte aan het voorontwerp insolventiewet.

De Kamerleden Karabulut en De Wit (SP) kennen wel het verschil en gaan onder meer in op de vraag, hoe het toezicht beter kan worden geregeld, wanneer de Kantonrechter daarin voor zichzelf een zeer beperkte taak ziet weggelegd.

De Kamerleden Heerts en Wolberts (PvdA) stellen vragen over de mogelijkheid malafide bewindvoerders te ontslaan en de wettelijke te stellen eisen aan bewindvoerders en bewindvoerderskantoren en de taak van de overheid “om demente personen, psychiatrische patiënten, verstandelijk gehandicapten en andere kwetsbare groepen te beschermen tegen misbruik van volmachten en bewindvoering” (hear, hear!).

"Help! Bescherm mijn klant met schulden"

Gisteren kwam in Rotterdam op het congres van Modus Vivendi en Schruer Advocaten “Help, ik heb een klant met schulden” de problematiek van het boek 1 bewind, waarover ook recent op dit weblog een en ander is opgemerkt aan de orde.

Dr. I.P. van Rossen opperde als vorm van borging van de kwaliteit van de professionele boek 1-bewindvoering een te ontwikkelen systeem vergelijkbaar met de WSNP-bewindvoering, waarbij opleidingseisen worden ontwikkeld voor personen en periodiek auditing van de organisatie plaats vindt door het bureau WSNP, dat kennis van en ervaring met de bewindvoerdersproblematiek heeft.

Dr. N. Jungmann wees op de noodzaak een regime te ontwikkelen tussen curatele en boek 1-bewindvoering waarbij een beschermwaardige geen althans zo min mogelijk nieuwe schulden kan maken bijvoorbeeld door introductie van een register analoog aan het curatele-register dat marktpartijen moeten raadplegen alvorens rechtsgeldig een overeenkomst te kunnen aangaan

Mevrouw P.J.M.G. Blanksma-Van den Heuvel (Tweede Kamerlid CDA) waarschuwde dat alleen in uiterste geval personen levenslang moeten worden beschermd en geholpen met hun financieel beheer. Clienten moet zoveel mogelijk worden geholpen naar zelfstandigheid. Zij zal binnenkort een initiatief wetsvoorstel indienen teneinde te komen tot beperking van televisiereclame voor geldleningen.

Mr. H. Karstel, bestuurssecretaris Stichting Pameijer te Rotterdam, wees op de noodzaak van samenwerking tussen ketenpartners op het terrein van de hulpverlening teneinde te komen tot verbetering van de levenskwaliteit van de cliënt, waarbij financiële problemen doorgaans samenhangen met andere problemen zoals sociale uitsluiting en gezondheidsproblemen, die ook moeten worden opgelost. Intramurale hulpverlening zou minder gericht moeten zijn op “kamers-vullen”, maar op integrale verbetering van levenskwaliteit in alle facetten.

In de vorm van een rollenspel werden twee zittingen gehouden voor verzoek boek 1-bewind en moratorium in geval van ontruiming waarbij Mr. L.Th.A. Boender de advocaat en de heer G. van Rossen de client speelden. Ondergetekende ging in op de betekenis die de drie nieuwe middelen in de WSNP in de dagelijkse praktijk van de hulpverlening kunnen hebben.

De website zorgwelzijn.nl meldde gisteren een onderzoek van het Centrum voor Maatschappelijke Ontwikkeling in Groningen waaruit blijkt dat het regelmatig voorkomt dat ouderen het slachtoffer worden van vormen van mishandeling gepleegd door mantelzorger. Een van deze vormen van “mishandeling” is het knoeien met de bankrekening van de oudere door familieleden. Zij maken misbruik van de situatie door bijvoorbeeld ten onrechte geld op te nemen. Ook dit onderzoek onderstreept het belang van goede maatregelen om daarvoor in aanmerking komende personen te beschermen tegen financiële benadeling zowel door degenen die hen helpen als door schuldeisers.

donderdag 20 november 2008

Boek 1-bewind booming

Hoe gemakkelijk het is een onderneming te stichten die zich richt op boek 1 bewindvoering blijkt uit dit bericht over de oprichting van een stichting genaamd Aleyon (compleet met website) die zichzelf op de markt van Goeree-Overflakkee zet zonder enige verwijzing naar lidmaatschap van de branche-organisatie met toetsing van deskundigheid en integriteit. Ook wordt niets gezegd over de tarieven. In de kop van het bericht wordt ook nog gesproken over schuldhulpverlening, terwijl het artikel geen verwijzing behelst naar kennis en ervaring op het terrein van de NVVK-gedragscode, laat staan NVVK-lidmaatschap of wetenschap van de naderende certificering.

Argeloze lezers van Flakkee-nieuws worden door deze quasi-objectieve advertorials geleid naar een onderneming die meent een gat in de markt te hebben gevonden en daarvoor de stichtingsvorm kiest zonder verwijzing naar kwalitatieve waarborgen.

Het is meer dan tijd dat de overheid op dit gebied maatregelen neemt. Net zo goed als patiënten worden beschermd tegen kwakzalvers, dienen financieel zwakkeren te worden beschermd tegen zogenaamde specialisten die zich zonder toetsing van deskundigheid en integriteit als veronderstelde professionals gaan bezig houden met het beheer van hun geld. Zij gaan in feite bankiertje spelen zonder de daarbij geldende dwingende regelgeving in acht te nemen (waarbij het toezicht kennelijk ook niet alles is gebleken maar in ieder geval meer dan niets).

De tijd van de onbeperkte wildgroei in de markt van commercieel geldbeheer voor derden ligt achter ons: overheid en politiek neem Uw verantwoordelijkheid!

Zie ook “De bewindvoerdersbende”, Persbericht Raad voor de Rechtspraak beschermingsbewind” en “Nog meer bewindvoeringsellende

woensdag 19 november 2008

500ste bijdrage: Goodbye Boober!

Uit dit artikel op de website lening-geld-lenen blijkt dat voor het Booberconcept, waarbij particulieren in combinaties aan elkaar geld lenen op een virtuele Nederlandse marktplaats een kort leven beschoren is.

De gedachte dat zou kunnen worden geleend als de debiteur een ongunstige BKR-registratie had is al snel verlaten. Ook de tarieven pakten aanzienlijk minder gunstig uit dan was verwacht. Het tarief naderde de rente berekend voor roodstanden bij de Postbank. Het is geen verlies dat deze wazige aanbieder van de markt verdwijnt.

Historisch interessant is het de antwoorden van Minister Bos op de vragen over Boober van het Tweede Kamerlid Weekers nog eens na te lezen. Zie Tweede Kamer 2007/2008 nummer 467. De antwoorden zijn nog doortrokken van het libertijnse vrijheid/blijheid-denken dat de periode voor de recessie kenmerkte. Ik heb zo het idee dat op dezelfde vragen nu geheel andere antwoorden zouden worden gegeven.

Historisch interessant is ook mijn bijdrage van 15 januari 2008Read my lips, no recession”, toen ik op een moment dat mp Balkenende en minister Bos dat met kracht ontkenden heb aangegeven, dat moest worden gerekend met een wereldwijde recessie, mede samen hangend met de bankencrisis in de USA. Ik denk dat ik de trouwe lezertjes in de komende periode hieraan nog wel vaker zal kunnen (en willen!) herinneren.

Dit is trouwens de 500ste bijdrage die ik schrijf voor dit weblog.

dinsdag 18 november 2008

Nog meer boek 1-bewindvoerings-ellende

De Limburger geeft een bloemlezing van problemen die zich in de praktijk blijken voor te doen bij boek 1- beschermingsbewind. Het vermogen van 11.000 personen is in Limburg door de rechter onder bewind gesteld. Daar moet nog het aantal gevallen worden bijgeteld van personen, die vrijwillig hun financien in beheer hebben gegeven aan een derde.

De beoogde bescherming blijkt in de praktijk wel eens uit te vallen als een aanval in de rug, waarbij de beschermer poogt er met het vermogen van zijn beschermeling van door te gaan.

Vraag rijst of dit misbruik niet strafrechtelijk moet worden aangeduid als een gekwalificeerd delict waarbij de omstandigheid dat opzettelijk benadeling heeft plaats gevonden ten laste van een natuurlijke persoon die in een beschermwaardige toestand verkeerde leidt tot strafverzwaring.

Dat zou dan in een moeite kunnen met de fraude met pgb’s waarbij ook de bemiddelingsbureau’s als paddestoelen uit de grond vliegen zonder voorafgaande toetsing van integriteit en deskundigheid.

Persbericht Raad voor de Rechtspraak beschermingsbewind

De Raad voor de Rechtspraak heeft naar aanleiding van de uitzending van Zembla van afgelopen zondag met de titel “De bewindvoerdersbende” een persbericht uitgegeven, waarin wordt verwezen naar het aan dit onderwerp gewijde themadossier(tje) op de website rechtspraak.nl

Duidelijk antwoord wordt gegeven op de vraag, wat de rechter kan doen als de bewindvoerder te kort schiet:

De kantonrechter kan besluiten iemand niet te benoemen, of hij kan een benoemde bewindvoerder ontslaan. In afwachting van nader onderzoek kan de bewindvoerder ook geschorst worden. Daarnaast kan hij aansprakelijk worden gesteld voor schade door slecht bewind.
De kantonrechter kan alleen de werkwijze van een bewindvoerder in een concrete zaak controleren en meestal alleen achteraf, aan de hand van de jaarlijkse rekening.
Wanneer er geen familie is die de taak van bewindvoerder kan uitvoeren, biedt de benoeming van een professionele, bij de branchevereniging aangesloten bewindvoerder, meer zekerheid voor goede bewindvoering.
De branchevereniging van professionele bewindvoerders toetst zowel vooraf, voordat een bewindvoerder lid mag worden, en vervolgens ieder jaar opnieuw de kwaliteit van de leden. Deskundigen beoordelen onder meer of de kantoororganisatie op orde is, of er voldoende deskundige mensen werken en of de organisatie voldoende eigen vermogen heeft en goed verzekerd is.

Ook uit de uitzending van Zembla kwam naar voren dat er buiten de jaarlijkse rekening nog veel mis kan gaan dat niet ter kennis van de rechter komt, als het niet aan de rechter wordt gemeld. Vraag is of brancheregulering (“slager die zijn eigen vlees keurt”) daarbij volstaat. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Nieuw incassofenomeen: de debiteurenloper

Het AD meldt een nieuw verschijnsel in de snel expanderende incassowereld: de debiteurenloper. De debiteurenloper is een vinding van de Rotterdamse gemeente belastingen. die eerder al innovatieve ideeen had over beslag op opbrengsten van de postcodeloterij en publieksacties op kenteken bij bijvoorbeeld de Maastunnel.

De debiteurenloper brengt een huisbezoek om de debiteur -die mogelijk zijn post niet meer openmaakt- te doordringen van de ernst van de situatie. Pas daarna wordt besloten de deurwaarder in te schakelen en verder gaande maatregelen te nemen.

Alles wat er aan bijdraagt, dat de debiteur eerder wordt doordrongen van de noodzaak te betalen en hulp te zoeken, als hij in een problematische schuldsituatie verkeert, is in potentie winst. Risico's ontstaan, als de meest actieve crediteur er met alle draagkracht van door gaat en er daarna voor de andere crediteuren (en de debiteur) onvoldoende overblijft.

Verhoogde activiteit van crediteuren is goed, mits in combinatie met voorlichting over schuldhulpverlening in algemene zin (zoals wij dat inmiddels ook zien in de Elektriciteits- en Gasregelgeving) en gaan zien in het wetsontwerp incasso wanbetalers zorgpremie.

“Ik ben acht jaar en verkeer in een problematisch schuldsituatie”

De Telegraaf van vandaag schrijft over een recent onderzoek van Centiq, waarbij kinderen van acht jaar al de kenmerken vertonen die hen kwalificeren als personen met een verhoogd risico om later in een problematische schuldsituatie terecht te komen. “Een derde van de jeugd tussen acht en achttien jaar speelt om geld, maakt schulden en de ouderen onder hen kopen via internet meer dan ze kunnen betalen”. “Bovendien schaffen ze vaak spullen aan zonder erbij na te denken. Maar de helft van alle jongeren vindt dat hun ouders hen de waarde van geld niet goed hebben bijgebracht”.

Verleden week werd een onderzoek van TNS Nipo gepubliceerd in opdracht van De Volkskrant en de NCRV, waarover de Volkskrant schrijft: “Jongeren maken zich grote zorgen over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Zij vinden dat hun leeftijdgenoten te veel worden verwend, dat ze te veel worden aangemoedigd zich goed over zichzelf te voelen en dat ze mede daardoor te weinig rekening houden met anderen. Maar liefst twee op de drie jongeren (66 procent) tussen de 16 en 24 jaar vinden dat de verhouding tussen rechten en plichten bij de jeugd is scheefgegroeid”.

Wat opvalt in beide artikelen is dat de jongeren constateren, dat hun handelen onder de maatschappelijk gewenste norm is en daar onmiddellijk aan toevoegen dat zulks de schuld is van hun ouders die hen kennelijk toch die norm wel hebben bijgebracht, want hoe zouden de lieve schatjes daaraan anders kunnen toetsen? Wat de ouders niet hebben gedaan is ervoor zorgen dat de kindertjes zich het gewenste gedrag ook eigen hebben gemaakt. Hoe zou dat zijn gekomen? Is het onredelijk te veronderstellen, dat het feit, dat de ouders ook niet zo heel erg naar de gedragsnormen leven, daarbij een rol speelt?

Zelfinzicht is goed en noodzakelijk als basis om te komen tot een voornemen van gedragsverandering. Het uitdragen van opvattingen over eigen minder gewenst of zelfs onwenselijk handelen zonder daaraan consequenties te willen verbinden is op zijn best weinig productief en op zijn slechtst lichtelijk obsceen. “Ik ben een egoïst, die alles gelijk wil hebben wat hij in de etalage (of op internet) ziet, mijn ouders hebben mij zo gemaakt, zo ben ik nu eenmaal en anderen moeten mij maar nemen zoals ik ben”. Deze benadering is te gemakkelijk; het moreel appèl zou erin moeten bestaan, dat minimaal wordt geprobeerd de lat wat hoger te leggen niet alleen uit pragmatische overwegingen (“anders krijg je problemen”) maar ook uit ideële motieven (“zo leef je beter” en dat is een doel op zichzelf, ook al is het niet in geld uit te drukken). Maar, woorden wekken, voorbeelden trekken. Misschien moeten vader en moeder daartoe eens bij zichzelf te biecht … of bij anderen?

maandag 17 november 2008

Begroting Rotterdam 2009 aangenomen

De raad van de gemeente Rotterdam heeft afgelopen donderdag 13 november 2008 de begroting 2009 aangenomen. In deze begroting zijn mijns inziens ambitieuze doelstellingen voor de schuldhulpverlening opgenomen.

4a1
Doelstelling: Rendement schuldhulpverlening
Nulmeting: 3789 intakes, waarvan 8,3% schuldhulpverleningstrajecten
Te behalen mijlpaal 31-12-2009:
Het percentage minnelijke schuldhulpverleningstrajecten stijgt van 8% in 2006 naar 17% in 2009.

4a2
Doelstelling: Bereik Kredietbank Rotterdam
Nulmeting: Het geprognosticeerde aantal intakes, inclusief stabilisatietrajecten, over 2006 zoals opgenomen in het door het college van burgemeester en wethouders op 19 september 2006 vastgestelde Uitvoeringsprogramma
Te behalen mijlpaal 31-12-2009: Het aantal intakes stijgt van 4.000 in 2006 tot 5.600 in 2009.

De PvdA Rotterdam is blij, de SP Rotterdam minder (omdat het amendement om meer geld voor schuldhulpverlening uit te trekken het niet heeft gehaald). Over de begrotingsvoorstellen van de SP schreef ik eerder “SP Rotterdam wil meer geld voor schuldhulpverlening”.

Opvallend bij de doelstellingen is wel dat deze niet zijn geformuleerd in kwantitatieve doelstellingen in de vorm van geslaagde minnelijk trajecten –waarbij gelijk eerder betoogd van mening was en ben, dat een stabilisatietraject niet is aan te merken als een oplossing c.q. aanvaardbaar eindstation. Dit vraagt om enige nadere studie in de Rotterdamse beleidsdocumenten, waarover ik U op de hoogte zal houden.

zondag 16 november 2008

"De bewindvoerdersbende"

Zembla wijdt vanavond de uitzending aan malafide boek 1-bewindvoerdersorganisaties en hun slachtoffers (Nederland 2 om 22.10). Zie de beschrijving.

Ondanks het bestaan van een branchevereniging blijken er de nodige partijen in de markt te zijn, die met toevertrouwde gelden op onverantwoorde wijze omgaan en deze soms zelfs verduisteren.

Het minnelijk traject en de WSNP-wereld hebben hun eigen schandalen gekend ondanks alle regelgeving en toezicht. Daarbij valt te denken aan Schuldenvrij Leven en recent de bewindvoeringsorgisatie in het Noorden, waarbij bancair de zaak onvoldoende was afgedicht om te verhinderen dat een interne kwaadwillende aanzienlijke bedragen kon verduisteren.

In de boek 1-wereld voltrok zich in Rotterdam het faillissement van de Stichting BDG Kleingeld, waarbij aanzienlijke bedragen aan derdengeld bleken te zijn verdwenen zijn.

Zo lang er mensen zijn, zijn er verleidingen. Zo lang er verleidingen zijn, zijn er mensen die daarvoor af en toe bezwijken. Ieder geval leidt tot schade voor natuurlijke personen die reeds in problemen verkeren en beschermd moeten worden; daarom moet iedere fraudezaak goed worden bestudeerd teneinde herhaling zo veel mogelijk te voorkomen. Ik ben benieuwd welke lessen de televisie-uitzending van Zembla te leren heeft.

vrijdag 14 november 2008

KBvG juicht wettelijke regeling incassokosten toe

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) heeft gisteren een persbericht uitgegeven, waarin zij laat weten voorstander te zijn van een wettelijke regeling voor incassokosten. Door een wettelijke regeling wordt een einde gemaakt aan een situatie van rechtsongelijkheid en ontstaat duidelijkheid voor schuldeisers en schuldenaren.

Het is heel goed dat de KBvG als publiekrechtelijke beroepsorganisatie (PBO) nog eens wijst op drie omstandigheden die in de Kamerdebatten tot heden nog niet goed uit de verf zijn gekomen:
1. de meeste zaken worden niet of slechts marginaal rechterlijk getoetst ofwel omdat zij niet voor de rechter komen of wel omdat de schuldenaar niet verschijnt en de zaak bij verstek wordt afgedaan, waarbij het de vraag is, in hoeverre de gevorderde buitengerechtelijke kosten worden getoetst;
2. de problematiek dat “een rechtbank verderop” (mooie uitdrukking!) anders denkt over incassokosten dan de rechtbank dichterbij.
3. het belang af te bakenen welke handelingen onder incassokosten worden verstaan, waarbij additionele extra’s van incassobureau “Binnen zonder kloppen” als huisbezoek niet tot hogere tarieven mogen leiden.

In de incassobranche komen regelmatig excessen voor, die ook niet worden bestreken door de activiteiten van de Nederlandse Vereniging van Incasso-Ondernemingen (NVIO), aangezien niet ieder incassobureau lid is van deze branche-organisatie. De NVIO heeft voorts een gedragscode, waarin een aantal vaktechnische voorwaarden is neergelegd. De NVIO kent reglementair geen klachtrecht in eigenlijke zin, maar alleen een vorm van bindend advies (geschillenregeling), waarbij een klager zijn recht de zaak aan de burgerlijke rechter voor te leggen moet prijsgeven, wil de NVIO de zaak bekijken. Mij is trouwens niet bekend of de NVIO daadwerkelijk wel eens op geschillen heeft beslist. Op de website staan in ieder geval geen uitspraken gepubliceerd. Het reglement is ook nogal éénzijdig in aan te houden termijnen en dergelijke. Onduidelijk is of onpartijdige, onafhankelijke en deskundige personen betrokken worden bij de klachtengerelateerde besluitvorming. Kortom, niet kan worden gesteld, dat sprake is van adequate brancheregulering, waarbij verzekerd is dat ook voldoende rekening wordt gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de debiteur.

Uit mijn eigen praktijk ken ik een geval, waarin een lid van de NVIO niet de moeite nam op reeksen brieven (van mijn cliënt en mij) te reageren, houdende de mededeling, dat zij zich tot de verkeerde partij wendde, maar gewoon doordenderde en bleef dreigen (evident onterecht) beslag roerend goed bij weer een andere verkeerde partij te gaan leggen. Mijn cliënt legde dit niet aan de NVIO voor gegeven de aan het bindend advies verbonden beperkende voorwaarden Welke waarborgen gelden bij toezicht op de voorwaarden, verbonden aan het keurmerk (waarbij niet bekend is, hoe vaak controle plaats vindt) wordt door de NVIO op haar website niet duidelijk gemaakt. Bij besluitvorming over toezicht op incassobureau's is nadere analyse van de NVIO-regulering relevant (of juist niet, wanneer je van nul af opnieuw begint).

Terecht wijst de KBvG erop dat het handelen van deurwaarders in ambtelijke en niet-ambtelijke praktijk wel aan (vele) voor beroepsgenoten bindende regels wel onderhevig is en beschermd wordt door toezicht vanuit de PBO, volwaardig klachtrecht en volwaardig tuchtrecht, ingebed in regelgeving van de rijksoverheid. Vraag is daarom bijvoorbeeld ook, of lagere overheden er verstandig aan doen incasso-activiteiten uit handen te geven aan andere marktpartijen dan gerechtsdeurwaarders, aan wie zij vervolgens gemeentelijke bevoegdheden bijvoorbeeld bij incasso van OZB mandateren. Zorgvuldig overheidsbestuur sluit tevens in keuze van een incasso-organisatie die even zorgvuldig optreedt als de overheid zelf verondersteld wordt te doen; bij andere partijen dan gerechtsdeurwaarders is die zorgvuldigheid niet verzekerd – om het maar voorzichtig uit te drukken.

donderdag 13 november 2008

Uit de parlementaire behandeling van de SZW-begroting

Uit het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden bij de vaststelling van de begroting van SZW 2009:

Vraag 41:
Hoeveel personen die in aanmerking willen komen voor de schuldhulpverlening staan op dit moment op een wachtlijst?


Er zijn geen landelijke cijfers beschikbaar over het aantal personen dat op een wachtlijst staat voor schuldhulpverlening.

Uit het onderzoek «Schulden? De gemeente helpt!», dat bij brief van 15 september 2008 (Kamerstukken II 2008–2009 24 515, nr. 140) naar de Tweede Kamer is gestuurd, blijkt dat het aantal personen dat op de wachtlijst staat en ook de duur van de wachttijd per gemeente fors verschilt. Gemiddeld start de hulpverlening vier weken nadat de schuldenaar een aanvraag heeft ingediend. Bepalend voor snelheid waarmee een schuldenaar wordt geholpen is echter niet alleen de wachttijd, maar ook de doorlooptijd. Ook deze verschilt, zo blijkt uit het onderzoek, fors per gemeente. De gemiddelde doorlooptijd, dit is de tijd die verstrijkt tussen het moment dat de hulpverlening start en het moment dat duidelijk is wat de schuldhulpverlening heeft opgeleverd, bedroeg in februari 2008 19 weken. Omdat blijkt dat wachtlijsten en doorlooptijden de motivatie van schuldenaars negatief beïnvloeden is het van belang dat gemeenten
deze zoveel mogelijk beperken.

De regering verwacht dat het wettelijk inbedden van de schuldhulpverlening door gemeenten een positief effect zal hebben op de effectiviteit en onder andere zal leiden tot verkorting van de wacht- en doorlooptijden. De regering zal naar verwachting eind 2008 een startnotitie naar de Tweede Kamer sturen waarin de nadere invulling van de zorgplicht van de gemeente wordt uitgewerkt. Bij de kaderstelling ten behoeve van de zorgplicht denkt de regering mogelijk aan het stellen van minimale eisen ten aanzien van onder andere de duur van wacht- en doorlooptijden. Indien de regering hiertoe besluit is er feitelijk sprake van een indicator met betrekking tot de tijdigheid van de schuldhulpverlening.

Vraag 133:
Hoeveel geld wordt besteed aan schuldhulpverlening en hoe heeft zich dat de afgelopen jaren ontwikkeld?


De regering houdt geen gegevens bij over gemeentelijke uitgaven aan schuldhulpverlening. Deze gegevens zijn ook niet elders op geaggregeerd niveau centraal beschikbaar. Voor de financiering van schuldhulpverlening staan gemeenten meerdere bronnen ter beschikking: de algemene uitkering in het gemeentefonds (het grootste deel, waaronder de gelden voor de WMO en gelden voor bijzondere bijstand), het werkdeel van de WWB en de AWBZ. In deze kabinetsperiode heeft de regering circa € 350 mln. extra voor de bestrijding van armoede en schulden vrijgemaakt.

Vindplaats: Tweede Kamer, vergaderjaar 2007/2008, 31700 XV, nr. 12
Zie parlando onderdeel van http://www.parlement.nl/

Wat de NVVK en de maffia gemeen hebben

Het Dagblad van het Noorden meldt dat de vraag naar zogenaamde sociaal krediet bij leden van kredietbanken toeneemt, omdat cliënten vaker bij commerciële banken geen krediet meer krijgen. Er is volgens NVVK-voorzitter Jaarsma in ieder geval in het noorden van Nederland de laatste drie maanden sprake van een trendbreuk. Dit is een gunstige ontwikkeling want dan wordt er bij aanvraag zorgvuldig geanalyseerd wat de draagkracht is en betaalt de cliënt een redelijke rentevergoeding, als wordt besloten tot toekenning van krediet.

Het NRC-H meldt tegelijk, dat de kredietcrisis volgens de Italiaanse detailhandelbond Confesercenti de maffia in de kaart speelt als alternatieve aanbieder van krediet met voorwaarden waarbij die van postorderbedrijven en die van de Postbank bij roodstand in het niet zinken. Aanbieders hebben geen vergunning en dus ook geen last van administratieve sancties en andere flauwekul.

De Conferscenti heeft ook schattingen van inkomsten van maffiosi. Een clanleider zou tussen de 10.000 en 40.000 euro per maand verdienen. Een drugsdealer of een afperser ontvangt 1.500 euro per maand. Deze bedragen zijn -ook al is bruto gelijk aan netto- aanzienlijk lager dan de bonussen van bankdirecteuren in de hoogtijperiode. Zij gaan als regel niet naar de gevangenis – ook al hielden zij zich niet zelden niet aan de vergunningvoorwaarden, waarbij echter de toezichthouder niet in staat was dat te ontdekken.

Het is ironisch hoe de bankencrisis gelijktijdig een verbetering en een verslechtering voor de bescherming van de debiteur blijkt te kunnen inhouden.

Helpen alle beetjes?

Vice-premier Rouvoet draagt ook zijn steentje bij aan de oplossing van de bankencrisis door voor te stellen de spaarweek weer in te voeren. “Net als vroeger moeten kinderen tijdens die week hun spaarvarkens bij een bank komen legen, waarna ze met een cadeautje weer naar huis kunnen. Zo leren ze al op jonge leeftijd goed met geld om te gaan”.

Zou de Minister geen gezinnen met kinderen in zijn omgeving hebben en daardoor niet weten dat een niet nader genoemd cadeautje weinig indruk maakt en zelfs als het wel zo is de kinderen de ouders zullen vragen voor hen even wat te sparen?

Het Nibud publiceerde recent een onderzoek, waar over gisteren een artikel stond in NRC Next. Eén op de drie scholieren heeft schulden of speelt om geld, blijkt uit onderzoek. Te vrijgevige ouders zijn een belangrijke oorzaak van het probleem.

Het romantische beeld van Truusje, Fritsje, de kleine Fatima en Mohammed, die ieder week plechtig een kwartje van hun overgebleven zakgeld in een spaarvarken met een buikslotje doen, terwijl vader en moeder trots toekijken, ligt ver achter ons. Wie jongeren wil bereiken en de voordelen van sparen en de nadelen van schulden wil uitleggen, zal andere wegen moeten zoeken bijvoorbeeld schooltheater of hardere tv-reclames, zoals recent het filmpje hoe diep kun je gaan. Ook de ouders moeten daarbij worden aangesproken; ouders die zelf niet sparen, hebben weinig krediet (!) als zij hun kinderen willen uitleggen dat sparen ook voor de onontkoombare slechte tijden echt verstandig en nodig is.

En hoeveel miljoen zou er nu weer uit welk (spaar)potje worden vrijgemaakt voor deze zogenaamde spaarweek inclusief televisiereclame en shots van Minister Rouvoet die Truusje of Fatimaatje voor het eigentijdse spaarloket van een bank haar eerste cadeautje uitreikt, waarvan het vermoedelijk de moeite niet waard is om het vervolgens op marktplaats.nl aan te bieden?

Misschien is het ook wel leuk om kardinaal Simonis te vragen bij die gelegenheid aanwezig te zijn – die doet zulke dingen graag, zeker als persaandacht verzekerd is. Minister Rouvoet en Simonis traden al eerder samen op bij de actie tegen eenzaamheid van de stichting Vereende Krachten op 15 april 2008. Kardinaal Simonis gebruikte die gelegenheid tevens om perschef Sinselmeijer publiek te steunen. Sedertdien nam de eenzaamheid in Nederland niet af en werd Sinselmeijer afgeserveerd door de aartsbisschop.

Laten we maar gauw weer een gouden Vereende Krachten Dukaat slaan met de tekst ‘Focus op eenzaamheid’. Die kan dan gelijk in het spaarvarken.

woensdag 12 november 2008

Met VSNP nog steeds niet in de WSNP

Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft in een op 7 november 2008 gepubliceerd arrest van 25 september 2007 uitgemaakt dat hulpverlening in het minnelijk traject uitgevoerd door VSNP niet voldoet aan de eis van artikel 288 lid 1 sub b Fw.

Het Hof gaat diep in op de achtergrond van dit artikel, dat bij amendement in de wet terecht te gekomen is en een beetje ongelukkig is geformuleerd, nu is bedoeld een lans te breken voor kwaliteit van schuldhulpverlening (neer te leggen in de certificering to be) maar gekozen is voor een vorm die aanhaakt op de financiering van de schuldhulp onder verwijzing naar de WCK.

De kernoverweging luidt:
“…, kennelijk heeft de wetgever geen aanleiding gevonden om de tekst van artikel 288 lid 2, aanhef en sub b Fw aldus te wijzigen dat aan de rechter ruimte wordt geboden om ook wanneer niet is voldaan aan de voorwaarden van de Wck een schuldenaar toch toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. Evenmin heeft Recofa het op zijn weg zien liggen de door de minister gewenste aanvulling in zijn richtlijnen op te nemen.
Aldus kan de conclusie geen andere zijn dan dat de betreffende wet- en regelgeving geen ruimte biedt om een schuldenaar tot de schuldsaneringsregeling toe te laten indien niet voldaan is aan de voorwaarden als omschreven in artikel 288 lid 2 aanhef en sub b Fw jo. artikel 48 lid 1 Wck”

Het arrest draagt kenmerk BG3774.

Op 1 augustus 2008 becommentarieerde ik de uitspraak in eerste instantie in mijn bijdrage “Met VSNP niet in de WSNP”.

"Help! Mijn klant heeft schulden"

Op 20 november aanstaande is in Rotterdam het "high excellence & low budget"-symposium "Help mijn klant heeft schulden". Zie deze link.

Kamerbreed draagvlak voor wettelijke basis zorgplicht schuldhulpverlening


De vaste Kamercommissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf gisteren unaniem steun aan het voorstel van het Ministerie van Sociale Zaken om de zorgplicht in het kader van schuldhulpverlening een wettelijke basis te geven.

Ook over de invulling van de zorgplicht bestonden opvattingen die in het verlengde liggen van de brief van Staatssecretaris Aboutaleb aan de Kamer van 15 september 2008:
- iedereen moet toegang hebben tot schuldhulpverlening;
- die toegang moet er zijn binnen een redelijke termijn,
- waarna er vervolgens binnen redelijke termijn een doorlooptijd is;
- en een aanbod van schuldhulpverlening dat ook in kwalitatief opzicht aan daaraan te stellen kwaliteitseisen voldoet;
- met behoud van de mogelijkheid voor gemeenten ook flexibel te zijn in hun extra aanbod van schuldhulpverlening in preventieve en curatieve fase.
Staatssecretaris Aboutaleb deed de toezegging voor het einde van het jaar een brief aan de Tweede Kamer te zullen zenden met de contouren voor de wettelijke invulling van de zorgplicht.

Het door mevrouw Karabulut (SP) opnieuw naar voren gebrachte idee het voor gemeentelijke schuldhulpverlening bestemde geld te oormerken vond (helaas) bij de andere leden van de Commissie weinig weerklank. Zij gaven aan te verwachten, dat gemeenten bij introductie van de wettelijke zorgplicht voldoende werden gedwongen het aanbod in aanvaardbare vorm op aanvaardbaar niveau in te vullen. We zullen zien.
Critische geluiden waren er terecht over het gebrek aan effectiviteit van schuldhulpverlening. De staatssecretaris nuanceerde dit terecht enigszins door te wijzen op het probleem van de zorgmijdende debiteur die wel begint maar het traject niet afmaakt.

Mevrouw Blanksma (CDA) bracht als aandachtspunt in dat ook de ondernemer niet moet worden uitgesloten van het gemeentelijke aanbod van schuldhulpverlening. Minister Hirsch Balin reageerde daarop door te verwijzen naar andere hoofdstukken van de Faillissementswet en leek even te zijn vergeten dat de WSNP ook geldt voor natuurlijke personen die ondernemers zijn.

Weerkerend was de wens dat formulieren enerzijds moet worden vereenvoudigd waar het inkomensondersteunende maatregelen voor burgers betreft en moet worden uitgebreid bij het lenen van geld. Mevrouw Karabulut citeerde Nadja Jungmann in het Parool van gisteren:. ''Het is nog steeds makkelijker Frisia te bellen dan een formulier in te vullen voor schuldhulpverlening.'' Ook Minister Bos gaf aan moeite te hebben met televisiereclames waarbij huwelijksgeluk wordt gesuggereerd als gevolg van de aanschaf van een nieuwe keuken. Mevrouw Blanksma verraste door haar mededeling dat voor het einde van het jaar haar eerder aangekondigde initiatief wetsontwerp betreffende een verbod op televisiereclame voor consumptief krediet bij de Kamer zal worden ingediend.

Bijzonder boeiend was te zien hoe Minister Hirsch Balin net zo lang door de Kamerleden in de tang werd genomen, totdat hij de toezegging deed dat er een wettelijke maximering (geen maximum) voor de buitengerechtelijke incassokosten zou komen, waarbij hij over de contouren binnen enkele maanden een brief zal zenden aan de Kamer en verwacht medio 2009 een wetsvoorstel in te dienen, waarover ook de mogelijkheid van consultatie (“via http://www.justitie.nl/) zal worden geboden. De “maximering” is nu al neergelegd in de staffel van Voorwerk 2, die inmiddels is overgenomen in de Staffel incassokosten en salarissen in rolzaken sector kanton (bedragen en tarieven per 1 februari 2008), waarbij overigens deze tarieven laatstelijk zijn herzien per 1 april 2005.

De Minister gaf aan voor de wettelijke basis te denken aan twee mogelijkheden:
- een ministeriële regeling bij artikel 6:96 BW;
- plaatsing op de zwarte lijst van niet toegelaten bedingen (artikel 236 boek 6 BW).
Het eerste spreekt mij op het eerste gezicht meer aan dan het tweede en een combinatie nog meer, maar nadere reflectie hierover is nodig.

De Minister benadrukte de noodzaak deze kosten te indexeren – hetgeen bij mij de vraag oproep of dit dan ook niet zou moeten gelden voor het tarief Liquidatiekosten Rechtbanken en Hoven, dat voor het laatst in november 2004 is herzien. Hier lijkt mij ook een aanmoedigende taak weggelegd voor de Orde van Advocaten (NOVA) en de Koninklijke Beroepsorganisatie voor Gerechtsdeurwaarders (KBVG). Gerechtelijke kosten zijn ook een vorm van schade waarbij de relatie tussen reële kosten en toegekende vergoeding wel zeer ver verwijderd is geraakt. Bij gerechtelijke kosten betaalt de vervuiler niet, bij buitengerechtelijke kosten betaalt de vervuiler te veel. Tweede Kamerlid Nicolai (VVD) signaleerde terecht dat er voor deze tarieven geen marktwerking bestaat, aangezien de debiteur niet kan kiezen.

Ik blijf van mening, dat crediteuren die meer vragen dan het wettelijk gemaximeerd tarief ook door sancties moeten worden getroffen bijvoorbeeld van administratiefrechtelijke aard. Incassokosten zijn een vorm van schadevergoeding en geen bron van ongerechtvaardigde verrijking door het gebruik van “woekertarieven”, welke term op aangeven van Tweede Kamerlid Spekman (PvdA) door de Minister werd overgenomen. De LOSR heeft er goed aan gedaan haar tweede succesvolle rapport gisteren uit te brengen en daarmee de “sense of urgency” voor dit veelvuldig door de Tweede Kamer tevergeefs aangesneden onderwerp te onderstrepen. Ik ben benieuwd of er al een voornemen is tot een derde rapport. De tekst van het tweede rapport “Incassokosten, een bron van ergernis” is inmiddels in ieder geval te raadplegen op het internet (en stond gisternacht al op de website van Modus Vivendi. Hulde!).

Door het debat heen liep ook opnieuw het verschijnsel voedselbanken, waarbij ook de term “nationalisering van de voedselbanken” werd gebruikt en “het centrum voor inkomen, werk en eten” (mevrouw Van Gent – Groen Links) vanuit de wenselijkheid voedselbanken zoveel mogelijk overbodig te maken door klanten de informatie aan te reiken om een beroep op inkomensondersteunende maatregelen te doen, waar nog “750 miljoen EURO op de plank blijft liggen”. Ook deze onderbesteding draagt bij aan de instandhouding van schuldenproblematiek. Terecht prees Staatssecretaris Aboutaleb de initiatieven van particulieren waaronder de sociale activiteiten van het Leger des Heils, kerken en moskeeën “ook vanuit het oogpunt van solidariteit en barmhartigheid”. Een interessant voorbeeld in dit kader dat ik recent onder ogen kreeg is het R.K. Stadsdiaconaat Delft en Omstreken.
Jammer was dat de invoering van het brede moratorium in het minnelijk traject nog al gemakkelijk van tafel leek te worden geveegd door de Minister van Justitie, die geen woord meer sprak dan reeds neergelegd in de brief van 15 september 2007. Hier ligt nog een schone aansporende taak voor de Minister van SZW en Kamerleden.
Minister Bos liet ongevraagd weten dat vertraging was ontstaan in voorgenomen regelgeving betreffende pandhuizen en roodstanden, aangezien het ministerie op dit moment het nogal druk had met andere zaken. Dat vond niemand onbegrijpelijk, maar sommigen toch wel jammer.

Opviel dat de Christenunie en SGP het kennelijk niet nodig hadden gevonden deze commissievergadering mee te maken in de persoon van (eventueel plaatsvervangende) kamerleden. Over andere politieke partijen als PVV en de Partij voor de Dieren heb ik het maar niet.

dinsdag 11 november 2008

Nadja Jungmann in het Parool van vandaag

Naja Jungmann gaf een interview in het Parool over de effectiviteit van gemeentelijke schuldhulpverlening.

Zij verklaarde onder meer: "En het 'zijn echt niet allemaal slampampers', zegt Jungmann. ''Natuurlijk zijn er mensen die willens en wetens enorme schulden maken, maar voor de meesten geldt dat onze maatschappij voor hen te ingewikkeld is, of dat ze pech in het leven hebben gehad.''

Zie dit artikel .

Voedselbank in problemen door bankencrisis

De voedselbank in het Belgische Herent is in problemen gekomen door de bankencrisis. De Vlaamse krant het Nieuwsblad meldt recent onder de kop “Steeds meer mensen in de rij voor gratis voedsel” dat de voedselbank de vraag niet meer aan kan. Er komt minder binnen dan er nodig is om uit te delen.

In Nederland wordt op 11 december aanstaande een live benefietavond voor de Voedselbanken in Nederland gehouden, die wordt uitgezonden door RTL4, zo meldt de Voedselbank Rotterdam (de eerste in Nederland, scheef zij chauvinistisch) in haar nieuwsbrief die deze maand verscheen. Deze benefietavond is een vervolg op de docu-soap "Effe geen cent te makken", waarin de familie Froger voor het oog van de camera gaat leven op bijstandsniveau.

Breaking news: opinie-artikel zorgplicht Volkskrant

Vandaag, juist op tijd voor het debat in de vaste kamercommissie, verschijnt in de Volkskrant een opinie-artikel van de hand van Nadja Jungmann en ondergetekende over de concrete invulling van de gemeentelijke zorgplicht in het kader van schuldhulpverlening. Zie pagina 11.

"In Flanders fields the poppies blow"


Vandaag gegeven het publicatiemoment op de kop af negentig jaar geleden, op 11 november 1918 om 11.00 eindigde de Eerste Wereldoorlog met de ondertekening van de overgave door Duitsland aan de Geallieerden in een treinwagon bij Compiègne. De Eerste Wereldoorlog -the Great War-, de oorlog die aan alle oorlogen een einde zou maken- heeft zeer diep ingesneden in de wereldgeschiedenis, maar ging aan Nederland goeddeels en nagenoeg zonder slachtoffers voorbij door de Nederlandse neutraliteit (die door de betrokken partijen alleen werd gerespecteerd omdat zij daarbij een (handels)belang hadden). Een klein rolletje speelde Nederland wel, doordat na de oorlog asiel werd verleend aan Der Kaiser (Wilhelm), die zich na korte tijd vestigde in Huis Doorn, dat nog steeds een aanbevelenswaardig museum is.

In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk en in België wordt dit feit jaarlijks met veel zorg en aandacht herdacht. Bij die gelegenheid worden alle doden herdacht, die in oorlogen het leven hebben gelaten. "Remembrance day" werd vanaf 1919 officieel gevierd in Londen rond om het monument de Cenotaph op Whitehall, waar op Remembrance Sunday (de tweede zondag van november) de nationale plechtigheid wordt gehouden met twee minuten stilte om 11.00 uur, gevolgd door een kranslegging door de Koningin. Bijgaand filmpje geeft een samenvatting van de plechtigheid van afgelopen zondag. Ook op deze link vindt U enige beelden en meer informatie.

Vele Britten dragen dan een papieren klaproos (“poppy”) ter herinnering aan de miljoenen mensen die in deze oorlog het leven hebben gelaten. De klaproos is als symbool in zwang gekomen door het gedicht (in de vorm van een rondeel) “In Flanders Fields” van John McCrae:.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row,
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly

Scarce heard amid the guns below.
We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Het grote WOI museum in het Westvlaamse Ieper heet ook “In Flanders Fields”. Tienduizenden mensen onder wie vele Britten, bezoeken jaarlijks Ieper en niet zelden ook dit museum, gevestigd in de gerestaureerde Lakenhal, waarvan kort na WOI weinig over was.

Observatrix over buitengerechtelijke incassokosten

Op 15 januari 2008 schreef ik mijn artikel “Waar blijft het wettelijk geregeld uniform tarief buitengerechtelijke kosten”. Het doet mij deugd vandaag te begrijpen, dat LOSR en ik inmiddels wat dat betreft geheel op één lijn blijken te zitten. Weg met de woekertarieven!

(Nog) geen uitstel van executie in Groot-Brittannië

Het dagblad Trouw heeft een interessant artikel over executoriale verkoop van woningen n het Verenigd Koninkrijk.

In het VK is het mogelijk bij hypotheekachterstand binnen zes maanden op straat te staan. Thans worden protocollen voorbereid waarbij banken moeten aantonen te hebben gezocht naar alternatieven, zoals het verlengen van de hypotheektermijn, het aanpassen van het soort hypotheek of het verstrekken van uitstel van betaling

Woningen waren duur, maar aangezien de prijzen altijd blijven stijgen (maar niet heus), was het mogelijk hypotheken te krijgen van meer dan vijf keer het jaarinkomen of van 120 tot 130 procent van de koopsom.

Ook het consumptief krediet nam enorme vormen aan; in het artikel wordt een geval uit de praktijk van de schuldhulpverlener beschreven van twee bejaarde zusters die samen meer dan 260.000 euro aan creditcardschulden hadden. Dat zie ik toch in Nederland niet zo snel gebeuren, tenzij de betrokken dames een heel hoog inkomen hebben.

Zowel de in ieder geval van oudsher zuinige benadering van Nederlanders en regelgeving neergelegd in wetten en brancheregulering hebben vermoedelijk er toch aan bijgedragen dat de situatie hier minder dramatisch is dan in het Verenigd Koninkrijk.

130 miljoen incassokosten te veel?

Volgens de Nederlandse Vereniging voor Incasso-ondernemingen rekenen incassogemachtigden die lid zijn van de NVIO meer teneinde tot een kostendekkend tarief te komen, zie bijvoorbeeld de Volkskrant.

Het is voor mij de vraag of er een relatie is tussen in rekening gebrachte incassokosten en feitelijke kosten. Ik ken geen onderzoek dat daarnaar gedaan is. Bij gerechtelijke kosten is overigens het Nederlands systeem, dat de zogenaamde liquidatiekosten nooit voldoende zijn om de gerechtskosten te dekken.

Het zou zo kunnen zijn –en dat is zonder onderzoek mijn indruk- dat de buitengerechtelijke incassokosten in feite een vorm van ongegronde verrijking van de schuldeiser zijn, waarop in sommige gevallen cumulatie plaats vindt met kosten van nodeloze ambtelijke verrichtingen van de deurwaarder.

Ik ben er voorstander van, dat een onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van dossieranalyse op basis van een steekproef teneinde een en ander in kaart te brengen. Vraag is of bijvoorbeeld een sommatie (die de meeste incassogemachtigden niet meer aangetekend verzenden) niet aan een vast belangafhankelijk schijven tarief kan worden gekoppeld net als bij het puntentarief voor de liquidatiekosten.

Het debat over dit onderwerp hoort minder thuis bij SZW dan bij Justitie. Het zou daarom jammer zijn als vanavond te lang over dit onderwerp wordt gesproken ten koste van de schuldhulpverlening, omdat sommige partijen uit het maatschappelijke veld ervoor hebben gekozen daags voor het debat een rapport over incassokosten bekend te maken. Zo wordt een debat van de vaste Kamercommissie even hyperig als een spoeddebat van de Kamer, maar dan op nog kortere termijn.

Dat publiek aandacht is gevraagd voor dit onderwerp is goed; of het noodzakelijk was dat juist voor het debat te doen, is vatbaar voor discussie (maar niet in de vaste kamercommissie SZW!).

maandag 10 november 2008

"Incassokosten, een bron van ergernis"

LOSR weet niet van ophouden en publiceert binnen een jaar haar tweede rapport met de titel “Incassokosten, een bron van ergernis”.

Eerder publiceerde LOSR het rapport “Mensen met schulden in de knel”, waarin reeds de publicatie van het rapport over buitengerechtelijke incassokosten werd aangekondigd.

Het LOSR concludeert onder meer dat de gedragsregels van de Nederlandse Vereniging van Incasso-onderneming N.V.I.O. op onderdelen in strijd is met het rapport Voorwerk II en dat het voorkomt dat crediteuren en incassogemachtigde het incassotarief twee maal (over elkaar) toepassen op een en dezelfde hoofdsom. Zodra het nieuwe rapport beschikbaar is, zal ik daar nader op ingaan.

Vandaag wordt het rapport gepresenteerd in de uitzending van Tros Radar op Nederland 1 om 20.25 uur.

Consumeren maakt niet gelukkig

Over soberheid als gekozen levenswijze wordt de laatste jaren vaker gepubliceerd dan in het verleden. Na alle ongebreideld consumentisme wordt soberheid als levenskeuze meer aanvaardbaar.

Marieke Henselmans schrijft er al jaren over, maar de trend zet door. Over haar publicaties schreef ik al eerder in mijn bijdrage “Studeren zonder lenen”. Actueel is door de decembermaand is: “Hoor, wie klopt daar geld uit mijn zak” (Van Gennep Amsterdam 2006),

Ook Liesbeth Wytzes, vaste columnist op elsevier.nl, wijdt onder de titel “Zuinigheid, dat is het tegenwoordig helemaal” haar column aan de kunst van het bezuinigen op consumptieve uitgaven: “Ik heb besloten te gaan bezuinigen. Geen kleren meer tenzij die echt, echt nodig zijn – en dan hebben we het over de verre toekomst – geen dure make-upjes, geen nieuwe sieraden, zeker geen nieuwe auto, geen onbezonnen tripjes naar een leuke stad waar je vooral veel wilt winkelen. Nee, soberheid troef bij ons”.

Critischer en reflectiever is Dirk Geldof in “We consumeren ons kapot” Hij trekt vooral in Vlaanderen maand in maand uit volle zalen met lezingen en debatten over dit onderwerp.

Soberheid (matigheid) als christelijke deugd vinden we echter al terug in het Nieuwe Testament (en in de Catechismus van de Katholieke Kerk nr. 1809): De matigheid is de morele deugd die de aantrekkingskracht van de genoegens tempert en evenwicht brengt in het gebruik van de geschapen goederen. Ze verzekert de beheersing van de wil over de instincten en houdt de verlangens binnen de grenzen van de betamelijkheid. De matige persoon richt de strevingen van zijn zinnen op het goede, behoudt een gezonde bescheidenheid en "laat zich niet meeslepen door eigen zin en kracht om te wandelen naar de begeerten van zijn hart" (Sir. 5,2). De matigheid wordt dikwijls geprezen in het Oude Testament: "Loop niet achter uw begeerten aan en houd u ver van uw lusten" (Sir. 18,30). In het Nieuwe Testament wordt ze "bezonnenheid" of" soberheid" genoemd. Wij moeten "bezonnen, rechtvaardig en vroom leven in deze tijd" (Tit. 2,12).

Zouden andere universele opvattingen van de R.K. Kerk wellicht ook navolgenswaardig zijn?

Hoe lang duurt schuldregelen na invoering van de certificering?

NVVK-voorzitter, de heer G. Jaarsma, heeft op het congres van Elsevier van afgelopen woensdag alvast enig inzicht gegeven in het nieuwe systeem van aflossing door de debiteur op zijn schulden.

Globaal zal het nieuwe systeem er als volgt uitzien:

- heeft de debiteur een bepaald type uitkering, dan geldt een aflostermijn van 36 maanden en vervalt de hercontrole; berekening vindt plaats volgens het VTLB;

- heeft de debiteur geen uitkering van dit type en ligt het inkomen onder het drempelbedrag, dan geldt eveneens een periode van 36 maanden met jaarlijkse bepaling van het VTLB:

- ligt het inkomen boven het drempelbedrag, dan wordt gedurende 36 maanden betaald volgens het VTLB (met hercontrole na 36 maanden), gevolgd door in beginsel 24 maanden betaling van 50% van het VTLB, totaal mitsdien 60 maanden. Maatwerk en flexibiliteit zijn mogelijk.

Het drempelbedrag wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van een steekproef. Uitgangspunt is dat 75% van de gevallen onder het drempelbedrag ligt en dus in 36 maanden eindigt.

Slotsom is dat de crediteuren (banken) de krenten uit de pap hebben gehaald en dat ook in schuldhulpverleningsland de sterkste schouders het meeste gaan dragen. De gekozen benadering –die een gepolderd compromis is – is niet onbegrijpelijk in het licht van het feit, dat debiteuren zich vaak jegens banken hebben gebonden aan een aflossingsperiode van meer dan drie jaar. Naar ik aanneem zal zich de komende tijden een debat over het nieuwe systeem ontwikkelen, zeker nadat de norm in druk is verschenen. Ik zal over deze kwestie ook diep gaan nadenken en dan mijn partij meeblazen.

Dit overzicht is uitsluitend gebaseerd op mijn handgeschreven aantekeningen van het congres en beperkt tot de hoofdlijnen.

zondag 9 november 2008

Bij komende recessie gelijke vraag naar schuldhulpverlening?

NVVK-voorzitter Jaarsma voorspelt in de Leeuwarder Courant, dat de recessie zal leiden tot een dubbel en tegengesteld effect op de vraag naar schuldhulpverlening, waarvan hij vermoedt dat die effecten elkaar in evenwicht zullen houden.

Enerzijds wordt het aanzienlijk moeilijker om geld te lenen (banken vertonen leergedrag) en hebben mensen beter dan ooit de kans te begrijpen, wat het betekent om stelselmatig boven je stand te leven en willen zij (misschien) minder lenen (consumenten vertonen ander leengedrag en leergedrag).

Anderzijds zullen mensen die nu nog net de eindjes aan elkaar krijgen door werkloosheid in de problemen komen (waarbij de tijdelijke vangnet-functie van krediet afneemt),

Ik ben het eens met de heer Jaarsma, dat sprake zal zijn van dit dubbele effect.

Of deze twee effecten elkaar in evenwicht zullen houden – zoals hij volgens het artikel voorspelt- zou ik niet durven zeggen. Geen enkele indicatie biedt in ieder geval het feit, dat er nu geen sprake is van een stijging van het aantal aanmeldingen bij de Gemeentelijke Kredietbank Friesland. De recessie namelijk is nu nog niet aan de orde in de mate waarin dit bijvoorbeeld over een jaar het geval zal zijn. De orderportefeuilles zijn nog gevuld met opdrachten uit de tijd, dat de opdrachtgever aanzienlijk optimistischer was dan hij nu is en zeker in de toekomst zal zijn, Dan gaat bij de verstandige mensen de hand op de knip, omdat de vraag afneemt en de personele omvang wordt beperkt waar mogelijk.

Zwakkere groepen die juist bezig waren op de arbeidsmarkt in te treden zoals allochtonen die zich net hadden onttrokken aan de “slachtoffer`-status en mensen met een lage opleiding (omdat het aanbod op de arbeidsmarkt in absolute zin krapper is dan in het verleden en nog krapper zal worden) alsmede uitzendkrachten (die worden gebruikt om fluctuerende vraag naar medewerkers op te lossen) gaan als eersten weer naar buiten. Werkgevers zullen er meer op sturen om zoveel mogelijk te ontkomen aan het regime voor werknemers voor onbepaalde tijd en meer kiezen voor kort verbanders-waarvan het aanbod toenoemt.

Wat ik wel durf te voorspellen is, dat de schuldhulpverlening er niet eenvoudiger op zal worden;
1. de oplossingskracht aan de zijde van de cliënten wordt er vermoedelijk niet groter op door toename van de sociale problematiek c.q. herleving van de sociale problematiek waaraan zij zich door het vinden van werk hadden onttrokken;
2. de certificering, die bij de drukker ligt en spoedig zal verschijnen, zal maken, dat organisatie grote omslagen moeten maken om op aanvaardbaar prestatieniveau te komen;
3. de rijksoverheid zal minder bereid zijn nog meer geld in de schuldhulpverlening te steken; de SZW-brief van 15 september 2008 geeft duidelijk aan dat er aan gemeenten nu heel veel geld is verstrekt voor schuldhulpverlening en dat het tijd wordt dat geld effectief in te zetten;
4. gemeenten, die onder meer de opbrengst van de OZB zien teruglopen door de dalende huizenprijs, gaan zelf ook voorzichter met hun geld om en zullen critische vragen stellen bij de besteding van hun geld
4. crediteuren zullen zowel uit liquiditeitsnood als uit voortschrijdend inzicht en kennis betreffende schuldhulpverlening aanbiedingen meer tegen het licht houden of deze aan de eisen voldoen.

Met alle respect en waardering voor de heer Jaarsma ben ik er daarbij niet voor cliënten, die in de stabilisatiefase verkeren, te gaan meetellen om het aantal geslaagde trajecten op te voeren. Een cliënt in het stabilisatietraject is niet van zijn schuldenprobleem af maar leeft met deze bestedingenbeperkende last verder zonder schone lei en zonder nieuwe start – en daar was het toch allemaal om begonnen?

zaterdag 8 november 2008

"Meer schulden in de Hoeksche Waard"?

Het AD van gisteren kopt dat het aantal schulden in de Hoeksche Waard is toegenomen en voegt daaraan toe, dat sprake is van een stijging van 39% van het aantal huishoudens dat een beroep doet op de RSD. Op jaarbasis gaat het om 139 gevallen.

De directeur van RSD nuanceert dit terecht: het is zeer wel denkbaar en komt ook elders voor, dat door een betere marketing van het product schuldhulpverlening mensen vaker de hulpverlening weten te vinden. Dat is heel goed, omdat dan eerder een begin wordt gemaakt met de oplossing van de problematische schuldsituatie. Vroeger kwam het regelmatig voor dat in kleinere gemeenten en gemeentelijke regelingen schuldhulpverlening niet de aandacht had, waardoor debiteuren vaker uitweken naar dubieuze aanbieders van schuldhulpverlening zoals schuldenvrij leven, die zelfs een compleet zelfbedacht marktonderzoek over de grote tevredenheid van hun klanten op hun website hadden staan. Tot op de dag van vandaag komt het voor dat aanbieders van schuldhulpverlening op hun website aangeven gecertificeerd te zijn en dan verwijzen naar irrelevante certificeringen. Als de certificering schuldhulpverlening er is, dient de jacht op deze kwak-schuldhulpverleners te worden geïntensiveerd.

Het is jammer dat er een feitelijke onjuistheid in het artikel staat betreffende de effectieve rente van Wehkamp en Neckermann als wordt opgemerkt dat die kan oplopen tot 26%. In beide gevallen namelijk is de effectieve rente 18% per jaar hetgeen eenvoudig kan worden geconstateerd op de website van de betrokken bedrijven (en voor een verstrekker van consumptief krediet verplicht is te melden ook gelet op de mogelijkheid van vergelijkbaarheid). In het Besluit Kredietvergoeding is in artikel 4 bepaald dat de wettelijke rente verhoogd met 12 procentpunten als het ten hoogste toegelaten effectieve kredietvergoedingspercentage op jaarbasis.

Nu inmiddels in de westerse wereld het ingrijpen in de geldmarkt in snel tempo door overheden wordt toegepast en terecht aanvaard rijst de vraag, of ingrijpen op dit tarief niet te overwegen zou zijn door een maximum vast te stellen. Zijn er nog kamerleden op zoek naar vragen?

vrijdag 7 november 2008

"Help! Mijn klant heeft schulden"

Op donderdagmiddag 20 november 2008 wordt in de Erasmusuniversiteit te Rotterdam een regionale studiemiddag voor hulpverleners in en rond Rotterdam gehouden. Ook deelnemers van buiten het verzorgingsgebied van deze schone wereldstad zijn van harte welkom.

De deelnameprijs is zeer concurrent teneinde de drempel zo laag mogelijk te houden. Modus Vivendi en ondergetekende zijn ervan overtuigd dat het van groot belang is voor schuldhulpverleners in de GGZ-wereld om schuldenproblematiek tijdig te onderkennen en daarop snel en adequaat actie te ondernemen teneinde te voorkomen dat de client vast loopt en daardoor bijvoorbeeld zijn huisvesting of energieleverantie verliest.

13:00 – 13:10 Introductie door dagvoorzitter Dr. I.P. van Rossen, Stichting Modus Vivendi
13:15 – 13:45 Opening studiemiddag – Praktijk van de Schuldenproblematiek in de politiek Mevr. P.J.M.G. Blanksma-van den Heuvel, lid Tweede Kamer CDA
14:00 – 14:30 Maatschappelijk werk en schuldenproblematiek bij grote organisaties
Mr. H. Karstel, bestuurssecretaris Stichting Pameijer te Rotterdam
15:00 – 15:30 Gemeentelijke praktijk en organisatie van schuldhulpverlening
Mevr. Dr. N. Jungmann, onderzoekster, consultant Hiemstra & de Vries
15:30 – 16:00 Rollenspel toeleiding onderbewindstelling
Mevr. Mr. H.D.L.M. Schruer, advocaat te Rotterdam
Mr. L.Th.A. Boender, advocaat te Rotterdam
G.J. van Rossen, Stichting Modus Vivendi
16:00 – 16:30 Praktische problemen in de begeleiding van klanten met schulden
Mevr. Mr. H.D.L.M. Schruer, advocaat te Rotterdam
16:30 – 17:00 Forumdiscussie

Voor nadere inlichtingen hier klikken.

donderdag 6 november 2008

Pleidooi voor meer bemoeizorg bij schuldhulpverlening

Op een werkconferentie over armoede vandaag, gehouden door het Amsterdamse Stadsdeel Slotervaart, heeft wethouder Ossel gezegd, dat de gemeente Amsterdam er bij het ministerie van SZW op zal aandringen, dat de gemeente meer bevoegdheden krijgt om in te grijpen bij mensen met schulden. De Telegraaf voegt daaraan toe, dat aan klanten van de Voedselbank cursussen zullen worden aangeboden om te leren omgaan met geld.

Al geruime tijd ben ik voorstander van vormen van bemoeizorg (aanstelling gezinscoach / mentor, gebruik van budgetbeheer en beschermingsbewind in daarvoor in aanmerking komende gevallen, uitkeringssancties), indien debiteuren weigeren om mee te werken aan de oplossing van hun problematische schuldsituatie. Wij zeggen nu heel vaak, dat de hulpverlening "outreaching" moet zijn, maar dat kan in mijn visie onder omstandigheden betekenen dat wij een debiteur bij kop en kont de hulpverlening in sleuren en hem daar houden, totdat hij/zij desnoods cold turkey van zijn probleem is afgeholpen.

Dat gebrek aan medewerking kan gelegen zijn in het verleden, doordat wordt geweigerd voldoende informatie te geven over de bestaande schulden, of in heden en toekomst doordat niet wordt meegewerkt aan budgettering, schulden worden gemaakt of andere afspraken met de schuldhulpverlening.

Schuldhulpverleniing is geen vrijblijvende aangelegenheid waarbij de staat geld uitgeeft om te helpen, van crediteuren offers wordt gevraagd en hulpverleners investeren in een oplossing teneinde de huishouding ook voor de toekomst financieel goed op de rails te krijgen. Iedere mislukt geval van schuldhulpverlening is een vorm van kapitaalsvernietiging. Daarnaast kunnen crediteuren schade lijden doordat nieuwe schulden worden gemaakt.

Nog heel veel ernstiger kan de schade zijn die in het gezin ontstaat, niet alleen door dat er onvoldoende geld is, maar ook doordat het voorkomt dat de ouders uit wanhoop de hand aan zichzelf slaan en ook hun kinderen daarbij om het leven brengen. In Nederland en daarbuiten doen zich familiedrama’s voor, waarbij niet zelden schulden een rol spelen. Zie mijn artikel “Een schuld te veel”.

Vaste Kamercommissie Sociale Zaken vergadert over schuldhulpverlening

Op 11 november aanstaande vergadert de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer over het onderwerp Armoe- en Schuldenproblematiek. De vergadering vindt plaats van 18.30 tot 21.30 uur in de Thorbeckezaal.

Agendapunten zijn onder meer:
- Stijging aantal cliënten van voedselbanken
- rapport Mensen met schulden in de knel
- Nationaal Strategisch Rapportage Sociale Bescherming en Insluiting
- Voortgangsbrief voorkomen overkreditering en schulden

De bijeenkomst is openbaar en boeiend voor iedereen, die wil volgen hoe volksvertegenwoordigers denken over dit onderwerp.

Nadere gegevens en de volledige agenda vindt U op deze link.

woensdag 5 november 2008

Onderzoek Stadsbank Midden Nederland naar aanbesteding schuldhulpverlening

Vandaag wordt op het congres Actualiteiten Schuldhulpverlening onder meer een onderzoek gepresenteerd over de openbare aanbesteding van schuldhulpverlening. Voor congres zie http://observatrix.blogspot.com/2008/09/congres-actualiteiten-shv-5-november.html

De Stadsbank Midden Nederland liet door Nadja Jungmann van Hiemstra & de Vries dit onderzoek uitvoeren, waarvan de bevindingen op de website van de Stadsbank integraal kunnen worden geraadpleegd, zie http://www.stadsbankmiddennederland.nl/data/cms-resources/File/SMN%20Schuldhulpverlening%20aanbesteden.pdf Bij dit onderzoek was ook Prof. Jan Telgen betrokken, hoogleraar inkoop en besliskunde aan de Universiteit Twente.

Onderdeel van de opdracht was te komen tot het maken van een voorbeeldbestek, dat eveneens downloadable is op de website van de Stadsbank Midden Nederland, zie http://www.stadsbankmiddennederland.nl/data/cms-resources/File/Teksten%20Voorbeeldbestek.doc

Het is prijzenswaardig en voor navolging vatbaar dat een grote stadsbank het initiatief heeft genomen om een dergelijk onderzoek te laten uitvoeren. Het is een mooi voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen om op deze wijze bij te dragen aan het debat in het sociaal domein en kwaliteitsverbetering, waarbij voor derden de bevindingen toegankelijk worden gemaakt.

De Stadsbank Midden Nederland besloot overigens recent niet mee te doen aan de openbare aanbesteding in Almere, zie http://observatrix.blogspot.com/2008/10/schuldhulpverlening-almere-onder-de.html Of de gemeente Almere zichzelf een dienst heef bewezen door zodanig te opereren, dat de Stadsbank niet meer mee wil doen, valt te betwijfelen en vermoedelijk ook te betreuren voor het grote aantal huishoudens dat in Almere in een problematische schuldsituatie verkeert.

Eerder besloot onder meer de gemeente Maarssen tot aanbesteding van schuldhulpverlening, zie http://observatrix.blogspot.com/2008/01/aanbesteding-schuldhulpverlening.html

maandag 3 november 2008

Schuldenproblematiek het grootst in Rotterdam

De Stichting Verantwoord en Experian Nederland hebben een onderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt dat in Nederland 177.000 huishoudens in een problematische schuldsituatie zouden verkeren. Dat is 2,5% van het totaal. Zie http://www.telegraaf.nl/binnenland/2351532/__Schulden_huishoudens__stijgen__.html?p=5,1

Dit aantal is aanzienlijk lager dan recent werd genoemd in het Leger des Heils-onderzoek, uitgevoerd door Motivaction, namelijk afgerond 670.000, zie http://observatrix.blogspot.com/2008/10/670000-nederlanders-hebben-schulden.html

Verschillen worden verklaard door de gehanteerde definitie en de techniek van onderzoek. De Volkskrant schrijft over de techniek van het onderzoek van Experian/Verantwoord: Om te bepalen hoeveel huishoudens risicovolle schulden hebben, is in dit onderzoek gekeken naar hoeveel mensen een persoonlijke lening of doorlopend krediet hebben in combinatie met het risico dat ze die niet kunnen afbetalen. Zie http://www.volkskrant.nl/binnenland/article1085200.ece/176_duizend_huishoudens_hebben_problematische_schuld

Volgens het onderzoek van Verantwoord / Experian verkeert 7,7% van de huishoudens in Rotterdam in een problematische schuldsituatie, 5,9% in Den Haag, terwijl ook Almere en Lelystad grote problemen kennen. In dit licht is des te navranter dat de schuldhulpverlening in Almere op dit moment niet goed werkt, zie http://observatrix.blogspot.com/2008/10/schuldhulpverlening-almere-onder-de.html Ook Schiedam en Dordrecht scoren hoog.

In het licht van dit onderzoek is de gedachte van de SP in Rotterdam meer geld in de gemeentebegroting vrij te maken voor schuldhulpverlening een goed idee, waarbij ik overigens niet kan overzien of de gesuggereerde besteding van dit bedrag beter is dan de in de begroting gehanteerde techniek. Zie http://observatrix.blogspot.com/2008/10/sp-rotterdam-wil-meer-geld-voor.html

Het onderzoek van Verantwoord / Experian heb ik (nog) niet op internet of elders kunnen vinden. Experian Nederland noch de Stichting Verantwoord maken daarvan melding. Op het congres schuldhulpverlening aanstaande woensdag echter, waar aan van de workshops door de Stichting Verantwoord verzorgd wordt, zal hierop zeker nader worden ingegaan. Voor dit congres hebben zich inmiddels meer dan 150 deelnemers ingeschreven, gemeenten, kredietbanken, particuliere schuldhulpverleners, WSNP-bewindvoerders, crediteuren en incassospecialisten als deurwaarders en andere incasso-ondernemingen, zie http://observatrix.blogspot.com/2008/09/congres-actualiteiten-shv-5-november.html