28 november 2013 Actualiteitencongres Schuldhulpverlening, zie deze link

woensdag 26 maart 2008

Uitspraak familiedrama Melissant: 15 jaar plus tbs

Bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 18 maart 2008 is een man uit Melissant, die zijn echtgenote en dochter om het leven heeft gebracht, nadat schulden ad afgerond EURO 50.000,00 waren ontstaan en daarop incasso-activiteit werd ondernomen, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 jaar en terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De Rechtbank volgde het Openbaar Ministerie niet in de eis de straf tot 12 jaar te beperken wegens de verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Zie ook http://observatrix.blogspot.com/2008/03/alweer-een-familiedrama-met-schulden.html

De feitelijke overwegingen van het vonnis, dat is geplaatst op rechtspraak.nl onder LJC: BC 7045, zijn afschuwelijk, juist door de objectieve beschrijving van de gebeurtenissen:

‘De verdachte trof, bij thuiskomst na een weekje vakantie met zijn gezin, diverse brieven van incassobureaus aan. In de daarop volgende dagen volgden nog meer incasso- en aanmaningsbrieven. De verdachte kon zijn financiĆ«le problemen niet meer overzien en heeft op dinsdagavond bedacht dat zijn gezin er helemaal niet meer moest zijn en dat het ombrengen van zijn gezin de volgende ochtend zou gebeuren. De verdachte kon zich, naar zijn zeggen, niet tegen deze gedachte verzetten.

Op woensdagochtend heeft de verdachte op voorhand de gordijnen gesloten en is vervolgens de hond uit gaan laten. Na terugkomst is hij met een hamer achter het gordijn bij de trap gaan staan en heeft daar zijn vrouw opgewacht. Toen zijn vrouw korte tijd later naar beneden kwam heeft hij haar van achteren aangevallen door met een hamer meermalen op haar hoofd te slaan. Daarna heeft de verdachte haar gewurgd. Toen de verdachte merkte dat zijn vrouw nog leefde is hij naar de keuken gelopen en heeft daar een mes gepakt, waarmee hij haar meerdere malen heeft gestoken in haar hoofd, de hals, de nek en de borst. Vervolgens heeft de verdachte de hond, Luna, meerdere malen met een hamer geslagen en met een mes gestoken. Daarna is de verdachte naar zijn dochtertje gegaan, die boven in haar slaapkamer was. Hij heeft haar in de ouderslaapkamer een verhaaltje voorgelezen en daarna geprobeerd haar te verwurgen, waardoor zij bewusteloos raakte. De verdachte heeft zijn dochtertje naar haar eigen bedje gebracht, is beneden het mes gaan halen en heeft vervolgens zijn dochtertje, die inmiddels weer bij bewustzijn was gekomen, gestoken in de hals en de borst. Zijn vrouw en dochtertje zijn tengevolge van bovengenoemde gedragingen overleden.

De verdachte heeft hen de daaropvolgende dagen in de woning laten liggen en gedaan of er niets aan de hand was. Zo ging hij dezelfde middag naar een garage om papieren af te leveren voor een pas gekochte auto en ging hij die avond bij vrienden eten. De volgende dag bezocht hij zijn vader met wie hij over uitgebrachte hypotheek-offertes sprak. Na de moorden verzond de verdachte ook (sms)berichten op naam van zijn -overleden- vrouw. Voor de hond, waarvan de verdachte wist dat deze nog in leven was heeft hij gedurende deze dagen niets gedaan. De verdachte is, na vergeefse pogingen ook zichzelf van het leven te beroven, uiteindelijk naar de politie gegaan”.

Vraag is of de aanwezigheid van schulden de exclusieve oorzaak is van het familiedrama. De persoonlijkheidsstructuur van de verdachte is zodanig dat mogelijk ook een andere oorzaak luxerend had kunnen zijn voor dezelfde reeks van tragische gebeurtenissen. Waren de schulden en incasso-activiteiten er niet geweest, dan was vermoedelijk niet de verdachte op dat moment tot de conclusie gekomen, dat levensberoving de enige resterende optie was.

Welke lering hieruit valt te trekken voor de hulpverlening is daarom gelet op het specifiek karakter van de casus niet eenvoudig te bepalen. Schuldpreventie kan er in algemene zin toe bijdragen dat minder schulden ontstaan. Bekendheid met hulpverlening en laagdrempelige bereikbaarheid van die hulpverlening (zonder wachtlijsten) kan ertoe bijdragen, dat debiteuren eerder hulp zoeken en vinden. De eerste stap zetten om hulp te zoeken blijft echter toch aan de debiteur. Of deze debiteur dat bij meer preventie-activiteit en grotere bereikbaarheid van hulpverlening dat had gedaan, betwijfel ik.