Een totale schuldpositie van afgerond EURO 100.000,00 (buiten de hypotheek) was voor de ouders van twee zonen (van acht en elf jaar oud) in Hengelo (Gelderland) reden te besluiten om hun zonen en daarna zichzelf van het leven te beroven. Ook de hond werd om het leven gebracht. De vader overleefde het uiteindelijk tot zijn eigen verbazing en hoorde vandaag door het Openbaar Ministerie in de strafzaak ten overstaan van de Rechtbank Zutphen een gevangenisstraf van 20 jaar eisen. Psychisch was er volgens de deskundigen bij de man geen sprake van een stoornis. Wel stond hij sterk onder invloed van zijn echtgenote. Het gezin had volgens het AD EURO 90,00 per maand te besteden. Met behulp van een credit card was een nieuwe auto gekocht. Druppel die de emmer deed overlopen was de ontvangst van een dagvaarding voor een nieuwe vordering van EURO 15.000,00 en de gedachte nu nog minder te besteden te hebben en ook het eigen huis te moeten verkopen. Het mocht de kinderen aan niets ontbreken. De ouders schaamden zich voor hun omgeving en achtten de mo0rd gelegitimeerd, nu zij na de dood toch met hun kinderen (van wie zij volgens de vader veel hielden) herenigd zouden worden.
De casus (een zogenaamd “familiedrama”) roept vragen op die het beantwoorden waard zijn, al was het maar om daardoor te proberen herhaling te voorkomen:
- hoe zijn de schulden ontstaan;
- lag er beslag op het inkomen of op de inboedel? Zo ja, heeft de deurwaarder dan nog geprobeerd de debiteuren naar adequate hulpverlening te loodsen?
- was er enige vorm van schuldhulpverlening en wat hield die dan in? Kon er worden gebeld voor overleg na ontvangst van de dagvaarding, toen de paniek toesloeg? Waarom was er niet eerder indringend gesproken over de noodzaak de woning onderhands te verkopen?
- heeft het bedrijfsmaatschappelijk werk van het ziekenhuis na beslaglegging actie ondernomen? Hadden (para)medici met wie de moeder samenwerkte, niet eerder in de gaten dat in psychisch opzicht het water over de dijk was?
- hoe is in Hengelo (Gelderland) de toegang tot de schuldhulpverlening geregeld?
- Is er een beroep op de WSNP gedaan? Wat is er toen precies gebeurd?
- Hebben de zonen op school ooit aangegeven, dat sprake was van een moeilijke situatie. Waren er problemen met de betaling van het schoolfonds? Was het schoolmaatschappelijk werk toen “outreaching” genoeg?
- Hoe waren de familierelaties? Was er een religieuze binding? Waren er andere sociale bindingen? Is er enige vorm van mantelzorg geweest?
Het is niet aannemelijk, dat er geen signalen zijn geweest, ook omdat problemen van dit type zich langzaam in de tijd plegen te ontwikkelen.
Volgens artikelen in kranten werkte de vader bij een meubelfabriek en was de moeder verpleegster, werkzaam in een ziekenhuis. Kortom, twee inkomensbronnen en dus –van buiten af bezien- alle mogelijkheden om een saneringsaanbod te doen en dan na op zijn beste drie en op zijn slechtst zo’n jaar of vijf van de schulden af te zijn al dan niet in een andere woning. De jongste zoon was dan 13 geweest en de oudste 16 jaar; met een heel leven voor zich en de wetenschap dat hun ouders in moeilijke tijden het hoofd koel hadden gehouden en met ere een groot probleem hadden opgelost. Het mocht niet zo zijn.
De nagedachtenis van de kinderen rechtvaardigt een evaluatie hoe in de toekomst de signalen eerder kunnen worden opgevangen, waarna desnoods met zekere bemoeizorg hulp kan worden verleend om omwille van het leven (en het levensgeluk) van minderjarige kinderen –die zichzelf niet kunnen beschermen- de ouders te dwingen hun verantwoordelijkheid te nemen en adequate hulp te zoeken, ook bij de oplossing van de financiĆ«le problemen die zij zelf hebben laten ontstaan en die onder geen enkel beding een legitimering kunnen vormen om kinderen van het leven te beroven. Als je al meent beslissingen tot levensbeeindiging te kunnen nemen, dan neem je die voor eigen rekening en risico en niet ten laste van het leven van je minderjarige kinderen.