#shv28

Op 11 april 2017 is in Utrecht het 28ste actualiteitencongres schuldhulpverlening

dinsdag 30 oktober 2007

Premtime te weinig aandacht voor reguliere schuldhulpverlening

Onder de titel "Belofte maakt schuld" werd in het NPS-programma Premtime afgelopen zaterdag een verdienstelijke documentaire uitgezonden over de praktijk van de schuldhulpverlening. Er zitten ongeveer 45000 mensen in de WSNP en 120.000 in het minnelijk traject.

Hoofdrolspelers uit de wereld van de schuldhulpverlening trokken voorbij:
- Nadja Jungmann – gepromoveerd onderzoeker
- Ger Jaarsma – voorzitter NVVK
- Han von den Hoff – hoofd bureau WSNP
- Michel van Leeuwen – deurwaarder FEVD – een van de weinige deurwaarderskantoor die al vele jaren de schuldenproblematiek hebben onderkend en daarmee noodzaak tot medewerking aan een integrale aanpak – zulks in tegenstelling tot de deurwaarder die hangende schuldhulpverlening beslag legt op de vitrage en het koffiezetapparaat van een uitkeringsgerechtigde, zie http://observatrix.blogspot.com/2007/10/problematische-schuldsituaties-in-het.html

Critisch was het geluid van een Humanitas-vrijwilliger (ex-ondernemer) die verklaarde hoe hij keer op keer vast liep in het administratieve oerwoud van de schuldhulpverlening en onder meer de vraag opwierp waarom bij gebrek aan mogelijkheden niet direct toelating tot de wsnp kan worden gevraagd ook om te voorkomen dat het totale schuldsaneringstraject (minnelijk plus wettelijk) vijf tot zes jaar duurt.

Verhelderend was ook de invalshoek van debiteuren die bij herhaling aangaven, dat de drempel tot de schuldhulpverlening te hoog is en de wachtlijsten te lang zijn. Hierdoor ontstaat ook een gevaar dat debiteuren terecht komen bij niet betrouwbare hulpverlening zoals de stichting Schuldenvrij Leven, waarvan de directeur in hechtenis werd genomen en zeer aanzienlijke bedragen verdwenen blijken te zijn.

Onterecht zou echter zijn, wanneer kijkers aan het programma de indruk overhouden, dat in het regulier circuit geen behoorlijke schuldhulpverlening te vinden is. Het kan zeker op vele plaatsen beter - ook door de grote toeloop, maar is in het algemeen goed geregeld met min of meer landelijke dekking.

Het gemiste programma kan op de volgende link worden bekeken:
http://www.omroep.nl/nps/premtime/

maandag 29 oktober 2007

Voedselbank in problemen

Volgens berichten in het AD van 25 oktober 2007 heeft de Voedselbank Amsterdam weinig afnemers, omdat degenen die in de Grachtengordel wonen zich schamen om voedselpakketten op te halen. Er worden 15 pakketten per dag opgehaald, terwijl volgens de Armoedemonitor in het territoir 7000 huishoudens onder de armoedegrens leven. Nu heeft de Voedselbank Amsterdam verspreid over de stad vele vestigingen, dus eventuele overschotten zullen elders wel kunnen worden uitgedeeld.

Het verschijnsel voedselbank heeft zich vanaf 2002 vanuit Rotterdam als een olievlek over Nederland verspreid en inmiddels zijn er 80 locaties waar pakketten worden uitgedeeld (zie http://www.voedselbank.org/ ). Er heeft zich zelfs al een fraudegeval voorgedaan met voedselbanken, waarmee de professionalisering van de branche nog eens is bevestigd – hetgeen trouwens ook geldt voor de schuldhulpverleningsbranche; waar geld omgaat, worden ook kwaadwillenden aangetrokken.

Klanten moeten zich bij een voedselbank veelal legitimeren en hun inkomens en lastengegevens over de laatste drie maanden laten zien. Dit is een laagdrempelige voorwaarde. In Nederland wordt iedereen geacht zich te kunnen legitimeren en naarmate dagafschriften steeds minder worden verzonden Klanten zijn geregeld mensen op wie de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard en verslaafden –die niet in staat zijn om het stuur over hun leefsituatie terug te krijgen. Veel voedselbanken verwijzen naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening, als er aanwijzingen zijn, dat er problemen in dat vlak zijn.

Het op de bijstandswet gebaseerde zogenaamde “leefgeld” dat aan sanieten ter beschikking wordt gesteld is laag, zeker wanneer er ook nog bijzondere uitgaven zijn aan bijvoorbeeld rookwaren en (mobiele) telefoonkosten. Een pakket van de voedselbank kan dan een welkome aanvulling bieden. Ook zal er altijd een groep mensen blijven die niet bereid en of in staat is structurele oplossingen te zoeken voor schulden- of inkomensproblemen.

Afschaffing van de voedselbanken zoals door sommige politieke partijen wel is bepleit, lijkt mij daarom in ieder geval op de korte baan veeleer leiden tot toename van existentiële nood dan tot beperking van die nood.

De christelijke caritastraditie (onder meer de Vincentiusvereniging, http://www.vincentiusvereniging.nl/ ) is zo oud als het christendom en zal altijd nodig blijven in Nederland en daarbuiten: “Want de armen hebt ge altijd bij u”.

vrijdag 26 oktober 2007

Schulden anno 2007: beslag op vitrage en het koffiezetapparaat

Het AD wijdt vandaag over twee pagina's een artikel aan de schuldenproblematiek.

Morgen is de uitzending van Premtime (Nederland 3 om 20.40 uur) gewijd aan schuldhulpverlening en de problemen die zich daarbij in de praktijk kunnen voordoen.

Parlementaire documenten en rechterlijke uitspraken vliegen ons om de oren.

En toch ... zal er nog een lange weg moeten worden afgelegd, voordat in Nederland debiteuren en crediteuren zodanig met elkaar om gaan, dat problematische schuldsituaties zoveel mogelijk worden voorkomen en, als het toch gebeurt, zo goed mogelijk worden opgelost.

Zolang er nog deurwaarders zijn die beslag leggen op de vitrage en het koffiezetapparaat van bijstandtrekkers tot verhaal van een vordering van een consumptieve kredietverstrekker, terwijl de schuldhulpverlening in het minnelijk traject reeds is opgestart, dient desnoods met behulp van de Voorzieningenrechter aan dergelijke crediteuren en hun deurwaarders te worden duidelijk gemaakt, dat acties van dit type ontoelaatbaar zijn - en dat deze dienen te worden afgestraft langs iedere denkbare weg, dus ook in financieel opzicht, aangezien dat kennelijk de enige taal is die betrokkenen verstaan.

Update: onder druk van een kort geding is hedenmiddag de executoriale verkoop afgelast en kan door de schuldhulpverlener overeenkomstig de daarvoor geldende regels een aanbod worden geformuleerd.

donderdag 25 oktober 2007

Epidemie van particuliere pandhuizen in Nederland in de 21ste eeuw I

“Tot tranen toe ben ik bekommerd,
nu kan ik nooit meer naar den Lommerd,
omdat mijn heele inventaris,
al daar is”

(Erich Wichman, De Profundis, 1913)

Voor zover Uw bezorgdheid over de waterpokken van Bokito dat toelaat, vandaag gaarne Uw aandacht voor het verschijnsel pandhuis, ook wel genaamd bank van lening, of “pandjeshuis”, waar roerende zaken worden beleend en tegen een fikse meerprijs weer kunnen worden opgehaald. Wordt het onderpand niet opgehaald, dan wordt het door de pandhuisexploitant verkocht.

Er zijn bronnen die aangeven dat in het oude China en Egypte sprake was van verpanding. Ook het in het Oude Testament wordt ernaar verwezen: “Een handmolen of een bovenste molensteen mag men niet in pand nemen, want dan neemt men het leven zelf in pand”, Deuteronomium 24,6.

Vanuit Noord-Italië (Lombardije) hebben pandhuizen zich vanaf de dertiende eeuw over Europa verspreid. Naar de oorsprong uit Lombardije worden pandhuizen daarom ook wel aangeduid als lombard of lommerd. In Rotterdam bestaat bijvoorbeeld tot op de dag van vandaag de Lombardkade. De Lombarden kregen een vergunning om een “tafel van lening” (of “bank van lening”) te houden. Vaak werden gingen vergunningen over van vader op zoon, zodat lange tijd dezelfde families eenzelfde bank van lening konden exploiteren.

Het pandhuis gaf de mogelijkheid tot financiering en daarom overbrugging van liquiditeitstekort bijvoorbeeld in afwachting van de terugkeer van een schip, dat in den vreemde specerijen zou gaan inkopen. Isabella van Spanje verpandde de kroonjuwelen om de reis van Columbus die zou leiden tot de ontdekking van Amerika te financieren. Probleem was de hoge rente die de lommerds vroegen voor de belening. Gezien de schaarste op de geldmarkt, en het renteverbod voor christenen, kom die soms zelfs oplopen tot 80%. Omdat de lombarden vaak hoge rentetarieven hanteerden, werd hun handel soms verboden of aan allerlei beperkingen onderworpen. Soms werd vanwege de overheid een maximum interest opgelegd. Regelmatig ook verplichtte de overheid de lommerds om alle beleende panden terug te geven, zonder interest. Dergelijke maatregelen bleken op de langere termijn echter meestal niet erg effectief.

Liefdadige instellingen, maar ook de overheid richtten vanaf de 15e eeuw de zogenaamde Bergen van Barmhartigheid op of stadsbanken op als alternatief, waarbij krediet werd verstrekt tegen een lager tarief. Gaandeweg boetten deze private lommerds of pandjeshuizen dan ook aan belang in. Er ontstonden in grote en kleinere steden stadsbanken.

Schepen Balthazar Huydecoper schreef voor een van de gevelstenen boven het zogenaamd Lommerdpoortje van de Stadsbank van Lening in Amsterdam aan de Oudezijds Voorburgwal 300 (midden in het Red Light District) de volgende bijsluitertekst:
Hebt gy noch geld, noch goed: gaa deze deur voorby.
Hebt gy 't laatste, en mist gy 't eerste, kom by my.
Geef pand, ik geef u geld. waarom zoude ik u borgen?
Of is 't u niet genoeg dat gy van 't mynen teert?
Maart eyst gey u pand terug, zo dient ge in tyds te zorgen,
Dat my myn hoofdsom, met de rente wederkeert.
Zo help ik u en my, en toon, aan de onderzoekers
Van myn geheymen, 't graf des eervergeeten woekers.

Naar huidige maatstaven zou dit gedicht als reclameboodschap niet door de beugel kunnen, aangezien de effectieve rente niet wordt vermeld.

Critiek op de gemeentelijke pandhuizen bestond er echter ook. In 1854 fulmineerde de publicist R. Mohrman op deze wijze tegen de Amsterdamse bank van lening:
“BLOEDHOND, gierigaard! Tiran!
Pandjesbaas! Duiv'lenaas!
Wees gevloekt door d'armen drommel,
Die bij u heeft staan zijn rommel;
Hulp van 't walletje in de sloot!
Wees gevloekt tot aan uw dood”.


Charles Dickens (1812-1870) , wiens leven was getekend door de schulden van zijn vader, laat in zijn roman David Copperfield de gelijknamige hoofdpersoon goederen van Mevrouw Micawber naar het pandhuis brengen. Ook Little Dorrit heeft te maken met diepingrijpende schuldsituaties. Literatoren menen dat deze vertelling samenhangt met de traumatische herinnering van Dickens, dat in zijn jeugd de boeken naar de bank van lening werden gebracht. De vader van Dickens verbleef zelfs enige tijd in Marshalsea Prison, de gevangenis voor debiteuren (‘’prison for debtors”), welke in onze ogen ietwat merkwaardig instituut binnen het Verenigd Koninkrijk in 1869 werd afgeschaft.

Eerder had de Engelse schrijver Samuel Johnson over schuldenproblematiek en overfinanciering reeds het volgende geschreven in 1758:
"It is vain to continue an institution which experience shows to be ineffectual. We have now imprisoned one generation of debtors after another, but we do not find that their numbers lessen. We have now learned, that rashness and imprudence will not be deterred from taking credit; let us try whether fraud and avarice may be more easily restrained from giving it."

Deze benadering is inmiddels maatgevend geworden bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van consumpief krediet.


Wordt vervolgd

woensdag 24 oktober 2007

Processuele perikelen: mogen justitiabelen afgaan op mededelingen van de griffier betreffende uitstel?

Op 19 oktober 2007 heeft de Hoge Raad een arrest[1] gewezen, waarin weer eens tot uitdrukking komt hoe zeer de korte termijn om beroep in te stellen tegen uitspraken betreffende toelating en beëindiging van de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) in de praktijk tot problemen kan leiden. De termijn bedraagt acht dagen.

Wat was er aan de hand?

Op voordracht van de bewindvoerder wordt de Rechtbank Leeuwarden bij uitspraak van 8 juni 2007 de toepassing van schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd, omdat een saniet[2] haar aandeel in de nalatenschap van haar vader ad EURO 15.692,00 en een schenking van haar moeder ad EURO 4.303,00 heeft laten betalen op de bankrekening van haar dochter teneinde deze middelen aan het verhaal van haar schuldeisers te onttrekken. Zij is daarmee haar verplichtingen die uit de schuldsaneringsregeling voortvloeien niet nagekomen en de bewindvoerder verzoekt daarom in mijn visie terecht de beëindiging van de WSNP en de omzetting in faillissement.

Op 13 juni 2006, dus op tijd, komt de saniet pro forma in beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden en verzoekt om uitstel de beroepsgronden in te dienen, aangezien de motivering van het vonnis van de Rechtbank Leeuwarden nog niet bekend is. Op 20 juni 2997 verzendt de griffier van het Hof een brief aan saniet, dat deze tot 27 juni 2006 de tijd krijgt om de beroepsgronden in te dienen. De procureur van saniet laat bij brief van 23 juni 2006 aan het Hof weten dat hij op 22 juni 2006 de uitspraak van de Rechtbank heeft ontvangen en hij verzoekt een week uitstel. Bij brief van 26 juni 2007 laat de griffier weten dat uitstel wordt verleend tot 4 juli 2006, waarna op 3 juli 2006 de beroepsgronden worden ingediend. Bij arrest van 9 juli 2006 verklaart het Hof saniet niet ontvankelijk in haar beroep omdat de gronden niet op tijd zijn ingediend gelet op het arrest van de Hoge Raad van 23 december 2005, NJ 2005, nr. 31 beroepsgronden “met bekwame spoed” moeten worden ingediend, waarbij een termijn van veertien dagen heeft te gelden”. Het Gerechtshof voegt daar de volgende interessante passage aan toe: “Daarbij betrekt het Hof voorts, dat de raadsman er niet van uit mag gaan, dat aan een zodanige mededeling van een griffier (om uitstel te verlenen, opmerking hs) een beslissing van de rechter ten grondslag ligt”.

Nu gaan we het krijgen! De griffier schrijft dat uitstel wordt verleend en het Hof meent, dat de raadsman niet mag afgaan op wat de griffier op briefpapier van het Hof schrijft met betrekking tot de termijnen. De PG[3] Wesseling-Van Gent en de Hoge Raad maken korte metten met de uitspraak van het Hof. Indien een griffier een toezegging doet na een specifiek verzoek van een procureur om uitstel te verlenen, mag de procureur vertrouwen op de toezegging van het Hof betreffende de termijn en staat het het Hof niet vrij van de namens hem gedane toezegging terug te komen. Het arrest[4] wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Hof Leeuwarden (waarbij er gelet op de samenvatting van de zaak in de conclusie weinig twijfel lijkt, hoe de zaak zal aflopen).

Hoe ontstaan deze problemen?

De beroepstermijn van acht dagen is voor de Rechtbank erg kort om een gemotiveerde uitspraak te doen en het komt dan ook regelmatig voor, dat rechtbanken die termijn niet halen.

Bij de evaluatie van de WSNP door het WODC[5] (Van schuld naar schone lei; evaluatie Wet Schuldsanering natuurlijke personen door de onderzoekers N. Jungmann, E. Niemeijer, M.J. ter Voert gepubliceerd in 2001) is door de Hoven naar voren gebracht dat de termijn van acht dagen veel te kort is (paragraaf 3.3.4). Niettemin is de termijn van acht dagen gehandhaafd met een beroep op de rechtszekerheid en de aansluiting bij de termijnen, die gelden in geval van andere insolventiemodaliteiten als faillissement en surséance van betaling. Als vader Staat in deze gevallen de rechtszekerheid zo van belang acht, dan rijst de vraag of er aan rechtbanken geen geoormerkte gelden ter beschikking moeten worden gesteld voor menskracht om te verzekeren, dat op de tijd de gemotiveerde beslissing beschikbaar is, waarna binnen de termijn gemotiveerd beroep kan worden ingesteld. De vraag is dan trouwens ook of aan de behandeling van dergelijke zaken door rechterlijke instanties met een beroep op de rechtszekerheid geen termijnen dienen te worden gesteld; ten tijde van het wijzen van het arrest door de Hoge Raad waren 16 maanden verstreken na de uitspraak in prima (van de Rechtbank Leeuwarden).

Gegeven de krachtens de advocateneed jegens de rechterlijke macht verschuldigde eerbied, ga ik op deze plaats maar niet in op het standpunt van het Hof, dat advocaten niet zouden mogen afgaan op de juistheid van mededelingen van de griffier betreffende verzoeken om uitstel. Met de opvatting van het Hof was de rechtszekerheid in ieder geval niet erg gediend.

[1] LJN: BA9616, te raadplegen op rechtspraak.nl in de rubriek uitspraken (linkerzijde homepage).
[2] Persoon op wie de WSNP van toepassing is verklaard.
[3] Procureur-generaal (van het Openbaar Ministerie) bij de Hoge Raad, die in een processtuk genaamd conclusie een standpunt inneemt met betrekking tot de zaak. Aan een dergelijk standpunt pleegt door de Hoge Raad een grote betekenis te worden toegekend.
[4] Arrest = uitspraak van Gerechtshof of Hoge Raad
[5] Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het Ministerie van Justitie.

dinsdag 23 oktober 2007

"Schuld zonder boete"

In een redactioneel commentaar van NRC-H van 23 oktober 2007 wordt ingegaan op de recente brief over bestrijding van de schuldenproblematiek(http://www.nrc.nl/opinie/hoofdartikelen/article792932.ece/Schuld_zonder_boete ).
Deze brief werd op 19 oktober 2007 door staatssecretaris Aboutaleb aangeboden aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (zie op dit weblog ook: http://observatrix.blogspot.com/2007/10/complimenten-voor-staatssecretaris.html ).

De redactie van het NRC juicht toe, dat kredietverstrekkers meer informatie krijgen over de financiële toestand van een (beoogd) debiteur. Niet eens is de redactie het met het voornemen administratieve sancties op te leggen, indien een financieringsinstelling zich bij kredietverstrekking niet aan de regels houdt bijvoorbeeld, wanneer wordt nagelaten een krediettoets toe te passen, indien een debiteur / rekeninghouder langer dan een maand rood staat. Argumentatie daarbij is dat niet iedereen die rood komt te staan, in een problematische schuldsituatie verkeert. De opvatting van de redactie, dat administratieve boetes niet op hun plaats zouden zijn, wordt –met alle respect- niet door mij gedeeld. Het effect van de beleidsmaatregel moet niet zijn, dat er administratieve lasten bijkomen, doordat er meer wordt getoetst. Het effect moet zijn, dat roodstanden door financieringsinstellingen niet meer worden toegelaten en dat als het toch gebeurt, wordt getoetst of de debiteur deze schuld kan dragen gegeven zijn overige financiële positie.

Volgens een onderzoek van TNS NIPO staat drie van de tien Nederlanders regelmatig rood en 17% zelfs altijd. De rentekosten voor een roodstand zijn hoog (actueel tarief Postbank 14,7%), zeker wanneer die worden vergeleken met de rentekosten voor een regulier consumptief krediet (volgens Independer laagste tarief 5,9%), dat wel volgens de bestaande wettelijke regels wordt aangegaan, dus inclusief adequate toetsing van de financiële situatie van de aanvrager en voorlichting omtrent de kosten van effectieve rente en aflossing. De Postbank – die onlangs in het nieuws kwam door haar minst genomen nogal versluierde verlagingen van rentevergoedingen op spaargelden – staat er in de wereld van de schuldhulpverlening om bekend hoge roodstanden toe te laten, daarvoor een hoge vergoeding te vragen en vervolgens slecht mee te werken aan schuldhulpverlening in het minnelijk traject. Hoge administratieve sancties zijn een therapie om de Postbank en andere woekercrediteuren ervan af te houden roodstanden te laten ontstaan.

De redactie van het NRC meent, dat een betere sanctie zou zijn de uitsluiting van de financieringsinstelling als crediteur in het kader van de schuldhulpverlening. Met die maatregel ben ik het op zich zelf wel mee eens. Deze optie wordt in de beleidsbrief (pagina 16) van hand gewezen met het argument, dat gegeven het feit, dat een kredietschuld als regel concurrent is, waarop toch weinig wordt uitgekeerd, achterstelling geen toegevoegde waarde zou hebben. Dit is in geval van schuldhulpverlening (waar de preferente crediteur anders dan bij faillissement niet vooruit wordt bediend maar een dubbel percentage krijgt), indien er in de boedel geen middelen aanwezig zijn. Consumptieve kredietverstrekkers ontvangen gegeven de hoogte van hun vorderingen niet zelden een substantieel gedeelte van de voor uitkering beschikbare gelden. Uitsluiting (en dat is iets totaal anders dan achterstelling) heeft naar mijn mening wel degelijk een toegevoegde waarde om deze crediteuren duidelijk te maken, dat zijn hun omzet (en hun winst) ergens anders moeten zoeken. Dat de Commissie Kortmann geen voorstander zou zijn van het niet toelaten van nieuwe preferenties is eerstens niet relevant (aangezien deze commissie niet erg geïnteresseerd in schuldhulpverleningsproblemen doch in insolventieproblematieken van ondernemingen) en tweedens niet van toepassing, aangezien een uitsluiting niets te maken heeft met rangregeling maar met vereenvoudiging van de uitdelingslijst (en daar zijn wij ook in een tijd van alles nauwkeurig berekenende Excel-bestanden allemaal voor). Het ware mitsdien te wensen niet alleen, dat er alsnog een beleidsvoornemen komt woeker-crediteuren niet tot schuldsaneringen toe te laten (noch in het minnelijk noch in het wettelijk traject), maar ook dat aan dit voornemen zo spoedig mogelijk vastberaden uitvoering wordt gegeven!

zondag 21 oktober 2007

"Kroniek van een aangekondigde dood" Tijd voor monitoring van onveiligheidssignalen op middelbare scholen

Onder deze titel (toepasselijk geleend van Nobel-prijswinnaar Gabriel Garcia Marquez) beschrijft de journalist D. Tokmetzis in NRC-H van 19 oktober 2007 de achtergronden van een schietpartij op een school in Amersfoort op 25 maart 2006, waarbij een 19-jarige jongen een jongen van 16 jaar doodschoot. Uit de beschrijving komt naar voren, dat de feiten en gebeurtenissen, die hieraan ten grondslag liggen, zich over een periode van vele maanden hebben afgespeeld. Allerlei signalen zijn uitgegaan naar de politie in de vorm van aangiften en naar de school. Niemand zag in het voortraject op enig moment aanleiding maatregelen te nemen teneinde tenminste te pogen deze voorspelbare escalatie te voorkomen.

Dat met aangiftes niets gebeurt, komt vaker voor: de moord op het 12 –jarige meisje Suzanne Wisman in december 2006 was mogelijk te voorkomen geweest, als de politie actie had ondernomen op de aangiftes en meldingen van de ex-echtgenoot en de dochter van de dader. Het komt vaker voor dat de politie probeert aangevers ervan af te houden aangifte te doen bijvoorbeeld in verband met de daaraan verbonden werkzaamheden en de negatieve effecten op de planning en de statistiek (meting van veiligheid en onopgeloste zaken), waarnaar de prestaties van de politie worden gemeten en door de overheid gefinancierd. In geval van huiselijk geweld is de bereidheid wat te doen niet zelden nog wat lager dan gemiddeld. Als wordt volstaan met een melding, wordt door de politie kennelijk zelden actie ondernomen. Van een melding ontvangt de melder in de regel geen afschrift.

De schooldirecteur in Amersfoort laat in het NRC-artikel weten, dat bekend is “dat leerlingen kicken op wapens”, maar “waarschijnlijk niet met wapens naar school komen”. Hij meent, dat leerlingen “over het algemeen goed begeleid worden. Tussen de verschillende instanties bestaat geregeld overleg. Wij weten bijvoorbeeld wel waar onze leerlingen buiten schooltijd mee bezig zijn”. In de reactie ontbreekt een verwijzing naar enige zelf-reflectie en spijt over de dood van een jongen van 16. De school pakt het draaiboek voor een stille tocht bij wege van hedendaags seculier rouwritueel en gaat daarna weer over tot de orde van dag zonder maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen –want alles is al zo goed geregeld: wij weten wel wat scholieren buiten de school doen, maar willen niet weten of er wapens op onze school zijn. Detectiepoortjes zoals bij scholen in Parijs gaan ver. De andere kant opkijken en na afloop meelopen met de stille tocht is echter zeker geen optie.

Aangezien wapenbezit in Nederland verboden is, rijst de vraag, waarom scholen niet worden verplicht een register bij te houden van hun wetenschap van ernstige, strafrechtelijk relevante feiten en terzake een melding te doen bijvoorbeeld bij een Officier van Justitie die zich bezighoudt met de middelbare scholen in het arrondissement. Toezicht op de naleving van de leerplicht (waarvoor wel speciale OvJ’s plegen te worden aangesteld), is nuttig, maar niet genoeg. Non morti, sed vitae discimus!

In het NRC-artikel ontbreekt een reactie van de politie en het Openbaar Ministerie. Een goed journalist heeft daarnaar wel gevraagd. Zou het zo zijn, dat is geweigerd te reageren, dan ligt hier tenminste een vertrekpunt voor nader onderzoek en eventueel kamervragen (geen trendy spoeddebat). In het publiek domein dient over "incidenten" als het onderhavige verantwoording te worden afgelegd door degenen die daar met verstrekkende bevoegdheid zijn aangesteld om de veiligheid (en het leven!) van de bevolking te beschermen, ook dat van jongens van 16.

Complimenten voor staatssecretaris Aboutaleb en minister Bos

Op 19 oktober 2007 is door de staatssecretaris van SZW Aboutaleb en de Minister van Financiën Bos aan de Tweede Kamer een uitvoerige brief aangeboden met betrekking tot voorkomen van "overkreditering en schulden" ( zie http://docs.szw.nl/pdf/34/2007/34_2007_3_11021.pdf ). Het is een verademing om te midden van parlementair fastfood in de vorm van spoeddebatten een brief te lezen, waaruit blijkt dat aan de zijde van de overheid niet alleen sprake is van voortschrijdend inzicht in deze problematiek, maar ook van het vaste voornemen knelpunten op te lossen, waaraan op een groot aantal punten uitvoering wordt gegeven.

Het is goed, dat wordt gewerkt op alle fronten:
- beperking van kredietmogelijkheden inclusief roodstanden (waarbij met de Postbank nog menig appeltje te schillen is);
- kwaliteitsbevordering schuldhulpverlening in het minnelijk traject door certificatie van schuldhulpverlening;
- uitbreiding van de registratie van schulden in het minnelijk traject;
- bevordering medewerking schuldeisers aan aanbiedingen in minnelijk traject;
- vergroting van het financieel voordeel voor crediteuren in geval van medewerking in het minnelijk traject.

Door deze maatregelen zal de concurrentiepositie van het minnelijk traject ten opzichte van het wettelijk traject (WSNP) verbeteren, hetgeen na invoering van de WSNP dringend noodzakelijk is gebleken (vergelijk de dissertatie van Nadja Jungmann “De WSNP: bedoelde en onbedoelde effecten op het minnelijk traject” Universiteit Leiden 2006).

In de brief wordt nog niet ingegaan op de na 1 januari 2008 te verwachten problematiek van debiteuren die nog niet in aanmerking komen voor de WSNP. Merkwaardig genoeg liggen juist daar voor het minnelijk traject kansen, omdat daar de concurrentie van het wettelijk traject is weggevallen. Die kansen zullen echter alleen kunnen worden verzilverd als de schuldhulpverlening met zorg en aandacht de doorgaans meervoudige problematiek van deze debiteuren inventariseert en per onderdeel de aandacht geeft die daarvoor nodig is. In die analyse is van belang de kern van het probleem bijvoorbeeld verslaving of dakloosheid te bepalen en daar te beginnen. Eenmaal begonnen moet het probleemhuis op alle plaatsen tegelijk in de steigers worden gezet, waarbij niet zelden de schulden hoge aandacht vragen gelet op de problemen, die ontstaan wanneer de continuïteit van huisvesting, voedselvoorziening, kleding en zorgverzekering in gevaar komt.